Verschillen tussen de Bijbel en Koran

Inleiding

In mei 2006 was ik op reis voor lezingen in Kazachstan, waar ik hoofdzakelijk aan universiteiten inleidingen hield. De natuurwetenschappelijk georiënteerde lezingen met Bijbelse accenten vonden plaats tijdens de reguliere colleges. Eén vraag kwam met opvallende regelmaat naar voren bij de aansluitende discussie met de studenten: ‘Kunt u ons een keer het verschil tussen de Koran en de Bijbel uitleggen?’ Kazachstan is weliswaar grotendeels een Islamitisch land, maar in geen geval zo streng als in Iran, Irak of Saudie-Arabië. Op deze vraag te antwoorden, gaf mij de kans om nog een keer op de uniekheid en het buitengewone van de Bijbel te wijzen. Uitvoerige en vermoeiende antwoorden zijn toch vaak binnen het bestek van een mondelinge discussie niet mogelijk, daarom wil ik graag hier de belangrijkste uitspraken van de Bijbel en de Koran gedetailleerd met elkaar vergelijken.

1. Profetieën

Zoekt men naar een opvallend kenmerk, dat de Bijbel van alle andere boeken van de wereldgeschiedenis onderscheidt, dan zijn het zonder twijfel de in ruimte en tijd reeds vervulde profetieën. Er zijn 3268 uitspraken1)Volgens de opgaven van de Amerikaanse ‘Dakes Bible’ (D1) zijn er al 3.268 verzen van de Bijbelse profetie vervuld. Het totale aantal van de profetieën in de Bijbel stelde Dake vast op 6.408. Een hele rij van profetieën kon nog niet vervuld zijn tot nog toe, omdat ze slaan op de vóór ons liggende toekomst (bijv. de wederomst van de Heer Jezus, laatste gebeurtenissen van de wereld). Finis Jennings Dake (1902-1987) heeft in een onvoorstelbaar inspannende arbeid de hele Bijbel op profetieën, maar ook met betrekking tot andere opgaven doorzocht en in statistieken vervat. In elk Bijbels boek heeft hij, in het geval van een profetisch vers, in de beide commentaar kolommen er op gewezen dat dit bijv. de 15e profetie van het op een gegeven ogenblik beschouwde boek is. Hij beschrijft verder of deze profetie te zijner tijd en vanuit zijn gezichtspunt al vervuld was of nog niet. Elk Bijbels boek eindigt met een totaal statistiek. precies zo uitgekomen zoals ze vaak meerdere eeuwen van te voren waren aangekondigd. Er is geen enkele profetie bekend, die anders is uitgekomen dan ze voorspeld was. Hiermee heeft God ons een uniek criterium in handen gegeven om de waarheid te beproeven. Met deze meetlat betoont de Bijbel zich als het boek van de waarheid. Met de Bijbel is er niets vergelijkbaars. We zullen hier in het volgende hoofdstuk uitvoerig op ingaan.

2. Wat er in de Koran niet staat

Verslag van gebeurtenissen: De Koran is niet als de Bijbel vol van aandoenlijke gebeurtenissen en verhalen van ervaringen, maar een verregaand gereconstrueerd systeem van vaak moeilijk leesbare gedachten. Er is hier geen chronologische volgorde van gebeurtenissen. Een uitvoerig persoonlijk gesprek zoals de Heer Jezus met de Samaritaanse vrouw aan de Jakobsbron had (Johannes 4:1-42), zal men in de Koran tevergeefs zoeken.

Zaligsprekingen: Voor het in het Nieuwe Testament voorkomende woord ‘zalig’, zijn er twee verschillende Griekse woorden: makarios (=gelukzalig) en sozein (=gered). Gelukzalig is, wie de Heer Jezus Christus en Zijn Woord heeft aangenomen (Mattheüs 16:17; Lukas 1:45), wie dus in Hem gelooft (Johannes 20:29). In 1 Korinthe 1:18 is met ‘zalig’ het gered zijn bedoeld: ‘Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid. Maar voor ons die behouden worden, is het de kracht van God’. Een bijzonderheid van het Nieuwe Testament zijn de zaligsprekingen van de Heer Jezus. We vinden ze in de bergrede (Mattheüs 5:3-11), en in de Openbaring zijn er verder nog zeven zaligsprekingen van de opgestane Heer (1:3; 14:13; 16:15; 19:9; 20:6; 22:7; 22:14). In de Koran wordt niemand zalig gesproken.

Overwinning over de dood: De Heer Jezus is de Overwinnaar over de dood: ‘De dood is verslonden tot overwinning’ (1 Korinthe 15:55). Door Zijn machtwoord kon Hij doden opwekken, namelijk Lazarus (Johannes 11:43-44), de jongeling van Naïn (Lukas 7:11-15) en het dochtertje van Jaïrus (Lukas 8:53-55). En Hij is ook Degene, Die de dood als de laatste vijand te niet zal doen (1 Korinthe 15:26). Noch Mohammed noch zijn opvolgers (Kaliefen) hebben ooit iemand uit de doden opgewekt.

Verandering van leven door de ontmoeting met de Heer Jezus: Een beslissendcriterium van de navolging van de Heer Jezus is de verandering van het leven. Wie zich tot de Heer Jezus bekeerd heeft, weet van een ‘voorheen’ en een ‘nadien’ tevertellen. De Bijbel staat vol van zulke levensveranderende getuigenissen (bijv. Paulus: Handelingen 9; Zacheüs: Lukas 19:1-10; de bezetene van Gerasa: Markus 5:1-20; de overspelige vrouw: Johannes 8:1-11). Nergens wordt verteld dat iemand door het geloof in Allah een nieuw mens werd.

Liefde: De betuigingen van de liefde van God tot ons mensen zoals er in Jeremia 31:3 staat: ‘Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid’. In Johannes 3:16 staat: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft’. Dat zullen we in de Koran maar ook in alle andere religies tevergeefs zoeken.

3. Wie is de Allah van de Koran in vergelijking met de God van de Bijbel?

Mohammed verklaarde Allah tot de enige God. Islam betekent onderwerping aan Allah. Een Moslim is dus iemand, die zich een leven lang aan Allah onderwerpt. De Bijbel zegt echter, dat de mens naar het beeld van God geschapen werd. ‘En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond. U doet hem heersen over de werken van Uw handen. U hebt alles onder zijn voeten gezet’ (Psalm 8:6-7). De Heer Jezus heeft God aan ons als de Vader voorgesteld, Die ons liefheeft. Dat is in de Islam totaal anders: Allah lijkt totaal niet op de mensen. Hij is en blijft verheven en ontoegankelijk. Een gemeenschap met hem is ondenkbaar. Dat geldt hier op aarde en ook in het paradijs van de Moslims. Mohammed heeft daarom ook geen openbaringen van Allah ontvangen, want Allah komt niet naar de mensen toe. Mohammed zegt dat de engel Gabriël aan hem de Koran geopenbaard heeft. Maar in de Bijbel spreekt God steeds tot de mensen die van Hem Zijn Woord ontvangen hebben. Dus vinden we hier steeds weer formuleringen, die het rechtstreekse spreken van God met de mensen toont: ‘Toen sprak de Heere met Mozes’ (Exodus 14:1) of ‘Het Woord van de Heere kwam tot mij’ (Ezechiël 7:1).

Tot Allah kan men slechts als slaaf komen – in een houding van onderdanigheid. Maar Christenen komen tot hun God als een kind, dat zich vol vertrouwen tot zijn Vader wendt: ‘Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader!’ (Romeinen 8:15).

De engel Gabriël bracht Maria de boodschap van God: ‘En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd’ (Lukas 1:31-32). De Vader van Jezus Christus zal 600 jaar later niet Zijn engel Gabriël naar Mohammed in Mekka zenden en hem dicteren dat Hij, God, helemaal geen zoon heeft. De openbaringen die Mohammed ontving, kunnen daarom niet van dezelfde God komen, Die al aan Maria Zijn boodschap overbracht.

We gaan hier op enkele andere verschillen kort in:

Koran: De mens is in voor- en tegenspoed aan de wil van Allah overgeleverd. Hij is beperkt in zijn wil, omdat Allah alles heeft voorbestemd. Allah is onberekenbaar. Hij is ook de veroorzaker van goed en kwaad.
Bijbel: De mens is door God met een vrije wil uitgerust (zie uitvoeriger onder 4.3).

