5. Wie is de mens?

Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer

Als hij oppervlakkig nadenkt kan de mens tot de slotsom komen dat zijn leven slechts een aaneenschakeling is van geluk en toeval, van succes en mislukking; een afwisseling van vreugde en leed, ziekte en gezondheid, moeite en zorgen. De mens wordt zonder zijn toedoen in een bepaalde tijd, in bepaalde omstandigheden en in een bepaalde omgeving geboren. Zijn leven op aarde is, vergeleken met de eeuwigheid, slechts een zucht, een ogenblik, een gedachte.

Een groep mensen

Kort is het leven van de één en langer dat van de ander. Zwaar is het leven van de één, zorgeloos dat van de ander. Zo rijst de vraag naar het waarom, naar de zin en het doel van het leven. De één zal op deze vraag een antwoord vinden; de ander gaat er onverschillig aan voorbij, en probeert deze onzekerheid te laten oplossen in de genoegens van deze wereld. Weer anderen komen er niet uit, omdat de last van het leven hen te zwaar is. Ze geven het op en maken er een eind aan. Er is werkelijk een opvallende disharmonie in het leven van de mens waar te nemen.

Wie is de mens?

De mens is niet het product van een duizenden jaren durende ontwikkeling uit een mensachtig wezen! De mens is een schepsel van God!

Maar de mens van vandaag probeert zijn wording op een andere manier te verklaren omdat zijn verstand en zijn intellect hem, als het om Goddelijke dingen gaat, gruwelijk in de steek laat. Er zijn vele geleerden die dit slecht kunnen verdragen. Ze weten immers alles, dus zou er iets zijn wat hun verstand te boven gaat…….. En omdat ze deze wonderbare daad van God niet kunnen vatten met hun verstand, houden ze zich daarom maar voor dat God de aarde en alles wat daarop is niet geschapen heeft. Maar omdat er geen twijfel over bestaat dat de aarde, met alles erop en eraan, er wel degelijk is, verzinnen ze zelf een theorie over het ontstaan van de dingen om toch maar niet te hoeven toegeven dat ze het niet weten en niet begrijpen.

Helaas zijn er duizenden van die ontstaans-theorieën, en verreweg de meeste lijken totaal niet op elkaar. Welke is nu de juiste…?

U kunt het vergelijken met een smid die er prat op gaat alles van staal en staalproducten af te weten maar niet begrijpt hoe het mogelijk is dat een vliegtuig kan vliegen en dus zichzelf maar voorhoudt dat vliegtuigen niet kunnen vliegen. Maar omdat iedereen wel eens zo’n ding in de lucht heeft gezien verzint hij er voor alle zekerheid maar een interessante theorie over om toch een antwoord te hebben als iemand hem vraagt hoe het kan dat vliegtuigen vliegen.

Hardleers is de mens. Want ooit heeft een geleerde eens gezegd: ‘Ik weet absoluut zeker dat God de aarde en wat daarop is geschapen heeft, en toch geloof ik het niet!’ Dat er zulke mensen zouden zijn voorspelt de Bijbel al in 2 Petrus 3:5: ‘Want moedwillig is hun dit onbekend, dat door het Woord van God [de] hemelen van oudsher waren en een aarde …’.

Dom is de mens. Alle waarde hechtend aan de wetenschap. Een eeuw geleden bracht een onderzoeker de stelling naar voren dat wanneer men een vuil hemd ergens neerlegde er na drie weken muizen uit tevoorschijn zouden komen.

Nu lachen we daar onbedaarlijk om maar een eeuw geleden maakte men met een ernstig gezicht allerlei notities van deze ‘belangwekkende’ mededeling van de wetenschap. Dit soort dingen wist God ook allemaal toen Hij in Zijn Woord liet neerschrijven: ‘Terwijl je je afwendt van het ongoddelijk gezwets en [de] tegenstellingen van de ten onrechte zo genoemde kennis’ (1 Timotheüs 6:20).

En toch – hoe is het mogelijk? – wordt er steeds weer door de mens naar zijn oorsprong gezocht. Vondsten en onderzoeksresultaten worden gebruikt om allerlei stellingen te poneren. En al deze pogingen hebben een doel: te proberen om te bewijzen dat de mens niet door God is geschapen; want wie erkent dat de mens door God geschapen is moet ook de consequentie aanvaarden dat hij deze levende God gehoorzaamheid en eer verschuldigd is. En om zich van deze verplichting te ontdoen beweren sommigen dat de mens uit een oercel stamt en dat er al gedurende ontelbare jaren oercellen bestaan.

