De dauw van de hemel

‘Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samen wonen. … Het is als de dauw van de Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de Heere de zegen en het leven tot in eeuwigheid’ (Ps. 133:1-3).

Wanneer er in de Bijbel dauw beloofd wordt, is dat een verzekering van Gods zegen voor de mens op aarde. Wanneer ons de dauw onthouden wordt, is dat een vorm van oordeel. Als wij willen begrijpen wat de voorwaarden zijn van de zegen voor broeders die eensgezind samen wonen, is het nuttig om te weten wat de kenmerken van dauw zijn.

De Heer stelde Job veel moeilijke vragen in Job 38 en 41. Daaronder waren vragen over de regen en de dauw, het ijs en de rijp (Job 38:25-30). Enkele ervan waren:

  • Heeft de regen een vader?
  • Wie brengt de druppels van de dauw voort?
  • Uit wiens buik komt het ijs naar buiten?
  • Wie baart de rijp van de hemel?

Dit zijn geen gebruikelijke vragen voor ons, maar wel de moeite van het overdenken waard, omdat de Heer ze gesteld heeft. We kunnen ze beantwoorden als we begrijpen hoe de dauw gevormd wordt.

De vorming van de dauw

De vorming van de dauw van de hemel begint op de dag ervoor. Het begint met de zon die overdag helder schijnt. Daarbij zendt ze enorme hoeveelheden energie naar de aarde. Die energie warmt dingen van de aarde op. Onze auto’s bijvoorbeeld worden warm of zelfs heet in de zonneschijn door het absorberen van de energie van de zon.

Water absorbeert het grootste deel van deze energie en verdampt. Dit voorkomt dat wij helemaal verbranden. Elke liter water absorbeert ongeveer 600 kilocalorieën om te veranderen van vloeistof (op kamertemperatuur) in waterdamp. Er verdampen iedere dag miljarden liters water, terwijl wij maar ongeveer 2000 calorieën per dag nodig hebben om in leven te blijven! Stelt u zich eens voor hoeveel energie er geabsorbeerd wordt om het voor ons hier comfortabel te houden. Wat een wonderbaarlijke en wijze Schepper, Die dit complexe systeem ontworpen heeft!

Er is een evenwicht tussen de hoeveelheid vloeistof en de hoeveelheid verdampt water op aarde. Er is een grens aan de hoeveelheid water die in de lucht kan worden opgenomen, waarbij warme lucht meer water kan bevatten dan koude lucht. Overdag, wanneer de zon helder schijnt, warmt de lucht op en kan dan aanzienlijke hoeveelheden verdampt water bevatten.

Na zonsondergang verlaat de overdag door de zon afgegeven energie de aarde door middel van straling (eigenlijk is er overdag ook straling vanaf de aarde, maar de snelheid waarmee de zon straling toevoert, overtreft de hoeveelheid die de aarde verlaat). Hierdoor ontstaat wat de weerman ‘stralingskoeling’ noemt. Lucht die afkoelt, kan minder water bevatten en het verzadigingspunt wordt ‘dauwpunt’ genoemd. Wanneer het dauwpunt wordt bereikt, condenseert het overschot aan verdampt water dat in de lucht is vastgehouden en vormt dauw.

Dauw vormt zich op elk voorwerp dat voldoende kouder is dan de omringende lucht en in het algemeen op voorwerpen die energie van de zon hadden opgeslagen en net weer afgegeven. Dit ingenieuze en gevoelige proces is de manier waarop God ‘iedere druppel van de dauw voortbrengt’.

De vorming van regen, ijs en rijp

Het grootste deel van het onttrekken van verdampt water aan de lucht vindt onder drastischer omstandigheden plaats. We zullen niet ingaan op de technische aspecten van de vorming van regen, maar volstaan met de opmerking dat er enorme energieën bij betrokken zijn. Vloeibaar water bevat minder energie dan verdampt water, dus in het proces van het terug-veranderen van het verdampte water in vloeistof, moet deze energie ergens gebruikt worden. Deze energieoverdracht brengt wind, bliksem, hagel voort. Dit is de manier waarop God in vervulling doet gaan wat we in Prediker 1:7 lezen:

‘Alle rivieren gaan naar de zee, toch raakt de zee niet vol. Naar de plaats vanwaar de rivieren kwamen, daarheen keren zij terug, om vandaar weer te gaan stromen.’.

God is de ‘Vader van elke regendruppel’, de energie voor elke druppel komt van Hem. Hij heeft voor die energie gezorgd en controleert het vrijmaken ervan om elke druppel te vormen volgens Zijn prachtig ontwerp.