Koran: Allah is slechts één, niet drie. De Koran beweert dat de Christenen tot drie goden bidden: tot God, tot Jezus en tot Maria.
Bijbel: God is Eén en tegelijkertijd ook een Drieëenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Op de Bijbel georiënteerde Christenen bidden tot de Vader en tot de Heer Jezus Christus in de kracht en onder de leiding van de Heilige Geest. Maria was een mens en daarom kent de Bijbel geen gebed dat zich tot Maria wendt.

Koran: De mens moet een keuze maken voor het goede, en het verkeerde mijden. In het oordeel zal Allah toetsen of het verkeerde door het goede wordt opgeheven. De, in de Koran door Allah verleende, vergeving is willekeurig: ‘Hij vergeeft wie hij wil en hij bestraft wie hij wil’ (Soera 3:129). Soera is een gedeelte van de Koran. Allah legt zich dus niet vast en zijn vergeving heeft geen referentiebasis in de zin hoe dat in de Bijbel door het kruis van de Heer Jezus gefundeerd is. In Soera 4:116 bakent de Islam zich duidelijk tegen de Christenen af, die God een Zoon terzijde heeft staan: ‘Allah zal het niet vergeven dat hem goden terzijde worden gesteld; maar vergeeft hij dat wat geringer is dan dit, wie hij wil’. Ook hier wordt door de toevoeging ‘wie hij wil’ de onzekerheid over de vergeving tot uitdrukking gebracht. Een Moslim kan er dus nooit zeker van zijn of hem vergeving is geschonken.
Bijbel: De mens is slecht van zijn jeugd af (Genesis 8:21; Psalm 14:3). Door goed te doen worden de slechte daden niet vereffend maar alleen maar door vergeving. Volgens de Bijbel is de vergeving gebaseerd op het vergoten bloed van de Heer Jezus aan het kruis van Golgotha, want ‘zonder bloedstorting is er geen vergeving’ (Hebreeën 9:22). Uitdelging van de zonden berust dus op een vaststaand feit (Openbaring 1:5; 5:9; 12:11). Paulus schrijft: ‘Maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd door de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God’ (1 Korinthe 6:11). De Bijbel onderstreept, in tegenstelling tot de Koran, de zekerheid van de vergeving. Al in het hier en nu mogen wij weten dat de schuldbrief uitgewist en uit de weg geruimd en eens en voor altijd aan het kruis genageld is (Kolosse 2:14).

Koran: Allah heeft geen kinderen en daarom ook geen zoon. De Heer Jezus mag volgens de Koran niet als God vereerd worden omdat hij door Allah als een mens geschapen werd.
Bijbel: ‘De Zoon Jezus Christus is de waarachige God’ (1 Johannes 5:20). Ook in Johannes 1:1 wordt de Heer Jezus als God betuigd’. ‘Het Woord (=Jezus) was bij God en God was het Woord (=Jezus). Hij bestond altijd en eeuwig: ‘En Wiens oorsprong is van ouds, van de dagen van de eeuwigheid’ (Micha 5:1). Omdat de Heer Jezus God is, wordt Hij ook aangebeden (Handelingen 7:59; 1 Korinthe 1:2; Kolosse 2:6-7; 1 Johannes 1:9).

Koran: Jezus was een belangrijke profeet. Mohammed was de afgezant van Allah. Volgens de Islamitische opvatting was hij de laatste profeet.
Bijbel: Het Oude Testament is vol met beloften over het komen van de Heer Jezus als Verlosser en Redder van de wereld. Hij is de Zoon van God. Door Hem heeft God in het laatst van deze dagen tot ons gesproken (Hebreeën 1:2). Er zal geen ander meer na Hem komen.

Koran: Niemand kan een plaatsvervangend offer brengen.
Bijbel: De Heer Jezus stierf aan het kruis en bracht daarmee een plaatsvervangend offer voor onze schuld (1 Korinthe 5:7; 1 Petrus 1:18).

Koran: Er zijn agressieve uitspraken tegen Joden en Christenen: ‘En de Joden spreken: ‘Uzair2)Met Uzair wordt Ezra bedoeld, maar dat spreken de Joden op geen enkele plaats uit. is de zoon van Allah’. ‘En de Nazareners (Christenen) spreken: ‘De Messias is de zoon van Allah’. Dat is het woord van hun mond… Allah slaat ze dood! Hoe zijn ze toch zo onverstandig!’ (Soera 9:30). Volgens Soera 98:5 zijn de Joden en de Christenen bestemd voor het eeuwige vuur in de hel: ‘Zie, de ongelovigen van het volk van de schrift en de afgodendienaars zullen in het vuur van de hel komen en eeuwig daar blijven. Ze zijn de slechtste mensen van de schepselen’.
Bijbel: De Joden zijn Gods uitverkoren volk: ‘Want u bent een volk, dat de Heer uw God, heilig is. U heeft de Heer, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om Zijn eigen volk te zijn’ (Deuteronomium 7:6). Hij heeft Zijn volk lief (Deuteronomium 33:3). De Joden waren God ongehoorzaam, toch ‘heeft God Zijn volk niet verstoten’ (Romeinen 11:2). Gods trouw is blijvend: ‘Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk’ (Romeinen 11:29). Nog meer: God identificeert Zich zo met Zijn volk, dat een agressie tegen Israël gelijk staat met het aantasten van Zijn oogappel: ‘Want wie u aanraakt, raakt Mijn oogappel aan’ (Zacharia 2:8).

4. Enkele uitgekozen thema’s in de Koran en in de Bijbel als vergelijking

4.1. Zijn er vaste beloften?

Koran: De Koran leert dat Allah in zijn handelen vrij is, en geeft daarom de mensen geen vaste beloften. Wanneer hij het zou doen, dan zou hij niet meer vrij zijn. Aan de andere kant eist Allah van de mensen onvoorwaardelijke onderwerping. Het Arabische woord Islam betekent onderwerping. Het is daarom voor de mensen niet te voorspellen aan wie hij op een keer barmhartigheid zal bewijzen: ‘Allah vergeeft wie hij wil en hij bestraft wie hij wil’ (Soera 48:15).

Bijbel: In de Bijbel echter wordt een hele andere natuur van de levende God beschreven. Hij heeft aan ons mensen herhaaldelijk bindende beloften gegeven. Wanneer God met de mensen een verbond heeft gesloten, dan heeft Hij dat ook gehouden zelfs wanneer de mensen het verbond verbroken hadden. We noemen hier de vijf verbonden van God:

1. Het verbond met Noach: Als Noach de ark verlaat, sluit God een verbond (Genesis 8:20-9:17): Zolang de aarde bestaat zal er nooit meer een wereldwijde zondvloed zijn. De regenboog is het teken van het verbond, dat altijd weer aan Gods vaste beloften moet herinneren. Dit verbond was een geschenk van God en was aan geen enkele voorwaarde verbonden.

2. Het verbond met Abraham: Ook hier valt op dat God Zich eenzijdig aan Zijn belofte ‘Ik zal’ houdt: ‘ Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen en uw naam groot maken en u zult tot een zegen zijn… aan uw nageslacht zal Ik dit land geven’ (Genesis 12:2+7). ‘Want het gehele land, dat u ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven’. (Genesis 13:15).

3. Het verbond met Mozes: In het verbond van de wet op Sinaï worden aan de verbondspartner – anders dan de eerder genoemde verbonden – voorwaarden opgelegd: ‘Nu dan, indien u aandachtig naar Mij luistert en Mijn verbond bewaart, dan zult u uit alle volken Mij ten eigendom zijn want de hele aarde behoort Mij’ (Exodus 19:5).

4. Het verbond met David: Met David sluit God een, op de toekomst gericht en eeuwig geldig, belofteverbond: ‘In die dagen en te dien tijde zal Ik aan David een Spruit van de gerechtigheid doen ontspruiten, Die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen. In die dagen zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen, en zó zal men het noemen: De Heere onze gerechtigheid’ (Jeremia 33:15-16). Dit verbond vindt zijn vervulling in het Messiaanse vrederijk door de Heer Jezus, de Zoon van David (Lukas 1:32-33).

