U bent Mijn Zoon, Ik heb u heden verwekt?

De Brief aan de Hebreeën – J.C. Reumerman

Hebreeën 1:5a: ‘Want tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: ‘U bent Mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt’?’

De engelen mogen nóg zo groot zijn; ze mogen de Wet hebben verordend; allerlei opdrachten hebben uitgevoerd; nog steeds een dienst hebben ter wille van degenen die het heil zullen beërven (1:14), maar heeft God ooit tegen een engel gezegd: ‘U bent Mijn Zoon?’ Dit is een citaat uit Psalm 2 waar de Heer Jezus profetisch wordt voorgesteld als de beloofde Messias; als Degene Die over Zijn volk zal regeren.

Tevens zal Hij over de volken het oordeel uitoefenen, namelijk over die volken die zich niet aan Hem willen onderwerpen en zeggen: ‘Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen’ (Psalm 2:3). De Heer Jezus zal als de beloofde gezalfde Koning regeren. Maar deze Koning is tevens de Zoon van God, en wel in een bepaald opzicht: namelijk als de op aarde geboren Zoon van God. In de eerste verzen van Hebreeën 1 hebben wij Hem leren kennen als de eeuwige Zoon van God. Daarentegen wordt Hij in Psalm 2 beschreven als de Zoon van God zoals God Hem heeft verwekt, dus als Degene Die in de tijd is ingetreden en op aarde is gekomen. Deze twee waarheden moeten wij goed uit elkaar houden.
De manier waarop Psalm 2 spreekt over Gods Zoon vinden wij ook terug in Lukas 1:35, waar tegen Maria gezegd wordt: ‘daarom ook zal dat Heilige Dat geboren zal worden, Gods Zoon worden genoemd’. De Heer Jezus zou Zoon van God worden genoemd als Degene Die uit Maria geboren zou worden, verwekt door de Heilige Geest.

De Heer Jezus is dus in meerdere opzichten Zoon van God.
Ten eerste is Hij Zoon van God vanaf alle eeuwigheid, zonder begin en zonder einde, gelijk aan God de Vader en aan God de Heilige Geest. Als de eeuwige Zoon van God is Hij ook de Schepper, want in de kracht van Zijn heerlijke Persoon zijn alle dingen geschapen (Hebreeën 1:2, Kolosse 1:13-17).
Ten tweede is Hij Zoon van God doordat Hij mens wilde worden en daartoe op aarde geboren werd. Volledigheidshalve vermelden we dat Hij volgens Romeinen 1:3,4 nog op een derde wijze Zoon van God wordt genoemd, namelijk ‘verklaard is als Gods Zoon in kracht naar [de] Geest van [de] heiligheid, door dodenopstanding’.

Hier in Hebreeën 1:5 wordt de Heer Jezus aangeduid als de Zoon van God omdat Hij als Mens door God verwekt is.

God had in Psalm 2 al profetisch tegen de Heer Jezus gezegd: ‘U bent Mijn Zoon’. In een aantal Schriftplaatsen worden engelen als ‘zonen van God’ beschreven (bijvoorbeeld in Job 1:6; 2:1 en 38:7). Hierbij heeft het woord ‘zonen’ de betekenis van: door God geschapen.

Dit alles was niet te vergelijken met wat God tegen de Heer Jezus had gezegd, toen Hij op aarde geboren werd: ‘U bent Mijn Zoon! Ik heb U heden verwekt’.

J.C. Reumerman