6. Wat is zonde?

Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer

Geen enkel eerlijk mens zal de aanwezigheid van zonde bestrijden. De zonde is de vreselijke macht waaronder de mens gebukt gaat en waarvan de verschrikkelijke gevolgen dag en nacht waarneembaar zijn. Iedereen bespeurt deze tot slechte woorden, gedachten en daden aansporende macht in zijn eigen leven, al is deze niet altijd direct uiterlijk zichtbaar. Hoewel velen voor de buitenwereld een keurig rechtschapen leven leiden is er toch niemand die voor het heilig oog van God verborgen blijft. God ziet tot in de diepste uithoeken van ieders hart. ‘Want van binnen uit het hart van de mensen gaan naar buiten de kwade overleggingen, hoererijen, diefstallen, moorden, overspel, hebzucht, boosheden, bedrog, losbandigheid, een boos oog, lastering, hoogmoed, onverstand’ (Markus 7:21,22).

Als al de gedachten waarvan we niet graag zouden willen dat iemand ze wist eens in daden werden omgezet, zou er op deze aarde geen mens meer zijn die niet met het tuchthuis in aanraking zou zijn geweest. Alleen al een verwerpelijke gedachte is voor God: zonde. Daarvan zegt Hij in Zijn Woord: ‘Want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God’ (Romeinen 3:22, 23).

De mens heeft de zonde in een onschuldige, mooi uitziende smakelijke en fleurige verpakking gestopt. Maar bij God blijft zonde zonde, klein of groot, zichtbaar of onzichtbaar, in gedachten, woorden of daden. De zonde is meer dan een kleine zwakheid van het karakter van een bepaald ogenblik, meer dan een verkeersovertreding of een overschrijding van een dieet-limiet. Zo onschuldig is deze dodelijke ‘ziekte’ niet. De totale mensheid is ermee behept, en elk mens voert met haar een meedogenloze strijd. Niemand hoeft eerst de zonde te leren; zij woont in het hart van de mens.

Eerdere hoofdstukken in dit boekje hebben duidelijk aangetoond hoe dat komt. Zij treedt al naar voren in de eerste kinderjaren en kan dan in het verdere leven van een mens vormen aannemen die lichaam, ziel en geest volkomen ontwrichten. Wat is zonde? Wat is die geheimzinnige kracht waaronder de hele mensheid zucht? De zonde is de muur die de mens van God scheidt. Zoals water en vuur, duisternis en licht, dood en leven niets met elkaar gemeen hebben en ook nooit tot elkaar kunnen komen, zo is ook de natuurlijke mens van God gescheiden, van God losgerukt; allemaal als gevolg van de zonde.

Men zou kunnen vragen wat nu eigenlijk de grootste zonde is. Gods Woord zegt ons duidelijk dat het de onafhankelijkheid van de mens van God is. De grootste zonde is dat de mens zijn eigen wil wil doen, en niet naar God vragen wil, zich zo gedraagt alsof hij God helemaal niets schuldig is. Dat is de grootste zonde want hieruit komen alle overige zonden voort! De Bijbel zegt in 1 Johannes 3 vers 4: ‘De zonde is de wetteloosheid’. Geen wetsovertreding. Maar de wetteloosheid. Wetteloos. Zonder wet. Een zondaar erkent niet dat er een Gezag boven hem staat waaraan hij totale gehoorzaamheid, afhankelijkheid en onderworpenheid verschuldigd is.

Alles (let goed op: alles! Niets uitgezonderd! Ook de beste, sociaal hoogwaardigste, menslievendste, zichzelf opofferende daden!) wat een zondaar doet is dus zonde. Omdat hij alles doet zonder het gezag van God daarbij te erkennen.

Zonder in gehoorzaamheid aan Hem te handelen. Omdat hij God niet kent.
Iets is geen zonde als men handelt, spreekt of denkt in volledige afhankelijkheid van God. Iemand die naar Gods wil vraagt hoeft niet te zondigen. Maar u zegt misschien: ‘Hoe weet ik wat Gods wil is?’ Antwoord: ‘Door Jezus Christus aan te nemen en zo een kind van God te worden!’ Johannes 1 vers 12 luidt: ‘Maar allen die Hem (dat is Jezus Christus) hebben aangenomen, hun gaf Hij [het] recht kinderen van God te worden’. Zoals een kind van een aardse vader weet wanneer het gehoorzaam of ongehoorzaam is, omdat het een kind van zijn vader is en hem kent.

