12. Is er zekerheid over de hemel en de eeuwigheid?
Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer
- 1. Waarom is de Bijbel Gods Woord?
- 2. Wie is God?
- 3. Wie is de duivel?
- 4. Wie is Jezus Christus?
- 5. Wie is de mens?
- 6. Wat is zonde?
- 7. Wat is geloof?
- 8. Is er een leven na de dood?
- 9. Wat is vrede?
- 10. Wat is liefde?
- 11. Wat is de dood?
- 12. Is er zekerheid over de hemel en de eeuwigheid?
- 13. Wat is leven?
- 14. Wat is de eerstvolgende grote gebeurtenis in deze wereld?
- 15. Wie is de schuld van alle ellende in deze wereld?
- 16. Waar kan ik echt geluk vinden?
- 17. Waar vind ik veiligheid en zekerheid?
- 18. Wat is échte blijdschap?
- 19. Wat is vrijheid?
- 20. Wat moet ik kiezen?
De gelovige Christen leeft in de levende zekerheid zijn leven in de eeuwigheid in de hemel door te brengen. De menselijke geest is niet in staat de heerlijkheid van dit oord met de juiste woorden te beschrijven. Er zijn zeer veel voorstellingen die men zich van de hemel maakt, en weliswaar zijn aan het oog van het geloof geen grenzen gesteld; toch zullen de heerlijkheid, de gelukzaligheid en de schoonheid van de hemel alle verwachtingen overtreffen.
Als de gelovige over de hemel spreekt, bedoelt hij het Vaderhuis, de tegenwoordigheid van God. Iets anders, dus, dan de geschapen hemelen (de lucht of de sterrenhemel) of de aarde. In het spraakgebruik van de natuurlijke mens klinkt iets door van het leven in dat oord als men het heeft over een ‘hemel op aarde’. Deze uitdrukking maakt echter maar weinig duidelijk van wat de gelovige wacht als hij van ‘geloven naar aanschouwen’ wordt gevoerd. Steeds weer wordt de vraag gesteld: ‘Weet u, of u in de hemel komt?’ Hoewel er volkomen geloofszekerheid is, leven duizenden in schrijnende onzekerheid. Dagelijks stellen ze zichzelf of anderen de vraag of God hen wel heeft aangenomen en uitverkoren. Ze komen nooit tot de geloofsblijdschap; de ‘vreugde’ van zulke ‘christenen’ is: ‘ik hoop maar (ik ben er niet zeker van) dat God me genadig is’, ‘ik hoop maar (ik ben er niet zeker van) dat ik in de hemel kom’, ‘ik hoop maar…’
Het zijn meestal dezelfde mensen die zeggen dat de vraag of je in de hemel komt pas in de eeuwigheid wordt beantwoord; ze zeggen dat het een aanmatiging is dit nu al van jezelf te beweren.
Weer anderen zeggen dat het zo is dat men eenmaal een genadige, ‘door de vingers ziende’ God zal ontmoeten Die dan op grond van een goede wandel en goede werken een ‘plaatsbewijs’ voor de hemel ‘uitreikt’. Een andere groep steunt op allerlei religieuze activiteiten of op het lidmaatschap van een of andere kerk en gelooft dat dit voldoende is om in de hemel te komen.
Ook zijn er die menen dat men de hemel waarschijnlijk wel zal binnengaan als men zich inspant een goed Christen te zijn en Gods geboden houdt. Velen van hen proberen oprecht zo God te dienen. Ze worden echter telkens teleurgesteld omdat het hun schromelijk mislukt. Ernstige pogingen falen, eerlijke inspanningen lopen op niets uit zodat ook zij de volle geloofsvreugde missen.
Maar, God zij dank, dat Hij ons in Zijn Woord meedeelt dat het leven in de hemel niet van zulke onzekere, twijfelachtige voorwaarden afhangt. Elk mens die meent dat de vraag of hij in de hemel komt pas in de eeuwigheid beantwoord wordt vergist zich schromelijk en noodlottig!!
