20. Wat moet ik kiezen?

Een serie van 20 vragen – Arthur Schweizer
Man op een splitsing van wegen kijkt naar een wegwijzer onder de sterrenhemel

‘Jezus antwoordde en zei tegen haar: Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen’ (Lukas 10:41 en 42).

De mens staat in zijn leven voortdurend voor keuzes.
Het is niet altijd gemakkelijk de juiste keuze te doen, omdat vaak later pas blijkt of hij goed of fout gekozen heeft. Vaak worden besluiten lichtvaardig en ondoordacht genomen, zonder rekening te houden met de gevolgen. Vaak ontwijkt men in een duidelijk geval een keuze, uit onzekerheid of angst en veelal komt men zodoende in een benarde positie terecht.

Toen de eerste mens ervoor koos om zelf goed en kwaad te beoordelen en dus God ongehoorzaam te worden werd hij onmiddellijk door de gevolgen van zijn foutieve keuze getroffen. Niet alleen voor zichzelf maar ook voor zijn hele nageslacht heeft hij een keuze gedaan die schuld en zonde met zich meebracht.

De gevolgen van een verkeerde keuze zijn meestal niet te overzien; of het nu gaat om een opleiding, een beroep, een woning of een levenspartner. Bovendien moet de mens in het dagelijks leven vele besluiten nemen waarbij hij zich voor of tegen een bepaalde zaak uitspreekt of opstelt. Bij alles rijst de vraag of de dingen een goede of een slechte afloop zullen hebben, of men een goede of een verkeerde beslissing heeft genomen. Meestal neemt men eerder opgedane ervaringen in overweging en vraagt men zich af hoe die betreffende zaak uiteindelijk had kunnen eindigen als er een andere beslissing zou zijn genomen.

Men wint misschien ook inlichtingen in bij goede vrienden, die echter de verantwoording van de gevolgen van een onjuiste keuze niet kunnen overnemen.

Tevens worden horoscopen en waarzeggers geraadpleegd en men gelooft daarmee zijn best gedaan te hebben. Als dan op goed geluk de beslissing genomen is, komt later vaak het besef dat men het toch anders zou doen als men nog eens zou kunnen kiezen.

Zo heeft iedereen pijnlijke ervaringen achter zich en heeft men er achteraf spijt van niet anders gekozen te hebben. Soms zijn de gevolgen gering, maar vaak ook zo ernstig dat er niets meer goed te maken valt. Foutieve keuzes kunnen het hele leven ondraaglijk maken. De keuze van een verkeerde levenspartner, bijvoorbeeld, betekent ongeluk en een zware, levenslange last. In de familiekring, in het werk, bij ziekte of in psychische moeilijkheden zijn vrienden en bekenden door onjuiste keuzes in onaangename conflictsituaties gekomen.

Maar de gevolgen van een verkeerde keuze over het leven na de dood zijn nog erger en moeten in alle eeuwigheid gedragen worden. Die keuze kan nooit meer ongedaan gemaakt worden en betekent eeuwige kwelling en pijn.

Weliswaar spannen velen zich in om in het dagelijks leven ‘het goede te doen’, maar als het gaat om de eeuwigheid en om de zekerheid eenmaal te moeten sterven, ontwijkt de mens de noodzakelijkste beslissing steevast. Hij wil zich daarmee liever niet bezighouden, want dat zou zowel stellingname voor of tegen God als onderzoek en veroordeling van zijn leven tot nu toe vereisen.

Het noodlottige is echter dat hij helemaal niet negatief hoeft te kiezen, maar door zijn onverschillige, passieve gedrag automatisch de verkeerde keuze doet en de vreselijke gevolgen daarvan moet ondergaan.

Elk natuurlijk mens bevindt zich op de weg naar de verdoemenis, het eeuwige oordeel, naar de plaats waar niemand zou willen komen als hij wist hoe het daar is. De toestand van de mens voor God is van nature: zondig. Iedereen weet dat je zondigen niet hoeft te leren; het gaat vanzelf, vanwege het gescheiden-zijn van God. Op elk mens rust de toorn van God en blijft op hem, ook als hij z’n best doet moreel een onberispelijk leven te leiden. Hij hoeft niets bijzonders te doen, het is niet eens nodig grote zonden te begaan; hij hoeft alleen maar verder te leven zoals hij altijd gedaan heeft om op de plaats van verdoemenis en pijniging te komen. Voor dit oord hoeft men niet te kiezen.

Wie daar echter niet komen wil, moet wel een beslissing nemen, namelijk: de beslissing voor God, door Christus. Door goede werken kan men noch de hemel verdienen, noch zich redden van het eeuwig verderf. Maar God wil de eeuwige dood voor de mens niet; Hij wil hem het eeuwige leven schenken. Het is Zijn wil dat de mens nu al op aarde en ook in de eeuwigheid in gemeenschap met Hem zal leven. ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus Die U hebt gezonden’ (Johannes 17:3). Maar niemand kan zich door eigen kracht van de toorn van God bevrijden, geen enkel in zonden geboren mens voldoet aan de eisen van Gods heiligheid en gerechtigheid om eeuwig leven te ontvangen.