En als u, gewaardeerde lezer, een kind van God de Vader bent weet u wat Zijn wil is en kunt u daaraan gehoorzaam zijn. Maar als u de Heer Jezus nog niet hebt aangenomen en u dus nog geen kind van God bent dan kent u Hem niet, en dan kent u Zijn wil niet en handelt, spreekt en denkt u in ongehoorzaamheid aan Hem. Iemand kan nu eenmaal niet gehoorzamen als hij de persoon die hij gehoorzamen moet niet kent. Iemand die buiten God leeft zondigt van de eerste tot en met de laatste seconde van zijn leven. Alles wat hij doet is zonde. Alleen maar zonde. Van Albert Schweitzer (niet te verwarren met een van de auteurs van dit geschriftje) is het in de hele wereld bekend dat hij zich voor honderd procent voor de medemens heeft ingezet, zonder aan zichzelf te denken en zonder voor de dood terug te deinzen. Het is echter helaas van hem bekend dat hij niets moest hebben van het werk van Jezus Christus op het kruis van Golgotha. Hij heeft Hem niet als zijn Verlosser aangenomen zodat hij volgens Johannes 1 vers 12 geen kind van God is en dus alles gedaan heeft in ongehoorzaamheid en onafhankelijkheid van God. Zulke daden zijn voor God waardeloos; Hij moet daar zelfs Zijn vreselijke oordeel over uitspreken, zo heilig en rechtvaardig is God.

Denkt u er wel aan: onze maatstaven gelden voor God niet!
De enige mogelijkheid om iets te doen, te spreken of te denken dat in overeenstemming is met Gods gedachten is: Jezus Christus! In Johannes 14 vers 6 zegt Hij: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij’.

God accepteert niets buiten Zijn Zoon om. Op het moment dat iemand de Heere Jezus aanneemt als zijn persoonlijke Verlosser bevindt hij zich aan het beginpunt van de weg waarop hij voor God welbehaaglijk kan zijn, waarop hij God gehoorzaam kan zijn. Afschuwelijk is het te weten dat meer dan de helft van de mensheid zonder God leeft en zich dus schuldig maakt aan ontelbaar vele zonden. Ontelbaar vele ongehoorzame daden. Ontelbaar vele onafhankelijke woorden. Ontelbaar vele opstandige gedachten. Ongehoorzaam aan God! Onafhankelijk te willen zijn van God! Niet onderworpen te willen zijn aan God! Zonde.

Verschrikkelijk! Zo staat de heiligheid van God aan de ene kant en de zondige mens aan de andere kant. De mens is van nature in zijn hele wezen zondig en in Gods ogen verdorven, boos en verwerpelijk. Vanuit deze toestand komen alle slechte gedachten en handelingen voort die een ieder in zijn eigen leven, in zijn naaste omgeving en in de hele mensheid waarnemen kan. De schuld door de zonde wordt dagelijks groter. De vuilnisbelt van de zonde rijst van dag tot dag als een donkere, smerige, modderige massa. Wat had de eerste mens in zijn zondeloze toestand toch een gelukkig leven, in gemeenschap met God. Maar hij geloofde de grootste bedrieger van alle tijden, de Satan, meer dan God. De duivel zei tot de mens: ‘U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend’ (Genesis 3:4 en 5). Wat een misleider! Wat een leugenaar! Het vreugdevolle leven in onschuld was voor de mens niet voldoende, hij wilde als God zijn. Het schepsel wilde als de Schepper zijn. Zo kwam door de eerste mens de zonde in deze wereld. En met de zonde de dood. Toen de mens tegen God in opstand kwam en Zijn gebod niet opvolgde moest hij de hof van Eden, de plaats van ongestoorde vreugde en genot, verlaten.
Hij werd naar de Godverlatenheid verdreven. Een zwaar stalen gordijn viel als het ware naar beneden, met groot geraas. En daarbovenuit schetterde het hoongelach van de Satan wie het gelukt was de mens van God te scheiden. Een verschrikkelijke scheiding. Aan de ene kant Gods heiligheid en aan de andere kant de in zonde gevallen mens.

De gevolgen reiken tot in alle geslachten. Alle! In Genesis 3:3 lezen we dat God gezegd had dat de mens zou sterven als hij Hem ongehoorzaam zou zijn. Zo werd de dood het loon van de zonde (zie Romeinen 6:23).

