Door lijden volmaakt
De Brief aan de Hebreeën – J.C. Reumerman
- 1. Waarom wordt de schrijver van de Brief aan de Hebreeën niet vermeld?
- 2. Vergelijking van het Nieuwe Testament met de vijf Boeken van Mozes
- 3. Overzicht van de Hebreeënbrief
- 4. Hebreeën 1:1
- 5. Zeven heerlijkheden van de Zoon
- 6. U bent Mijn Zoon, Ik heb u heden verwekt?
- 7. Psalm 45 geciteerd in Hebreeën 1
- 8. Psalm 102 geciteerd in Hebreeën 1
- 9. Hoe zullen wij ontkomen?
- 10. De Heer Jezus smaakte de dood voor alles
- 11. Door lijden volmaakt
- 12. Uit slavernij verloste mensen
- 13. Verhardt uw harten niet
- 14. Blijf niet achter!
- 15. Het Woord van God is krachtig
- 16. Het hogepriesterschap van de Heer Jezus
Hebreeën 2:10
Vers 10: ‘Want het betaamde Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, vele zonen tot heerlijkheid leidende, de Overste Leidsman van hun behoudenis door lijden zou volmaken’.
Met ‘betaamde’ wordt bedoeld: passend bij het karakter van God. Alles moest zijn tot eer van God, om Wie en door Wie alle dingen zijn. Hij is de oorsprong van alles. Zijn voornemen was om vele zonen tot heerlijkheid te leiden. Daarvoor wilde Hij graag een weg vinden en Hij heeft die gevonden in en door de Heer Jezus. Er staat hier niet ‘alle mensen’ maar ‘vele zonen’, namelijk degenen die waarachtig in God en Christus geloofd hebben. Zijn hart en gedachten zijn met betrekking tot ons op heerlijkheid gericht, niet op veroordeling. Om Zijn doel te kunnen bereiken moest God de Heer Jezus, Die hier ‘de Overste Leidsman’ wordt genoemd, door lijden volmaken.
Deze uitdrukking vinden wij ook in hoofdstuk 12:2, waar de Voorhoeve-vertaling in een voetnoot de volgende nadere aanduiding geeft: ‘dat is de aanvoerder, die de loop begint en ook voortzet’. In hoofdstuk 12 heeft Hij die weg al voltooid. Zo’n Persoon mogen wij bezitten in de Heer Jezus, Die in ons vers (2:10) genoemd wordt ‘de Leidsman van hun behoudenis’.
God zou Hem ‘door lijden volmaken’. Bij deze uitdrukking moeten we op twee dingen letten. In de eerste plaats gaat het hier niet om de Persoon van de Heer Jezus. Immers, als God de Zoon is Hij absoluut volmaakt en hetzelfde geldt voor Hem als Mens. De Schrift is duidelijk dat als zódanig alles volmaakt is bij de Heer Jezus! In de tweede plaats betreft het ‘lijden’ hier niet het verzoenend lijden van de Heer Jezus tot uitdelging van de zonden van de gelovigen.
Wat is dan wél de betekenis? Ook hierbij geeft de Voorhoeve-vertaling een verhelderende voetnoot: ‘In de Brief aan de Hebreeën heeft ‘volmaken’ de zin van alles doen wat nodig is om iemand geschikt te maken een dienstwerk te vervullen’.
God wilde Hem in elk opzicht geschikt maken voor het ‘nieuwe dienstwerk’ dat de Heer Jezus vanuit de hemel zou gaan doen, nadat Hij het verlossingswerk zou hebben volbracht en ten hemel zou zijn gevaren. Dat dit hier bedoeld wordt blijkt onder andere uit vers 18, waar we lezen: ‘Want waarin Hijzelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hun die verzocht worden te hulp komen’.
Dezelfde gedachte vinden wij in hoofdstuk 4:15 in verband met de bekwaamheid van de Heer Jezus als Hogepriester: ‘Want wij hebben niet een Hogepriester, Die niet met onze zwakheden kan mee lijden, maar Eén, Die in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van de zonde’. God vond het dus nodig dat Zijn Zoon tijdens Zijn leven hier op aarde verzoekingen, beproevingen en allerlei moeilijke omstandigheden zou doormaken, zodat de Heer Jezus later uit eigen ervaring ieder van de Zijnen zou kunnen helpen. Zoals we uit hoofdstuk 4:15 lazen, heeft dat niets met de zonde te maken: ‘met uitzondering van (of: uitgenomen) de zonde’.
Het gaat in de Brief aan de Hebreeën om de ervaringen in de woestijn; die heeft de Heer Jezus Zelf meegemaakt. God zorgde ervoor dat de Heer Jezus dat volmaakt zou ervaren, opdat wij geholpen zouden kunnen worden tijdens ons bestaan hier op aarde – die voor ons geloof een woestijn is – op weg naar de heerlijkheid.
God wilde vele zonen tot heerlijkheid leiden. Daarvoor was in de eerste plaats nodig dat het verzoeningswerk volbracht werd. Dat vinden wij later in dit hoofdstuk (vers 17b). Maar daarna zou de Heer Jezus naar de hemel gaan en van daaruit de Zijnen versterken, bemoedigen en te hulp komen. Daarom wilde God dat de Heer Jezus die weg van ‘lijden’ zou gaan.
‘De Leidsman van hun behoudenis’. Deze titel draagt de Heer Jezus als Degene Die de Zijnen voorgaat en ook brengt naar die behoudenis. De behoudenis wordt hier (zoals in alle zogenaamde ‘woestijnbrieven’) gezien als het eindpunt van onze reis door de woestijn. Hoofdstuk 7:25 zegt ons dat Hij ons ‘volkomen behouden kan’, dat wil zeggen: door alles heen, tot het einde toe. De Heer Jezus is in staat ons door alle hindernissen en obstakels heen te leiden tot het einddoel! God wilde de Heer Jezus ‘door lijden volmaken’. De Heer Jezus leerde dit lijden kennen als iets nieuws in Zijn leven hier op aarde. Hij, Die vóór Zijn komst hier op aarde alleen maar heerlijkheid en genot kende.
Dit ‘leren kennen’ van de Heer Jezus als Mens hier op aarde was echter volmaakt; dus niet met ‘vallen en opstaan’ zoals dat bij ons vaak het geval is! Dezelfde betekenis vinden wij in hoofdstuk 5:8 in verband met het leren van gehoorzaamheid: ook dat was iets totaal nieuws voor de Zoon van God, Die immers vanaf alle eeuwigheid gewend was gehoorzaamd te worden. Maar dit ‘leren’ deed Hij eveneens volmaakt.
Wat is het dan ook een grote troost dat wij, elke keer als we in onze nood bij Hem komen, mogen weten dat Hij onze nood uit eigen ervaring kent. Ik las eens dat een broeder daarover schreef: ‘Hij heeft het wel tienduizend maal zo sterk ervaren als wie van ons ook’.
Ik denk dat dit nog erg zwak is uitgedrukt. De Heer Jezus heeft alles wat wij zouden kunnen meemaken Zelf op het diepst ondervonden. Daarom kunnen wij altijd met alles wat we meemaken bij Hem terecht en zullen wij altijd begrip en meeleven aantreffen bij de Heer Jezus. Wat een Leidsman is Hij voor u en voor mij, Hij Die in de weg die God met Hem ging, door lijden is volmaakt!
J.C. Reumerman