11. Wat is de dood?

Alleen al de gedachte aan de dood geeft eigenaardige gevoelens. Als we zijn aanwezigheid ontdekken in geval van ziekte of bij levensgevaar wordt het hart angstig. De aanblik van bloed of van een dode roept ontzetting en huivering op. De dood is inderdaad voor de mens de ‘koning der verschrikkingen’ (zie Job 18:14) en waar hij komt laat hij zijn droevige sporen achter. Hij verandert blijdschap in leed en tranen.

Ofschoon de mens weet dat hem de ontmoeting met de dood niet bespaard blijft gaat hij het onderwerp ‘dood’ angstig uit de weg en wil hij er het liefst niets van weten. Toch zou dat ‘liever niet over de dood willen denken of spreken’ verdwijnen als we hem zouden zien zoals God hem ziet.

Wat is de dood?

De dood is niet alleen het einde van ons aardse leven, ook niet het einde van alle bestaan en ook niet de overgang naar het ‘niets’. Ook is hij niet het begin van een door mensen vermoed onbekend nieuw leven in een of andere vorm. Als de dood alleen het einde van een kort biologisch, aards bestaan zou zijn, waarom is men dan zo bang voor hem?

Nee, de dood is meer dan de afsluiting van een kort moeitevol leven op aarde. Om de vraag wat de dood met al zijn vreselijke bijverschijnselen is, moet de mens eerst zijn toestand voor God inzien. De natuurlijke mens is in Gods ogen vanaf z’n geboorte geestelijk dood. Ondanks het feit dat de mens een eeuwig bestaan heeft en een onsterfelijke ziel bezit, is hij voor God en Goddelijke dingen dood. Dat betekent dat hij geen betrekking tot God heeft, van God verwijderd en gescheiden is.

Een lichamelijk dode mens kan niet zien, spreken en horen hij weet niet wat er om hem heen gebeurt. Precies zo is het bij de geestelijk dode mens: hij weet niets van de liefdeen het handelen van God en kan dus ook Zijn Woord niet begrijpen. Zo leeft de mens van nature als een geestelijk dode hier in deze wereld. En elk mens kan dit heel makkelijk bij zichzelf vaststellen. Bij het lezen of het horen van Gods Woord, bij zingen of bidden zal hij verbazend snel ontdekken dat hij er niets van snapt. Hij heeft er geen oog voor, hij is blind en doof: werkelijk geestelijk dood.

Hoe kwam de mens nu in zo‘n bedroevende toestand, terwijl hij toch de kroon van Gods schepping is? De eerste mens kende deze geestelijke dood niet. Hij leefde in een toestand van onschuld en gemeenschap met God en was zodoende noch geestelijk, noch lichamelijk aan de dood onderworpen. Maar God had tegen de eerste mens, Adam, gezegd dat hij zeker zou sterven als hij van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad, die in het midden van het hof stond, zou nemen. De mens minachtte Gods gebod, nam van de vrucht en het gevolg daarvan was de dood, de scheiding van God. Sindsdien is deze dood tot alle mensen doorgedrongen tot op vandaag, en hij zal ook allen treffen die nog geboren zullen worden. ‘Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan’ (Romeinen 5:12).

Het oordeel van God over de mens luidt in Romeinen 6:23 : ‘Want het loon van de zonde is de dood’. Zo zijn door de ongehoorzaamheid van de eerste mens, alle mensen aan de dood onderworpen, geestelijk en lichamelijk. Iedereen weet dat hij eenmaal sterven moet. Toch veegt men deze ernstige zaak van de tafel en bekommert men zich er niet over hoe het zal zij n na de lichamelijke dood. Men wil niet horen wat God zegt over de geestelijke dood van de mens: ‘Het is de mensen beschikt eenmaal te sterven en daarna het Oordeel ‘ (Hebreeën 9:27). Veel liever zou de mens willen dat met de dood alles uit is. Dat komt omdat hij bang is voor het komende oordeel.

Diep in z ‘n hart weet hij drommels goed dat hem iets te wachten staat wat hij niet ontwijken kan. Weliswaar sterft de mens: ziel, geest en lichaam worden van elkaar maar z ‘n bestaan gaat door. En na zijn sterven ontdekt de mens dat hij voor de levende God moet verschijnen. Tijdens zijn aardse leven heeft hij in zijn geestelijk dode toestand niet naar God gevraagd; als hij voor God staat, weet hij dat hij geoordeeld zal worden voor al zijn daden. Dan zal hij erkennen wat een noodlottige vergissing het is om te geloven dat met de dood alles uit is en de lichamelijke dood het einde van zijn bestaan is.

