51. Inleiding tot de Brieven van het Nieuwe Testament
51. Inleiding tot de Brieven van het Nieuwe Testament · uit de ‘Synopsis’ deel 6 van J.N. Darby
Alle delen van deze reeks
- 1. Voorwoord en inleiding op de Synopsis
- 2. Genesis
- 3. Exodus
- 4. Leviticus
- 5. Numeri
- 6. Deuteronomium
- 7. Jozua
- 8. Richteren
- 9. Ruth
- 10. 1 Samuël
- 11. 2 Samuël
- 12. 1 Koningen
- 13. 2 Koningen
- 14. 1 Kronieken
- 15. 2 Kronieken
- 16. Ezra
- 17. Nehemia
- 18. Esther
- 19. Job
- 20. Psalmen deel 1 (Psalm 1-72)
- 21. Psalmen deel 2 (Psalm 73-150)
- 22. Spreuken
- 23. Prediker
- 24. Hooglied
- 25. Inleiding tot de ‘grote profeten’ (Jesaja t/m Daniël)
- 26. Jesaja
- 27. Jeremia
- 28. Klaagliederen
- 29. Ezechiël
- 30. Daniël
- 31. Inleiding tot de ‘kleine profeten’
- 32. Hosea
- 33. Joël
- 34. Amos
- 35. Obadja
- 36. Jona
- 37. Micha
- 38. Nahum
- 39. Habakuk
- 40. Zefanja
- 41. Haggaï
- 42. Zacharia
- 43. Maleachi
- 44. Inleiding tot het Nieuwe Testament
- 45. Mattheüs deel 1 (Mattheüs 1-15)
- 46. Mattheüs deel 2 (Mattheüs 16-28)
- 47. Markus
- 48. Lukas
- 49. Johannes
- 50. Handelingen
- 51. Inleiding tot de Brieven van het Nieuwe Testament
- 52. Romeinen
- 53. 1 Korinthe
- 54. 2 Korinthe
- 55. Galaten
- 56. Efeze
- 57. Filippi
- 58. Kolosse
- 59. 1 Thessalonika
- 60. 2 Thessalonika
- 61. 1 Timotheüs
- 62. 2 Timotheüs
- 63. Titus
- 64. Filémon
- 65. Hebreeën
- 66. Jakobus
- 67. 1 Petrus
- 68. 2 Petrus
- 69. 1 Johannes
- 70. 2 Johannes
- 71. 3 Johannes
- 72. Judas
- 73. Openbaring
INLEIDING tot de BRIEVEN (Syn. deel VI)
In de brieven vinden we de uiteenzetting van het resultaat van dat heerlijke werk van genade, waardoor de mens op een totaal nieuwe grondslag bij God gebracht wordt, in verzoening met Hem. En ook de ontvouwing van de raadsbesluiten van God in Christus, in overeenstemming waarmee deze nieuwe wereld gevestigd en geordend is. Bij het geven van deze uiteenzetting van de wegen van God in verbinding met het werk dat de grondslag ervan is, worden de volkomen genoegzaamheid van het werk zelf en de orde van onze relaties met God duidelijk aangegeven. Zo wordt het hele systeem, het hele plan van God, en de wijze waarop het ten uitvoer werd gebracht, voorgesteld. En door dit te doen wordt dat wat de mens is, dat wat God is, dat wat eeuwig leven is, duidelijk onder onze aandacht gebracht. De dood en opstanding van Christus, zowel als Zijn verheerlijking aan de rechterhand van God, vormt het middelpunt van al dit onderwijs.
Er zijn drie grote onderwerpen waarin dit onderwijs verdeeld is, die in het algemeen verband houden met het instrument dat God gebruikte om elk deel bekend te maken:
- De raadsbesluiten van God, die door Paulus ontvouwd worden in verbinding met de openbaring van ware gerechtigheid voor God, de grondslag waarop een mens werkelijk rechtvaardig voor God kan zijn – Gods gerechtigheid, waar de mens een zondaar is.
- Het leven van God, eeuwig leven, geopenbaard en meegedeeld. Dit vinden we in de eerste brief van Johannes 1.
- Christelijk leven op aarde, in het volgen van een opgestane Christus. Dit vinden we in de brieven van Petrus, in verbinding met Gods regering van de wereld als zodanig. De christen is een pelgrim.