Hoe kunnen we verklaren dat er ‘ijs naar buiten komt uit een buik’? Een ‘buik’ is een fijne warme plaats. Ieder van ons is er immers in gevormd. Kan daar ‘ijs’ uit komen? En zo ja, hoe is het ijs gevormd? IJs bevat veel minder energie dan vloeibaar water. Als de energie eruit gaat, worden dingen kouder. Water bevriest bij 0 graden Celsius (of 32 graden Fahrenheit). We moeten beseffen waar de energie vandaan gekomen is, namelijk van de zon. God heeft die ons gezonden. Hij zendt de energie en Hij heeft de manier bereid waarop ze een voorwerp verlaat. Alles ligt in Zijn hand. Dit alles toont Zijn liefde en zorg voor ons! Het ijs is uit Zijn ‘buik’ gekomen! (zie Strong nr. 00990: ‘buik’ kan ook vertaald worden met ‘boezem’ of ‘lichaam’.)

Dan is er nog ‘de rijp’ van de hemel, die op koude ochtenden bijvoorbeeld op auto’s wordt aangetroffen. We verfoeien het misschien, wanneer we bezig zijn het van onze ruiten te krabben of bibberend wachten terwijl de ruitverwarming zijn werk doet. Maar het is in werkelijkheid een zegen van de Heer, waardoor we niet doodvriezen als de energie de aarde verlaat. Rijp is bevroren dauw. God heeft al die koude kristallen ‘gebaard’, die fonkelen in de zonneschijn. Hij heeft ze ons gezonden om van te genieten!

Water is dus Gods grote ‘schokdemper’ voor de temperatuurswisselingen op aarde. Het absorbeert enorme hoeveelheden energie tijdens de opwarmcyclus, en geeft die pas weer af als dingen afkoelen. We zouden overdag letterlijk verbranden en ’s nachts stevig bevriezen als die ‘schokdemper’ er niet was.

Nadelige omstandigheden voor dauwvorming

Hebt u weleens gemerkt dat er op sommige ochtenden heel veel en op andere ochtenden weinig of geen dauw is? Daar zijn verschillende oorzaken voor.

De dauw is afwezig of slechts minimaal aanwezig, als het de vorige dag bewolkt was. De zon heeft wel geschenen, maar de wolken tussen de zon en de aarde hebben de energiestralen verspreid en geabsorbeerd. De energiestroom werd onderbroken en kon niet direct op de voorwerpen van de aarde vallen. Die bleven die dag dus koel. Toen het nacht werd, was er niet veel energie om terug te stralen. De voorwerpen konden niet voldoende afkoelen om dauwvorming aan te trekken. Daarom is er die nacht geen dauw op gekomen.

De dauw is ook afwezig of minimaal aanwezig na een bewolkte nacht. De zon heeft de dag ervoor misschien wel helder geschenen en overdag de voorwerpen heerlijk verwarmd, maar de avond- en nachtwolken hebben het afgeven van de uitstralende energie onderbroken. Een groot deel ervan is teruggekaatst of geabsorbeerd door de druppels van de wolken en dus is er geen dauw.

Ook de toestand van de wind heeft invloed op de dauw. Op een winderige dag houdt de lucht die langs voorwerpen op aarde stroomt, deze koel door een groot deel van de energie mee te nemen. De wind ‘rooft’ de energie en stuurt zo het proces in de war. ’s Nachts neemt de wind de afstralende energie op en koelt de voorwerpen die de energie vrijlaten. Het proces van dauwvorming wordt onderbroken. Daarom is er geen of weinig dauw na een winderige dag of nacht.

Lessen van de dauw

Eensgezindheid onder broeders is een kwetsbare zaak. Elia hoorde de Heer niet in een grote en sterke wind, de aardbeving of het vuur, maar in ‘het suizen van een zachte stilte’ (1 Kon. 19:11-12). De zegen van de dauw kan alleen ontvangen en genoten worden onder heel vredige omstandigheden.

Ten eerste moeten we in de juiste toestand verkeren om Goddelijke energie te kunnen ontvangen van onze Heer, Die ‘de Zon der gerechtigheid’ is (Mal. 4:2). Er mogen zich geen wolken bevinden tussen Hem en ons. Zoals wolken dicht bij de aarde zijn en het zicht op de blauwe hemel belemmeren, zullen onze ‘wolken’ bestaan uit dingen tussen Hem en ons in, waardoor Hij versluierd wordt. Zijn energie is altijd beschikbaar en het is Zijn verlangen ons hart te verwarmen met Zijn liefde. Laten we geen wolken tussen Hem en ons toestaan in ons persoonlijk leven!

