38. Nahum
38. Nahum · uit de ‘Synopsis’ deel 4 van J.N. Darby
Alle delen van deze reeks
- 1. Voorwoord en inleiding op de Synopsis
- 2. Genesis
- 3. Exodus
- 4. Leviticus
- 5. Numeri
- 6. Deuteronomium
- 7. Jozua
- 8. Richteren
- 9. Ruth
- 10. 1 Samuël
- 11. 2 Samuël
- 12. 1 Koningen
- 13. 2 Koningen
- 14. 1 Kronieken
- 15. 2 Kronieken
- 16. Ezra
- 17. Nehemia
- 18. Esther
- 19. Job
- 20. Psalmen deel 1 (Psalm 1-72)
- 21. Psalmen deel 2 (Psalm 73-150)
- 22. Spreuken
- 23. Prediker
- 24. Hooglied
- 25. Inleiding tot de ‘grote profeten’ (Jesaja t/m Daniël)
- 26. Jesaja
- 27. Jeremia
- 28. Klaagliederen
- 29. Ezechiël
- 30. Daniël
- 31. Inleiding tot de ‘kleine profeten’
- 32. Hosea
- 33. Joël
- 34. Amos
- 35. Obadja
- 36. Jona
- 37. Micha
- 38. Nahum
- 39. Habakuk
- 40. Zefanja
- 41. Haggaï
- 42. Zacharia
- 43. Maleachi
- 44. Inleiding tot het Nieuwe Testament
- 45. Mattheüs deel 1 (Mattheüs 1-15)
- 46. Mattheüs deel 2 (Mattheüs 16-28)
- 47. Markus
- 48. Lukas
- 49. Johannes
- 50. Handelingen
- 51. Inleiding tot de Brieven van het Nieuwe Testament
- 52. Romeinen
- 53. 1 Korinthe
- 54. 2 Korinthe
- 55. Galaten
- 56. Efeze
- 57. Filippi
- 58. Kolosse
- 59. 1 Thessalonika
- 60. 2 Thessalonika
- 61. 1 Timotheüs
- 62. 2 Timotheüs
- 63. Titus
- 64. Filémon
- 65. Hebreeën
- 66. Jakobus
- 67. 1 Petrus
- 68. 2 Petrus
- 69. 1 Johannes
- 70. 2 Johannes
- 71. 3 Johannes
- 72. Judas
- 73. Openbaring
Wanneer we de onderscheiden karakters van de volken, waarmee het volk van God in hun geschiedenis in aanraking kwam, nauwkeurig zouden onderzoeken, zouden we waarschijnlijk in elk van hen een speciale vorm van kwaad vinden, die zeer duidelijk van de ander verschilde. In elk geval is dat zo met de voornaamste vijanden van het volk. Egypte, Babel en Ninevé dragen speciaal het kenmerk van dat, wat zij zedelijk voorstellen. Egypte, waaruit het volk oorspronkelijk gekomen was, is een beeld van de wereld in haar natuurlijke toestand. Babel spreekt van verdorvenheid, in de uitoefening van macht, die het volk in slavernij brengt. Ninevé is een type van de hoogmoedige heerlijkheid van de wereld die in haar verwaandheid alleen met zichzelf rekening houdt en daarom, eenvoudig al door haar hoogmoed, de openlijke vijand van het volk van God is. Zij zal, evenals al de anderen, geoordeeld worden en voor eeuwig verdwijnen onder het oordeel van de Almachtige. Er is een bevel van Jahweh tegen haar uitgevaardigd, dat haar naam nooit meer voortgeplant mag worden. Dit oordeel is zo duidelijk, dat de profetie die ervan spreekt, heel weinig verklaring nodig heeft.
Zij begint met het karakter van God aan te tonen, in verband met dat wat Hij te verdragen heeft door de trots van de mens. God is een jaloers God en Jahweh is een wreker van het kwaad. Het is een zeer ernstige gedachte, dat, hoe groot Zijn geduld ook mag zijn, er eenmaal een dag zal aanbreken, die bewijzen zal dat Hij het kwaad niet kan verdragen.
Toch is het ook een bemoedigende gedachte. Want door deze wraak van God zal de wereld voorgoed bevrijd worden van de verdrukking en ellende, die gepaard gaan met het juk van de vijand en met zondige lusten, zodat zij mag gedijen en bloeien onder het vredevolle oog van haar Verlosser.
Hij heeft ongetwijfeld het kwaad vele jaren laten voortduren. Hij is niet ongeduldig, zoals onze arme harten zijn. Hij is traag tot toorn – een toorn die daarom te vreselijker is, omdat het de gerechtigheid is van Iemand Die nooit Zijn geduld verloren had. Hij is groot van kracht en Hij houdt de schuldige geenszins onschuldig 1.
Wie kan standhouden voor Zijn gramschap? Wie staande blijven bij Zijn brandende toorn?
Maar dit is niet alles. Wanneer Hij Zijn gramschap de vrije loop laat, doet Hij dit nooit doelloos; zelfs als Hij verwoesting moet aanbrengen, heeft Hij Zijn plannen daarmee. Want Hij is goed en een vesting op de dag van de benauwdheid. Wanneer het kwaad en het oordeel als een overstromende vloed opkomen, – het kwaad als een oordeel, het oordeel waartegen niets dat erdoor getroffen wordt, bestand zal zijn, – dan zal Hij Zelf een veilige toevlucht zijn voor allen die op Hem vertrouwen, want Hij kent hen allen bij naam. Wat de heerlijkheid van de vijand betreft, ze zal vernietigd, uitgewist, geheel tenietgedaan worden. In hun roekeloze zwelgpartijen, terwijl zij dronken zijn en geen kwaad vermoeden, zullen zij als droge stoppels geheel verteerd worden.