En weer anderen zeggen dat er van oudsher al levende wezens bestaan hebben die zich in de loop van de tijd tot de huidige mens veredeld en vervolmaakt hebben.

Maar, serieuze lezer, toont de geschiedenis van de mensheid niet duidelijk dat er veel eerder van een ‘terug’-ontwikkeling (biologisch, geestelijk en zedelijk) sprake is? Een totale verslechtering! Als u heel eerlijk bent zult u dat moeten toegeven. En met u iedereen. Helaas: velen zijn bereid de menselijke, ongoddelijke theorieën te onderschrijven.

Dit alles is een duivelse loochening van de waarheid dat de mens de schepping van GOD is, zoals dat in de Bijbel staat.

Wie is in waarheid de mens?

God schiep de eerste mens bijna 6000 jaar geleden. Het is niet moeilijk in de Bijbel het volledige geslachtsregister van Adam tot en met Christus te vinden.
In Genesis 1:26 lezen we: ‘En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis’. Vier wonderbare feiten worden ons hier voor ogen gesteld. Ten eerste dat God de mens geschapen heeft. De mens is niet ergens op een niet na te gaan tijdstip ontstaan, heeft ook niet zichzelf geschapen door ontwikkeling, maar God Zelf schiep u en mij.

Ten tweede dat God de mens naar Zijn beeld schiep en zodoende werd de mens een schepsel van de grootste volmaaktheid en volkomenheid. Niets was er zwak of af te keuren aan hem.

De eerste mens die naar Gods beeld geschapen werd moet buitengewoon mooi zijn geweest, want we lezen zelfs nog na de zondeval in de Bijbel van mensen die zeer mooi waren, bijvoorbeeld van Sarai (Genesis 12:14), Rebekka (Genesis 24:16), Bathseba (2 Samuel 11:2), Mozes (Exodus 2:2), Adonia (1 Koningen 1:6), en van anderen.

Ten derde dat de eerste mens onsterfelijk was. Hij kende de dood met al zijn vreselijke gevolgen niet. De eerste mens was zonder zonde, hij had een rein hart dat vrij was van al de boze gedachten die vandaag uit ons hart voortkomen. Ten vierde dat hij ook een vrij mens was, die een vrije wil had. God had ook een willoos schepsel kunnen maken, maar de ‘adel’ van de mens is zijn vrijheid. Ook moet de eerste mens zeer gelukkig geweest zijn want hij kende geen angst en zorgen. Zo had God Zich een mens geschapen waarvan de hedendaagse mens slechts een karikatuur is. De eerste mens op aarde was voor God zeer waardevol.

Waarom schiep Hij hem eigenlijk?

De grote en heilige God verlangde ernaar kinderen te hebben aan wie Hij Zijn volle liefde en goedheid zou kunnen bewijzen. God wilde een mensengeslacht hebben naar Zijn gelijkenis, waarin het Wezen van God weerspiegelde. Het moest een geslacht zijn dat God verheerlijkte en waarin God Zijn vreugde zou kunnen vinden. Schepselen waarmee Hij gemeenschap wilde hebben, en in hun midden wilde Hij wonen.

Hij had gezegd: ‘Word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar!’ In trouw en gehoorzaamheid aan Zijn Woord moesten ze in de gelukzaligheid van de gehoorzaamheid op deze aarde de Schepper eren. De eerste mens bezat alles wat iemand wiens leven gladjes en gelukkig verloopt zich nog zou kunnen wensen. Maar één verbod echter had God de mens gegeven, namelijk dat hij van de vrucht van de boom in het midden van de hof niet mocht eten. Als hij daarvan zou eten zou hij sterven. De mens had de keuze (we zeiden al eerder: God maakte geen willoze mens, maar Hij gaf hem een vrije wil, Hij gaf hem vrijheid!) God te gehoorzamen of naar de verleidingen van de Satan te luisteren en zodoende alles in onschuld te bewaren of alles te verliezen; te leven of te sterven.

Getekende boom met rode appels op een groen heuveltje

Waarom plaatste God die boom daar midden in die hof?
Waarom verbood God van de vrucht van die boom te eten?

Hij wilde zien of de mens uit eigen vrije wil (hij was immers geen marionet) Hem zou gehoorzamen en verheerlijken. God wilde de mens op de proef stellen; Hij gaf de mogelijkheid om ongehoorzaam te zijn en Hij zou verheerlijkt worden als de mens van die mogelijkheid geen gebruik zou maken. Die ‘mogelijkheid’ stond midden in de hof; zonder hek eromheen.