Vervolgens moeten we onberispelijk leven in deze wereld. Dit zal betekenen dat we een heel ander leven leiden dan velen om ons heen. Er mogen geen wolken zijn die de Goddelijke energiestroom die van ons uitgaat, blokkeren of verhinderen. We leven in een donkere wereld, maar dat is precies de plaats waar de meeste dauw gevormd wordt. We zijn kinderen van het licht (Ef. 5:8) en moeten ons licht laten schijnen voor de mensen, opdat zij onze Heer zullen verheerlijken (Matth. 5:16). God wil dat wij een ‘onbewolkte’ geleider van Zijn energie zijn naar alle mensen om ons heen die in nood verkeren.

Er wordt geen dauw gevormd, tenzij de ontvangen energie teruggekaatst wordt. Als we de Goddelijke zegeningen alleen maar in ons opnemen, zal er geen dauw zijn. Dat ons hart verwarmd wordt, is niet voldoende. We moeten die liefde ook uitstralen naar anderen die dat zo verschrikkelijk hard nodig hebben. Overal om ons heen leven mensen in de duisternis.

Er zijn genoeg gelegenheden, maar wij moeten uit onze vertrouwde omgeving stappen en de koude donkere nacht ingaan om de liefde van God uit te stralen. Wanneer wij de Heer dienen door anderen te dienen, kan dauw van de hemel op ons gevormd worden. Broeders die samenwerken om de verlorenen en stervenden te zoeken, zullen merken hoe wonderbaar verbindend dat is.

Zoals het water Gods grote ‘schokdemper’ is, zo wil God dat wij deel uitmaken van Zijn grote plan voor deze wereld. De hele wereld ligt onder Zijn oordeel, Zijn toorn blijft op ieder verloren mens (Joh. 3:36). De energie van Zijn toorn is veel meer dan die van de zon, maar onze Heer Jezus Christus is gekomen en heeft voor allen die in Hem geloven, aan het kruis zogezegd de energie van die toorn ‘geabsorbeerd’. Zijn werk is voldoende voor de nood van alle mensen.

Zijn voorraad ‘levend water’ is voldoende voor ons als wij voor en met Hem werken en voor ieder die ernaar zoekt. Wij hebben het voorrecht om van die energie te genieten zo veel als wij maar willen. Om de zegen van de dauw van de hemel te ervaren, moeten wij deze energie uitstralen in de koude, donkere wereld. Iemand heeft die naar ons uitgestraald (en gelukkig doen velen dat nog steeds), waarna wij deel mochten uitmaken van dat proces van uitstralen naar anderen.

De Heer Jezus stond eens op en riep:

‘Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken! Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien’ (Joh. 7:37-38).

Hij verlangt ernaar dat wij deel uitmaken van dit prachtige proces van het bereiken van dorstige zielen.

Maar de dauw wordt gevormd in rust. Dit is heel mooi onder woorden gebracht in Jesaja 30:15:

‘Door terugkeer en rust zou u verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn’.

Laten we niet zo zijn als de mensen in Jesaja’s tijd, die weigerden te luisteren en in eigen kracht hun zelfgekozen weg gingen, tot hun eigen verwarring en onheil. Maar laten we lijken op dat kleine meisje dat met haar speelgoed zat te spelen en opkeek naar haar moeder die vlak bij haar zat. Ze zat daar een poosje rustig, liet toen haar speelgoed voor wat het was en klom bij haar moeder op schoot. Moeder vroeg wat ze wilde. Ze antwoordde: ‘Niets, ik wil gewoon hier even zitten en naar u kijken en van u houden!’

Wat zou het goed zijn als we onze bezigheden konden laten voor wat ze zijn, rustig konden nadenken over onze Heer en stil genieten van Zijn liefde. Wij mogen Zijn liefde voor ons ervaren en op onze beurt Hem liefhebben. Met de Bijbel voor ons en een hart vol aanbidding is dit de ideale situatie voor de vorming van dauw van de hemel in ons leven. Als wij rustig in Zijn aanwezigheid zitten om van Zijn gedachten te genieten en Zijn energie in ons op te nemen, zullen we Zijn hart voelen kloppen. Dan zullen we (misschien zelfs onbewust) rustig Zijn liefde uitstralen naar onze broeders en naar de vele verlorenen om ons heen. Deze ervaringen bouwen mee aan de eenheid.

