3. Wie is de duivel?
Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer
- 1. Waarom is de Bijbel Gods Woord?
- 2. Wie is God?
- 3. Wie is de duivel?
- 4. Wie is Jezus Christus?
- 5. Wie is de mens?
- 6. Wat is zonde?
- 7. Wat is geloof?
- 8. Is er een leven na de dood?
- 9. Wat is vrede?
- 10. Wat is liefde?
- 11. Wat is de dood?
- 12. Is er zekerheid over de hemel en de eeuwigheid?
- 13. Wat is leven?
- 14. Wat is de eerstvolgende grote gebeurtenis in deze wereld?
- 15. Wie is de schuld van alle ellende in deze wereld?
- 16. Waar kan ik echt geluk vinden?
- 17. Waar vind ik veiligheid en zekerheid?
- 18. Wat is échte blijdschap?
- 19. Wat is vrijheid?
- 20. Wat moet ik kiezen?
In Ezechiël 28:14 t/m 19 lezen we van hem: ‘U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd. Door de overvloed van uw handel vulde men uw midden met geweld, en ging u zondigen. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen. Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor koningen, opdat zij op u neer zouden zien. Vanwege de overvloed van uw ongerechtigheden door uw oneerlijke handel ontheiligde u uw heiligdommen. Daarom deed Ik een vuur uit uw midden oplaaien, en dat verteerde u. Ik maakte u tot een hoop as op de grond voor de ogen van allen die naar u keken. Allen onder de volken die u kennen, zijn ontzet over u. U bent een voorwerp van verschrikking geworden en u zult niet meer bestaan tot in eeuwigheid’.
In onze huidige, verlichte tijd schijnt de gedachte aan een duivel slecht te passen. Maar nog nooit is de naam ‘Duivel’ zo veel gebruikt en uitgesproken als vandaag de dag. De mens heeft duidelijk weet van de duivelse machten, en in zijn angst probeert hij ze uit de weg te gaan of zich tegen hen te beschermen. Onbewust staat de mens steeds weer voor de vraag: ‘Is er een duivel?’ De één doet de vraag af met: ‘Ik geloof niet in een duivel’, en verwijst het bestaan van de duivel naar het rijk van de sprookjes. Weer anderen zijn bijgelovig en stellen zich hem voor als een vreemdsoortige kabouter met een paardenpoot of als een zwarte kat; en meer van zulke angstaanjagende verschijningen.
De duivel is ook niet ‘het boze’ in algemene zin, hoewel niemand de aanwezigheid van het boze in en om zich heen kan ontkennen. Hij is ook niet een of andere toestand, of een ingeborenheid, of een zwakke plek in iemands karakter. De duivel is een persoon. De grote tegenstander van God. Na God de sterkste persoon in het heelal.
De verschrikkelijke gevolgen van zijn activiteiten kan iedereen elke dag zien. Men hoeft maar een krant op te slaan. Hij is van top tot teen ‘het boze’ in de meest slechte betekenis van het woord; de veroorzaker van alle misdaden en bloedvergieten in deze wereld. God zegt van hem dat hij de grote verwarrer is, de verleider van de mensheid; de mensenmoordenaar en leugenaar van het begin.
Maar hoe komt het dat hij zo is geworden? De Heilige Schrift zegt niet zoveel over zijn afkomst. Het is trouwens ook niet van betekenis. Veel belangrijker is het voor de mens heel duidelijk te beseffen dat de duivel er is. De Bijbel is niet geschreven om onze dorst naar kennis te lessen maar om de mens zijn toestand voor God te tonen en hem de weg te wijzen die terugvoert naar God.
In de boven aangehaalde verzen uit Ezechiël 28 wordt ons iets verteld over wie de duivel eens was. Het eerste wat geschapen werd was het licht; en voor zijn val was het de taak van de duivel als de machtige vorst van de engelen het licht te besturen en te beheren. God had hem geschapen; volkomen was hij en zijn schoonheid was zeer groot. Maar door zijn hoge positie verhief hij zich tegen God en wilde zich boven Gods troon verhogen.
God moest hem uit zijn functie ontslaan en uit Zijn tegenwoordigheid verwijderen. Toen de Satan (een andere naam voor de duivel) viel, werd deze aarde woest en leeg, want wat God had geschapen was volmaakt en harmonieus. Sindsdien is de duivel met grenzeloze haat tegen God vervuld, en even hard haat hij de mens die God voor Zich geschapen had om door hem verheerlijkt te worden. Het lukte de duivel de mens te verleiden, van God af te brengen en onder zijn heerschappij te krijgen. Hij triomfeerde en de mens ontdekte te laat dat hij door het bedrog van de Satan van de gemeenschap met God, de Bron van licht en leven, gescheiden was.
