16. Waar kan ik echt geluk vinden?

Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer

‘Welzalig is de man die op de HEERE zijn vertrouwen stelt’ (Psalm 40:5).

Er is bijna niemand op aarde die niet graag gelukkig wil zijn. Men wil het niet alleen zelf zijn, ook anderen wenst men geluk, gezondheid en een lang leven. Onder geluk verstaat men dan het summum van alle goede wensen, verwachtingen en plannen. De voorstellingen die men zich ervan maakt zijn echter zeer uiteenlopend en menigeen weet nauwelijks te beschrijven waarnaar hij verlangt.

Het ‘gelukkig zijn’ is nog een overblijfsel uit het Paradijs waar de eerste mens een gelukkig leven leidde, in afhankelijkheid van God. Maar door zijn ongehoorzaamheid werd de mens gescheiden van God en kwam de dood en het ongeluk in deze wereld. Sindsdien verlangt elk mens het verloren geluk weer terug. Velen proberen op allerlei manieren het geluk te vinden en zonder God gelukkig te worden. Heel wat mensen proberen het met rijkdom te verkrijgen, hoewel het een bekend feit is dat geld niet gelukkig maakt.

Anderen zoeken het in de liefde; maar juist daarin is het ‘geluk’ zeer betrekkelijk en grillig en maar al te vaak de oorzaak van veel teleurstellingen en ongeluk. Verder zijn er nog de diverse mystieke, mediterende groepen die zich tot het uiterste inspannen om hun grote behoefte aan geluk te bevredigen. Zo zijn er zeer, zeer velen bij wie men boven het levensverhaal zou kunnen schrijven: ‘Op zoek naar geluk’.

Maar men heeft er niet zoveel aan om naar geluk te zoeken. Men moet het vinden!
Maar hoe? Het zoeken en streven naar geluk houdt direct verband met de vraag naar de zin van het leven. Velen vinden hun leven niets meer waard en gooien het weg. Anderzijds is het zeer natuurlijk dat de mens aan zijn leven hangt en alles in het werk stelt om het waarde en inhoud te geven. Maar om het echt waardevol te maken zijn een paar gelukkige uurtjes echt niet voldoende.

Voor echt, geworteld geluk is meer nodig. Daarvoor moet de mens komen bij de Bron van het leven, want omdat hij dit geluk van nature niet bezit is hij ongelukkig. De mens moet dat ontvangen wat God alleen geven kan: het eeuwige leven. Wie Goddelijk, eeuwig leven bezit is werkelijk gelukkig. Men mag misschien proberen zonder God een tijdlang gelukkig te zijn; het lukt niet, ook al heeft men alle soorten plezier en vermaak tot beschikking. Menselijk ‘geluk’ is afhankelijk van bezit en omstandigheden.

Als iemand die zonder God leeft zegt: ‘Ik ben gelukkig’, zou u hem eens moeten vragen om hetzelfde te zeggen als zijn vrouw en kinderen van hem afgenomen zijn, zijn huis is afgebrand, hij zelf ernstig ziek is, enzovoort.

Zonder God kun je niet echt gelukkig leven, laat staan gelukkig sterven.

Goddelijk geluk is echt, onverstoorbaar, eindeloos en kan door niets of niemand worden afgenomen of beïnvloed.

Alleen hij die weet dat zijn zonden vergeven zijn, en daardoor van de angst voor het oordeel en de dood bevrijd is, kan werkelijk gelukkig zijn. Als een enorme muur staat de zonde tussen God en de mensen. Alleen de zonde is de oorzaak van al het ‘ongelukkig zijn’. Daarom staat de mens zowel de lichamelijke als de eeuwige dood te wachten, en daarna het oordeel. Dit oordeel is het eeuwige voortbestaan van de mens in het oord van afgrijselijke kwelling en pijniging, gescheiden van God. De mens heeft het ware Leven nodig: Leven uit God, om voor eeuwig gelukkig te worden.

Maar hoe kan een mens in zijn zondige toestand in de tegenwoordigheid van God komen? De psalmist zegt: ‘Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven, van wie de zonde bedekt is’ (Psalm 32:1). Als iemands zonde is weggedaan, ontvangt hij nieuw leven door de Heer Jezus Christus. ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus Die U hebt gezonden’ (Johannes 17:3).

Om dit te kunnen geven heeft de Heer Jezus op Golgotha het oordeel, dat u en ik verdiend hadden, op Zich genomen.

Hij werd door God tot zonde gemaakt. En wie zich bekeert tot God en gelooft in Hem ontvangt het eeuwige leven en het ware geluk. ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal [het] leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem’ (Johannes 3:36). Er is hier op aarde geen hoger doel en niets kostbaarders na te streven dan het eeuwige leven te bezitten. Niet alleen het geluk op aarde is hiervan afhankelijk maar bovenal ook het leven in de eeuwigheid.

Echt geluk betekent: met God alles in orde te hebben gemaakt. Pas dan wordt het hart blij en gelukkig en krijgen de dingen van deze wereld hun juiste, ondergeschikte plaats. Dan is het leven in een wereld vol ellende en ongeluk weer waard om geleefd te worden.

Het geloof brengt de mens in een innige verhouding tot God. De gelovige mag de grote, heilige God ‘Vader’ noemen (zie Johannes 1:12) en is Zijn kind. Eens was hij een vijand van God, nu een geliefde. De ter dood veroordeelde, schuldige zondaar heeft niet alleen genade ontvangen maar is ook gerechtvaardigd.