Wat kan een geestelijk dood mens buiten z‘n schuld en zonde de heilige en rechtvaardige God aanbieden? Met zulk soort vragen probeert de mens zijn ogen voor de feiten te sluiten omdat hij de waarheid liever niet hoort. Dit is voor hem ook de manier om gewoon verder te leven zonder iets grondig te behoeven veranderen. Hij wil liever een veredelde aap zijn dan een verloren zondaar.

Maar het is vreselijk eenmaal onverzoend te vallen in de handen van de heilige en rechtvaardige God. Kan de mens nu echt niets doen om zichzelf voor dit verschrikkelijke oordeel te redden? Nee! Alle inspanningen zijn absoluut tevergeefs. Er is geen weg van zelfverbetering of persoonlijke inspanning of andere werken: er is geen eigen weg terug tot God. God moet in Zijn gerechtigheid het eenmaal gevelde vonnis voltrekken want in Zijn tegenwoordigheid is voor zonde geen plaats. De mens moet er zeer sterk van doordrongen zijn dat hij niet te doen heeft met een ‘lieve God’, maar met een ‘God der Liefde’. En behalve het feit dat Zijn hele wezen Liefde is, is Zijn hele wezen ook Rechtvaardigheid. Een Liefde en een Rechtvaardigheid die met menselijke maten onder geen enkele voorwaarde te meten zijn! God wil dat de zondaar zich bekeert! En niets (helemaal niets) anders wil Hij van de zondaar! God wil van de zondaar alleen dat hij zich bekeert: ‘God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, nu aan alle mensen, dat zij zich allen overal moeten bekeren, omdat Hij een dag bepaald heeft, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen’ (Handelingen 17:30 en 31).

Wat is het gevolg van bekering? Eeuwig leven!

Maar hoe kan de geestelijk dood mens leven, eeuwig, kosthaar leven uit God verkrijgen? Hoe is dat mogelijk geworden?

God heeft een weg geopend waarop de ver van Hem verwijderde mens tot Hem terugkeren kan. Want er is Een, Die in de plaats van de mens reeds het doodsoordeel op Zich genomen heeft, Die Zijn leven gaf, in de dood ging, Gods eisen volledig inwilligde, Hem volkomen voldoening gaf en door de dood de duivel teniet heeft gedaan, die de macht over de dood had. (zie Hebreeën 2:14 en 15).

Een zeer hoge prijs heeft God voor de arme mens betaald toen Hij Zijn geliefde Zoon op Golgotha oordeelde en aan Hem voltrok wat de mens door z ’n eigen schuld en zonde toekwam. De opstanding van Jezus Christus is de overwinning over de dood. En zo werd de weg vrij voor ieder geestelijk dood mens: tot het leven, terug tot God. De Heere Jezus zegt dat ook in Johannes 5:24: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord hoort en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven en komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven’. Het geloof voert uit de dood naar het leven, uit de duisternis naar het licht, uit angst en verschrikking naar vrede en vreugde.

Iemand die in Jezus Christus gelooft ontvangt de Heilige Geest, Die voor hem de kracht van het nieuwe leven is. Een geestelijk dood mens, die zonder God en zonder hoop was, wordt dan een kind van God, dat een levende hoop en een heerlijke toekomst heeft.

Velen hebben zich in de twee eeuwen na het volbrachte werk op Golgotha uit de dood laten redden: tot het leven. De meesten van hen hebben weliswaar de lichamelijke dood gekend en misschien moeten nog velen door het ‘dal van de doodsschaduw’ gaan, maar zij mogen zich allemaal gelukkig prijzen want zij zullen deel hebben aan de ‘eerste opstanding’.

Voor alle gestorvenen, zonder uitzondering, is er een opstanding. Maar alleen zij kunnen gelukkig geprezen worden, die aan de eerste opstanding deel hebben: aan de opstanding uit de doden. In 1 Thessalonika 4:16 lezen we: ‘De doden in Christus zullen eerst opstaan’. Dat zijn de gestorvenen die geloofd hebben in het plaatsvervangend offer van de Zoon van God op Golgotha. De dood kan hen niet meer in het graf houden want zij behoren toe aan de Vorst des Levens. Hij heeft de dood, de koning der verschrikkingen, op Golgotha overwonnen, een zichtbare triomf over dood en duivel weggedragen.