5. Het nieuwe verbond: In Jeremia 31:31 belooft God het nieuwe verbond: ‘Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Heere, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal’. Dit laatste alles vervullende verbond is het verbond van het Nieuwe Testament in Zijn Zoon Jezus Christus. Dit verbond is door het bloed van de Heer Jezus aan het kruis van Golgotha bezegeld. Wie de heilsbeloften in de Heer Jezus aanneemt en daarop vertrouwt, heeft het eeuwige leven gevonden: ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet’ (1 Johannes 5:12).

4.2. De positie van man en vrouw in de Koran en in de Bijbel

Koran: Fundamenteel anders dan de Bijbel leert de Koran: ‘De mannen zijn superieur aan de vrouwen omdat Allah de man meer heeft gegeven dan de vrouw en omdat ze hun geld (aan de vrouwen) voorschieten. De rechtschapen vrouwen moeten gehoorzaam, en zorgzaam in de afwezigheid (van hun man) zijn, zoals Allah voor hen zorgt. Maar als de vrouw weerspanning is waar jullie bang voor zijn – waarschuwt haar, verban haar naar de slaapkamer en slaat haar. En als ze u gehoorzaamt, zoekt geen weg tegen haar. Zie Allah is hoog en groot’ (Soera 4:34).

Wanneer een Moslim zijn vrouw opsluit of slaat, doet hij dat in overeenstemming met de ethiek van de Koran. De Bijbel leert heel wat anders: ‘Mannen, hebt uw vrouwen lief!’ (Efeze 5:25) en: ‘Woont bij haar met verstand als bij een zwakker vat!’ (1 Petrus 3:7). Zulke adviezen zoekt men in de Koran tevergeefs. Benedikt Peters heeft het verschil zó duidelijk gemaakt wanneer hij vaststelt [P1]: ‘Probeert men het verschil van de ethiek van de Koran met de ethiek van het Nieuwe Testament samen te vatten, dan is dat met één zin mogelijk: ‘In de Koran staat geen bergrede met zaligsprekingen!’

Bijbel: God gaf aan de man en de vrouw de gemeenschappelijke opdracht om over de aarde te heersen (Genesis 1:26-28). Voor God zijn man en vrouw gelijkwaardig: ze hebben dezelfde rechten en zijn beide op dezelfde wijze uitgenodigd om in de hemel te komen. Deze positie voor God onderstreept bijv. Galaten 3:28: ‘Daar is geen Jood of Griek, daar is geen slaaf of vrije, daar is geen man of vrouw. Want u bent allen één in Christus’. ‘Er is geen onderscheid …, want dezelfde Heer van allen is rijk jegens allen die Hem aanroepen’ (Romeinen 10:12).

Het heil is voor ieder mens bereid, wie de Heer Jezus ook aanroept (Romeinen 10:13) en dat geldt onafhankelijk van het geslacht, van de huidskleur, van het land of van opleiding. Het Nieuwe Testament leert, dat man en vrouw verschillende opdrachten en werkkringen hebben en dat ze door God tot elkaar in een ordestructuur zijn gesteld (Efeze 5:21-33) maar in geen geval dat de man beter of hoger of waardevoller zou zijn.

4.3. Vrijheid en onvrijheid in het geloof

Bijbel: Een bijzonder kenmerk van het Christelijke geloof is de in Christus geschonken vrijheid: ‘Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt’ (Galaten 5:1). Politieke en religieuze systemen neigen er naar om de mensen te binden, hem de vrijheid te ontnemen en hem te knechten. In het Nationaal Socialisme en in de andere dictaturen worden andersdenkenden vervolgd, gevangen genomen of gedood. De communistische DDR stond de mensen niet toe daarheen te verhuizen waar ze wilden wonen. Daarom werd de Berlijnse Muur en een grens met automatische geweren gebouwd. De Islam staat niet toe om deze religie in een vrije beslissing te verlaten.

De God van de Bijbel echter heeft de radius van onze beslissingsvrijheid onvoorstelbaar breed getrokken. In een vrije keus mogen we naar de hemel gaan of zelfs naar de hel vertrekken. In de nabijheid van de Heer Jezus zijn we werkelijk vrij: ‘Als dan de Zoon u zal vrij maken, zult u werkelijk vrij zijn’ (Johannes 8:36). Sommige van de discipelen van de Heer Jezus waren weggegaan en het zou vanzelfsprekend zijn geweest wanneer de Heer Jezus de overgebleven discipelen vast had willen houden. Maar zo’n dwang is er bij Hem niet. Hij stelt de overgebleven discipelen voor de keus: ‘Wilt u ook niet weggaan?’ (Johannes 6:67). In een vrije beslissing en een vast eigen voornemen antwoordt Petrus: ‘Heer, tot wie zullen wij heen gaan? U hebt woorden van eeuwig leven’ (Johannes 6:68).

De Heer Jezus maakt aanspraak om de enige weg tot de Vader te zijn (Johannes 14:6). In Hem alleen is het heil te vinden (Handelingen 4:12). Uit deze exclusieve aanspraak volgt in elk geval niet dat alle mensen, die het evangelie van Jezus Christus niet aannemen, tot vijanden verklaard worden, die men moet bestrijden. Er bestaan totaal geen sancties tegen niet christenen – integendeel: ‘Laat ieder van ons de naaste behagen ten goede’ (Romeinen 15:2). Nog meer: ‘Hebt uw vijanden lief en bidt voor hen die u vervolgen’ (Mattheüs 5:44).

Koran: Zo’n vrijheid van het geloof zoekt men in de Koran tevergeefs. Veelmeer bestaat de verordening dat wie van de Islam afvallig is, met de dood bestraft moet worden: ‘Ieder, die de Islam afwijst, moet gedood worden. Wanneer ze zich van de Islam afkeren, grijpt hen en doodt hen waar u hen ook vindt’ (Soera 4:89). Wanneer zulke teksten inderdaad in de praktijk worden gebracht, wordt het zeer kwalijk. Een treurig voorbeeld hiervan is de moord van Malatya:

Op 18 april 2007 gebeurde er in de stad Malatya, gelegen in een Turkse provincie ongeveer 450 km noordoostelijk van Antiochië, die stad waarin de gelovigen het eerst ‘Christenen’ genoemd werden (Handelingen 11:26), iets onvoorstelbaar vreselijks. Op brutale wijze werden drie evangelische Christenen, de Duitse zendeling en vader van drie kinderen Tilman Geske, de Turkse pastoor Nacati Aydin (vader van twee kinderen) en de Turk Ugur Yksel door jongemannen vermoord. Deze moordenaars, van wie één de zoon van een burgemeester is, zijn deel van een ‘Tarikat’, dat is een groep van ‘trouwe gelovigen’ van de Islam. De drie Christenen werden aan handen en voeten gebonden en daarna op beestachtige wijze gemarteld totdat ze stierven. Met mobiele telefoons filmden de daders de onmenselijke daad. De details zijn te schokkend om ze hier door te geven. Opmerkelijk is de reactie van de vrouw van Tilman Geske, Susanne na de moord op haar man. Wat ze zei, kan slechts iemand zeggen, die het stempel draagt van de gezindheid van de Heer Jezus (http://www.izmirprotestan.org):

Susanne Geske drukte in een televisie interview haar vergeving uit, een daad, die op de voorpagina’s van de grootste Turkse kranten geplaatst werd. Ze wilde geen vergelding, verklaarde ze aan de verslaggevers. ‘Oh God, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen’, zei ze en stemde daarmee met haar hele hart in met de woorden van Christus op het kruis van Golgotha (Lukas 23:34). In een land, waar wraak en vergelding zo normaal is als het ademen, kregen heel veel verslaggevers aandacht voor de christelijke kerk en hoe het commentaar van Susanne Geske het leven van andere mensen veranderd heeft. Een columnist schreef boven zijn rubriek: ‘Ze zei in één zin, wat 1.000 zendelingen in 1.000 jaren niet hadden kunnen doen’.