In hoofdstuk 1:11 vinden wij opnieuw de Assyriër, zo dikwijls al door de profeten in hun voorzeggingen genoemd, die kwaad bedenkt tegen Jahweh. Vers 12, hoewel wat duister, ziet denk ik op Israël. Want ook Israël, helaas, roemende, naar de geest van de wereld, op zijn zekere positie en kracht, valt onder Gods roede, de inval van de overstromende vloed van de grote wateren. Maar wanneer die door het land zal gaan (dat is het land van Israël) zullen zij weggemaaid worden (vergelijk Jesaja 28:18-19; 14:25) 2.
Maar deze roede voltooit Gods oordeel en dan, zegt de profeet, zal de verlossing van Israël volkomen en voor altijd zijn (vergelijk Jesaja 10:5,24-25). Het juk van de Assyriër zal voorgoed verbroken worden en de trotse en vijandige macht van de wereld vernietigd; zoals de antichristelijke verdorvenheid en opstand tegen God van tevoren al geoordeeld zal zijn. De goede tijding van een volle verlossing zal overal verspreid worden en Juda zal in vrede haar plechtige feesten kunnen vieren.
Ongetwijfeld was de inval van Sanherib de aanleiding tot het uitspreken van deze profetie; maar zij gaat klaarblijkelijk veel verder dan deze gebeurtenis, zodat het aangekondigde oordeel het eindoordeel is. Dit is opnieuw een voorbeeld van wat wij al zo vaak in de profetieën hebben waargenomen – een gedeeltelijk oordeel, dat als een waarschuwing of een bemoediging moest dienen voor Gods volk, terwijl het feitelijk alleen een voorloper van een toekomend oordeel was, waarin al Gods handelingen en daden zouden verenigd en geopenbaard worden.
De goddeloze zal niet meer door Juda trekken, hij zal geheel vernietigd worden.
Als God de totale verwoesting en verwerping van Jakob toeliet, dan was het omdat de tijd van het oordeel was aangebroken, maar een oordeel, dat daarmee niet eindigde. Zonder twijfel begon het oordeel bij Zijn eigen huis, maar zou dat het einde zijn? Nee! Wat zou het einde van de vijanden van het volk van God zijn, als Hij het kwaad in Zijn eigen volk niet langer kon verdragen? Laat Ninevé daarom zichzelf verdedigen, als zij daartoe in staat is.
Maar nee, dat hol van de leeuwen zal men binnendringen en de jonge leeuwen zullen verdelgd worden, zonder dat zij in staat zullen zijn zich te verdedigen. Aan het eind van Jesaja 2 en het begin van hoofdstuk 3 vinden wij dezelfde gedachtengang. Jakob was geoordeeld; de gehele familie, evenals Israël, van alles ontbloot en geruïneerd; en nu was de wereld aan de beurt. Hoe groot de trots van Ninevé ook mocht zijn, zij was niets beter dan anderen die hetzelfde lot hadden ondergaan, wellicht zelfs door haarzelf (Assyrië en Egypte waren lange tijd mededingers van elkaar). De vestingen van de Assyriërs zullen als vijgen zijn, die door een eerste lichte schudding al afvallen en hun mannen zullen zonder kracht zijn alsof ze slechts vrouwen zijn. De verwoesting zal volkomen zijn. Het vuur zal het verteren. Ongetwijfeld heeft dit al een historische vervulling in de val van Ninevé gehad. Maar de algehele vervulling zal plaatsvinden, als de Assyriër opnieuw op het toneel verschijnt; – ik wil niet zeggen ten opzichte van de stad op zichzelf, die verwoest is, maar van de macht die dan in dat gebied heerst en tevens de hoogmoed van het land van Nimrod heeft geërfd.
EINDE BOEK NAHUM
J.N. Darby
© Uit het Woord der Waarheid · 4.12
De ‘Synopsis’ is een diepgaand commentaar op de hele Bijbel, verschenen in 8 delen bij deze uitgever.
Voor beginners of hen die meer willen lezen verwijzen we naar:
- ‘Gods Woord voor elke dag’, J. Koechlin
- Uitstel is geen afstel (Jona & Nahum), J.Ph. Buddingh
- Gods bemoeiingen met Israël en de volken (over de kleine profeten), H. Rossier
Met dank aan br. H.C.M. ten Haaken voor zijn initiatief en inzet!
Voetnoten:
1 Dit is altijd waar en van onmetelijk belang. God houdt nooit de schuldige onschuldig. Het is in strijd met Zijn karakter. Het zou bezijden de waarheid zijn. Hij mag de zonde wegdoen, en de gereinigde zondaar aannemen; maar Hij kan Zich niet houden alsof zij niet bestaat, wanneer zij wel aanwezig is, noch er een onverschillige houding tegenover innemen, wil Hij Zichzelf blijven. Het kan zijn dat Hij ons kastijdt voor ons bestwil, of om Zijn regering te tonen, dat wil zeggen Hij kan Zich, met het oog hierop met onze zonden bezighouden. Hij kan ook de zonde geheel wegnemen en uitdelgen, in overeenstemming met Zijn eigen goddelijk karakter en heerlijkheid en dat tot onze behoudenis; beide zijn waar. Maar Hij kan Zich nooit onverschillig houden, alsof de zonde niet bestaat of iets onbetekenend is.
2 Mocht dit niet de gedachte zijn, dan is het de Assyriër, die voorspoedig is en zich in zijn voorspoed volkomen veilig voelt, maar die, (evenals Sanherib) wanneer hij in Juda zal komen, wordt weggemaaid en dan, evenals in Jesaja 10, zal Israëls verlossing volkomen zijn.