7. Wat is geloof?
Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer
- 1. Waarom is de Bijbel Gods Woord?
- 2. Wie is God?
- 3. Wie is de duivel?
- 4. Wie is Jezus Christus?
- 5. Wie is de mens?
- 6. Wat is zonde?
- 7. Wat is geloof?
- 8. Is er een leven na de dood?
- 9. Wat is vrede?
- 10. Wat is liefde?
- 11. Wat is de dood?
- 12. Is er zekerheid over de hemel en de eeuwigheid?
- 13. Wat is leven?
- 14. Wat is de eerstvolgende grote gebeurtenis in deze wereld?
- 15. Wie is de schuld van alle ellende in deze wereld?
- 16. Waar kan ik echt geluk vinden?
- 17. Waar vind ik veiligheid en zekerheid?
- 18. Wat is échte blijdschap?
- 19. Wat is vrijheid?
- 20. Wat moet ik kiezen?
De mens heeft liever te doen met zichtbare realiteiten en met grijpbare dingen dan met zaken die hij niet ziet en niet hoort. Toch moet hij toegeven dat er veel in hem omgaat dat hij met z’n oog en z’n oor niet waarneemt maar er toch wel degelijk is.
Als iemand zegt: ‘Ik geloof alleen wat ik zie’, dan getuigt dat niet alleen van een grote onnozelheid maar zo’n bewering mist ook elke grond. Er is niemand die de aanwezigheid van een bovennatuurlijke kracht zal bestrijden. De vraag is alleen waarin de mens gelooft en waarop hij dit geloof baseert. In de zichtbare dingen van deze wereld te geloven valt de mens niet moeilijk. Het is zelfs verbazingwekkend hoe lichtgelovig hij berichten, die hij niet controleren kan, voor waar houdt, en hoe ontvankelijk hij is voor waardeloze beloftes. De mens is eerder geneigd twijfelachtige dingen te geloven dan het Woord van God, dat uit de mond komt van Hem Die de Waarheid Zelf is.
God te geloven, Die Zich van dag tot dag en van uur tot uur op zo vele manieren aan de mens openbaart, valt de mens zo ontzettend zwaar. Liever gelooft hij in het boze; en in onzichtbare demonische machten die het leven beïnvloeden. Men denkt zich tegen de boze machten zelf te moeten beschermen en men denkt zelfs het ook nog zelf te kunnen.
Het ware, reddende geloof is een gave van God. We lezen in Romeinen 8:7: ‘Omdat wat het vlees bedenkt, vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet’. Verderop in Zijn Woord zegt God in 1 Korinthe 2:14: ‘Maar [de] natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest <van God> is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen’.
Deze waarheid wordt in gesprekken met aardige, beste en eerbare mensen steeds weer benadrukt. Als we hun van de goddelijke dingen, die ons zo dierbaar zijn, vertellen antwoorden ze meestal: ‘Dat is prachtig, alleen ik kan het niet geloven. Ik benijd u dat u dat allemaal geloven kunt’.
Hoe komt het dat mensen zo spreken?
Omdat aan het geloof in de levende God en Zijn Woord zelferkenning vooraf moet gaan: de volkomen bereidheid zich aan Gods wil te onderwerpen en als schuldige, verloren zondaar te erkennen genade nodig te hebben. Wat is het Bijbelse, reddende geloof in God?
Geloof is geen erfstuk van de ouders. Geloof wordt ook niet het deel van de mens door doop of iets dergelijks. Ook wordt de mens niet gelovig door zich bij welk godsdienstig genootschap dan ook aan te sluiten en diens voorschriften te onderschrijven en na te volgen. Het geloof kan ook niet gekocht of verworven, geleerd of verdiend worden. Met het verstand kan men God niet kennen. Hij Zelf zegt in Zijn Woord dat de wereld door haar wijsheid niet tot kennis van God is gekomen (zie 1 Korinthe 1:21). Reddend geloof is een geschenk, en wel een geschenk van God aan elk mens die zich tot God bekeert.
Het is een geschenk van Zijn onbegrensde genade, niet op grond van werken, niet op grond van enige verdienste van de mens ‘opdat niemand roemt’. Niemand is te slecht of te goed, te arm of te rijk, te jong of te oud om aan deze kostbare gave deel te krijgen.
Maar de mens moet deze gave ook aannemen. Hoewel hij weet van de waarde en de betekenis van het geloof, valt het hem toch moeilijk deze gave van God te accepteren. Of men leeft onverschillig voort, of men vervangt het geloof door een eigen geloof dat past bij de wensen en voorstellingen van het verdorven menselijk hart. Bijbels geloof is altijd op de persoon van de Heer Jezus gericht.