4.4. Listig versus waarachtig

Koran: Een van de ’99 wonderbare namen van Allah’ komt uit Soera 5:54, waar Allah ‘de beste en meest gehaaide persoon’, de ‘meest listige’ wordt genoemd. ‘Listig zijn’ betekent: goed in het bedriegen en misleiden en goed kunnen huichelen, iemand verkeerde feiten voorspiegelen, onwaarachtig zijn. In de Bijbel daarentegen wordt niet God, maar de slang, de duivel, als listig beschreven. De list van de slang leidde tot de zondeval (Genesis 3:1-6), namelijk dat Adam en Eva God ongehoorzaam werden. Toen God aan Eva vroeg: ‘Waarom hebt u dat gedaan?’ antwoordde ze: ‘De slang bedroog mij’ (Genesis 3:13). Wanneer Allah de listigste is dan moeten en zullen zijn aanhangers op dezelfde wijze handelen. Als we dit begrijpen, zijn leugen, woord- en verdragsbreuk en bedrog tegenover ‘ongelovigen’ niet verwerpelijk, dus geen zonde, maar toegestane en bewonderenswaardige listen van een Moslim. Is dat één van de redenen waarom een echt vredesproces in het Nabije Oosten haast niet mogelijk is?

Bijbel: De God van de Bijbel is de Waarachtige en Zijn ‘ogen zien op oprechtheid’ (Jeremia 5:3). De Heer Jezus is de waarheid in Persoon (Johannes 14:6), en wij moeten Zijn gezindheid laten zien (Filippi 2:5). Hij leerde Zijn discipelen het tegenovergestelde van de uitspraken van de Koran: Wanneer ze zich onder de wolven, dus onder vijanden zich bevinden, moeten ze zich toch steeds bedachtzaam en waarachtig gedragen: ‘Weest dan voorzichtig als de slangen en oprecht als de duiven’ (Mattheüs 10:16).

4.5. Is de Islam een vreedzame religie?

Deze vraag wordt niet beantwoord wanneer wij de discussie rond en van de politici of sommige bekendmakingen van de kerkelijke kant volgen. De Koran zelf geeft toereikende informatie daarover:

  • ‘Maar zijn de heilige maanden verstreken dan verslaat de Polytheïsten3)Polytheïsten (arabisch: muschrikun): In de Koran worden met Polytheisten al diegenen aangeduid, die in meerdere goden geloven. Maar in het bijzonder bedoelt men daarmee de Christenen, die volgens de Moslims in drie goden (God de Vader, de Zoon Jezus Christus en Maria) geloven. Protestanten, die niet tot Maria bidden, verwijt men dat ze in God de Vader, de Zoon Jezus Christus en in de Heilige Geest geloven. waar u ze ook vindt en grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke hinderlaag. Als ze berouw hebben en het gebed verrichten en de boete betalen, laat ze dan hun weg weer gaan’ (Soera 9:5).
  • ‘En wanneer jullie de ongelovigen tegenkomen, sla hun dan het hoofd af, totdat jullie een bloedbad onder hen hebben aangericht’ (Soera 47:5).
  • ‘De ongelovigen, die absoluut niet willen geloven, worden door Allah als het ergste vee gezien’ (Soera 8:55).
  • ‘Waarlijk in de harten van de ongelovigen werp ik schrik. Dus slaat op hun nek en hakt hen elke vinger af’ (Soera 8:12).

De door de FBI veilig gestelde documenten laten zonder twijfel zien dat het bij de terroristen van 11 september 2001 om religieus gemotiveerde daders handelde. Zoals is aangetoond, diende de Koran hen als inspiratiebron en dat is met de bovengenoemde gedeeltes uit de Koran gemakkelijk te bewijzen. Er is bovendien nog op te wijzen dat Mohammed in geen geval als een zachtmoedige pacifist handelde. De stichter van de Islam was een krijgsheer zonder compromissen. Aan de Koran is een groot aandeel aan strijdbaarheid en haat tegenover de ‘ongelovigen’ (daartoe behoren ook Christenen en Joden) toe te schrijven.

Het zou veel te ver voeren als men alle Moslims van terrorisme zou beschuldigen. Maar men moet vasthouden: De verschijning van het Islamitisch terrorisme zou ons scherp moeten houden want alle acties zijn gebaseerd op uitspraken van de Koran. Hier een opsomming van aanslagen tussen september 2001 en september 2005 uit de krant van Braunschweig (Duitsland) op 8 juli 2005:

11 september 2001: Islamitische extremisten kapen 4 USA passagiersvliegtuigen. Ze sturen twee vliegtuigen in de torens van het World Trade Center in New York en één in het Pentagon in Washington. Een vierde vliegtuig stort neer in Pennsylvania. Ongeveer 3.000 mensen komen om.

11 april 2002: Bij een springstof aanslag op een synagoge op het Tunesische eiland Djerba doodt een dader van een zelfmoordaanslag 21 mensen. 14 daarvan komen uit Duitsland.

12 oktober 2002: Bij bomaanslagen op discotheken van het vakantie eiland Bali sterven 202 mensen. Waaronder zes Duitsers.

28 november 2002: Drie zelfmoord daders van een aanslag blazen in Kenia een auto op voor een Israëlisch toeristenhotel: 18 doden.

12 mei 2003: 35 mensen sterven bij een serie van bomaanslagen in hoofdzakelijk door buitenlanders bewoonde wijken van Riad, de hoofdstad van Saudie-Arabië.

16 mei 2003: Bij vijf aanslagen door extremisten op westerse en Joodse installaties in de Marokaanse hoofdstad Casablanca sterven 45 mensen.

20 november 2003: In Instanbul exploderen bommen voor Britse instellingen. Minstens 33 doden.Vijf dagen daarvoor stierven bij aanslagen vóór twee synagogen minstens 24 mensen.

11 maart 2004: In vier lokale treinen exploderen tien bommen. 191 doden op het conto van Marokkaanse Moslims.

29 Mei 2004: In Saudi-Arabië worden westerse kantoren en een flat aangevallen. 22 mensen sterven.

24 augustus 2004: Na springstofexplosies storten twee Russische passagiersvliegtuigen neer in het Zuidwesten van het land. In de wrakstukken sterven 90 mensen.

1 september 2004: In Beslan (Noord-Ossetië in de Kaukasus) overvallen 32 bewapende mannen een school en gijzelen meer dan 1.300 mensen. Bij de bevrijdingsactie sterven ongeveer 330 gijzelaars, daaronder zijn 172 kinderen.

De daden van Islamitische terroristen worden door veel van onze tijdgenoten door twee argumenten goed gepraat en gebagatelisseerd:

a) Het zijn de daden van de individuele crimineel: Zoals de bovengenoemde opsomming echter verduidelijkt, hebben we te maken met een wereldwijd verschijnsel. Er bestaat geen ander religieus systeem, dat de wereld zo’n schrik aanjaagt. Dat alles gebeurt op basis van de Koran: ‘Bewapen u tegen hen, wat jullie kunnen doen naar krachten en legers van paarden om hen schrik aan te jagen’ (Soera 8:62). Dat kan toch een oplettende toeschouwer van onze tijd niet ontgaan.

b) De Christenen zijn ook niet beter: Daarop volgt vaak een opsomming van verschrikkelijke daden, die bijv. In de ‘Spiegel’ special ‘Wereldmacht religie’ als volgt te lezen was (2007; bladzijde 17-18):

‘In totaal kwamen bij de kruistochten volgens grove schattingen meer dan vijf miljoen Moslims, Joden, Christenen van de Byzantijnse kerk als ook christelijke veroveraars om. En de kruistochten waren geen uitzondering. Hand in hand met bisschoppen, keizers, koningen en vorsten vervolgden pausen over een periode van meer dan vijf eeuwen allen, die het waagden om God anders te vereren dan zij het voorschreven. Vanaf de 13e eeuw tot na de Verlichting trok de Inquisitie een afgrijselijk bloedspoor. Minstens een miljoen mensen kwamen volgens schattingen door de geestelijke tribunalen om. Een volgende drempel werd overschreden door de perverse geest van de Inquisitie door een voortdurende heksenverbranding, die 500 jaar duurde. De eerste heks werd in 1275 in Toulouse verbrand. In totaal kwamen in Europa volgens voorzichtige schattingen 50.000 tot 80.000 vrouwen om, daaronder in 1431 het boerenmeisje Jeanne d’Arc, die als de maagd van Orléans de geschiedenis is ingegaan’.

Wie de verantwoordelijken en uitvoerenden van deze verschrikkelijke daden waren – hetzij pausen of bischoppen – ze noemden zich wel Christenen, maar volgens de criteria van het Nieuwe Testament waren ze dat niet. In de bergrede veroordeelt de Heer Jezus hen want het Nieuwe Testament kent geen legitimatie voor het doden.

