19. Wat is vrijheid?
Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer
- 1. Waarom is de Bijbel Gods Woord?
- 2. Wie is God?
- 3. Wie is de duivel?
- 4. Wie is Jezus Christus?
- 5. Wie is de mens?
- 6. Wat is zonde?
- 7. Wat is geloof?
- 8. Is er een leven na de dood?
- 9. Wat is vrede?
- 10. Wat is liefde?
- 11. Wat is de dood?
- 12. Is er zekerheid over de hemel en de eeuwigheid?
- 13. Wat is leven?
- 14. Wat is de eerstvolgende grote gebeurtenis in deze wereld?
- 15. Wie is de schuld van alle ellende in deze wereld?
- 16. Waar kan ik echt geluk vinden?
- 17. Waar vind ik veiligheid en zekerheid?
- 18. Wat is échte blijdschap?
- 19. Wat is vrijheid?
- 20. Wat moet ik kiezen?
De hele mensheid verlangt naar vrijheid en is bereid geld, goed en leven voor haar op te offeren. De mens wil geestelijk, religieus, politiek en economisch vrij zijn. Vrijheid is een kostbaar goed waarvoor al vele oorlogen gevoerd zijn en waarvoor al veel bloed vergoten is. Menig kind voelt zich in het huis van de ouders onvrij en benauwd en maar al te vaak smijten ze de boeien van traditie en gewoontes van zich af.
Volkeren steunen op hun overheid en kleurlingen zien in de blanke huidkleur van de vijand hun vrijheid. We moeten ons echter eens afvragen of een jongen of een meisje inderdaad de vrijheid heeft als hij of zij het ouderlijk huis de rug toekeert; en of het bijvoorbeeld ‘vrijheid’ betekent als alle zedelijke normen aan de kant worden geschoven en alle muren van wet, recht en burgerlijke orde afgebroken worden.
De geschiedenis toont dat volkeren vaak van de regen in de drup kwamen toen ze hun politieke doel door revolutie of oorlog schijnbaar bereikt hadden. En waren de vele gekleurde volkeren er ook niet beter aan toe en genoten zij ook niet meer burgerlijke rechten en vrijheden toen ze nog onder het bestuur van andere landen waren? Hun streven naar onafhankelijkheid eindigde in meer onvrijheid dan ze eigenlijk verwacht hadden.
Bij een onderzoek naar persoonlijke vrijheid ontdekt men onwillekeurig de zichtbare en onzichtbare grenzen die de mens zijn gesteld en die hem in zijn vermeende vrijheid als een onvrije gevangen houden. Diep in z’n hart zou hij ontzettend graag bevrijd willen zijn van hartstochten, gebreken, verslavingen en karakter-onvolkomenheden; maar hij moet erkennen dat de macht in hem sterker is dan zijn wil. De dagelijks voorkomende zelfmoorden zijn er het duidelijke bewijs van dat de mens probeert zichzelf te bevrijden maar daarin alleen maar meedogenloos wordt teleurgesteld.
Zo leeft elk natuurlijk mens uiterlijk en innerlijk in onvrijheid en is gebonden aan lichaam, ziel en geest. Het goede dat hij wil doen doet hij niet, maar het boze, dat hij bij anderen verafschuwt en ‘wat hij zelf nooit zou doen’, beheerst zijn eigen handelen.

De vele verslavingen en pogingen tot bevrediging van het lichaam leiden vaak tot volkomen ontwrichting van de gezondheid en de gebondenheid van de geest werkt verwoestend op het gemoed en het hart van de mens. Ook worden verderfelijke theorieën verkondigd; degenen die zich daaraan overgeven handelen zelfs vaak keihard tegen de wet. Vaak worden ook occulte verbintenissen aangegaan die de geest verlammen en vernietigen.
