18. Esther

18. Esther · uit de ‘Synopsis’ deel 2 van J.N. Darby

Alle delen van deze reeks

Het boek Nehemia heeft ons Juda doen zien, als weer in zijn land gevestigd, maar beroofd van de tegenwoordigheid van God – behalve in algemene zegening – en niet door Hem erkend als Zijn volk. Dus hoeveel tijd er ook verloopt, deze toestand brengt ons – in zedelijk opzicht – tot aan het ogenblik dat de Messias zou komen om de profetie te verzegelen, de ongerechtigheden te verzoenen en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen (Daniël 9:24). Dat boek heeft ons dus de laatste woorden gegeven ten aanzien van de geschiedenis van Israël, tot aan de komst van Christus en dit in goedheid en lankmoedigheid van de zijde van God.
Het boek Ester laat ons de positie van Israël zien, of meer nauwkeurig uitgedrukt de positie van de Joden, buiten hun land en gezien als onder de hand van God en als voorwerpen van Zijn zorg. Dat God voor hen zorgde (zoals dit boek ons laat zien), toen hun positie op geen enkele wijze door God erkend werd, en zij van hun kant welke aanspraak dan ook op Zijn bescherming hadden verloren, is een zeer treffend en belangrijk feit in de wegen van God. Ook al kan Hij Zich, als Zijn volk zich in zo’n toestand bevindt, niet aan hen openbaren – wat volkomen voor de hand ligt – toch laat Hij niet na aan hen te denken. We zien hier niet dat God van Zijn kant openlijk ten gunste van Zijn volk ingrijpt – dit was niet meer mogelijk – maar wel Zijn voorzienige zorgen, die het bestaan en de bewaring van Zijn volk, te midden van zijn vijanden verzekerden. Zij die in gevaar waren, waren van de ballingen van Juda (hoofdstuk 2:5-6), en van hen die niet weer teruggekeerd waren naar het land Kanaän. Als dit een gebrek aan geloof en geestkracht bij hen bewijst en een gebrek aan liefde voor het huis en de stad van God, dan moeten we er ook een zoveel groter bewijs in zien van de volstrekte en soevereine goedheid en getrouwheid van die God Zelf.

We zien dus in deze geschiedenis de verborgen en voorzienige zorgen die God voor de Joden heeft, als zij – hoewel hun positie als Joden wordt gehandhaafd – geheel en al van elke uiterlijke relatie met Hem vervallen, en van al de rechten van Gods volk beroofd en van de beloften verstoken zijn. In de vervulling van deze beloften – zoals God die in Zijn barmhartigheid hun toen in Jeruzalem had aangeboden – hadden ze geen belang gesteld. Zelfs in zo’n toestand bewaart God hen en zorgt voor ze; een gezegend en geliefd volk ondanks al hun ontrouw. Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk. Als we dit goed overwegen, geeft het een zeer treffend en leerzaam karakter aan dit boek. Het is de uitdrukking van de soevereine bescherming en getrouwe zorg, waarmee God de Zijnen omringt, hoe de omstandigheden ook mogen zijn en laat ons de plaats zien, die dit volk in Zijn gedachten inneemt.
Men heeft al dikwijls opgemerkt, dat de naam van God in het boek Ester niet gevonden wordt. Dat is kenmerkend. God laat Zich niet zien. Maar achter de macht en dwalingen van die troon, waaraan de regering van de wereld vervallen is, houdt God door Zijn voorzienig bestuur de teugels in handen. Hij waakt over de vervulling van Zijn raadsbesluiten, en dat alles wat voor deze vervulling nodig is, gebeurt. En Hij zorgt voor Zijn volk, wat de toestand van dit volk en de macht van zijn vijanden ook mag zijn. Gelukkig volk! (Vergelijk wat Israël betreft, Jeremia 31:20).
Er moet worden opgemerkt, dat er geloof in de bescherming van God en een erkenning van deze bescherming te vinden zijn, zelfs dan als men van de wegen van God ten aanzien van Zijn beloften onkundig is. We spreken van de regering van God en dus niet van de zaligheid. Het gaat hier niet om het heil. De heiden heerst en doet wat hij wil, en neemt naar zijn willekeur één van de dochters van Benjamin tot vrouw. Een treurige toestand voor het volk van God! Een toestand die volkomen tegengesteld is aan elke Goddelijke wet, aan elke trouw in andere omstandigheden, maar die hier zelfs niet tot een vermaning aanleiding geeft. Hier zien we Israël – met betrekking tot zijn eigen toestand – als verloren. Maar God handelt als de Soevereine, en maakt van dit treurig bewijs van Israëls toestand gebruik, om hen te bewaren voor de ondergang, waardoor het werd bedreigd.