Wanneer er in de Bijbel dauw beloofd wordt, spreekt dat van Gods zegen voor de mens op aarde. Dauw wordt in het Nieuwe Testament opvallend genoeg niet genoemd, omdat het daar om een hemels volk gaat. In de hemel zal geen dauw nodig zijn. Maar het is een zegenrijke voorziening wanneer we door de verlaten wildernis reizen.

De eerste vermelding van de dauw in de Bijbel

Toen Izak zijn zonen zegende, beloofde hij hun beiden dat God hun de dauw van de hemel en de vruchtbare streken van de aarde zou geven (Gen. 27:28,39). Maar ze kregen niet precies dezelfde zegen. Bij Jakob wordt eerst de dauw van de hemel genoemd en daarna de vruchtbare streken van de aarde, maar bij Ezau is het andersom. Wat zou dit verschil te betekenen kunnen hebben?

Jakob zou de vader worden van Gods aardse volk. Die zouden een bijzondere relatie met hun God hebben. God zou op bijzondere manieren voor hen zorgen. De dauw van de hemel zou een van die bijzondere zegeningen zijn. Deze zegeningen zouden van God Zelf komen, daarom werd het ook ‘dauw van de hemel’ genoemd. Zolang zij gehoorzaam waren en God volgden, zou de dauw overvloedig aanwezig zijn. De vruchtbaarheid van de aarde met haar aardse zegeningen zou volgen.

De arme Ezau kreeg de belofte van deze zegeningen in omgekeerde volgorde. De aardse dingen zouden voor hem op de eerste plaats komen. Kijk maar eens naar zijn nakomelingen en verwanten tegenwoordig. In het algemeen is een bepaalde vruchtbaarheid van de aarde hun lot geweest. Immers, waar bevinden zich alle oliebronnen waar tegenwoordig om gevochten wordt ? Ezau’s nakomelingen zijn gezegend met deze vruchtbaarheid van de aarde, maar hoe ellendig was hun lot met al hun oorlogen en gevechten. De dauw van de hemel is ook op hen gevallen, maar ze hebben dat nauwelijks opgemerkt…

Helaas had Israël weinig waardering voor de dauw van de hemel. Ondanks al Gods zegeningen voor hen, lijken ze Hem maar weinig dankbaarheid te hebben betoond.

Ze lijken steeds weer zelf hun zegen te willen bewerken. Ze zullen het blijven proberen, maar er niet in slagen. De tijd zal aanbreken dat ze volkomen verslagen lijken, maar dat is niet het einde van het verhaal voor hen. Wanneer alles hopeloos lijkt en zij zich in hun wanhoop met hun hele hart tot de Heer wenden, zal Hij hun een nieuw hart geven. Dan zal Hij hen in de zegeningen brengen die Hij voor hen klaar heeft liggen. Pas dan zullen zij de zegeningen van de dauw van de hemel ervaren en waarderen.

De manna op de dauw

 ‘In de ochtend was er een laag dauw rondom het kamp. Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag iets fijns, iets vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde. Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat?’ (SV: Het is Man;  Ex. 16:13b-15).

Veertig jaar lang heeft God Zijn volk gevoed met manna! Wat een geweldige voorziening. Wie had zich zoiets kunnen voorstellen? Hun voedsel kwam met de dauw van de hemel.

Ze vonden dit wonderbaarlijke voedsel niet in het kamp. Waarom niet? God had hun een wolkkolom gegeven, die tussen hen en de Egyptenaren in stond (Ex. 14:19-20). Die wolk gaf hun schaduw tijdens de woestijnreis. ’s Nachts was er de vuurkolom.

De wolkkolom bij dag en vuurkolom bij nacht boden hun overdag schaduw en ’s nachts warmte en licht. Maar hun voedsel was daar niet onder te vinden. De omstandigheden onder de wolkkolom en vuurkolom waren niet gunstig voor de dauw van de hemel. De zon kon haar energie daar niet naartoe laten stromen.

Rondom de wolkkolom waren de omstandigheden niet belemmerend. Daar kon de aarde overdag de volle kracht van de zon in zich opnemen en tijdens de nacht kon de energie ongehinderd teruggaan. Dit waren de ideale omstandigheden voor de vorming van de dauw van de hemel. Dit was de plaats waar God Zijn volk voedsel gaf. De Israëlieten konden niet in hun eigen voedsel voorzien. Ze moesten afzien van zichzelf en buiten het kamp naar de door God aangewezen plaats gaan. Het was niet ver weg – net buiten en ‘rondom het kamp’. Elke morgen, behalve op de sabbat, konden ze hun voedsel verzamelen. Maar ze moesten het doen voordat de zon heet werd en het manna smolt.