Onbeschrijflijk grote ellende is nu het deel van de mens onder het bestuur en de macht van de duivel. Met onzichtbare kettingen houdt hij hem aan zich verbonden en verleidt hem tot alle gruwelen en misdaden waartoe alleen een van God afgevallen hart in staat is. Satan speelt het klaar de mens steeds dieper in schuld te verstrikken en steeds hechter aan zich te verbinden. Hij wil dat de mens in God-vijandigheid en goddeloosheid leeft en zo zijn einde vindt. In Zijn gerechtigheid en heiligheid moest God, hoe het Zijn hart ook pijn deed, de mens in deze zondige toestand uit de hof van Eden verdrijven, omdat Hij met de zonde geen gemeenschap kan hebben. Maar de Satan wist niet dat God ook Liefde is en dat Hij de mens liefheeft, hoewel deze niets van Hem wil weten.
God had een dag bepaald waarop Hij hem zou oordelen voor al het boze dat hij in de wereld aangericht heeft. Deze dag kwam bijna 2000 jaar geleden toen op de heuvel Golgotha de felste strijd van alle tijden plaatsvond: de strijd tussen de Zoon van God en de duivel. Geen mens zou ooit deze strijd hebben kunnen aanbinden; alleen iemand die zonder zonde was kon dat.
Zo moest God Zelf Zijn Zoon hier op aarde doen komen, in de gedaante van een mens, om aan het kruis van Golgotha de Satan de nederlaag toe te brengen. Voor het oog van het ongeloof was het uiterlijk een strijd van onmacht en overgave, maar voor het oog van het geloof voltrok zich een onzichtbaar gevecht tussen de macht van het licht en de macht van de duisternis.
De engelen van de duivel zullen gesidderd hebben toen ze zagen wat de gevolgen voor hen waren toen de Heer Jezus Christus, de Zoon van God, de overwinning over de Satan behaalde, daar op die heuvel bij Jeruzalem. Zijn oordeel over Satan, al eerder uitgesproken (zie Johannes 16:11), werd daar voltrokken; definitief werd de duivel van zijn macht beroofd (vergelijk Hebreeën 2:14-15). Gods macht en heerlijkheid werden door de Zoon gelijktijdig op een wonderbare wijze verkondigd, toen de macht van Satan gebroken was en voor de gebonden mens de weg terug naar de gemeenschap met God, was geopend.
Maar de Satan is nog vrij, hij is nog actief, hij is nog de overste van deze wereld. Hoeveel leed is er niet gebeurd en hoeveel tranen zijn er niet gehuild in de voorbijgegane 2000 jaren! Maar dankzij het werk van de genade, door Zijn Zoon volbracht, kan ieder mens uit de macht van de duivel bevrijd worden, als een mens dat wil; en wel op de manier die God in Zijn Woord heeft beschreven. Namelijk door bekering (je omkeren naar God) en door geloof.
En omdat de mens, zoals gezegd, vrijwillig kan kiezen voor God en vrijwillig Hem in liefde en dankbaarheid kan aanbidden schenkt Hij nog deze genadetijd. De haat van Satan tegen God, tegen de gelovige, tegen de hele mensheid, is nog groter geworden. Hij weet dat zijn dagen geteld zijn. Daarom spant hij zich extra in om zoveel mogelijk mensen in zijn verderf mee te trekken. Tegen de gelovigen kan hij niets uitrichten, zij zijn definitief aan zijn macht onttrokken, dankzij het plaatsvervangend Offer van Golgotha.
Dus moet de duivel zich ertoe beperken de gelovigen met list tegemoet te treden, ze angstig en onrustig of zelfs helemaal wereldgelijkvormig te maken zodat door hen niemand tot het geloof in de Naam van Jezus kan komen. Hij zou graag willen dat ze onenigheid en ruzie onder elkaar hadden en door hun verdeeldheid en versplintering de Gemeente van de levende God niet meer zouden voorstellen. Hij probeert het als een brullende leeuw of als een engel van het licht. Met ontelbare middelen probeert hij de gelovigen te verlammen, en een blik naar het Christendom toont voldoende hoe voortreffelijk hem dat is gelukt. Hoe kan dat? Omdat bij velen niet meer het Woord van God de enige basis van al het denken en handelen is.
Gemakkelijker gaat het de duivel af bij de natuurlijke mens. De mens wordt van nature in zijn rijk, het rijk van de duisternis, geboren en is dus aan zijn macht onderworpen. Hij wil onder geen beding dat de mens vroeg of laat stilstaat, zichzelf beoordeelt of veroordeelt, en dan opziet naar het kruis van Golgotha waar hij redding en bevrijding kan krijgen. Hij wil dat de mens in zijn toestand blijft om met hem (de duivel) de weg naar het verderf te gaan. Niets maakt de Satan banger dan dat de mens zich bezighoudt met het kruis en dus met de eeuwigheid. Hij wil graag de hele mensheid gebonden houden zodat ze allen eenmaal met hem in de eeuwige verdoemenis zullen terechtkomen. Het is voor hem een kleinigheid hen op deze weg mee te voeren en al het mogelijke wendt hij aan om dit voor elkaar te krijgen.
Daar is bijvoorbeeld de religie. Van oudsher zijn sterkste wapen. Hoeveel menselijke godsdiensten, dwaalleringen en bijgeloof hebben de mensen niet van hem aangenomen. Ze mogen van hem religieus zijn, maar niet echt gelovig worden; ze mogen van hem Christelijk zijn, maar geen echte Christenen worden; ze mogen van hem in vele goden geloven, maar niet in de enige, echte, levende God.