Niet alleen dat de mens sindsdien de lichamelijke dood met al zijn vreselijke verschijnselen moest sterven; sindsdien is ook het leven van de mens overschaduwd door ziekte, pijn, lijden, zorgen, angst en wanhoop. Maar dit zijn slechts uiterlijke en tijdelijke gevolgen van de zondeval. Het afschuwelijkste gevolg van de ongehoorzaamheid is de eeuwige dood, waarvan de onbekeerde mens pas het ontzettende ervan ervaart als zijn korte leven op aarde beëindigd wordt en hij zonder God in de eeuwigheid verder blijft bestaan.
‘En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid’, zegt God in Zijn Woord.
Wat heeft de zonde toch verschrikkelijke gevolgen! De mens kan alleen nog maar uitroepen: ‘Heer, erbarm U over mij!’ En als hij dat uitroept, zal hij absoluut de wonderheerlijke, blijde boodschap horen die God de mens heeft te brengen. Ja, een heerlijke boodschap, namelijk, dat Hij in Zijn ondoorgrondelijk grote genade al gehandeld heeft en op Zijn eigen veelgeliefde Zoon (Die in uw en mijn plaats ging staan) de zonde gelegd en in Hem geoordeeld heeft.

De Bijbel zegt in 2 Korinthe 5 vers 21: ‘Hem (dat is de Zoon: Jezus Christus) Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij (dat is God) voor ons (dat zijn u en ik!) [tot] zonde gemaakt, opdat wij (dat zijn u en ik!) zouden worden gerechtigheid van God in Hem (Jezus Christus)’. Onbegrijpelijke genade, om stil van te worden.

Vriend of vriendin, bent u daar niet door getroffen? Ontroert het u niet? Raakt het u niet in uw hart? God heeft de mens een mogelijkheid gegeven om gered, verlost te worden en niet in het oordeel te komen. De mens kan zichzelf niet uit deze zondige toestand worstelen. Helaas zijn er zeer velen die toch ontelbare pogingen daartoe ondernemen maar steeds weer bitter bedrogen uitkomen. Zij leiden op die manier een vreselijk radeloos en wanhopig leven. Hoewel alle zonden en alle boze daden van de mens het oordeel verdienen, wil God toch in Zijn genade, liefde en erbarmen dit oordeel niet aan de mens voltrekken.

Johannes 3 vers 16 zegt: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft’. God zond Zijn Zoon, Die Hij zeer liefhad. Hij gaf Hem, de Vreugde van Zijn hart, over. Wie anders had ook voor de zondige mens het oordeel op zich kunnen nemen? Geen mens zou daartoe in staat zijn geweest, want zonde kan men niet met zonde delgen. Ook een engel kon niet voldoen aan de heilige en rechtvaardige eisen van God, want dat moest gedaan worden door een mens. Bovendien moest het vrijwillig gebeuren.

Jezus Christus! Van Hem had God gezegd: ‘Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb’. De Heere Jezus was bereid dit oordeel te dragen en aan alle eisen van God (die gericht waren tegen de mens) te voldoen. Hij nam het oordeel van God op Zich en ging in de dood in plaats van de mens, die het oordeel en de dood waard was. Hij, Jezus, de Zondeloze, Die geen zonde kende (kan het nog sterker uitgedrukt worden?); geen bedrog werd in Zijn mond gevonden, ging naar het kruis en liet het oordeel aan Zich voltrekken. Daar werd de zonde, die tussen God en de mens in stond, verzoend door Jezus’ kostbaar bloed dat vergoten werd voor de zonde van de hele mensheid. Dus ook voor uw zonde.

En nu zoekt God in Zijn liefde en erbarmen de zondige mens op. Omdat Hij voor hem een weg heeft geopend waarop hij uit het vreemde, van God verlaten ‘land’ in het huis van de Vader kan komen. En wat moet de mens nu doen om deel te krijgen aan deze genade? Niets meer en niets minder dan erkennen schuldig te zijn, zich bekeren, en toegeven zondig en met zonden beladen te zijn. Erkennen dat God rechtvaardig is als Hij de zondige mens in het oordeel brengt.