Drie dingen zijn vereist.
Allereerst: bekering, en aflegging van de oude heerschappij van de Satan.
Vervolgens de Heer Jezus de heerschappij in het leven geven en Hem als Heer erkennen. ‘Als u met uw mond Jezus als Heer zult belijden en met uw hart geloven dat God Hem uit [de] doden heeft opgewekt, u behouden zult worden’ (Romeinen 10:9).
God heeft gezegd: ‘U zult Hem de Naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk behouden van hun zonden’ (Mattheüs 1:21). ‘En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden’ (Handelingen 4:12).
Ten derde: geloven dat Hij leeft en door God verhoogd is op de hoogste plaats aan Zijn rechterhand. Hij, ‘God geopenbaard in het vlees’, kwam op deze aarde en stierf op Golgotha om de mensheid te verlossen. De mens moet erkennen dat Hij niet zomaar Iemand is maar dat Hij waarachtig de Christus is, de Zoon van de levende God, Die uit de dood is opgestaan. Bijbels geloof betekent: in Hem als Heer geloven. In Hem alleen is de redding. Tevens omvat het het feit dat Hij de Christus, de Zoon van de levende God is Die eens dood was maar nu leeft. Zo is de Heer Jezus de Grondslag van het Bijbels geloof, ‘want niemand kan een ander fundament leggen, dan wat er ligt, dat is Jezus Christus’ (1 Korinthe 3:11).
Maar de mens wil Jezus’ Naam liever negeren. Hij gelooft liever in mensen, in religies, in eigen ideeën over z’n ‘geloof’. Maar dat alles redt niet! Waarom is het voor de mens zo moeilijk in deze Naam te geloven? Waarom probeert men Hem aan de kant te schuiven? Omdat het geloof in de Naam van Jezus tegelijk belijdenis van zonden vereist, en betekent dat men zich moet stellen onder het gezag van Zijn Woord en moet luisteren naar wat Hij door Zijn Woord tot de mens te zeggen heeft.
Toen de eerste mens weigerde gehoorzaam te zijn aan God viel hij en daardoor ook het hele mensdom na hem in de macht van de zonde en van de dood. Door de ongehoorzaamheid van die ene eerste mens is de zonde tot alle mensen doorgedrongen. Maar God wilde redding voor de afvallige, ontrouwe mens, ondanks zijn met schuld en zonde beladen geweten. Hij gaf op Golgotha Zijn Zoon in het oordeel om de mens uit zijn hopeloze toestand te bevrijden.
De in de Godverlatenheid levende mens kan nu weer de weg tot Hem terugvinden door het geloof in het volbrachte werk van Golgotha. Want als de mens zich eens zou afvragen: ‘Wat denkt God van mij, hoe ziet God mij en waar zal ik eenmaal in de eeuwigheid zijn?’, dan zal hij met ontzetting moeten uitroepen: ‘Wee mij, ik ben verloren!’ Maar het Woord van God is een blijde boodschap voor ieder mens, want op dat kruis is alles volbracht. In plaats van de mens is een Ander geoordeeld: Jezus Christus. Hij heeft alle schuld op Zich genomen, uit liefde en erbarmen. Wie dit aanneemt worden de blinde ogen geopend, hij ziet in het geloof op het kruis de geopenbaarde liefde van God en in het geloof aanbidt hij daar dankbaar.
Wat vroeger voor hem verborgen en niet te begrijpen was wordt dan duidelijk en zeker: het geloof is dan de overtuiging geworden van wat men niet ziet. Dan wordt het Woord van God levend, en de Geest van God toont de gelovige de grote rijkdom van Zijn genade en beloftes. Zo’n geloof is niet gegrond op waardeloze beloftes of bedrieglijke verwachtingen maar op het fundament van de waarheid van het eeuwig blijvende, onomstotelijke Woord van God. Geen onzekerheid en twijfel vervullen dan het hart, maar zekerheid, vertrouwen en perspectief want ‘wie Mijn Woord hoort en gelooft Hem Die Mij heeft gezonden, die heeft eeuwig leven en komt niet in [het] oordeel’ (Johannes 5:24).
De gelovige mag al hier op aarde genieten van het nieuwe leven, en voor hem ligt niet een onzekere, angstige toekomst maar een zekere, levende verwachting. Eenzaamheid verandert in geborgenheid en vergankelijke vreugde en bedrieglijk geluk in wonderbare gelukzaligheid. Te midden van een wereld vol tweedracht en strijd schenkt God door het geloof rust voor het geweten en voor het hart; eeuwig leven en bevrijding van het oordeel. Nog steeds leeft de gelovige hier in deze wereld door het geloof en niet door aanschouwen. Maar zijn geloof is vast gegrond op het fundament van de waarheid van Gods Woord.