Zo leeft het grootste deel van de mensheid maar door, verleid door de grootste verleider van alle tijden. Alles mag de mens van hem geloven, alleen één ding niet: dat hij verloren is en een Redder nodig heeft. Vele mensen zijn aan de satan gebonden door occultisme en spiritisme. Horoscopen, sterrenwichelarij, waarzeggerij en veel meer ‘interessants’ heeft hij aan te bieden. Vroeger waren er heksenverbrandingen, nu zijn er geestenbezweringen; voortdurend heeft de duivel de ‘kunst’ verstaan de mens in de donkerheid van zijn rijk vast te houden.
Wanneer de mens hem niet gedwee gehoorzaamt zorgt de duivel ervoor dat hij verschrikt en angstig wordt. De hele mensheid leeft in onrust en angst. Angstig is de mens voor de onzichtbare machten, en niemand ontkent dat die er zijn. Satan ziet er nauwlettend op toe dat ook niemand zich ervan probeert te bevrijden want een beangstigd en vertwijfeld hart is een willig werktuig in zijn hand. Als een nachtmerrie drukt de toekomst en de onzekerheid op de hele mensheid. En als de duivel niet hiermee zijn doel bereikt dan maakt hij de mens onverschillig en argeloos. Hij bedwelmt hem met vermaak en plezier zodat hij de ernst en de werkelijkheid niet ziet en niet denkt aan het vele boze en verschrikkelijke.
Maar de mens houdt z’n oren dicht. Hij wil niet horen dat er een duivel is. Maar Satan verheugt zich als hij in het theater of in de literatuur als een of andere vermakelijke figuur wordt uitgebeeld. Hij verheugt zich als kinderen zich amuseren met de poppenkast en Jan Klaassen het poppetje met de horentjes op z’n kop doodslaat. Hij verheugt zich als ze hem als een duveltje uit het doosje laten springen om anderen aan het schrikken te maken. Hij verheugt zich als hij zichzelf als een mascotte in een auto terugziet of als een lachwekkend gedrocht getekend wordt.
Zo verkneutert hij zich en lacht, want het past precies in zijn schema als men hem niet ernstig neemt in zijn werkelijkheid en gruwelijkheid.
Een ander middel van de Satan is de oorlog, waarmee het hem gelukt vele mensen in het verderf mee te nemen omdat ze vaak plotseling sterven, zonder vrede met God te hebben. Afschuwelijk is het lijden in een oorlog, maar de pijnigingen en kwellingen in de eeuwigheid zijn er niet mee te vergelijken. Niemand in de wereld wil eigenlijk oorlog, maar in Satans hand is de mens een gehoorzaam werktuig voor zijn duivelse plannen. Zo is het Satan gelukt de mensen op vele manieren gebonden te houden, opdat ze toch maar niet bevrijd worden en uit de nacht in het licht komen.
De mens heeft geen religie nodig! Hij heeft de Blijde Boodschap, het Woord van het kruis, nodig!! Of de mens nu een lolletje over de duivel maakt of onverschillig over hem praat; of hem ernstig neemt of hem belachelijk maakt; of hij in hem gelooft of niet in hem gelooft; of hij bang voor hem is of meent niets met hem te maken te hebben; het kan hem allemaal niets schelen. Alleen, nogmaals, voor één ding is hij vreselijk angstig: dat de mens naar Golgotha gaat, naar het kruis waar hij, de duivel, de overwonnen en verslagen vijand is geworden. Het uur van de afrekening nadert met rasse schreden voor hem, dan wordt het over hem gevelde vonnis voltrokken. De geschiedenis van de mensheid laat zien dat de gevolgen van zijn handelen steeds drukkender en gevaarlijker worden. Maar God heeft de dag van zijn einde al vastgesteld. Nog is Satan de overste van deze wereld, maar nog steeds kan de mens voor of tegen hem en daardoor voor of tegen God kiezen. Zeer spoedig is deze genadetijd voorbij!
Als de gelovigen voorgoed uit zijn invloedssfeer zijn weggenomen en in de heerlijkheid van het Vaderhuis zijn ingegaan dan wordt de Satan uit de hemel op de aarde geworpen.
Als het zout van de aarde weg is zal het verrottingsproces pas tot zijn volle uitwerking komen. Op een afgrijselijke manier zal de Satan tekeer gaan; veel bloed zal er vloeien van de hier op aarde achtergebleven mensen.
‘Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft’ (Openbaring 12:12).
Als die korte tijd voorbij is zal God ingrijpen en de duivel en zijn engelen in de poel van vuur en zwavel werpen. Nooit, nooit eindigende pijn en kwelling zal zijn deel zijn. Op een nieuwe aarde zonder zonde, zonder dood en zonder duivel zullen dan de gelovigen leven en zij zullen de Overwinnaar van Golgotha prijzen en aanbidden.
Arthur Schweizer
De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.
Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!