Alleen wanneer een mens dat doet, schenkt God hem het heerlijke, reddende geloof in het volbrachte, volmaakte verzoeningswerk van Zijn Zoon.
Alle religies, godsdiensten, levensbeschouwingen, enzovoort die een andere weg terug naar God leren, brengen de mens op een vreselijk dwaalspoor, want er is absoluut geen enkele door de mensen uitgedachte weg die naar God voert. Er is er slechts één: dat is de weg die God Zelf geopend heeft, namelijk de weg van God naar de mens en niet van de mens naar God.

De Heere Jezus zegt in Johannes 14:6: ‘Ik ben de Weg’. Alleen door deze Weg kan men met God in gemeenschap komen; een verhouding die veel intiemer is dan de gemeenschap die de eerste mens voor de zondeval met God had. Op Golgotha heeft God het doodsoordeel aan Zijn Zoon voltrokken en ‘wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven en komt niet in [het] oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven’ (Johannes 3:36 en 5:24). Maar de mens wil liever geen gebruik maken van deze genade; hij wil zo’n geschenk niet graag aannemen. Een mens wil niet van genade afhankelijk zijn, hij wil liever zelf moeite doen, God iets laten zien, Hem iets brengen.

De mens wil veel voor God doen, maar net niet datgene wat God van hem vraagt. Mensen willen bijvoorbeeld graag allerlei interessante sociale activiteiten ontplooien, proberen zo ‘goed’ mogelijk te leven, verdienstelijk zijn in ‘Gods koninkrijk’ enzovoort. Op zich allemaal bijzonder nobel. Maar voor God is het allemaal ongehoorzaamheid als de mens niet eerst doet wat God vraagt. Vergelijk het met een vader die z’n zoon verzoekt de auto te wassen, maar de zoon gaat in plaats daarvan het grint harken (wat nodig moest gebeuren). Vader had echter iets anders gevraagd en dus straft hij zijn zoon om z’n ongehoorzaamheid.

God blijft niemand iets schuldig! God vraagt van de zondige, ver van Hem verwijderde mens maar één ding (en beslist niet meer!): zijn zondig hart met alles wat zich daarin aan schuld heeft opgehoopt.

Inzicht van de mens van zijn eigen toestand voert tot schuldbekentenis en bekering. Als de mens zijn schuld voor God belijdt dan vergeeft God. Alleen door onvoorwaardelijke erkenning van zijn schuldige toestand voor God komt men terug bij de bron van het leven en dus tot het ware, eeuwige leven, want ‘wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet’ (1 Johannes 5:12).

Bekering (u omkeren naar God).
Erkenning van top tot teen een zondaar te zijn. Geloof in de Heer Jezus en in Zijn volbracht werk aan het kruis waar Hij in uw plaats werd geoordeeld. Gevolg: geen veroordeling, maar eeuwig leven. De eerste mens kende God niet als zijn Vader. Wie echter het hierboven beschreven pad van bekering en geloof opgaat wordt een kind van God in de meest ware zin van het woord. Zo iemand mag Hem ‘Vader’ noemen.

Johannes 1 vers 12 zegt: ‘Allen die Hem (de Heere Jezus) hebben aangenomen, hun gaf Hij [het] recht kinderen van God te worden’. Zo heeft God de zonden in Zijn Zoon geoordeeld en elke gelovige is begenadigd in Hem. De gelovigen zijn ‘gerechtvaardigd op grond van geloof en hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus’ (Romeinen 5:1). Alles door en in Jezus Christus!

Mogen we u nog even een verduidelijkende anekdote vertellen?

Een oud houten huisje op de prairie, illustratie bij de anekdote over de prairiebrand

Midden op een grote prairie woont een man in een oud, houten huisje. Als hij op een middag eens uit het raam kijkt ziet hij in de verte brand. En misschien weet u het: een prairiebrand is niet te stoppen. Het vuur komt snel dichterbij; als de man niets doet zal hij in de vlammen omkomen. Opeens heeft hij een idee. Hij pakt razendsnel een schop en rent naar het veld voor zijn huis. Daar graaft hij zo vlug als hij kan een greppel rondom een grasveldje, en steekt dit grasveldje in brand tot er niets meer over is en zijn vuurtje dooft. Dan gaat hij op dat afgebrande stukje grond staan. Daar komen de vlammen van de grote prairie-brand. Maar ze gaan ‘netjes’ om de man heen want op de plek waar hij stond was voor de vlammen geen ‘voedsel’ meer. Al het gras was op die plaats al verbrand. Daar kon het verterende vuur dus niet meer komen en onze man was gered.

