14. Wat is de eerstvolgende grote gebeurtenis in deze wereld?
Steeds weer is de mensheid in de voorbijgegane eeuwen door ingrijpende gebeurtenissen geschokt die vaak lange tijd hun sporen achterlieten in een volk of in een land. De gebeurtenissen in onze dagen zijn echter nog ingrijpender en wereldomspannend; hun gevolgen zijn ernstiger dan ooit. Berichten over natuurrampen, hongersnoden en oorlogen maken vandaag de dag de mensheid onrustig als nooit tevoren.

Angstig en bezorgd kijkt de mens naar de toekomst en vraagt zieh af hoe het allemaal zal aflopen. Radeloosheid en hulpeloosheid kenmerken de ‘groten’ van deze wereld. Niemand vindt een antwoord op de vele vragen. Met angst en verschrikking denkt de mens eraan dat er tussen oost en west een wereldomvattende militaire confrontatie zal komen. De mogelijkheid van het gebruik van de atoombom zweeft als een spook over landen en volken.
Men spreekt van een ondergang, een totale vernietiging of van een ineenstorting van deze wereld. Maar als al deze mensen nu eens Gods Woord zouden lezen dan zouden ze weten dat God de loop van de gebeurtenissen van deze aarde bestuurt.
Als de eerstvolgende grote gebeurtenis heeft Hij niet een vreselijke wereldoorlog bepaald, ook niet een wereld-ondergang en ook niet dat iemand op de beroemde ‘rode knop’ zal drukken waardoor het grootste deel van de mensheid zal omkomen. Nee, de eerstvolgende grote gebeurtenis in deze wereld is veel belangrijker en beslissender. Deze gebeurtenis zal een ieder persoonlijk aangaan: Het is de wederkomst van de Heer Jezus Christus om de gelovigen op te nemen in het hemels Vaderhuis.
Toen 2000 jaar geleden de Heer Jezus op Golgotha Zijn leven gaf kwam er duisternis over het hele land. De zon verborg haar stralen, de aarde beefde en de rotsen scheurden. Jezus Christus, God geopenbaard in het vlees, had Zijn leven gegeven als schuld- en zondoffer voor de mensen.
Waarom? Om een mogelijkheid te scheppen zondige mensen uit de Godverlatenheid in de nabijheid van God te brengen; vanuit een leven in geestelijke duisternis, geestelijke dood en diepe angst voor de toekomst, tot een leven in vreugde, licht en gemeenschap met God. De Heer Jezus bracht de gelovigen vrede voor het geweten en voor het hart aan toen Hij op Golgotha de veroorzaker van alle onvrede, Satan, overwon.
Nog steeds laat God het toe dat hij, Satan, in zijn wereld zijn duivels spel speelt. Maar de dag van zijn definitieve onschadelijkmaking ligt vast.
Eerst wil God de mens van vandaag, dus ook u, nog gelegenheid geven voor Hem te kiezen. Als God nu een einde zou maken aan alle ellende in deze wereld dan zou het voor de ongelovigen voor eeuwig te laat zijn om voor Hem te kiezen. ’De Heer vertraagt de belofte niet, zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, omdat Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen’ (2 Petrus 3:9). Wie gelooft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God ontvangt vrede met God, vergeving van zonden en het eeuwig leven en komt niet in het oordeel. Nadat de Heer Jezus op Golgotha Zijn werk volbracht had zijn er in deze wereld in alle eeuwen mensen geweest die zich door Zijn liefde hebben laten redden.
Mensen uit allerlei talen, rassen en naties; samen vormen zij de Kerk, de Gemeente, de Vergadering van de levende God. Zij zijn getrokken uit deze wereld; het Griekse woord voor ’Gemeente’ betekent ’uitgetrokken‘.
In Johannes 14:2 en 3 heeft de Heer Jezus deze geredden, deze uitgetrokkenen, het heerlijkste beloofd: ’In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; als het anders was, zou Ik het u gezegd hebben, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik heenga en u plaats bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat u zijn moogt, waar Ik ben’. Naar dat moment verlangen alle gelovigen, ze zien ernaar uit eeuwig bij Hem te zijn, in het Vaderhuis. Dat, beste lezer, zal de grote gebeurtenis hier in deze wereld worden. Zij zal de mensen schokken zoals ze nog nooit geschokt zijn geweest.
