39. Habakuk
39. Habakuk · uit de ‘Synopsis’ deel 4 van J.N. Darby
Alle delen van deze reeks
- 1. Voorwoord en inleiding op de Synopsis
- 2. Genesis
- 3. Exodus
- 4. Leviticus
- 5. Numeri
- 6. Deuteronomium
- 7. Jozua
- 8. Richteren
- 9. Ruth
- 10. 1 Samuël
- 11. 2 Samuël
- 12. 1 Koningen
- 13. 2 Koningen
- 14. 1 Kronieken
- 15. 2 Kronieken
- 16. Ezra
- 17. Nehemia
- 18. Esther
- 19. Job
- 20. Psalmen deel 1 (Psalm 1-72)
- 21. Psalmen deel 2 (Psalm 73-150)
- 22. Spreuken
- 23. Prediker
- 24. Hooglied
- 25. Inleiding tot de ‘grote profeten’ (Jesaja t/m Daniël)
- 26. Jesaja
- 27. Jeremia
- 28. Klaagliederen
- 29. Ezechiël
- 30. Daniël
- 31. Inleiding tot de ‘kleine profeten’
- 32. Hosea
- 33. Joël
- 34. Amos
- 35. Obadja
- 36. Jona
- 37. Micha
- 38. Nahum
- 39. Habakuk
- 40. Zefanja
- 41. Haggaï
- 42. Zacharia
- 43. Maleachi
- 44. Inleiding tot het Nieuwe Testament
- 45. Mattheüs deel 1 (Mattheüs 1-15)
- 46. Mattheüs deel 2 (Mattheüs 16-28)
- 47. Markus
- 48. Lukas
- 49. Johannes
- 50. Handelingen
- 51. Inleiding tot de Brieven van het Nieuwe Testament
- 52. Romeinen
- 53. 1 Korinthe
- 54. 2 Korinthe
- 55. Galaten
- 56. Efeze
- 57. Filippi
- 58. Kolosse
- 59. 1 Thessalonika
- 60. 2 Thessalonika
- 61. 1 Timotheüs
- 62. 2 Timotheüs
- 63. Titus
- 64. Filémon
- 65. Hebreeën
- 66. Jakobus
- 67. 1 Petrus
- 68. 2 Petrus
- 69. 1 Johannes
- 70. 2 Johannes
- 71. 3 Johannes
- 72. Judas
- 73. Openbaring
Inleiding
Hoe onderscheiden en volmaakt, is toch de ontvouwing van de wegen van God in Zijn Woord! Het laat ons niet alleen de grote gebeurtenissen zien, die het feit van Zijn regering en het karakter van die regering aantonen. Het geeft niet alleen de bewijzen van Zijn trouw tegenover Zijn volk, en hoe Hij denkt over het kwaad dat tot het oordeel leidt. Het laat ons ook Zijn antwoord zien, op ieder gevoel dat veroorzaakt wordt, door de gebeurtenissen waardoor Hij hen kastijdt; de troost die Hij geeft aan het verdriet dat iedere getrouwe moet voelen, bij het zien van de beproeving van het door God geliefde volk, samen met de heilzame oefening van hun geloof. Aan de ene zijde worden de volmaakte wegen van God voorgesteld, en aan de andere zijde wordt het hart gevormd tot inzicht in deze wegen en tot het genot van het volle resultaat van de getrouwheid van de God van de liefde. En terwijl op dit volle resultaat gewacht wordt, wordt het vertrouwen in God Zelf bevestigd, en de verbinding van het hart met God wordt buitengewoon versterkt.
Dit laatste, de openbaring van geloof en geestelijke gevoelens te midden van de beproevingen, is het onderwerp in de profetie van Habakuk. Het spreekt van de oefening van het hart van een met de Geest vervulde man, die het volk van God liefheeft. Maar we moeten eraan denken, dat het Israël is dat ons hier voorgesteld wordt.
Hoofdstuk 1
De profeet begint met de klacht, dat het kwaad dat in het midden van het volk is, onverdragelijk is. Dit is het natuurlijke gevolg van de werking van de Geest van God, in een hart dat jaloers is voor Zijn heerlijkheid en dat het kwaad verafschuwt. Het hart van de profeet, gevormd in de school van de wet, spreekt misschien in de geest van de wet over het kwaad. De Geest van God voert hem ook niet uit deze positie, want het is de juiste positie voor een profeet die voor God staat. Hij oordeelt het kwaad dan ook op een heilige wijze, in overeenstemming met een hart, dat getrouw is tegenover de zegeningen van Jahweh.