Al hier op aarde mag de gelovige zich op dit wonderbare leven in de eeuwigheid verheugen. In 1 Johannes 5:13 zegt God ons duidelijk: ‘Deze dingen heb ik u geschreven, opdat u weet dat u eeuwig leven hebt, u die in de Naam van de Zoon van God gelooft’. De Christen mag en moet het weten dat hij over de eeuwigheid geen zorgen meer hoeft te hebben. Daar heeft een Ander al voor gezorgd, namelijk de Heer Jezus Christus op Golgotha. Iedereen kan daarom weten of hij in de hemel komt. Maar deze zekerheid moet hier op aarde verkregen worden en kan alleen maar gebaseerd zijn op Gods Woord. De volle blijdschap en vrede van de Christen hangen ervan af.
Twijfel en onzekerheid zijn geen goede metgezellen op de aardse reis. God laat geen enkele vraag onbeantwoord als het gaat om de eeuwigheid, de hemel en de hel.
Voor alle levende mensen is de hemel nog open, en God nodigt allen uit, zonder aanzien des persoons. De mens kan de hemel niet verdienen. Maar hij moet zich bekeren.
Alleen door bekering kan hij een plaats in de hemel krijgen. Hoe kan hij dit nu doen?
Hoe kan hij dit nu weten? In het boven aangehaalde vers uit 1 Johannes zien we dat iedereen die gelooft in de Naam van de Zoon van God het kan weten.
Geloven in de Heer Jezus Christus, in Zijn werk, dat is de sleutel om in de hemel te komen. De natuurlijke mens kan echter uit zichzelf niet geloven, want het geloof (het reddende geloof) is een gave van God.
‘Maar [de] natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest <van God> is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen’ (1 Korinthe 2:14).
Dit geloof schenkt God alleen aan de berouwvolle zondaar die zich bekeert en met erkenning van zijn zondeschuld tot Hem om genade roept. En deze sleutel tot het geloof wil God aan elk mens geven. Iemand die zo gelooft zal dankbaar erkennen dat de Heer Jezus de Christus, de Zoon van God is, de Heiland van de wereld. In Hem werd God hier op aarde geopenbaard, als de waarachtige Mens. Hij kwam van de hemel op deze aarde om op Golgotha de weg naar de hemel te openen; en het is vereist in de Naam van Jezus te geloven want ‘Jezus’ betekent ‘Redder’. Op Golgotha heeft de Heer Jezus schuld en zonde gedragen om daardoor de berouwvolle mens die zich bekeert van het komende oordeel van God te redden.
Het is ook vereist om in Jezus Christus te geloven als persoonlijke Heer. ‘Ieder die de Naam van [de] Heer aanroept, behouden zal worden’ (Handelingen 2:21).
Hij wil en moet de enige Heer in het leven van de gelovige zijn, want niemand kan twee heren dienen. Of men dient de god van deze wereld, Satan, of men dient de Heer van leven en dood en stelt zich geheel onder Zijn gezag. ‘En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden’ (Handelingen 4:12).
Elke zondaar die door de ‘deur’ van de bekering gaat vindt op de binnenkant van die deur de woorden ‘eeuwig leven in de hemel’, ‘uitverkoren van vóór de grondlegging van de wereld’. Die heerlijke woorden ziet en geniet hij nooit als hij niet eerst ‘naar binnen gaat’: de belangrijkste levensbeslissing neemt: zich te bekeren.
In de Bijbel vinden we meer dan honderd keer dat God de mens oproept zich te bekeren. En God vraagt van de mens nooit iets onmogelijks. Die levenskeuze moet iedereen nu nemen want morgen kan het te laat zijn. Als men deze keuze neemt ontvangt men de zekerheid de eeuwigheid daar door te brengen, waar Hij Zelf is: in de hemel.