‘Past u op voor de valse profeten, die tot u komen in schapevachten, maar van binnen zijn zij roofzuchrige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen… Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet van Mijn Vader Die in de hemelen is’ (Mattheüs 7:15,16,21).

De bovengenoemde daden zijn verschrikkelijk en afschuwelijk en ze hebben niet het geringste met de wil van God te maken. De Heer Jezus als de Rechter zal hen waarschijnlijk dat oordeel aanzeggen, dat Hij in de bergrede al voorzien heeft: ‘En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid!’ (Mattheüs 7:23).

We moeten vasthouden: Kruistochten, Inquisitie en heksenverbrandingen staan totaal haaks op de Bijbelse boodschap. Hoewel ze zich Christenen noemen, hebben hun aanvoerders door hun gedrag het evangelie van de Heer Jezus Christus met voeten getreden. Bij de daden van de Islamitische terroristen is er wezenlijk verschil: Deze handelen in overeenstemming met de Koran. Op de voorpagina van zijn afstudeeropdracht had Mohammed Atta, die met een vliegtuig van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij in de noordelijke toren van het World Trade Center vloog, een gelofte in de zin van de Koran geschreven: ‘Mijn gebed en mijn opoffering en mijn leven en mijn dood behoren aan Allah, de Heer van de werelden’. Precies dat heeft hij op 11 september 2001 in de praktijk gebracht.

Wat heeft de Heer Jezus onderwezen? De Heer Jezus Zelf wordt profetisch als de Vredevorst (Jesaja 9:5) aangekondigd. De door Hem onderwezen vrede is uniek. Waar Hij kwam, bracht Hij vrede: ‘Vrede zij u!’ (Johannes 20:19), want ‘Hij is onze vrede’ (Efeze 2:14). Geheel anders dan de bovengenoemde uitspraken van de Koran, leert de Bijbel: ‘Zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, houdt vrede met alle mensen’ (Romeinen 12:18). Van deze aan ons opgedragen vrede is niemand uitgesloten, geen ongelovigen en ook geen andersdenkenden. Ook niet ons vijandig gezinde mensen, want de Heer Jezus draagt ons op: ‘Hebt uw vijanden lief en bidt voor hen die u vervolgen, opdat u zonen wordt van uw Vader die in de hemelen is’ (Mattheüs 5:44-45).

4.6. Betekenis van het martelaarschap

Bijbel: De Heer Jezus heeft Zijn discipelen nooit opgeroepen om de dood te zoeken. Het is omgekeerd: Hij Zelf ging voor ons in de dood. Vele navolgers van de Heer Jezus zijn Hem ook bij vreselijke vervolgingen trouw gebleven. Door vijanden van het evangelie werden zij gedood, omdat ze Hem in het geloof trouw wilden blijven. Zulke martelaars zijn voor ons voorbeelden in hun trouw maar door hun dood hebben ze in geen geval de hemel verdiend. Ook hun redding geschiedt alleen uit genade door het geloof.

Koran: Hoewel de Koran de zelfmoord veroordeelt, bemoedigt de Islam zijn aanhangers om het martelaarschap te zoeken, want ‘diegenen, die op de wegen van Allah werden gedood, zijn niet dood maar leven in het paradijs’ (Soera 3:169). In de Islam is de enige mogelijkheid om heilszekerheid te krijgen om in de strijd tegen de ‘ongelovigen’ gedood te worden. Wie een natuurlijke dood sterft, kan niet zeker zijn van zijn heil.

In de Koran wordt het paradijs als ‘hof van Eden’ (Soera 19:61) beschreven, waarin de bewoners op gestoffeerde rustbedden in de schaduw liggen en van granaatappels, druiven, dadels en vlees genieten. Ze worden daar door eeuwig jonge knapen met dranken uit ‘stromen van water, melk, wijn en honing’ bediend (Soera 47:15). Maar wat maakt de ‘glans van de zaligheid en het genot op hun gezichten’ (Soera 83:24) uit? Het is niet de overvloed aan eten en drinken, het zijn ook niet de waardevolle gewaden en de versiering, die als zo begeerlijk worden voorgesteld. Maar de ‘Huris met de grote ogen’, die Allah hen als vrouwen schenkt. De ‘Huris’ worden als adembenemend, mooie, eeuwige maagden beschreven, die beantwoorden aan het schoonheidsideaal van de woestijnbewoners: blanke huid, donkere ogen en zwart haar. Het ‘paradijs van de Moslims’ is afgestemd op een sex georiënteerde mannenwereld.

Wat hebben de Moslim vrouwen in het paradijs van de Islam te verwachten? Ze kunnen slechts één van de Huris worden of een opzienster van de Huris. In de Koran is er geen tekst te vinden, die op een gemeenschap van geredde personen met Allah zou kunnen wijzen. Hij blijft de verhevene, degene die men niet kan naderen en die eeuwig in de verte blijft.

4.7. Wetenschap in de Bijbel en in de Koran

Bijbel: In het boek Job staat een wetenschappelijk en uiterst opmerkelijke uitspraak over de aarde en ook over het heelal: ‘Hij (God) spant het noorden uit over het woeste. Hij hangt de aarde op aan het niet’ (Job 26:7). De moeilijkheid bij de inhoud van deze zin wordt ons pas echt bewust wanneer we bedenken in welke tijd dit vers werd geschreven en hoe dit vers ook gezien de huidige astronomische kennis, naar waarde is te schatten. Het boek Job geldt als één van de oudste boeken van de Bijbel en werd in een tijd geschreven toen men in de wijde omtrek dacht dat de aarde een platte schijf was die op het water zwom. De aarde heeft geen vaste steun en is ook niet ergens aan bevestigd maar beweegt zich zwevend in de ruimte. Pas in het jaar 1687 kon de bekende natuurkundige Isaak Newton (1643-1727) in zijn werk: ‘Philosophia Naturalis Principa Mathematica’ dit al in de Bijbel gegeven exacte beschrijving van de werkelijkheid met de door hem ontdekte wet van de zwaartekracht verklaren en wiskundig formuleren, hoe de aardbol in zijn baan wordt gehouden.

Koran: In Soera 71:18 staat er: ‘En Allah heeft de aarde voor u tot een tapijt gemaakt’. Het tapijt is een maaksel dat plat wordt neergelegd. Daarmee knoopt de Koran aan bij het antieke wereldbeeld van de platte aardschijf en vertegenwoordigt daarmee iets wat wetenschappelijk verkeerd is.

4.8. Hemel of hel?

Koran: Moslims kunnen er nooit zeker van zijn of ze in de hel of in het paradijs komen. Volgens de Koran worden ze eenmaal gemeten naar hun werken. Maar wie weet er al of hij genoeg goeds gedaan heeft om zijn slechte daden te compenseren? Slechts wie zich in de strijd tegen de ongelovigen in letterlijke zin opoffert en sterft, hem worden de zonden vergeven. ‘En diegenen, die …. in mijn wegen en streden en vielen – waarlijk, bedekken zal ik hun misdaden’ (Soera 3:195). Het schijnt zo te zijn dat deze martelaars tenminste ook een vreugde in het paradijs kunnen verwachten.

Maar er is nog iets anders om te bedenken: De Koran tekent een afgrijselijk beeld voor alle Moslims na de dood want ze moeten allen, zonder uitzondering, eerst naar het vlammende vuur in de hel: ‘Dan zullen we weten, wie waardig is om te branden. En niemand onder u is er die daar niet naar omlaag naar haar (Dschahannam = hel) gaat. Zo is het door uw heer definitief besloten. En dan zullen wij de godsvruchtigen redden en zullen de zondaars in haar op de knieën laten’ (Soera 19:70-72).

Geen Moslim kan met zekerheid zeggen of zijn godsvrucht toereikend is om uit de hel naar het paradijs getrokken te worden. Omdat Allah willekeurig beslist, is er ook geen garantie van het eeuwige leven. De zekerheid van het heil is daarom bij de Islam iets onbekends. Zelfs de Islamitische strijders – martelaars komen volgens de Koran eerst in de hel. Dus voor Moslims is er volgens de Koran geen weg, die voorbij de hel leidt.

Zegt de Koran hier ongewild de waarheid? Wie de Zoon niet heeft, heeft ook de Redder niet. Moslims loochenen de Zoon van God en ook Zijn kruisdood.