De opstanding van de gelovigen zal onvoorstelbare blijdschap betekenen: het zien van de heerlijkheid van de Zoon van God en de ontmoeting met alle nog levende gelovigen. Wat gebeurt er met de overige doden, die zonder de Heer Jezus Christus gestorven zijn?

Niemand, uit welke eeuw van de mensengeschiedenis dan ook, zal daarbij ontbreken. De rijken en de armen, de machtigen en de zwakken, de groten en de kleinen, vergeten of nog in herinnering, zonder of met standbeeld, gecremeerd of begraven; allen zullen ze moeten opstaan want niemand kan het bevel uit de weg gaan van Hem Die voor het gericht roept. Dan moet ieder afzonderlijk voor de Rechterstoel van de Heer Jezus Christus verschijnen om veroordeeld te worden.

In Openbaring 20 vanaf vers 11 lezen we: ‘En ik zag een grote witte troon en Hem die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten; en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, groten en kleinen, staan voor de troon; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend: het Boek des Levens. En de doden werden geoordeeld in overeenstemming met wat in de boeken geschreven was, naar hun werken. En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en de hades gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. En als iemand niet geschreven gevonden werd in het Boek des Levens, dan werd hij geworpen in de poel van vuur’.

God heeft niets vergeten, geen gedachte, geen woord en geen daad. Het voorbije leven wordt als een film vertoond en alles zal openbaar komen. Op duizend vragen zal de mens niet één antwoord hebben. Geen rechtvaardiging is er dan meer omdat de mogelijkheid daartoe, door het geloof in het werk van Christus op Golgotha,voorbij is. Geen genade is er dan meer omdat de tijd van genade voorbij is. Geen bewijzen of herzieningen zijn meer mogelijk want het is de laatste en hoogste instantie. Vreselijke, ademloze stilte zal er heersen als de naam in het Boek des Levens wordt opgezocht en dan wordt gezegd: ‘Niet geschreven, niet gevonden’.

Dat betekent dan de dood in de poel van vuur: de tweede dood. Het is de definitieve scheiding van God, het is de dood (die het bestaan niet uitwist) van verschrikking zonder einde; op de plaats waar hun worm (de wroeging: ‘Had ik maar… ‘) niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt (zie Markus 9:44, 46 en 48).

Daar zullen de gewetenskwellingen nooit ophouden en zal het brandende, onrustige hart nooit tot rust komen. Hoe anders is het deel van hen van wie God in Zijn Woord zegt: ‘Welgelukzalig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft. Over hen heeft de tweede dood geen macht’ (Openbaring 20:6). Zij zijn met Christus opgestaan in Zijn opstanding en daarom van de tweede dood bevrijd. De lichamelijke dood is voor hen de ingang in het paradijs, om verlost en bevrijd te zijn van al het aardse lijden. Ze mogen dan al bij Hem zijn, Die ze in leven en in sterven hebben toebehoord en vertrouwd. Voor hen betekent de doorgang door de poort van de dood voleindiging en vervulling. Zij zijn bij het doel aangekomen, na een moeitevolle reis door deze wereld.

Jezus Christus, de Overwinnaar over de dood, is voor hen het Middelpunt van alle vreugde en gelukzaligheid, omdat Hij Zijn leven in de dood gegeven heeft opdat zij door Zijn opstanding zouden leven. Nog steeds kan een ieder (dus ook u) zich door het geloof in de Naam van de Zoon van God van deze verschrikkelijke tweede, eeuwige dood laten redden. God heeft alles voor de arme mens gedaan, meer en minder kon Hij niet doen. Nog steeds strekt Hij Zijn genade-hand uit…. …. maar de mens moet hem zelf vastgrijpen. Een ieder moet willen en komen om het genade-geschenk aan te nemen.

Wie het niet aanneemt heeft deel aan de tweede dood: we hebben gezien hoe vreselijk die is. Wie het wel aanneemt heeft deel aan de eerste dood: we hebben gezien hoe heerlijk die is.

Arthur Schweizer

De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’, ‘Weisst du warum?‘ en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.

Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!