Wie deze zekerheid niet bezit kent geen vreugde en geluk. Twijfel en onzekerheid voeren naar het oordeel, want ‘wie niet gelooft is al geoordeeld, en de toorn van God blijft op hem’ (Johannes 3:18 en 36). Deze toorn zal zich over elk mens ontladen die op de ‘brede weg’ blijft: op de weg die niet naar de hemel maar naar de hel voert. Al twintig eeuwen lang zoekt, roept en smeekt de Heer Jezus: ‘Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven’ (Mattheüs 11:28).
Ja, de Heer Jezus zoekt. Hij zoekt u, die niet wil geloven, die zich niet wil bekeren, die zich over de hel en de hemel niet druk maakt, die denkt Hem niet nodig te hebben.
Hij zoekt u om u te behouden omdat Hij in Zijn liefde niet wil dat u verloren gaat.
Laat u zich vinden? Of verstopt u zich en zegt u: ‘Ik heb Jezus niet nodig!’?
Dan vindt Hij u beslist niet en gaat u voor eeuwig verloren. Hij zoekt ook u, die wel erkent een zondaar te zijn, die zich wel bekeerd hebt maar geen zekerheid over de hemel hebt. Laat u zich vinden? Of verschuilt u zich achter ‘misschien’, ‘ben ik wel uitverkoren?’ ‘kom ik wel in de hemel?’ en meer vreugdeloze onzekerheden?
1 Timotheüs 1:15 zegt: ‘Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om zondaars te behouden’.
U zegt toch: ‘Maar ik weet niet of ik wel ‘geselecteerd’ ben om gered te worden, ik weet niet of ik wel bij de ‘uitverkorenen’ behoor’?
Luister dan goed: als u erkent een zondaar te zijn moet u eens lezen wat er in Lukas 19:10 staat: ‘Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te behouden’. Zeer zeker zult u toegeven dat u een ‘verlorene’ bent, welnu, zegt God in dit Bijbelvers niet overduidelijk dat voor verlorenen Jezus op aarde kwam om hen te behouden? Ook 1 Timotheüs 1:15 zegt dat ondubbelzinnig. Hoe kunt u dan zeggen dat Hij u niet wil behouden? Dat kunt u onmogelijk zeggen!! Het enige waar het om gaat is of u Hem wilt en of u Gods heerlijke redding wilt aannemen. Dat is de kwestie!
Hij biedt het u aan; u kunt het accepteren of afwijzen. ‘Maar zo gemakkelijk gaat het niet’, zegt u? Ja, zo gemakkelijk gaat het wel! Alles, alles wat nodig was voor uw redding heeft Jezus Christus op het kruis van Golgotha volbracht.
U moet uw hand leggen op het offer dat Hij heeft gebracht. De beslissing is aan u!
Jezus wenkt. Wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft heeft een plaats in de hemel!
Kan God nog meer lankmoedigheid en geduld bewijzen? Spoedig zal deze uitnodiging niet meer klinken; dan wordt de hemeldeur gesloten.
Menigeen zal voor deze deur staan en met ontzetting vaststellen dat alles waarheid was en die vreselijke woorden horen: ‘Ik ken u niet’.
De Satan, de grote tegenstander van God, stelt alles in het werk om te voorkomen dat de mens zich met deze levensbelangrijke keuze bezighoudt. Want ieder die daar ernst mee maakt wordt aan zijn macht onttrokken. Satan doet zich vaak voor als een brullende leeuw, en vaak als een engel van het licht. Alle moeite getroost hij zich (niets is hem te veel) om geen mensenziel te verliezen, maar haar met zich in het eindoordeel mee te slepen. Hij maakt de zaak van hemel of hel belachelijk, hij kleineert haar en zegt: ‘Zo erg zal dat allemaal niet zijn, dat komt later echt wel op z’n pootjes terecht, hoor’. Vaak stelt hij de mens ook de moeilijkheden en onmogelijkheden voor de ogen. Hij zegt dan: ‘De hemel moet je verdienen’ of ‘Daarom hoef je je geen zorgen te maken, dat regelt de kerk wel voor je’.