Bijbel: Hoe heel anders is de boodschap van de Bijbel: ‘God wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen’ (1 Timotheüs 2:4). Deze waarheid is een Persoon, namelijk Jezus Christus (Johannes 14:6). De Heer Jezus is Zelfs de Brenger van het heil en Hij geeft al hier en vandaag de zekerheid van het eeuwige leven: ‘Wie Mijn Woord hoort en gelooft Hem Die Mij heeft gezonden, die heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven’ (Johannes 5:24). Wat er in geen enkele andere religie is, daarop geeft de levende God al hier zijn onherroepelijk belofte met brief en zegel: ‘Ons burgerrecht is in de hemel’ (Filippi 3:20).

5. De Heer Jezus in de Koran en in de Bijbel

De Koran geeft een sterk selectief en bovendien nog een verkeerd beeld van de Heer Jezus in de Bijbel. Toch zijn er enkele overeenkomsten tussen de Koran en de Bijbel, want Moslims geloven ook, dat Christus

  • Door God werd gezonden tot de kinderen van Israël.
  • Het evangelie bewaard en verkondigd heeft.
  • Zonder toedoen van een man uit Maria geboren werd (maagdelijke geboorte).
  • De enige Mens, die zonder zonde bleef. Volgens de Koran hebben alle mensen – zoals de Bijbel ook zegt, gezondigd.
  • Wonderen gedaan heeft. Ze geloven dat door Hem blinden ziende werden, dat lammen weer konden lopen en dat doden opgewekt werden.
  • Naar de hemel is opgevaren en vandaag nog leeft. Een Moslim moet dientengevolge de uitspraak beamen: ‘Christus leeft, Mohammed is dood! Christus is in de hemel en Mohammed is onder de aarde begraven’. Een Moslim mag zich terecht de vraag stellen: ‘Waarom volg ik de religie van een dode en niet de verkondiging van een levende?’
  • Van de hemel zal wederkomen

De Heer Jezus wordt in de Koran als profeet aangezien, die kon genezen. Mohammed kon niet genezen. De discipelen van de Heer Jezus konden dit (bijv. Petrus en Johannes genazen de lamme bij de tempeldeur in Handelingen 3:1-11). Ingo Resch vraagt terecht (R1): ‘Waarom kon Mohammed niet genezen, wanneer hij zich de grootste profeet noemt? Elia kon het en ook andere profeten van het oude verbond’.

Laten we toch kijken naar de Heer Jezus in de Koran en in de Bijbel, dan ziet men gemakkelijk, dat juist in de kernpunten de ernstigste verschillen liggen.

5.1. De afkomst van de Heer Jezus

Voor de afkomst van de Heer Jezus noemt de Koran twee zich tegensprekende versies. Volgens Soera 19:35-36 was Hij de Zoon van Maria: ‘Dit is Isa (=Jezus) de Zoon van Maria – het woord der waarheid, dat zij betwijfelen. Het is niet betamelijk voor Allah om een zoon te verwekken’. Maar volgens een andere uitspraak van de Koran is de Heer Jezus ook geschapen net als Adam: ‘Isa (Jezus) is (wat zijn schepping aangaat) voor Allah gelijk als Adam. Hem schiep hij uit de aarde. Hierop zei hij tot hem: Zie, dat was hij’ (Soera 3:59). Volgens de Bijbel was de Heer Jezus van eeuwigheid af (Jesaja 9:5; Micha 5:1) en zal er tot in alle eeuwigheid zijn (Hebreeën 13:8). Met het doel om de verlossing van de mensen te bewerken, werd Hij Mens, leefde een tijdlang onder ons tot Hij aan het kruis stierf en na drie dagen opstond.

5.2. Kruisiging en opstanding van de Heer Jezus

Kruisiging en opstanding van de Heer Jezus vormen het onderpand van onze redding. In verband met de kruisiging is het belangrijk om te benadrukken dat de Heer Jezus deze weg vrijwillig ging. Hij viel niet toevallig in de handen van een roversbende of een willekeurige heerser, die Hem kruisigde. De Heer Jezus had alle macht (Mattheüs 28:18) om Zich te kunnen weren maar Hij deed het niet omdat Hij Zijn leven tot redding van zondaren gaf. De hogepriesters en schriftgeleerden spotten: ‘Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Hij is Koning van Israël – laat Hij nu van het kruis afkomen’ (Mattheüs 27:42). De adem van Zijn mond zou toereikend zijn geweest om de spotters te vernietigen maar Hij deed het niet. Ook had de Heer Jezus de macht om na de dood aan het kruis het leven door de opstanding weer te krijgen:

‘Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat ik Mijn leven afleg, opdat Ik het weer neem. Niemand neemt het van Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en heb macht het weer te nemen’ (Johannes 10:17-18)

Het Woord van het kruis is voor ons, volgens 1 Korinthe 1:18, een kracht van God, dat ons redt. Hoe fundamenteel de kruisiging voor ons is, daarvan schrijft Paulus in 1 Korinthe 2:2: ‘Want ik had mij voorgenomen niets onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd’. Deze kernzin van het evangelie wordt in de Koran geloochend. In Soera 4:157 onderwijst Mohammed zijn visie over de kruisiging van de Heer Jezus, waarvan hij ook gehoord heeft, want anders zou hij het niet hebben vermeld:

‘En omdat zij (de Joden) spraken: ‘Zie, wij hebben de Messias, de zoon van Maria, de gezant van Allah, gedood’ – maar zij doodden hem niet en kruisigden hem niet maar het leek voor hen alleen maar zo. En zie degenen, die het daarover oneens zijn, zijn waarlijk in twijfel over hem. Ze weten niets daarvan maar volgen hun vermoedens. En zij doodden hem met zekerheid niet’.

Volgens de Islamitische opvatting werd er een dubbelganger van de Heer Jezus gedood en de Heer Jezus Zelf werd stiekem weggeleid en ontkwam zo aan de kruisdood. De loochening van de kruisiging heeft Bijbels gezien verstrekkende gevolgen:

1. Geen zondenvergeving: De zin uit 1 Korinthe 15:3: ‘Christus stierf voor onze zonden: is wel de kortste samenvatting van het evangelie. Zouden we dit feit wegnemen uit het Nieuwe Testament dan zouden wij nog in onze zonden zijn en daarmee zonder enige hoop op de eeuwigheid.

2. Geen Redder: Is Christus niet voor onze zonden gestorven en ook niet om onze rechtvaardiging opgestaan dan hebben we geen Redder en geen Heiland. Aan de Emmaüsgangers verklaart de Heer Jezus Zijn noodzakelijke lijden aan het kruis: ‘Moest de Christus dit niet lijden, en zo in Zijn heerlijkheid binnnengaan?’ (Lukas 24:26). Er was geen enkele andere mogelijkheid van redding, daarom ‘heeft de Vader de Zoon gezonden als Heiland van de wereld’ (1 Johannes 4:14).

In de Koran komt de naam van de Heer Jezus niet voor, Hij wordt daar ‘Isa’ genoemd. Jezus betekent van zijn Hebreeuwse wortel ‘Redder of de redding van de Heer’. Maar omdat in de Islam Christus niet als Redder wordt gezien, moest Zijn naam veranderd worden.

Omdat volgens de Islamitische leer de Heer Jezus niet gekruisigd werd, kan Hij ook niet op de derde dag na de kruisiging zijn opgestaan. Maar volgens de Bijbel is de opstanding van de Heer Jezus na Zijn kruisiging helemaal de basis van het geloof. Dat lezen wij in 1 Korinthe 15:14,17-19: ‘En als Christus niet is opgewekt, dan is ook onze prediking vergeefs, en vergeefs is ook uw geloof. En als Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof inhoudsloos, dan bent u nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren. Als wij alleen in dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de ellendigste van alle mensen’.

5.3. De wederkomst van de Heer Jezus

De Heer Jezus zal een tweede keer in deze wereld komen – maar dan niet meer als kind in de kribbe maar als Koning, Rechter en Heerser over de werld. In Mattheüs 24:30 heeft Hij deze gebeurtenis duidelijk voorspeld: ‘En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel. En dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid’.