Dan zijn er nog Jakobus en Judas. De eerste stelt zedelijk leven voor – het leven van het geloof op aarde – als het werkelijke bewijs van ons geloof voor de mensen, en in het bijzonder van praktisch geloof in Christus zowel als in God die antwoordt op onze vragen en in onze behoeften voorziet. Om die reden gaat de brief van Jakobus in feite nauwelijks verder dan een leven zoals zich dat in elke willekeurige periode vanaf de zondeval in een gelovige had kunnen openbaren en zich had kunnen ontwikkelen. Hoewel tegelijk duidelijk de betekenis erkend wordt van het geloof in Christus en van ons verwekt zijn door de machtige genade van God door Zijn Woord. De enige bijzonderheid is dus dat het leven nu in de christen die uit God geboren is, gezien wordt, en dat het daarom de wet van de vrijheid is. Want de nieuwe natuur en de wil van God zijn in overeenstemming met elkaar, en beide zijn volledig geopenbaard in Christus. Zodoende is de brief van Jakobus verbonden met de synagoge en met christenen die nog verbonden waren met het jodendom, zoals we ze historisch gezien hebben in Jeruzalem met Jakobus aan het hoofd. Deze brief gaat niet verder dan dat standpunt. Het is het laatste getuigenis dat afgelegd wordt ten opzichte van Israël, gezien als het volk van God. Terwijl tegelijk ook het overblijfsel wordt onderscheiden dat levend gemaakt was en geloof had in Christus, hoewel het nog niet van het volk gescheiden was. Onze denkwijze die niet berust op een opgelegde wet zonder oorzaak, maar op een veel meer volledige ontvouwing van het christendom, maakt het voor ons moeilijk om deze vorm van de waarheid te begrijpen. De ontvouwing van het christendom die wij kennen was de openbaring van raadsbesluiten die veel ouder waren dan het joodse volk, want het waren de eeuwige raadsbesluiten van God. Bij de vorm van de waarheid zoals we die in Jakobus vinden is het christendom verbonden met het jodendom dat, vanwege de beloften die aan Israël waren gedaan, historisch de bakermat ervan was hier beneden. Als we de geschiedenis van de Handelingen goed begrepen hebben, maakt dat de positie van de gelovigen zoals we die in de brief van Jakobus vinden veel begrijpelijker. Deze brief is een bestraffing van belijdenis zonder leven en in dit opzicht is hij bijzonder waardevol.
Judas heeft een heel ander karakter. Hier hebben we niet de bakermat van het christendom of van de gemeente op aarde. Deze brief stelt het verval en de dood ervan hier beneden voor onze aandacht. De gemeente heeft haar oorspronkelijke staat niet bewaard. Judas lijkt op een gedeelte van 2 Petrus. Maar Petrus spreekt over het oordeel dat de algemene regering van God met zich meebrengt. Judas daarentegen van de val van dat wat sinds de Pinksterdag bestaan heeft onder Gods toeziend oog, waaraan de verantwoordelijkheid was toevertrouwd om de heerlijkheid van Zijn genade hier op aarde te handhaven. Deze val heeft, met betrekking tot de huidige stand van zaken, het oordeel tot gevolg waarover Petrus spreekt en dat hij zelfs doorvoert tot de ontbinding van de aarde en haar elementen. Het kwaad dat in zijn vroegste kiemen al was begonnen, vormde de aanleiding tot deze uiteenzetting in Judas. Hierbij wordt de ware gemeente (of in elk geval de leden ervan) onderscheiden van het geheel. Zij zouden in heerlijkheid voor de tegenwoordigheid van de Heer in de hemel gesteld worden.
De brief aan de Hebreeën ziet de gelovige op aarde. De gelovige is volmaakt wat betreft zijn aanneming door het werk van Christus en daarom heeft hij vrijmoedigheid om in te gaan in het heiligdom. Maar hij wordt gezien in zijn wandel in zwakheid hier op aarde, niet verenigd met Christus in de hemel. Daarom stelt deze brief het priesterschap van Christus voor, dat voorziet in genade tot tijdige hulp, terwijl Hij altijd in de tegenwoordigheid van God verschijnt voor ons. Het gaat niet om voorbede met het oog op zonden, want we hebben geen geweten van zonden meer, maar om genade en hulp voor ons in onze toestand. Verder wordt de Persoon van Christus als God en Mens heel volledig voorgesteld.
We zullen een meer volledige en meer gedetailleerde uiteenzetting geven bij de studie van de brieven zelf. We willen beginnen met de brieven van Paulus. In het historische karakter van hun leer zouden Jakobus en Petrus eerst moeten komen, dat wil zeggen in de voortgang van de openbaring van Gods raadsbesluiten in hun hele omvang. Maar de brieven van Paulus hebben duidelijk de eerste plaats en werpen licht op de plaats van de andere brieven, omdat ze de grondslagen van de waarheid uiteenzetten en de omvang van de waarheid in zijn geheel ontvouwen. Vooral de brief aan de Romeinen stelt de grote grondbeginselen van de waarheid van God en de persoonlijke verhouding tot God op een bijzonder duidelijke en volledige wijze vast. We hebben dus geen reden om af te wijken van de volgorde waarin we ze meestal geplaatst vinden. Er is niets in die volgorde dat – wat de bijzonderheden ervan betreft – verband houdt met enige zedelijke of chronologische oorzaak. Ze is ook anders in verschillende landen en in verschillende vertalingen. Maar het is het eenvoudigste om die volgorde aan te houden die de lezer in zijn gewone Bijbel vindt. Bij de bestudering van de afzonderlijke brieven zullen we melding maken van dat wat in dit opzicht van belang is. Van de brieven van Paulus zijn die aan de Thessalonikers waarschijnlijk het eerst geschreven. De datum van de brief aan de Galaten is minder zeker, maar hij werd geschreven na verscheidene jaren arbeid.