Door het werk van Zijn Zoon op Golgotha heeft God duidelijk tot hen gesproken; Hij voert Zijn plan met de mensheid uit, de beëindiging van de genadetijd is voor hen een afschuwelijke gebeurtenis. De wederkomst van Zijn Zoon om de gelovigen van deze aarde weg te nemen betekent namelijk tegelijk het begin van de oordelen over de wereld.
Voor de gelovigen is het een vreugdevolle gebeurtenis; zij betekent het einde van de strijd, de verlossing van alles wat hen hier op aarde zo benauwde; ziekte, teleurstelling, zonde. Zij krijgen een nieuw lichaam, gelijkvormig aan het lichaam van Zijn heerlijkheid (zie Filippi 3: 21) waaraan niets onvolmaakts en vergankelijks meer zal zijn.
Maar boven alles: zij zullen Hem zien van aangezicht tot aangezicht; Zij, de bruid, zullen met Hem, de Bruidegom, die heerlijke Bruiloft van het Lam vieren. Zij zullen met Hem verenigd en verheerlijkt worden en nooit meer van Hem gescheiden zijn.
Geen enkele gelovige, uit welke eeuw dan ook, zal ontbreken. Alle gestorven gelovigen die in de zee spoorloos verdwenen of door het vuur verteerd werden zullen erbij zijn. Allen samen rondom Hem.
In 1 Thessalonika 4:16 en 17 kunnen we lezen: ’De doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken opgenomen worden de Heer tegemoet in de lucht’. Het gaat hier dus alleen om de ’doden in Christus’, zij die in de Heer Jezus ontslapen zijn, dat wil zeggen allen die tijdens hun leven in de Heer Jezus Christus geloofd hebben en de lichamelijke dood zijn gestorven.
Daar in de heerlijkheid zal het grote resultaat van Zijn werk, dat nu al zichtbaar is, in Zijn volmaaktheid gezien worden, namelijk de Heer Jezus Christus, het verheerlijkte Hoofd, en een lichaam dat bestaat uit alle gelovigen uit de hele wereld. Alle bedroevende verdeeldheid en verscheidenheid onder de gelovigen zal dan een eind hebben. Wanneer zal dit moment zijn?
Bijna 2000 jaar zijn sinds de belofte van de komst Van de Heiland voorbijgegaan. Vele gelovigen zijn ervoor gereed, er zijn er ook die moe geworden zijn; anderen menen dat het nog erg lang zal duren. Zo sprak de ontrouwe slaaf uit Lukas 12 ook toen hij zei: ’Mijn Heere wacht met te komen’ (vers 45). De trouwe slaaf, echter, verwacht volhardend en biddend. Hij heeft de middernachtsroep ’Zie, de Bruidegom! ’ (Mattheüs 25:6) vernomen.
Hij leeft in de dagelijkse verwachting van zijn geliefde Heer. Er zijn gelovigen die in onwetendheid 1 Thessalonika 5:1 en 2 aanvoeren: ’Maar wat de tijden en gelegenheden betreft, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt. Want u weet zelf heel goed, dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht’, maar in deze Schriftplaats gaat het niet om de opname van de gelovigen in het Vaderhuis maar om de ’dag des Heren’: Zijn oordeelsdag, zoals vers 3 duidelijk zegt.
Ook de aanhaling uit Handelingen 1:7 heeft geen enkele betrekking op de komst van de Heer Jezus om de Zijnen te halen. Deze tekst luidt: ’Het komt u niet toe tijden of gelegenheden te weten, die de Vader in Zijn eigen macht heeft gesteld’ en was een antwoord op de vraag van de discipelen ’Heer, zult U in deze tijd het koninkrijk voor Israel weer oprichten?’
Wat wel te maken heeft met de komst van de Heer Jezus voor de Zijnen is, dat Hij heeft gezegd dat we op de tekenen, die in Zijn Woord zijn aangegeven, moeten letten. Petrus spreekt in zijn tweede brief over het profetische woord waarop we acht moeten geven, als op een lamp die schijnt in een duistere plaats. De Heer noemt bijvoorbeeld in Markus 13 vanaf vers 28 de vijgeboom en zegt dat we op zijn ’uitspruiten’ opmerkzaam moeten zijn. Deze boom is een beeld van het volk Israël en is sinds 1948 aan het ’groen worden’.
Daarnaast werpen de gebeurtenissen,die na de opname van de Gemeente zullen plaatsvinden, nu al hun donkere schaduwen vooruit. De Heer Jezus heeft gezegd dat er oorlogen en geruchten van oorlogen zouden zijn; hongersnoden, pest en aardbevingen; ook zedelijk en geestelijk verval.