Wat een reden tot vreugde! De Schepper van de wereld verschijnt! De Redder van de wereld komt! Maar waarom staat er in Openbaring 1:7: ‘En alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen’? Waarom roepen ze: ‘Bergen en rotsen: Valt op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit!’ (Openbaring 6:16). Velen hebben tijdens hun leven van de noodzakelijke beslissing voor deze Jezus gehoord maar ze zeiden ‘neen’! Nu zijn ze verloren en kunnen niets meer herzien. Het is definitief te laat. Daarom roepen ze en weeklagen ze.

Maar het is ook een dag van grootste vreugde. Voor alle navolgers van de Heer Jezus, die door Hem gered werden, staat er profetisch in het Oude Testament: ‘Maar voor u die Mijn naam vreest zal de zon der gerechtigheid opgaan en er zal genezing zijn onder haar vleugels’ (Maleachi 4:2).

Islam: Volgens de Islamitische leer komt Christus wel terug maar niet als wereldrechter maar als een gezant van Allah. Hij zal dan alle Christenen tot de Islam bekeren, hij zal alle kruisen uit de kerken verwijderen en alle varkens slachten zodat Moslims niet langer in verzoeking komen om verboden varkensvlees te eten. Dan zal de ‘Islamitische Christus’ trouwen, kinderen verwekken en sterven. Hij zal dan naast Mohammed in Medina begraven worden.

Hieraan wordt duidelijk hoe enorm de eindtijdleer van de Islam zich van de Bijbel onderscheidt. Onder een harmonische oppervlakte liggen vaak onoverbrugbare tegenstellingen. Dat we sommige overeenkomsten tussen de Koran en de Bijbel vinden, ligt daaraan dat Mohammed eerst geprobeerd heeft om Christenen voor zijn leer te winnen. Daarom bouwt hij veel van het christelijke geloof in zijn Islam in, om hem meer acceptabel te maken. In de kernpunten heeft hij toch de christelijke boodschap geloochend een daarmee een antichristelijke religie gesticht.

5.4. Christus is in de Koran niet de Zoon van God

De Godheid van de Heer Jezus is één van de centrale kenmerken van Zijn Persoon. Bij de doop van de Heer Jezus klonk er een stem uit de hemel. Het was de stem van God: ‘Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden’ (Mattheüs 3:17). Op de vraag van de Heer Jezus: ‘U echter, wie zegt u dat Ik ben?’, antwoordde Petrus: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God’ (Mattheüs 16:16). Na de gevangenneming van de Heer Jezus stelde men Hem voor de Hoge Raad. Op de vraag: ‘Bent u dan de Zoon van God?’, betuigde Hij hen: ‘U zegt dat Ik het ben’ (Lukas 22:70). Een Romeinse hoofdman leidde de kruisiging van de Heer Jezus en hij en de bewakers waren ooggetuigen van Zijn sterven aan het kruis. Hun eensluidend oordeel was: ‘Waarlijk, Deze was Gods Zoon!’ (Mattheüs 27:54b). We zien dus, de levende God, de Heer Jezus Zelf, Zijn discipelen en ook heidenen hetzelfde zeggen: ‘De Heer Jezus is Gods Zoon!’

Onze redding is enkel en alleen van het geloof in de Zoon van God afhankelijk: ‘En dit is het getuigenis: dat God ons eeuwig leven heeft gegeven, en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet’ (1 Johannes 5:11-12).

De Koran wijst categorisch en sterk het zoonschap van God van de Heer Jezus af: ‘En de Nazareners spreken (=Christenen): ‘De Messias is de zoon van Allah’. Dat is het woord uit hun mond. Ze voeren overeenkomstige redenen aan evenals de ongelovgen. Allah slaat ze dood! Hoe zijn ze toch zo verstandeloos!’ (Soera 9:30). Hieraan wordt duidelijk dat de Koran en daarmee de Islam het zoonschap van de Heer Jezus als Zoon van God niet slechts loochent maar haar ook op het scherpst bekritiseert. Wat zijn de gevolgen daarvan?

1. Zonder de Zoon van God is er geen eeuwig leven (1 Johannes 5:12). In Handelingen 4:12 staat er heel duidelijk: ‘En in niemand anders is de behoudenis. Want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden’.

2. Wanneer Christus niet de zoon van Allah is, dan is Allah ook niet de vader. In hun vijf dagelijkse gebedstijden herhalen Moslims 17 maal de 112e Soera: ‘Hij (Allah) verwekt niet en wordt niet verwekt, en niemand is hem gelijk’ (112:3-4). De altijddurende herhaling maakt de Moslims immuun tegen de centrale waarheid van de Bijbel, dat God door Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus, onze liefhebbende Vader is. In 1 Korinthe 12 :3 lezen wij: ‘Niemand kan zeggen: Heer Jezus, dan door de Heilige Geest’. Voor Moslims is de Heer Jezus niet de Zoon van God en daarom is Hij ook in geen geval hun Heer, maar slechts slaaf of dienaar van Allah. Omdat ze Hem geen Heer noemen, hebben ze ook als consequentie daarvan de Heilige Geest niet.

Gelijkheid in Wezen van de Vader en de Zoon: Tussen God de Vader en Zijn Zoon de Heer Jezus is er een diepe wezensmatige gelijkheiden eenheid: ‘Ik en de Vader zijn Eén’ (Johannes 10:30). De Heer Jezus is bevoegd om eeuwig leven te geven (Johannes 6:27) en Hij Zelf zal de mensen opwekken op de laatste dag (Johannes 6:40). De Heer Jezus zegt dat het eeuwige leven daarin bestaat om de Vader en Hem te kennen (Johannes 17:3). Daarmee maakt Hij Zich gelijk aan God. En volgens Johannes 14:6 is Hij het eeuwige leven (Grieks zoe) in Persoon. Het evangelie van Johannes begint met de zin: ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God’. Uit het verdere verloop van het hoofdstuk wordt duidelijk, dat met het Woord (Grieks Logos) de Heer Jezus Christus bedoeld is. Dus kunnen we Johannes 1 ook zo vertalen: ‘In het begin was de Heer Jezus en de Heer Jezus was bij God en de Heer Jezus was God’.

Conclusie: We leven in een tijd van misleiding. Het Woord van God schijnt zoek geraakt te zijn en dus ontbeekt het ook aan geoefend gebruik van het ‘Zwaard van de Geest’ (Efeze 6:17) om de geesten te onderscheiden.

Een niet gering aantal van protestante theologen gelooft dat Moslims en Christenen tot dezelfde God bidden. In de krant in Braunschweig verscheen woensdag 10 juli 2002 een artikel met vier kolommen met het opschrift: ‘Christelijk Islamitisch gebed gepland’. Op een kleurenfoto zag men de predikant van de kerk in de moskee op een tapijt knielen. In het inleidende vet gedrukte gedeelte van het artikel stond: ‘Verbindingen tussen de Turkse moskee aan de Ludwigstraße en de dom St. Blasi bestaan al sinds de dagen van de Troje tentoonstelling’. De predikant van de dom en de Imam hadden meteen een klik met elkaar en organiseren in het voorjaar een gemeenschappelijke dienst in de dom. Het Christelijk-Islamitische gebed zal nu op 11 september herhaald worden.

Aan de Rooms Katholieke kant ziet het er niet anders uit. De vraag, of Christenen en Moslims tot dezelfde God bidden, werd op het tweede Vaticaanse concilie (bijeengeroepen door paus Joahannes XXIII, en beëindigd door paus Paul VI) met een eenduidig ja beantwoord. Op 6 mei 2001 bezocht een paus voor de eerste keer een moskee. Johannes Paul II betrad de Omajaden moskee in Damascus en kuste eerbiedig een groene prachtige uitgave van de Koran. Ook paus Benedictus XVI benadrukte op zijn reis naar Turkije in 2006 dat Allah van de Koran en de God van de Bijbel identiek waren, Christenen en Moslims dezelfde God aanbidden, hoewel op verschillende wijze. Deze pausen rangschikken zich door hun gedrag en hun uitspraken in de onzalige traditie, die met de Ringparabel van de Duitse aanhangers van de Verlichting, Humanisten en Vrijmetselaars Gotthold Ephraim Lessing in zijn dramatisch stuk ‘Nathan de wijze’ begon. Bij zo’n houding is het niet meer verwonderlijk wanneer bijv. de Nederlandse katholieke bisschop Martinus Muskens op televisie propageerde om God in het algemeen met Allah aan te duiden.