Of hij stelt de mensen gerust door hen voor te liegen dat men met een lieve God te doen heeft Die alle mensen in de hemel laat komen. Hoe fenomenaal lukt het hem onbekeerde mensen van de noodzakelijkheid van de ernstige beslissing om zich te bekeren af te houden! Hij schuwt het echter ook niet de gelovigen (de Christenen) in twijfel en onrust tegen elkaar op te hitsen waardoor ze een hindernis zijn voor zoekende en vragende zielen.
De Heilige Geest is hier op aarde nog werkzaam om bij elke ernstige gelegenheid de mens steeds weer deze levenszaak voor te stellen. Hij laat hem Gods Woord horen, voert hem naar het graf van een geliefd familielid, of brengt hem door ziekte aan de rand van de dood. Want God wil dat de mens weet of hij in de hemel komt of niet. En elk mens kan dat weten.
Weet u het?
Lees nog eens 1 Johannes 5:13: ‘Deze dingen heb ik u geschreven, opdat u weet dat u eeuwig leven hebt, u die in de Naam van de Zoon van God gelooft’.
Als u dus niet gelooft in Jezus Christus, dan weet u het niet. Dat maakt uw leven ongelukkig en uw toekomst voor eeuwig vreselijk.
Bekeer u! En geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en u hebt de zekerheid van een eeuwig leven in de hemel. Hoe zal het leven daar zijn?
Alle vurige verlangens en verwachtingen van de gelovige zullen daar in vervulling gaan. Als we denken aan alles wat het aardse leven zo moeilijk, zwaar en verdrietig maakt kunnen we iets vermoeden van de gelukzaligheid die daar zal zijn. Geen ziekte meer, geen vermoeidheid meer; niet meer bedroefd zijn, niet meer lijden, niet meer moeten sterven. Daar zijn tranen onbekend, daar is geen ziekenhuis, geen bejaardentehuis, geen sanatorium, ook geen kerkhof. Volmaakte vreugde en volmaakte vrede zal daar heersen en zal het deel zijn van allen die in leven en in sterven hun vertrouwen op de gekruisigde en opgestane Heiland hebben gesteld. Aan elk mens wordt deze gave van God, dit geschenk, aangeboden; aan iedereen die zich bekeert en in het volbrachte werk van Christus op Golgotha gelooft. Daar op het kruis heeft de Heer Jezus Christus Zichzelf, stil als een lam, geofferd voor de met schuld zwaarbeladen mens en daarom geldt alleen Hem alle dank, alle lof en alle aanbidding.
Eeuwig zal Hij het Middelpunt van alle gelovigen zijn. Zijn aanwezigheid is het die voor miljoenen en miljoenen verlosten de hemel uitmaakt; dat heerlijke oord dat van hun lofliederen vol zal zijn. Zal er voor een gelovige een heerlijker moment zijn? Hoe blijer hij ernaar uitziet hoe minder de dingen van deze wereld plaats in zijn hart hebben en hoe meer alles zijn juiste betekenis voor hem zal krijgen. Aardse zorgen, nood en benauwdheid maken de gelovige op zijn pelgrimsreis vaak bedroefd maar zij kunnen nooit overwinnen. De kracht van de gelovige ligt in de levende verwachting spoedig bij het reisdoel te zijn en Hem te zien Die na het volbrachte werk de hemel weer is binnengegaan. De Heer Jezus verlangt ernaar al Zijn verlosten om Zich heen te zien. Voor de gelovige is het leven in deze wereld slechts een doortocht, een wandel in het geloof, als een hemelburger en niet als een wereldburger. Met groot verlangen wacht de gelovige op het ogenblik dat hij verlost en bevrijd zal worden van het zwakke lichaam om in de hemel zijn Heer te zien en voor altijd bij Hem te zijn, samen met alle gelovigen die hem zijn voorgegaan.
Arthur Schweizer
De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.
Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!