Daarom openbaart Jahweh hem het verschrikkelijke oordeel waarmee Hij het volk dat zich zo overgaf aan het kwaad, wil kastijden. Hij zou de Chaldeeën tegen hen verwekken, deze toonbeelden van hoogmoed en energie. Dezen, succesvol in al hun ondernemingen, zochten hun eer alleen in datgene wat zij van zichzelf dachten. Hun hoofd zou de ware God, die hen hun kracht gegeven had, verlaten, door een god die hij zichzelf gemaakt had te vereren 1.
Maar dit alles verwekt in de profeet een ander gevoel dan hij tot nu toe had. Hier wordt zijn God verloochend, door het instrument dat Hij gebruikte om Zijn wraak uit te oefenen. En het geliefde volk wordt vertreden, door een volk dat slechter is dan het zelf is. Maar het geloof weet, dat zijn God, de ware God, de enige Heer is, 2 en dat het Jahweh is die de boze in macht opgericht heeft, voor de terugbrenging van Zijn volk. En dat is een sterke troost, die het hart de verzekering geeft van de toekomstige verlossing! Maar zal de vijand voortgaan zijn netten te vullen met mensen, alsof zij slechts vissen waren?
Hoofdstuk 2
Hier stopt de profeet, opdat God dit op Zijn tijd kan uitleggen. Hij staat als een schildwacht, om het antwoord te ontvangen, dat God zijn beangstigde ziel zal geven. Nu, om Zijn profeet en al de getrouwen in Zijn volk te troosten, beveelt God aan de profeet het antwoord zo duidelijk te schrijven, opdat zelfs iemand die voorbijloopt het lezen kan. Hij denkt aan de gevoelens van toegenegenheid van Zijn volk; Hij waardeert ze want ze zijn in waarheid door de Heilige Geest, in overeenstemming met Zijn eigen hart, gewerkt.
Hij wil, zelfs vóór de bevrijding werkelijk plaatsvindt, het hart troosten, dat bedrukt is door de gevoelens die door het geloof gewerkt zijn. Als het geloof deze gevoelens bewerkt, dan zal het antwoord op dat geloof zeker komen. De bevrijding zou nog niet direct komen. Het gezicht was voor een vastgestelde tijd. Maar Gods bevrijding zou zeker komen. God, Die het geloof waardeert, zou Zelf ingrijpen. Als de verlossing niet direct kwam, dan moest de getrouwe erop wachten. Ze zou zeker komen en niet vertraagd worden. Voor het hart van de mens leek het, of het vertraagd werd. Maar het geduld moest een volmaakt werk hebben. Het geduld van God was lang en volmaakt geweest. De tijd van de bevrijding zou geen uur later komen dan het ogenblik dat God in Zijn wijsheid ervoor vastgesteld had.
God heeft de geest van hoogmoed en trots, waarvan de gevolgen het hart van de profeet overweldigd hadden, geoordeeld. De onderdrukker was niet oprecht, maar het deel van de rechtvaardige was te leven door het geloof; en door het geloof zou hij leven! Een bevrijding voor het volk, dat, om zo te zeggen, dit geloof niet eiste, was misschien aantrekkelijker. Maar God wilde dat het hart op deze wijze geoefend werd. De rechtvaardige moest door deze dingen heengaan, en leren op God te vertrouwen, in alle omstandigheden op Hem te rekenen. Te leren wat Hij in Zichzelf is, wat er ook komt.
Maar, hoewel God toeliet dat Zijn volk, voor hun zonden, door ongerechtigheid en verdrukking neergeworpen werd, de gezindheid en de handelwijze van de verdrukker riepen tot de hemel en brachten het oordeel over zijn eigen hoofd. Wee hem! Want zelfs afgezien van Gods verbinding met Zijn volk, Hij is het die de aarde oordeelt, en het bevrijdt van de onderdrukker en de boze. Zijn gesneden beeld zou hem niet baten, wat kan het stomme beeld doen, voor de man die het opgericht heeft? Maar Jahweh was in Zijn heilige plaats, in Zijn tempel. De gehele aarde zou voor Hem zwijgen, en vervuld worden met de kennis van Zijn heerlijkheid, zoals het water de bodem van de zee bedekt. De volken van de wereld zouden zich tevergeefs vermoeien; wat zij bewerkten zou zo waardeloos zijn, dat het alleen voor het vuur zou zijn. En dat zou het werk van Jahweh van de legermachten zijn, want Hij wil de wereld vervullen met de kennis van Zichzelf.