Vele beloftes uit Zijn Woord zijn intussen al vervuld, en die nog niet vervuld zijn zullen zeer spoedig worden ingelost want geen enkel woord uit de mond van God zal ‘op de aarde vallen’. Zo mag de gelovige op deze aarde dingen zien die voor het oog van het ongeloof verborgen zijn. Al de zichtbare dingen van deze wereld zullen hun einde vinden zoals al zo veel moois in puin en as verdwenen en vergeten is. ‘Want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig’ (2 Korinthe 4:18). Daarom zullen de verwachtingen van de gelovigen werkelijkheid worden. De aardse, vergankelijke dingen van het dagelijks leven worden door de geloofszekerheid op hun juiste waarde geschat.
Want de wereld met al haar genoegens vergaat, maar God en Zijn Woord blijven in eeuwigheid. De wandel in het geloof is de veiligste en betrouwbaarste weg door deze boze wereld, omdat hij niet voert naar het ongewisse maar een zeker einde heeft, en omdat de Heer Jezus, Die vooraan gaat, de weg en het einde kent.
Op de weg van het geloof is er echter ook een voortdurende strijd met de vijand van het geloof. Satan, Gods aartsvijand wil onder geen beding dat mensen tot het reddende geloof in de levende God komen en daardoor uit zijn machtsgebied van de zonde raken. Vele, vele middelen heeft hij daarvoor, en één van zijn meest doeltreffende is wel de religie. De eerste mens leidde hij daarmee al om de tuin toen hij tegen hem zei: ‘U zult als God zijn’. Zo is het tot op vandaag!
Iedereen mag z’n eigen godsdienst uitzoeken. Toe maar mensen, zelfbediening! Daarom zijn er ook zo ontzettend veel godsdiensten en religieuze vondsten op deze wereld. Alleen één ding mag de mens van de duivel beslist niet doen, namelijk: geloven in de Naam van de Zoon van God.
Dan zijn daar ook nog de verschillende soorten bijgeloof, het occultisme en de waarzeggerij waar vele mensen helemaal weg van zijn. Alles wordt geloofd; de mens stelt alles in het werk om zich afdoende te beschermen tegen boze, onzichtbare machten. Ze zijn vol vrees en angst. En dat pleziert de Satan bijzonder. Hij wil namelijk niet dat de mens eerbied voor God heeft want dat is de eerste stap tot bekering, tot redding en bevrijding; tot het Bijbelse, ware geloof. Met onzichtbare kettingen houdt Satan de mensen aan zich verbonden om ze te verhinderen uit de duisternis tot het enige geloof in het plaatsvervangende offer van de Zoon van God te komen.
Maar gelukkig… Nog steeds kan een ieder!! vrij worden van zijn eigen, zelf in elkaar geknutselde geloof.
Nog steeds is de weg naar het kruis van Golgotha open, want daar is de grootste vijand van het geloof overwonnen.
Nog steeds spreekt het Woord van God over het kruis een ernstige en duidelijke taal.
Ja, nog steeds!! Met het verstand is dat niet te vatten, maar voor het geloof is het het grootste wonder van Gods genade.
Spoedig zal in vervulling gaan waarop de gelovige hier in de wereld vol vertrouwen heeft gewacht en spoedig zal de Heer Jezus Zijn belofte ‘Ik zal weerkomen!’ waarmaken. Dan zal Hij allen die Zijn Woord gehoord en geloofd hebben van geloven naar aanschouwen brengen. Dat moment is absoluut niet meer ver. De tekenen die Hij in Zijn Woord gegeven heeft voor de tijd na Zijn komst voor de Zijnen worden vandaag de dag glashelder zichtbaar voor onze ogen.
Deze signalen bemoedigen de gelovigen, maar ze zijn een ernstige waarschuwing voor de ongelovigen. De gelovige gaat een heerlijke toekomst tegemoet; vrij van alle tranen en pijn. Hij zal voor eeuwig daar zijn waar al zijn verlangens en verwachtingen werkelijkheid zullen worden; hij zal daar alles zien wat hij hier op aarde geloofd heeft. In deze wereld is hij weliswaar een vreemdeling die vaak zware beproevingen moet ondergaan. Maar elke dag, elke minuut weet hij zich gesterkt en gesteund door de beloftes van Gods Woord en weet hij op weg te zijn naar dat snel naderende vreugdevolle doel.
Arthur Schweizer
De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.
Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!