Dit bevat heel veel lessen voor ons. Wij mogen eensgezind samen wonen onder Zijn wolkkolom en vuurkolom. Hij heeft ons geroepen tot de meest wonderbare plaats in de familie van God. Mogen wij toch steeds meer gaan waarderen wat er voor ons gedaan is om ons te verlossen van de wereld (Egypte) en zo rijk te voorzien in onze behoeften op weg naar de hemel.

Israël was fysiek (en geografisch) afgescheiden van de wereldse invloeden van Egypte. In de woestijn was er een door God gegeven plaats voor hen om in eenheid samen te wonen. Ze hadden geen gebrek aan voedsel, want elke ochtend was er het manna en in het begin ‘s avonds de kwakkels (kwartels, HSV).  Ook wij leven in een woestijn en hebben daar een plaats waar wij afgezonderd kunnen zijn tot de Heer en van de wereld. Ons voedsel komt niet van onszelf.

Wij moeten ‘tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, en Zijn smaad dragen’ (Hebr. 13:13).

Hij, het Levende Brood, zal daar in ons voedsel voorzien. Dit nemen we mee naar onze woningen om van te genieten en het zal ons één maken in Hem!

Zijn wij bereid onze warme en comfortabele plaatsen te verlaten en uit te gaan ‘rondom de legerplaats’, om persoonlijk ons ‘manna’ te verzamelen voor onszelf en voor onze gezinnen? We hoeven niet nat te worden van de dauw, maar moeten daar zijn direct nadat de dauw is opgetrokken. We moeten weten wat God de dag tevoren en ’s nachts voor ons heeft gedaan. De Goddelijke energie is gekomen en gegaan, maar het kostbare voedsel is achtergebleven zodat wij het kunnen verzamelen.

De Heer heeft een tijd voorgeschreven waarop wij ons ‘manna’ moeten verzamelen. De Heer Jezus, ons Brood dat uit de hemel is neergedaald (Joh. 6:33), is niet alleen Gods voedsel, maar ook dat van ons. Besteden we elke morgen de noodzakelijke tijd om iets van Hem te verzamelen? Voeden wij ons, samen met onze gezinnen, door de dag heen met Hem? Elk tekortschieten hierin zal een oorzaak voor klagen worden. Dat begint in onze gezinnen en verspreidt zich door de hele gemeenschap van gelovigen.

Helaas droegen de Israëlieten de dingen van Egypte mee in hun hart en hun gemopper veroorzaakte veel onenigheid onder hen. Zijn de dingen die wij meebrengen uit de wereld niet de oorzaak van onze onenigheden? Helaas is dat vaak het geval.

Laten mijn woorden stromen als de dauw

In een van zijn laatste toespraken zegt Mozes onder andere: ‘Laten mijn woorden stromen als de dauw’ (Deut. 32:2). Mozes was een geweldige dienstknecht van God geweest. Hij was iemand met wie God kon spreken ‘van aangezicht tot aangezicht’.

Hij had zijn eigen hart leren kennen, het hart van het volk en – nog belangrijker – Gods hart. Heel vaak had hij bij God gepleit voor Zijn volk. Nu, aan het eind van zijn leven, schreef hij, door inspiratie van de Heilige Geest, een lied voor Gods volk. Het lied dat ze gezongen hadden op de oevers van de Schelfzee, leek grotendeels vergeten te zijn. Nu stonden ze op het punt om het Beloofde Land binnen te gaan en Mozes zou hen verlaten.

Het mopperende en ongehoorzame gezelschap had strenge waarschuwingen nodig. Op welke manier konden deze waarschuwingen op zijn best gegeven worden? Mozes schreef een lied! Hij begon echter niet met de waarschuwingen, hij begon met een uitnodiging aan hemel en aarde om te luisteren naar de woorden van zijn mond (Deut. 32:1). De woorden die hij gebruikte, waren geen gewone woorden – het waren zuivere woorden van onderwijs, die zouden vallen als regen (misschien soms wel zwaar) en het waren vriendelijke woorden.

Mozes’ woorden zouden ‘stromen als de dauw, als een zachte regen op het groen, en als regendruppels op het gewas. Want ik zal de Naam van de Heere uitroepen; geef grootheid aan onze God!’ (vs. 2b-3).