Hij was op de plek gaan staan waar het vuur al geweest was. Daar konden de vlammen van de grote brand hem niet meer verteren.

Iedereen die in Christus Jezus is, bevindt zich daar waar het oordeel van God al geweest is. We hebben er al verschillende malen over gesproken dat God de Heer Jezus in uw en mijn plaats al heeft geoordeeld. Dat kan God nooit meer voor een tweede keer doen. Iemand die in Zijn Zoon geborgen is kan God niet meer door het oordeel verteren.

Stel u voor dat de man uit de anekdote een meter buiten z’n door hemzelf afgebrande stukje grond zou zijn gaan staan. Hij zou volledig verbrand zijn. Hij zou volledig omgekomen zijn. Een ieder die het buiten de Heer Jezus om zal proberen zal volledig in Gods oordeel omkomen. ‘Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn’ (Romeinen 8:1). Alles door en in Jezus Christus!

Door Hem kon God Zijn genade en liefde aan de zondige mens openbaren.
Bent u al in Zijn Zoon?

Gelooft u al in de Heer Jezus?

Zo’n genade en liefde van God wijst u toch zeker niet af!
O, kies toch nu voor Christus! Zoals de vlammen in de anekdote snel dichterbij kwamen, zo komt Gods oordeel snel dichterbij.

Vlug! Vertrouw u aan Jezus toe! Alleen in Hem is er voor u geen veroordeling! Door Gods genade! Door Christus’ werk aan het kruis van Golgotha! Daar werd de zonde in Hem geoordeeld. O, wonder van genade!

Als u in Jezus Christus gelooft (en dus niet in Gods oordeel komt) wil dat niet zeggen dat u nooit meer zondigt. U hebt altijd nog in het zwakke lichaam met de in ons wonende zonde te doen. Hoewel de positie als kind van God onherroepelijk en definitief is, vertroebelen toch altijd opdoemende zonden weer de gemeenschap met God de Vader en God de Zoon. De zonde is inderdaad weggedaan als een gevelde boom. Maar uit haar ‘stomp’ spruiten steeds weer de vruchten van de oude natuur voort. Dit zal zo blijven zolang wij hier op aarde in dit lichaam wandelen. Daarom zijn we in dit leven steeds op Zijn bewarende genade aangewezen (gelukkig maar!) en als we gestruikeld zijn is deze helpende genade daar om ons weer terecht te brengen door de reiniging van het Woord van God.

Zo hebben we telkens door onze Heer Jezus Christus toegang tot Gods genade (zie Romeinen 5:1,2). Zij is het die ons kracht geeft het vlees voor dood te houden want met eigen kracht lukt het niet. ‘Waar de zonde toenam, is de genade veel overvloediger geworden’ (Romeinen 5:20). Nog steeds verbreidt de zonde zich als kanker over de mensheid en de schepping. Zij is door de overtreding van de eerste mens in deze wereld gekomen en in alle generaties van de mens doorgedrongen.

Maar God heeft Zich in Zijn genade over ons ontfermd, want de straf en de dood werden gelegd op Zijn geliefde Zoon. Door deze tweede Mens uit de Hemel is de zonde weggedaan en ieder kan nu van deze besmettelijke, dodelijke ziekte bevrijd en genezen worden en eeuwig leven ontvangen. De bekendste tekst uit de Bijbel: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder (ook u dus) die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft’. Deze tekst staat in Johannes 3:16.

Het is allemaal overvloedige genade van God. Ook vandaag nog!

Spoedig zullen de gelovigen naar het Vaderhuis gaan en dan bestaat het probleem van de oude, zondige natuur niet meer. Een leven in de eeuwigheid zonder tranen, zonder pijn en zonder dood zal het deel zijn van allen die zich hier op aarde door het geloof in het vergoten bloed van de Zoon hebben laten wassen van alle zonden.

Zij mogen hier op aarde uitroepen:

‘Hoe heerlijk, hoe zalig, God toornt nu niet meer.
Vijandige zondaars verloste de Heer.
Het is volbracht door ’s Heren macht.
De dood is verslonden, de kerker gebonden,
in Jezus werd heil ons gezonden’.

(Lied 65:1 uit ‘Geestelijke Liederen / Lofzangen en Geestelijke Liederen’)

Arthur Schweizer

De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.

Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!