We zien in onze dagen deze dingen steeds toenemen, zo erg zelfs dat elke mededeling erover verre van nieuw is en in zekere zin ’vertrouwd’ klinkt. Als de gelovigen in het Vaderhuis worden opgenomen wordt de genadedeur onmiddellijk gesloten, precies zoals bij Noach toen hij in de ark ging en God de deur achter hem hermetisch sloot.
Vreselijke oordelen zullen dan over deze aarde komen, zoals ze ons in Openbaring 6 tot en met 19 worden meegedeeld. God zal de ongelovige, Godvijandige mensheid, die geen gebruik heeft gemaakt van de genadetijd, vonnissen.
Kostbaar is het voor de gelovigen te weten niet in deze verschrikkelijke oordelen te komen.
Hoe kan het ook anders zijn dan dat de Bruidegom Zijn zo duur betaalde bruid voor die oordeelstijd in de heerlijkheid neemt. Zoals Henoch voor de zondvloed werd weggenomen, zo leven ook de gelovigen in de zekerheid bij hun Heer in het Vaderhuis geborgen te zijn voor hier op aarde de oordelen woeden. De wegname van de gelovigen zal ieder mens treffen. Voor de één betekent deze grote gebeurtenis de vervulling van een vurig verwachten, voor de ander betekent zij een afschuwelijk, te laat ontwaken, met Gods gericht voor ogen.
Maar deze gebeurtenis heeft nog niet plaatsgevonden! Het is nog niet te laat!
Terwijl u dit leest is er nog steeds de mogelijkheid Gods genade-geschenk te ontvangen! Niemand is van deze heerlijke gift uitgesloten. U moet het geschenk echter wel aan willen nemen. Dat is uw kant van de zaak.
God geeft dit genadecadeau, in Zijn Zoon Jezus Christus. Dat is Zijn kant van de zaak. Deze Goddelijke gift wordt u niet opgedrongen; zij wordt ook niet ergens voor u ’neergelegd’. u moet haar zelf ’aanpakken’.
God wil niet dat de mens vol angst en beven de toekomst tegemoet ziet. Hij schiep een uitweg uit de onzekerheid en de vrees voor de toekomst toen Hij Zijn geliefde Zoon op Golgotha voor alle mensen gaf.
Een ieder kan nu in het geloof dit geschenk aannemen, dit reddingsanker grijpen. En als iemand dat doet zal hij er bij zijn als Hij Zijn bruid in het Vaderhuis invoert. Voor iemand die dat niet doet geldt Hebreeën 10:31 onverbiddelijk: ’Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!’ God heeft alles gedaan en het Liefste Wat Hij bezat gegeven. De keuze is nu aan de mens.
Hij moet wiIIen en komen als de verloren zoon uit Lukas 15 en zeggen: ’Vader, ik heb gezondigd ’. En als de mens wil en zo komt dan wordt hij een kind van God en krijgt hij zekerheid; en hij mag zich verheugen op de komende grote gebeurtenis: de invoering in het Vaderhuis. Hij is gelukkig in dit heerlijke vooruitzicht en behoeft zich over de toekomst geen zorgen te maken. Hij is geborgen in Hem Die de toekomst in Zijn sterke hand heeft. De gelovige is de echte realist in deze wereld, want hij is scherp op de hoogte van de komende tijd, van de toekomst. De komst van de Heer Jezus duurt niet lang meer. Alles wijst daarop.
De gelovige mag al zijn denken en handelen op dat ogenblik richten. Dan hebben de aardse dingen voor hem geen waarde meer; voor hem tellen alleen nog de dingen die eeuwigheidswaarde hebben.
Hoewel hij zich nog in deze wereld bevindt is hij toch niet van deze wereld. Hier beneden is hij een vreemdeling en een pelgrim, op reis naar het Vaderhuis. Hij ziet uit naar de hemel (van die plaats oord is hij een burger, Filippi 3:20) van waar hij zijn wederkomende Heer verwacht.
Deze verwachting moet zijn leven kenmerken. Hij is vol blijdschap en vertrouwen; maar ook een licht en een getuigenisvoor allen die zich nog niet op deze wederkomst kunnen verheugen. De wereld schudt het hoofd; zij weet met deze naderende betekenisvolle gebeurtenis niets te beginnen.
Maar het geloof weet dat het waarheid en werkelijkheid is. Gelooft u in de Heere Jezus? Ja? Dan mag u ook verlangen naar het ogenblik waarop u Hem zult zien.
Arthur Schweizer
De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?‘
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.
Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag naar www.uhwdw.nl!