De vroegere hopeloze, doelloze zwerver zonder vaderland bezit nu een plaats in het Vaderhuis waarnaar hij met vast vertrouwen op reis is. Een kind van God weet zich geborgen in de machtige Vaderhanden, hij is meer dan gelukkig, want ‘Welzalig is de man die tot Hem de toevlucht neemt’ (Psalm 34:9).

Dit geluk is niet te meten, niet te beschrijven en is onvergankelijk. Het wordt elke dag heerlijker; miljoenen gelovigen kunnen dat uit ervaring zeggen. De genoegens van de wereld, die men vaak zeer duur betalen moet, gaan voorbij en maken het hart steeds ongelukkiger.

Werkelijk geluk uit God kan niet ontnomen worden en hoe meer Hij het dagelijks leven beheerst en vervult hoe groter en kostbaarder het genieten van deze gelukzaligheid wordt. De Heere Jezus heeft de Zijnen met de prijs van Zijn eigen bloed gekocht. Daarom kan niemand hen uit Zijn hand rukken, en kunnen ze nooit meer verloren gaan. Hun geluk in Hem is grenzeloos en onverwoestbaar. ‘Want ik ben verzekerd dat dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch tegenwoordige noch toekomstige dingen, noch machten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer’ (Romeinen 8:38 en 39). Gelukkig is ieder die deze liefde kent, haar geniet en in haar rust vindt.

Maar aan dit geluk is ook verantwoordelijkheid verbonden. Want de van God ontvangen hoge positie vereist een wandel die in overeenstemming is met Zijn gedachten. Heeft de Heer Jezus er niet recht op dat Zijn geliefden zich in deze wereld Hem waardig gedragen? Alleen hij wordt in Gods Woord gelukzalig geprezen ‘die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters’ (Psalm 1:1).

Hoe kan een verloste ook anders gelukkig zijn dan alleen als hij zich afzondert van de vijanden van Zijn God en Vader en elk gezelschap mijdt waar God en Zijn Zoon niet worden gekend en erkend. Satan, de grote vijand van God, doet z’n uiterste best om het geluk van Gods kinderen te verstoren en hun hart weer ongelukkig te maken. Door zijn listen kan hij hun verlangen naar vergankelijk, onecht geluk opwekken. Als hij daarin slaagt en hun gedachten en hun begeren op geld, goed en vermaak richt wordt Gods Woord een last voor hun geweten, het gebed een moeilijke opgave en de gemeenschap met andere gelovigen een ergernis. Vreugdeloosheid, innerlijke armoede en het verdwijnen van het echte geluk zijn dan de gevolgen.

Menigeen heeft zich op deze manier met zware aardse ‘vrachten beladen’ die hem de blijdschap in de Heer Jezus Christus geroofd hebben. Daarom komt voor hen uit de Schrift de vermaning: ‘Laten wij alle last en de zonde, die ons licht omstrikt, afleggen’ (Hebreeën 12:1). De kinderen van God hebben het grote voorrecht ook in leed en beproevingen gelukkig te blijven. De bewijzen daarvoor komen onder andere van gelovigen in de landen achter het IJzeren Gordijn: vaders die voorgoed van hun gezin zijn weggehaald en in de gevangenis zitten; ook nog kinderen hebben die vanuit het gezin zijn overgeplaatst naar opvoedingsgestichten om met communistisch gif te worden ingespoten.

Van de schaarse berichten die ons van deze gelovigen bereiken is de hoofdinhoud dat ze het weliswaar erg moeilijk hebben, maar dat ze gelukkig zijn. Een geluk in Hem, dat niet te beschrijven is, zo heerlijk, en wat elke dag heerlijker wordt. Dat is echt, diep geworteld, onverstoorbaar geluk! Geen wonder: het is geluk uit God. Gods kinderen mogen alle zorgen en problemen aan hun Heere, Die hen gekocht heeft, zeggen. Hij helpt hen dragen en doet hun hart tot rust komen. Zij mogen vol blijdschap zeggen: ‘Geloofd zij de Heere; dag aan dag overlaadt Hij ons’ (Psalm 68:20).

Als zo vaak verdriet en pijn het ware geluk van de gelovigen overschaduwen, dan doet hen dat er des te sterker aan denken dat zeer spoedig de tijd komt dat ze in ongestoorde gelukzaligheid mogen rusten. De Heer Jezus heeft beloofd dat Hij zal wederkomen om alle in Hem gelukkig geworden mensen bij Zich in de heerlijkheid van het Vaderhuis te nemen. Dan is hun geluk volkomen en kan niets dit geluk meer vertroebelen. In alle eeuwigheid zullen zij Hem lof, dank en aanbidding brengen, zowel voor hun redding als ook voor Zijn hulp en leiding tijdens hun pelgrimsreis en voor het eeuwige geluk dat ze genieten.

Lezer, lezeres, bent u gelukkig? Echt gelukkig? Diep in uw hart gelukkig? Nee?
Luister dan eens naar de eerste regels van een eenvoudig lied:

Zoekt u naar waar geluk, stralend geluk?
Laat Jezus dan toe in uw hart!

Arthur Schweizer

De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.

Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!