Hoe groot is echter Gods liefde en erbarmen dat Hij Zelf de weg bereidde en Zijn Zoon naar deze aarde zond! Deze Zoon van God nam de gestalte van een mens aan, werd in alles aan de mens gelijk en werd in alles op dezelfde wijze verzocht als wij, met uitzondering van de zonde: Zo kon Hij als zondeloze Mens voor schuldige zondaars in het oordeel gaan.
Toen de Heere Jezus op Golgotha uitriep: ‘Het is volbracht’, was het werk van de verlossing voleindigd en kon de mens eeuwig leven en gemeenschap met God ontvangen.
Het ligt nu helemaal aan de mens. De keus is helemaal aan hem.

Hij moet een duidelijke keuze voor God nemen; als schuldige tot Hem komen en in het geloof het plaatsvervangende offer van de Zoon van God, als voor hem persoonlijk gebracht, aannemen. Hij moet de brede weg, die hem naar het verderf brengt, verlaten en de smalle weg van het heil opgaan, die via het kruis van Golgotha naar de gemeenschap met God leidt. Er is geen andere weg, ‘En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden’ (Handelingen 4:12).

God Zelf heeft Zijn geliefde Zoon als het heilige Lam van God als het plaatsvervangend Offer voor de mensen gegeven. Hij, Jezus, was de hoogste prijs die God bezat; de vreugde en verrukking van Zijn hart, van eeuwigheid af. Aan deze hoge prijs kunnen we de liefde en het erbarmen van God voor de verloren mens zien. En nu moet iedereen zelf kiezen, tussen dood en leven, oordeel en genade. Dat is de belangrijkste keuze die men kan nemen. Niemand kan deze verantwoordelijkheid voor een ander op zich nemen.

De mens kan ook slechts alleen tijdens zijn leven op aarde kiezen, want na de dood is er geen mogelijkheid meer voor God te kiezen. God kent alleen een ‘vandaag!’; Hij kent, wat dit belangrijke besluit betreft, geen ‘morgen’ (steeds maar uitstellen) waarop uiteindelijk voor velen ook een ‘te laat!’ volgt.

In dit leven betreurt men vaak iets fout te hebben gedaan. Van de keuze voor God zal echter nooit iemand spijt hebben, want zij schenkt vreugde en gelukzaligheid. Niemand zal straks in de eeuwigheid kunnen zeggen: ‘God heeft mij nooit voor de keuze gesteld’, want Hij zegt in Zijn Woord: ‘Ik roep heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u: het leven en de dood heb ik u voorgehouden, de zegen en de vloek! Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht’ (Deuteronomium 30:19).

Zich in aardse dingen vergissen kan pijnlijk zijn, maar zo’n vergissing heeft alleen maar tijdelijke gevolgen die niet te vergelijken zijn met de eeuwige smart die zal volgen als men zich vergist in de prijs van zijn onsterfelijke ziel. Iedereen weet dat er een hel is: een plaats van verdoemenis, pijn en duisternis, waar geween en tandengeknars niet zullen ophouden.

Man kijkt naar een wegwijzer met twee pijlen in tegengestelde richting

Maar wie denkt over de volle betekenis daarvan na? Er wordt nauwelijks op gelet. Toch blijft er voor iedereen de ernstige werkelijkheid dat het kerkhof geen eindstation is. De ‘reis’ gaat verder, en elk mens moet zijn reisdoel kennen. Gelukkig is iedereen die weet waar hij de eeuwigheid zal doorbrengen.

Nog steeds kan iedereen de juiste keuze voor de eeuwigheid, die niet onzeker of twijfelachtig is, doen. Wie voor de Heer Jezus beslist, kiest het allerbeste, want Hij schenkt vrede voor het geweten en voor het hart, blijdschap, kracht aan de zwakken, troost aan de bedroefden, rust aan de vermoeiden, bevrijding aan de gebondenen en een eeuwigheid van ongestoord geluk.

Beste lezer, denk niet: ‘Het heeft geen nut, want het gaat toch allemaal zoals het gaan moet’. Dat is een gedachtefout: het gaat zo zoals u kiest!

Neem het goede besluit,
anders gaat u voor eeuwig verloren!

Neem het goede besluit, want het gaat om uw onsterfelijke ziel, die hier op aarde al naar een gelukkig leven verlangt! Doe nu de goede keuze, dan bent u geborgen voor tijd en eeuwigheid.

Blauwe ommekeer-pijl (symbool van bekering/omkeren tot God)

Keer u om naar God, belijd uw zonden eerlijk en oprecht voor Hem, en u zult zeker vergeving krijgen! Lees het maar na in 1 Johannes 1:9!

Arthur Schweizer

De auteur (Duitser van geboorte) heeft de boekjes
‘Antwort auf 2x 7 Fragen’,
‘Weisst du warum?’
en ‘Wahrheit Friede Freude’ geschreven.
Deze vraag is er één uit een serie van 20 vragen.
Deze komen – vertaald en bewerkt – uit de vermelde drie boekjes.

Voor meer evangelisatielectuur verwijzen we graag
naar www.uhwdw.nl!