Hij zou het volk leren zingen:

‘Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij’ (vs. 4).

Het volk had Mozes gevolgd, maar Jozua zou nu hun nieuwe leider zijn. Leiders kunnen falen, dat had Mozes ook gedaan. Zijn falen had pijnlijke gevolgen. Hij had één keer verkeerd gesproken en Gods volk ‘ongehoorzamen’ genoemd (Num. 20:10). Hij had God niet geheiligd voor de ogen van het volk en daarmee verspeelde hij het voorrecht om Gods volk naar het Beloofde Land te brengen. Zelfs de zachtmoedigste van alle mensen (Num. 12:3) had harde woorden gebruikt, maar nu, aan het eind van zijn leven, zouden zijn woorden stromen als de dauw. Wat betekent dit?

Een destillatieproces vindt meestal plaats in een afgesloten omgeving. Het te destilleren product wordt in een vat gedaan en verhit om te verdampen. Boven de kokende vloeistof worden de dampen opgevangen en afgekoeld om weer in vloeistof te veranderen. Deze vloeistof wordt naar een schoon vat geleid. De onzuiverheden zijn achtergebleven in het kokende vat. Meestal is de verdampte vloeistof onzichtbaar en is pas te zien na condensatie. Dit proces vereist hitte en kou, waarbij energie wordt toegevoegd en weer afgenomen. Mozes had dit zowel in lichamelijk als geestelijk opzicht ervaren, toen hij de schapen en later Gods volk hoedde.

Deze ervaringen hadden Mozes tot een wijzere en meer bruikbare leider gemaakt. Hij was twee keer een periode van veertig dagen alleen geweest met God op de berg Sinaï. Hij was uit het zicht van het volk geweest. Nu was hij oud en zou spoedig sterven, maar hij had geleerd de Naam van de Heer uit te roepen en zijn God eer te geven. Hij kon Gods wegen met Zijn volk opnoemen en de Israëlieten herinneren aan Zijn zegeningen. Daarna kon hij hen uitdagen. Dit deed hij door een lied dat zij zouden leren. Dan zou het kunnen weerklinken in hun gedachten en over hun lippen komen. Ze zouden hem niet meer zien, maar de ‘gedestilleerde’, zuivere woorden zouden voortleven. En dat doen ze vandaag de dag nog steeds!

Lijken Gods wegen met ons niet veel op Zijn wegen met Mozes? Weinigen van ons zouden verlangen naar de moeilijke taak van Mozes om Gods volk te leiden. Mozes’ veertig jaren van onderwijs op de beste scholen van Egypte werden gevolgd door veertig jaren van speciale training: schapen hoeden en zijn gezin grootbrengen. Toen hij tachtig jaar oud was, werd hij geroepen om met de farao te ‘strijden’ om de vrijlating van de Israëlieten. Daarna volgden alle ervaringen van de woestijn waar Mozes zowel in de hitte als in de kou is geweest.

Soms hebben wij het gevoel ook in dergelijke omstandigheden te zijn. We voelen ons dan ‘als water … dat op de aarde wordt uitgegoten en dat niet meer verzameld kan worden’ (2 Sam. 14:14). De mens kan het water niet meer verzamelen, maar God kan en doet dat wel. Hij doet dit door verdamping! Hij kan ervoor kiezen om ons te ‘verdampen’ en onzichtbaar te maken terwijl Hij aan het werk is in ons leven, zodat Hij ons op Zijn tijd en manier kan ‘condenseren’. Dat proces is misschien niet aantrekkelijk, maar wel de manier waarop Hij ons rijk zegent. Laten we ons bereidwillig overgeven in Zijn handen en Hem toestaan op Zijn manier de hitte en de kou toe te passen voor ons bestwil. Vaak is dit Zijn manier om ons te zuiveren; wat wij zo pijnlijk vinden, is Zijn manier om ons weg te halen bij wat ons zou verontreinigen.

De psalmist van Psalm 119 had ontdekt dat dit waar was in zijn leven. Hij zei:

‘Voordat ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu neem ik Uw Woord in acht’ (vs. 67). ‘Het is goed voor mij dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw verordeningen zou leren’ (vs. 71). ‘Ik weet, Heere, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt’ (vs. 75). ‘Ik ben ten zeerste verdrukt; Heere, maak mij levend overeenkomstig Uw Woord’ (vs. 107).

Deze verdrukkingen maken ons vrij van onze eigen wegen en bereiden ons voor op ware eenheid.

Larry A. Stassel