Nehemia laat ons de laatste relatie zien die God met het volk heeft vóór de komst van de Messias; een relatie die van lankmoedigheid spreekt en waarin God het volk niet als het Zijne erkent, dus een voorlopige en onvolkomen relatie. Het boek Ester leert ons, dat God op soevereine wijze waakt over de Joden die in de verstrooiing zijn, en zelfs buiten elke relatie om hen bewaart, en hen, zonder Zich te laten zien, dus door verborgen middelen beschermt, terwijl het oordeel dat hen getroffen heeft, in geen enkel opzicht wordt ingetrokken.
Dit is het, wat uit historisch oogpunt nog bekend gemaakt moest worden, voordat God aan het einde in de Persoon van de Messias openlijk zou ingrijpen, wat alleen door de profetie geopenbaard kon worden.
Dit ingrijpen wordt, naar het mij lijkt, in de omstandigheden van deze geschiedenis aangegeven. Weliswaar op een vage wijze, maar voor hem die de wegen van God in het Woord geopenbaard, heeft gevolgd, voldoende duidelijk. We zien dat de bruid uit de volken, om haar ongehoorzaamheid en om haar falen in het openbaren van haar schoonheid aan de wereld, ter zijde wordt gesteld. Ze wordt opgevolgd door een Joodse bruid, die de liefde van de koning bezit. Dan zien we hoe de vermetele macht van Haman de heiden, de onderdrukker van de Joden, wordt tenietgedaan, en hoe de Jood Mordechai, beschermer van Ester, voorheen miskend en gesmaad, in plaats van de heiden verhoogd wordt in heerlijkheid en eer. We moeten er wel aan denken, dat dit alles betrekking heeft op de aarde.

Ten slotte is er in de bijzonderheden van dit boek een zeer belangrijk punt, namelijk de middelen die God in Zijn voorzienigheid gebruikt: de gunstige gelegenheid van het ogenblik – tot zelfs de slapeloosheid van de koning toe – waarin alle dingen gebeuren. Dit alles laat ons op de meest interessante wijze zien, hoe de verborgen hand van God alles voorbereidt en leidt. En ook op welke wijze, zij die Zijn wil zoeken te doen, te allen tijde en in elke omstandigheid, op Hem kunnen rekenen. Zelfs dan als bevrijding onmogelijk schijnt. En ondanks alle kwaadaardige intriges van de vijand en zijn schijnbaar succes.

Het slot van dit boek laat ons, historisch, de grote kenmerkende feiten zien van de heerschappij van de volkeren. Maar men kan niet anders, dan zinnebeeldig in de situatie van Mordechai, de Heer Zelf, als het Hoofd van de Joden, zien, en dit in de meest nauwe verbinding met de troon die over alles heerst.
Juist de omstandigheden waarin dit boek ons brengt, zijn voor het doel geschikt. Als er een erkende relatie bestaat, dan zijn de wegen van God in overeenstemming met het gedrag van hen die zich in deze relatie bevinden. Maar hier vinden we geenszins zo’n relatie. Het toneel is gevuld, en terecht gevuld, met heidense omstandigheden en heidense gebruiken. Israël is te midden van de heidenen als verloren. Als voor het oog van de mens het heidendom alles is, en de vijanden van Israël schijnbaar almachtig zijn, dan komt er niets van de houding van dit volk naar voren, maar wel zijn bewaring. Alles is op zijn plaats. Elk ander beeld zou niet overeenkomstig de waarheid zijn geweest, en zou geen ware voorstelling van de stand van zaken gegeven hebben, noch het ware karakter van Gods wegen in het daglicht hebben gesteld.

Men zal gemakkelijk begrijpen, dat het boek Ester de zeer belangrijke geschiedkundige boeken afsluit. Deze boeken hebben we door de goedheid van onze God mogen doorlopen en, voor zover dat in onze macht was, de voornaamste punten ervan uiteengezet. Moge de Geest, Die ons bekwaam maakte om te genieten van wat God Zich verwaardigde in deze boeken aan ons te openbaren, ons blijven onderwijzen bij het overdenken van de boeken die nog ter bestudering overblijven!

EINDE ESTHER

J.N. Darby

© Uit het Woord der Waarheid · 2.12

De ‘Synopsis’ is een diepgaand commentaar op de hele Bijbel, verschenen in 8 delen bij deze uitgever.

Voor beginners of hen die meer willen lezen verwijzen we naar:

Met dank aan br. H.C.M. ten Haaken voor zijn initiatief en inzet!