Velen nemen de toevlucht tot alcohol, verdovende middelen of tot het ongebonden samenleven met iemand van hetzelfde of het andere geslacht; ze geloven zo de onvrijheid, de gebondenheid op te lossen. Heel wat mensen maken een eind aan hun kostbare leven als ze hierin geen succes hebben en doen daarmee de fatale stap in de eeuwige verdoemenis. De mens heeft allerlei goede voornemens en doet z’n best om van hartstochten en verslavingen af te komen. En omdat het niet in zijn vermogen ligt neemt hij, vrijwillig of niet vrijwillig, artsen of psychiaters in de arm. Want hij ziet het einde voor zich en wil zich toch eigenlijk maar liever voor een catastrofe behoeden. Er zijn zowaar enkelen die het klaarspelen zich schijnbaar te bevrijden, maar ontzettend groot is het aantal dat schipbreuk heeft geleden.
Zo blijft er een constante strijd, waarbij het erom gaat zichzelf te overwinnen en te bevrijden. God heeft de mens naar Zijn beeld geschapen en hem als hoofd over deze schepping gesteld. Hij was geschapen voor de vrijheid en dat gaf hem een aanzienlijk hogere positie dan alle andere schepselen. De eerste mens leefde ook inderdaad in vrijheid, maar door de ongehoorzaamheid aan God werd hij van een vrij man een knecht van een boze meester: hij verkocht zich aan Satan, de overste van deze wereld.
Hij werd een slaaf van de duivel, van de vijand van zijn ziel, en viel daarom onder het Goddelijk oordeel. Satan oefent als een afgrijselijke dictator zijn heerschappij over de mensen uit. Uit de in hen wonende zonde komen andere zonden voort, in gedachten, woorden en daden. Ze rijgen zich als schakels aaneen en de mens sleept deze onzichtbare ketting met zich mee en probeert tevergeefs haar kwijt te raken. De duivel ziet er zorgvuldig op toe dat niemand zich aan zijn heerschappij onttrekt.
Daarbij spreekt de mens nota bene over ‘vrijheid’. Hij merkt totaal niet dat hij steeds dieper in de onvrijheid, in de gevangenschap raakt van de vorst van deze wereld die hem steeds hechter aan zich vastsmeedt en van de mens een willig werktuig maakt.
‘Kan ook een Cusjiet zijn huid veranderen, of een luipaard zijn vlekken? Zou ook u dan goed kunnen gaan doen, gewend als u bent om kwaad te doen?’ (Jeremia 13:23). Evenmin als een Ethiopiër zijn huidkleur kan veranderen en een panter zich van zijn vlekken kan ontdoen, zo min gelukt het de natuurlijke mens zichzelf te bevrijden. De Ethiopiër mag zich inspannen een wijziging in zijn huidkleur voor elkaar te krijgen, terwijl de panter zich misschien over z’n vlekken niet bekommert, voor beiden blijft de situatie dezelfde.
Precies zo vergaat het de mens: of men nu z’n best doet of niet, niemand kan zichzelf bevrijden. Men bevindt zich in een hopeloze toestand, want het oordeel van God over elk mens luidt: ‘Het loon van de zonde is [de] dood’. Niemand kan het tegen de machten van de duisternis opnemen, want Satan brengt iedereen zonder erbarmen naar de plaats vanwaar er geen ‘terug’ meer mogelijk is. Er is hier op aarde geen werkelijke vrijheid! Zij blijft altijd betwist en buiten bereik, zolang de mens niet van de kettingen van Satan is bevrijd.
Toch is er een mogelijkheid om in ware vrijheid te leven!
De Heere Jezus Christus kwam op aarde om de mensen te bevrijden, te verlossen van zonde, dood en duivel. ‘Hij heeft Mij gezonden, om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis’ (Jesaja 61:1). De mens is pas echt vrij als hij uit de vernietigende macht van de duivel (die alleen maar vrijheid voorspiegelt maar uiteindelijk slavernij en gebondenheid oplegt) bevrijd is. God Zelf kwam in Zijn Zoon om deze leugenaar en bedrieger z’n buit af te pakken.