Stel u voor een moeder die, voordat ze het huis uitgaat, de koekjestrommel in de kast legt, de kastdeur op slot draait en daarna de kinderen uitdrukkelijk verbiedt aan de koekjes te komen. Zal zij, als ze weer thuis komt, kunnen denken: ‘wat heb ik toch fijne, gehoorzame kinderen!’? Nee, want ze heeft geen enkele mogelijkheid gegeven om, wat de koekjes betreft, ongehoorzaam te zijn. Daarentegen zou ze met vreugde en dankbaarheid aan de gehoorzaamheid en liefde van haar kinderen kunnen denken als ze, nadat ze de kinderen verboden had koekjes te eten, het trommeltje gewoon op tafel had laten staan en daarna was weggegaan.

Precies zo, nogmaals, gaf God Zijn schepsel de keuze: gehoorzaamheid en dus leven, ongehoorzaamheid en dus sterven.

Hoe vreselijk: de mens koos voor het laatste. Hij stortte in de bedriegelijke val van Satan en ruilde zijn gelukkige leven in de gemeenschap met God voor het aan Satans macht onderworpen, gebonden (onvrije) leven dat de mens vandaag de dag nog leeft.

Een begraafplaats

De dood deed, als het loon van de zonde, zijn intrede en wel in drievoudige vorm.
Allereerst de lichamelijke dood, die ons overal omgeeft en waarvan de vele kerkhoven stille getuigen zijn. Maar er is ook de geestelijke dood, die de mens zo ver weggevoerd heeft dat hij God niet meer kent, geen gevoel meer heeft voor de heiligheid en de liefde van God en niet meer inziet dat Hij als Schepper recht op hem heeft. In deze toestand van geestelijke dood leven miljoenen mensen. Zij worden zeer spoedig, na afloop van deze genadetijd, een buit voor de derde vorm van de dood: de eeuwige dood. Dit is een eeuwige toestand van Godverlatenheid in het oordeel, ‘in de poel die van vuur en zwavel brandt’ (Openbaring 21:8).

Gods schepsel, gesierd met een vrije wil, werd een willoos werktuig in de hand van de grote vijand van God. De gevolgen van de vreselijke beslissing die de mens nam, zien wij aan al het lijden en smart, aan de ellende, aan al het vreselijke en verschrikkelijke, aan alle vijandschap en sterven in deze wereld. De mens van nu geeft daar nota bene God de schuld van, terwijl het allemaal alleen voortkomt uit de Satan die voor de uitvoering van zijn afgrijselijke praktijken de mens (die zich door zijn keuze aan hem heeft overgegeven) als instrument in zijn hand gebruikt.

Met een ongehoorzame, in zonde gevallen mens kan God, vanwege Zijn heiligheid, geen gemeenschap hebben. Vrijwillig had de mens de gemeenschap met God verbroken en leeft zodoende Goddeloos hier in deze wereld. Tussen God en de mens staat deze muur van eigenwil en van zonde. En die muur blijft, ook al is of doet men religieus.

Sinds zijn fatale keuze is het wezen van de mens zondig. En wie zou zijn eigen zondige natuur niet kennen als hij heel eerlijk is? Uit dit zondige hart komen alle slechte gedachten, daden en woorden voort. Prediker 7:20 zegt: ‘Voorzeker, er is geen mens rechtvaardig op de aarde, die goeddoet en niet zondigt’.

God is echter heilig en rechtvaardig en moet daarom het doodsoordeel uitvoeren dat Hij over de ongehoorzame mens bij zijn val heeft uitgesproken. ‘Het is de mensen beschikt eenmaal te sterven en daarna het oordeel’ (Hebreeën 9:27).
Als een donkere, loodzware wolk, die zich zeer binnenkort zal ontladen, hangt dit oordeel van God over de hele mensheid.

Maar God wil de dood van de zondaar niet!

God wil dat de zondaar zich bekeert en leeft!

De mens die in vijandschap tegenover Hem stond heeft Hij zelfs zo liefgehad dat Hij het Liefste dat Hij had, Zijn eniggeboren Zoon, geofferd heeft op het kruis van Golgotha.
In plaats van op de mens laadde God op Zijn Zoon Jezus Christus Zijn volle toorn. God maakte Hem tot zonde hoewel Hij geen zonde kende. Waarom? Opdat Zijn heiligheid en gerechtigheid bevredigd zouden worden, zodat nu de verloren mens uit vrije genade teruggevoerd kan worden in Zijn gemeenschap. Terug naar de Bron van alle leven. Het ligt nu aan de mens zelf! Wil hij dat, wat hij door de overtreding van de eerste mens en door zijn eigen zonden verloren heeft, terugkrijgen? Hij heeft de keuze! Hij mag kiezen!