Hoofdstuk 3
Dit antwoord maakt het hart van de profeet bewust, van de verheven tegenwoordigheid van Jahweh, en brengt hem ertoe uit te zien, naar een herleving van de werkzaamheid van God in genade, in het midden van het volk. Het voert hem terug naar de tijd van de eerste gunst van God, en herinnert hem aan de gehele heerlijkheid van Jahweh, toen Hij in het begin van de geschiedenis van het volk Zich openbaarde, uit Zijn plaats trad, en iedere hindernis verwijderde om Zijn volk in zegen te bevestigen.
Bij de herinnering aan Zijn macht siddert de profeet. Maar hij is zich daarbij bewust, dat deze macht de bron van een volmaakte en zekere rust is in de dag van moeilijkheden, als de verwoester op zou trekken om het volk aan te vallen.
Hij eindigt zijn profetie met het gezegende resultaat van al deze kostbare lessen, namelijk met de uitdrukking van volkomen vertrouwen in Jahweh. Al zouden al de zegeningen verdwenen zijn, dan nog zou hij zich verheugen en verblijden in Hem. Jahweh Zelf was zijn sterkte, zijn vertrouwen en zijn ondersteuning. Hij zou hem op de hoge plaatsen van Zijn zegening zetten, en hem als het ware de voeten van een hinde geven, om in Zijn gunst naar deze plaatsen op te klimmen.
Er is niets mooiers, dan deze voorstelling van de gedachten van de Geest van God; het verdriet en de angsten door Hem bewerkt, en het antwoord van God, om aan het geloof inzicht en sterkte te geven, opdat het hart in volkomen gemeenschap met Hem kan zijn.
We kunnen opmerken, dat het de afgodische verdrukker is die op bijzondere wijze voorgesteld wordt, hoewel de eerste inval beschreven wordt die toen plaatsvond, want dat was de directe aanleiding voor de angst en zorg van de profeet. Daarom worden de Chaldeeën uitdrukkelijk genoemd. Zoals we weten, was het dat volk, dat het volk van God in ballingschap voerde.
Kort samengevat hebben we dus in deze profeet het volgende gevonden; tot troost van het getrouwe hart dat Gods volk liefheeft omdat het Zijn volk is, en dat daarom bedroefd is over het kwaad dat in hun midden gevonden wordt, en nog veel meer om het oordeel dat over hen komt, antwoordt God, door aan het geloof Zijn wegen en Zijn zekere getrouwheid aan Zijn beloften duidelijk te maken. Hij kent de verdrukker, maar de rechtvaardige moet door het geloof leven.
EINDE HABAKUK
J.N. Darby
© Uit het Woord der Waarheid · 4.13
De ‘Synopsis’ is een diepgaand commentaar op de hele Bijbel, verschenen in 8 delen bij deze uitgever.
Voor beginners of hen die meer willen lezen verwijzen we naar:
- ‘Gods Woord voor elke dag’, J. Koechlin
- Gods bemoeiingen met Israël en de volken (over de kleine profeten), H. Rossier
Met dank aan br. H.C.M. ten Haaken voor zijn initiatief en inzet!
Voetnoten:
1 Het droevige gevolg van hoogmoed, die, zonder het zelf te weten, zwakheid voortbrengt! De mens kan zichzelf niet staande houden, en de hoogmoed die de ware God verwerpt, maakt (en moet dit doen) een god voor zichzelf. Of hij neemt aan wat zijn vaders gemaakt hebben, want hoogmoed en trots kan niet staande blijven in de tegenwoordigheid van de Allerhoogste God. De mens maakt een god; dit is ook hoogmoed. Maar hij kan niet bestaan zonder een; en uiteindelijk is het natuurlijke hart de slaaf van datgene, waarzonder het niet bestaan kan.
2 Voor Habakuk is dat natuurlijk Jahweh! Voor ons is de Vader in de Zoon geopenbaard, en zo is voor ons de éne Heer, Jezus Christus.