God zag hoe de mensen zich bevonden in de slavernij van de zonde: een eeuwige gevangenschap. Hij zag hoe ze het oordeel tegemoet gingen; Hij had medelijden en vol erbarmen zag Hij de vele gebrokenen die diep in nood waren en met hun leven geen raad wisten. Hij kende degenen die snakten naar een leven in vrijheid, licht en geluk. Hij zag hoe de mensen ernaar verlangden vrij te zijn van angst en vrees, om voor tijd en eeuwigheid gered te zijn.
Voordat de mens werkelijke vrijheid gebracht kon worden moest eerst de oorzaak van de onvrijheid uit de weg worden geruimd. Daarom moest op Golgotha de zonde geoordeeld worden, wilde de Heer Jezus Satan de buit, die hij vasthield, kunnen ontrukken. Door Zijn dood en het oordeel dat Hij als Plaatsvervanger voor ons droeg, heeft Hij de weg geopend waarop men geleid kan worden, weg uit de angst, verschrikking, gebondenheid en dood.
Hij die zich bekeert, zijn zonden erkent en in het geloof zijn leven aan de Overwinnaar van Golgotha geeft, wordt door de Heer Jezus uit de slavernij van Satan in de wonderheerlijke vrijheid van God gebracht. Al lijkt het erop dat hij een uiterlijke vrijheid bezit, toch blijft de mens een gevangene in de macht van de duivel. Ware vrijheid is alleen in de Heer Jezus Christus. Wie Hem als zijn persoonlijke Heiland kent is echt vrij.
Voor iemand die net uit de gevangenis is ontslagen is de vrijheid vaak een zware last.
Wie echter uit de gevangenschap van Satan, zonde en schuld bevrijd is, geniet onmiddellijk van de wonderbare vrijheid van hart en geweten.
Met vreugde en dankbaarheid is hij dan uit liefde een slaaf geworden van Hem Die door Zijn kostbaar bloed deze vrijheid voor hem bevochten heeft. Hem, Jezus, dienen is nu het doel en de inhoud van zijn leven. Zo’n vrijheid die werkelijk vrij maakt van angst voor de dood en voor de eeuwigheid, van de onzekerheid over de toekomst, van de zinloosheid en de hopeloosheid van het leven kan de wereld niet bieden.
Alleen de Goddelijke vrijheid bevrijdt het geweten van schuld en zonde, schenkt troost in verdriet, uitzicht in wanhoop, vertrouwen en volharding in nood en ziekte. Deze vrijheid bindt met liefdekoorden aan Hem Die Zichzelf gaf om haar voor ons te verwerven. Daarentegen is alle ‘vrijheid’ die de wereld voorschotelt onzeker en vergankelijk. Zij is een schijn-vrijheid die in werkelijkheid niet bestaat.
Maar de vrijheid die door het geloof in het werk van Jezus op Golgotha wordt verkregen, is onvergankelijke werkelijkheid; ze reikt over de dood heen in alle eeuwigheid. Satan, de veroorzaker van alle onvrijheid en gebondenheid verleidt de mensen nog steeds en biedt hen zijn bedrieglijke imitatievrijheid aan.
Maar al heel gauw komt het tijdstip waarop hij, Satan, gebonden wordt en in de hel wordt geworpen: ‘En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid’ (Openbaring 20:10).
Als iemand door het geloof in Jezus Christus in de ware vrijheid wordt gesteld ontvangt hij rust en vrede voor z’n hart. Hij heeft gezien en ervaren dat tegenover de misleidende vrijheid van deze wereld de wonderbare, werkelijke vrijheid van God staat. De vrijheid in zijn Heer, Die hij toebehoort en dient.
‘Als dan de Zoon u zal vrijmaken, zult u werkelijk vrij zijn’ (Johannes 8:36).
Arthur Schweizer
De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.
Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!