Of in de oude toestand verder leven om het vreselijke oordeel tegemoet te snellen, of berouw hebben en het aanbod van God, de grootste gift van alle tijden, aannemen om zo door het geloof in het plaatsvervangende offer van de Heer Jezus Christus op Golgotha uit genade de vergeving te ontvangen. Het is de belangrijkste beslissing die de mens hier op aarde moet nemen, want het gaat om leven of dood.

Niemand kan deze beslissing voor een ander nemen, geen enkele handeling en geen enkele menselijke regeling kan deze beslissing vervangen. Deze beslissing kan ook alleen maar tijdens het leven hier op aarde genomen worden, want na de lichamelijke dood is er geen mogelijkheid meer om voor de Heer Jezus te kiezen. Elk mens moet daarom nu weten of hij de juiste beslissing genomen heeft, want bij God is er daarover geen onzekerheid maar absolute zekerheid. De gevolgen van een foute beslissing zijn niet te overzien, zij moeten de hele eeuwigheid door gedragen worden. Het is nutteloos u deze gevolgen op te noemen; iedereen heeft er al vaak genoeg over gehoord.

Maar eenmaal zal met alle zekerheid gezegd kunnen worden dat een bestaan in de eeuwigheid met lichamelijke pijnen en zielenpijnen, gescheiden van God, zo verschrikkelijk is, dat de Heilige Schrift er alleen maar deze uitdrukkingen voor heeft: ‘de poel die van vuur en zwavel brandt’ (Openbaring 21:8); ‘Vreselijk is het te vallen in [de] handen van [de] levende God!’ (Hebreeën 10:31).

Maar nu nog werkt God in liefde, want God wil dat alle mensen berouw hebben en hun toevlucht nemen tot het kruis van Golgotha om daar verlossing en redding te vinden.
De genadedeur staat wijd open en God roept en smeekt: ‘Kom toch naar het kruis met uw zware zondelast!’ Wie deze stap naar het kruis doet, wacht hier op aarde een nieuw leven in gemeenschap met God de Vader, en met Zijn Zoon. Ook al leeft hij hier op aarde in lichamelijke zwakheid en in zorgelijke omstandigheden, toch heeft God van hem een nieuwe mens gemaakt die weer terug is bij Hem Die hem geschapen heeft.

De Heer Jezus Christus is voor zo iemand de Bron van het eeuwige leven, en van het licht hier in deze donkere wereld. Als Hij alle gelovigen van ‘geloven’ naar ‘aanschouwen’ heeft gebracht zal Hij in eeuwigheid voor hen allen het Voorwerp van lof, dank en aanbidding zijn. Dan zijn de gelovigen eindelijk ‘thuis’, na alle strijd en beproevingen.

Het startpunt van alle mensen is hetzelfde: ‘Want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God’ (Romeinen 3:22 en 23). Maar eens scheiden de wegen, door de beslissing voor of tegen het kruis van Golgotha. De één gaat over de smalle weg in de eeuwige gelukzaligheid van de gemeenschap met God zijn Vader; de ander gaat over de brede weg in de eeuwige verdoemenis, gescheiden van God.

Moge ieder de juiste beslissing nemen.

Een nadenkende vrouw

Zeg eens, beste vriend of vriendin, wat biedt deze zondige wereld u?
Denkt u hier gelukkig te worden?

Het leven vliegt voorbij. De dood nadert snel. En met de dood nadert het oordeel.

Dan helpt roem of rijkdom u niets meer. Dan bent u te laat. NU is het nog de genadetijd. O, denk daar toch aan! Wie weet hoe gauw die tijd voorbij is. Dan is het stikdonker.
Heb berouw, neem de genade aan nu het nog kan. Wees ervan overtuigd dat het ons, de schrijvers van dit boekje, ernst is. We hebben het alle drie razenddruk maar we vonden het zo noodzakelijk om u op Jezus Christus te wijzen dat we ruimschoots de tijd hebben genomen om dit uitgebreide schrijven tot u te richten. Het is ons echt ernst!

We proberen niet vroom of interessant te doen. We zijn geen ‘publiceer-maniakken’. Daar is onze tijd te kostbaar voor. Alles is er ons aan gelegen dat u NU voor de Heere Jezus kiest! Doe het! Nu! U zult voor eeuwig overgelukkig worden.

Arthur Schweizer

De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.

Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!