De beide brieven aan de Korinthiërs en de brief aan de Romeinen werden respectievelijk in Efeze, Macedonië en Korinthe geschreven, tijdens zijn reis rond de archipel na zijn lange verblijf in Efeze. De brieven aan de Efeziërs, Filippiërs en Kolossers tijdens zijn gevangenschap. Ik bewaar de andere, Hebreeën inbegrepen, voor de studie van die brieven, waarbij ik alleen zal wijzen op dat wat misschien nuttig is om te weten in die brieven waarvan de datum tamelijk zeker is.
De eerste brief van Johannes – kunnen we nog hieraan toevoegen – behoort nauwelijks tot een bepaalde periode. Alleen veronderstelt deze brief, omdat hij de natuur en het karakter van het leven van God uiteenzet, de toetssteen van alle belijdenis en de waarborg tegen alle dwaling, tegen alles wat niet het stempel van dit leven draagt, en tegen alle pretenties die omdat ze van dit leven verstoken zijn zichzelf juist door dat feit verraden, dat deze dwalingen hun intrede gedaan hebben en dat het hier dus gaat om de laatste dagen van de apostolische eeuw. En dit is trouwens min of meer het geval met alle brieven die algemeen genoemd worden, omdat ze niet aan een bepaalde gemeente gericht zijn, zoals de brieven van Paulus, de meesterbouwer. In de brieven van Paulus vinden we profetieën over het kwaad vanaf het eerste begin, en het feit dat de verborgenheid van de wetteloosheid al werkzaam was. Maar de algemene brieven nemen dat als uitgangspunt. Judas spreekt over het verderf dat binnenkwam, Johannes over afvalligen die uitgingen.
Laten we nu de brieven van Paulus zelf enigszins overdenken. Ze dragen meer dan één karakter, terwijl ze allemaal die van boven begiftigde geest tonen die uitweidt over het hele uitgestrekte terrein van de gedachten van God, en die in zijn wonderbare kracht tegelijk ook kan ingaan op elke bijzonderheid, zelfs in die van het persoonlijke leven. Paulus kan zich precies verplaatsen in de verhouding van een voortvluchtige slaaf ten opzichte van zijn meester, om de genade te laten overwinnen. Maar hij is ook in staat om met Goddelijke duidelijkheid al de raadsbesluiten uiteen te zetten, waardoor de Vader Zijn Zoon verheerlijkt, door Hem het middelpunt van al Zijn plannen te maken, van het systeem dat voortkomt uit de werkingen van al Zijn kracht.
De zorg voor de gemeenten, de ontvouwing van de raadsbesluiten van God, het betonen van broederlijke liefde – alles heeft zijn plaats in zijn gedachten en in zijn werk. Terwijl hij vaak gedwongen wordt de waarheid uiteen te zetten in de strijd tegen dwalingen die zijn hart verscheuren, hetzij hij denkt aan de Christus die ze onteren en aan de waarheid – het werktuig tot behoud – die ze ondermijnen. Of dat hij zich de geliefde verlosten van Christus herinnert, die door deze dwalingen in moeilijkheden gebracht worden en daardoor misschien zelfs van het rechte pad worden afgevoerd.
EINDE INLEIDING tot de BRIEVEN
J.N. Darby
© Uit het Woord der Waarheid · 6.0
De ‘Synopsis’ is een diepgaand commentaar op de hele Bijbel, verschenen in 8 delen bij deze uitgever.
Voor beginners of hen die meer willen lezen verwijzen we naar:
- ‘Gods Woord voor elke dag’, J. Koechlin
- Meer dan overwinnaars (Romeinen), R. Brockhaus
Met dank aan br. H.C.M. ten Haaken voor zijn initiatief en inzet!
Voetnoot:
1 De geschriften van Paulus stellen de mens voor God, in en door Christus. Het Evangelie van Johannes brengt God tot de mens, in Christus. De brieven van Johannes ontvouwen Goddelijk leven in Christus, gegeven aan de gelovige, hoewel Paulus natuurlijk ook over leven spreekt, en Johannes over de mens als in Christus voor God. Wat het Evangelie van Johannes betreft moeten we hieraan toevoegen de komst van de Trooster. De lezer zal ook opmerken dat het Evangelie van Johannes ons het nieuwe voorstelt dat de plaats van het jodendom inneemt vooral vanaf hoofdstuk 4. De uitverkiezing vinden we, het hele Evangelie door heel sterk benadrukt. De synoptische Evangeliën stellen Christus voor aan de joden, aan de mens, opdat men Hem zal aannemen. Maar de wereld en de joden worden al in Johannes 1:10,11 veroordeeld. Vanaf dat moment wordt alleen de genade voor ons en het uitverkoren overblijfsel, de schapen, erkend en de joden als verworpen behandeld.