Volgens de bovengenoemde uiteenzetting is duidelijk geworden dat de God van de Bijbel en de Allah van de Koran in geen geval identiek zijn. Te groot zijn de verschillen. Tot een verdere heldere identificatie van de ware God helpt de Bijbel ons in 1 Johannes 2:22: ‘Wie is de leugenaar dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent’. We moeten duidelijk onderscheid maken tussen de Heer Jezus Christus, de Zoon van God en Zijn vijand, de antichrist. Het gebed aan de Vader van de Heer Jeszus Christus richt zich tot de levende God, het gebed van Moslims tot Allah aan de geest van de antchrist. De Bijbel zegt in Psalm 96:56: ‘Alle goden van de volken zijn afgoden’.

We willen nog een ander argument er aan toevoegen dat het onderscheid tussen de God van de Bijbel en de Allah van de Koran duidelijker maakt.

Hoe is dat slechts in overeenstemming te brengen dat één en dezelfde God het volgende gezegd zal hebben?

  • In de volheid van de tijd zond God Zijn Zoon, de Heer Jezus in de wereld (Galaten 4:4), opdat Hij aan het kruis Zijn bloed vergiet en voor de zonden van de mensen sterft (Mattheüs 26:28). God laat door Zijn Zoon en de apostel zeggen: Geen mens kan zichzelf verlossen. Jullie hebben een Verlosser nodig (1 Timotheüs 2:6). Deze enige Verlosser is Mijn Zoon Jezus Christus (Handelingen 4:12). Ik geef ook de vaste belofte ‘wie in Mijn Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven’ (Johannes 3:16). Mijn Zoon is de enige deur naar de hemel (Johannes 10:9). Alle andere religies zijn afgodendienst en dus menselijke uitvindingen en kunnen niet redden (Openbaring 21:8). Ze zijn slechts luchtspiegelingen in een troosteloze woestijn van verlorenheid. Maar u, die in Mijn Zoon gelooft en Hem navolgt, mag u verheugen en nu al weten: ‘U hebt een eeuwig burgerrecht in de hemel’ (Filippi 3:20).
  • Maar 600 jaar later zendt Hij ons een gezant, die ons zogenaamd van dezelfde God vertelt: Ik heb jullie misleid en op een dwaalspoor gebracht! Dat was helemaal niet mijn zoon die ik 600 jaar geleden naar jullie gezonden heb. Het was wel een goed mens maar in geen geval een redder. Hij is ook helemaal niet voor jullie zonden gestorven. Jullie moeten nu toch zelf je inspannen. Ziet toe, dat je nu door eigen werken het paradijs verdient. Of jullie het redden, ligt helemaal aan mij. Een betrouwbare toezegging over jullie eeuwige verblijf geef ik jullie hier niet. Ik stuur jullie eerst allemaal naar de hel. Wie ik daar uitneem en wie ik daar in laat is alleen maar mijn zaak. Ik ben de boven alles verhevene en daarom zullen jullie mij ook in eeuwigheid nooit van aangezicht tot aangezicht zien. Uiteindelijk ben ik altijd ‘de nog grotere’.

De God van de Bijbel wordt ons in Jakobus 1:17 als de ‘Vader der lichten’ voorgesteld ‘bij Wie geen verandering is of schaduw van omkering’. Hij blijft bij Zijn gegeven beloften en draait niet opeens een keer om. Iedere neutrale lezer zal meteen inzien dat de beide bovengenoemde uitspraken niet van dezelfde god kunnen komen. Wie dat onderwijst, verdraait de waarheid en strooit de goedgelovige mensen zand in de ogen, zodat ze het heldere evangelie niet meer kunnen zien.

We hebben talrijke enorme verschillen tussen de Koran en de Bijbel naar voren gebracht. De centrale Persoon van de Bijbel is de Heer Jezus, want Hij zei van Zichzelf: ‘U onderzoekt de Schriften, omdat u meent daarin eeuwig leven te hebben. En die zijn het die van Mij getuigen’ (Johannes 5:39). Omdat God in de Heer Jezus Christus ‘alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd wil samen brengen in Christus’ (Efeze 1:10). Daarom heeft God de Heer Jezus tot een hoofdzaak van het geloof gemaakt: ‘Hem heeft God gesteld tot een genadetroon door het geloof’ (Romeinen 3:25). Noemen we nog een keer de belangrijkste uitspraken van de Bijbel over de Heer Jezus Christus:

  • De Heer Jezus is de Zoon van God (Mattheüs 16:16)
  • De Heer Jezus is God (Johannes 1:1-3; Johannes 10:30; Kolosse 1:15; Filippi 2:6; Hebreeën 1:3).
  • De Heer Jezus heeft alle macht in hemel en op aarde (Mattheüs 28:18).
  • De Heer Jezus is de Schepper van alle dingen (Johannes 1:1-3); Kolosse 1:16-18).
  • De Heer Jezus is de enige God, Die in deze wereld kwam (Lukas 1:35).
  • De Heer Jezus werd gekruisigd (Mattheüs 27:31).
  • De Heer Jezus is opgestaan (Lukas 24:34).
  • De Heer Jezus is de waarheid in Persoon (Johannes 14:6).
  • De Heer Jezus is het eeuwige leven in Persoon (Johannes 14:6; Johannes 17:3).
  • De Heer Jezus is de enige Redder (Handelingen 4:12).
  • De Heer Jezus is de enige Heiland (Lukas 2:12).
  • De Heer Jezus is de Goede Herder, Die Zijn leven geeft voor de schapen (Johannes 10:11).
  • De Heer Jezus is de enige weg naar de Vader (Johannes 14:6).
  • De Heer Jezus is de enige deur naar de hemel (Johannes 10:9).
  • De Heer Jezus is het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29).
  • De Heer Jezus is de Heer der heeren en de Koning der koningen (Openbaring 17:14).
  • De Heer Jezus is de Rechter van de wereld (Mattheüs 25:31-46).
  • De Heer Jezus is de alfa en de oméga, het begin en het einde (Openbaring 21:6).
  • De Heer Jezus is de Eersteling van de doden en de Overwinnaar over de dood (1 Korinthe 15:20; 55-57).
  • De Heer Jezus is vanaf alle eeuwigheid (Micha 5:1) en leeft in alle eeuwigheid (Hebreeën 1:8).

Deze twintig punten vatten kort samen, wat de Bijbel aan centrale uitspraken over de Heer Jezus leert. Al deze uitspraken worden in de Koran direct of indirect afgewezen. Dus staan de Bijbel en de Koran lijnrecht tegenover elkaar. De Heer Jezus in de Bijbel en de Isa van de Koran hebben nauwelijks iets gemeenschappelijk. Ook heeft de God van de Bijbel totaal geen overeenkomsten met de Allah van de Koran. Daarmee is ook de uitspraak dat Christenen en Moslims tot dezelfde God bidden een dwaalleeer. Diegenen, die zich tot de Heer Jezus Christus bekeerd en daardoor een nieuw leven ontvangen hebben (2 Korinthe 5:17) hebben de opdracht om de boodschap van de enige Verlosser in heel de wereld bekend te maken. De Heer Jezus heeft ook de Moslims lief en is ook voor hen gestorven. Zet men Allah van de Koran en de God van de Bijbel op dezelfde lijn dan blokkeert men deze boodschap van verlossing en houdt de mensen ver weg van het heil.

Werner Gitt

Een iets herziene versie van hoofdstuk 6 uit het boek: ‘Zo staat er geschreven‘ (G1).

Christliche Literatur-Verbreitung, Bielefeld, 8. Herziene versie van 2008, bladzijde 128-158, ISBN 978-3-89397-982-0

Literatuur

[D1] Dake, F. J.: Dake’s Annotated Reference Bible, Dake Bible Sales, Inc., PO Box 173, Lawrenceville, Georgia 30245, 1961

[G1] Gitt, W.: So steht’s geschrieben, Christliche Literatur-Verbreitung, Bielefeld
7. stark erweiterte und überarbeitete Auflage 2008, ISBN 978-3-89397-982-0

Koran: Aus dem Arabischen übersetzt von Max Henning, Reclam Universal-Bibliothek Nr. 4206, 1991.

[P1] Peters, B.: Einige Unterschiede zwischen der Ethik des Korans und des Neuen Testaments (Teil 2), Bibel und Gemeinde 3/07, S. 31-37.

[R1] Resch, I.: Christentum und Islam, ein Vergleich. Arbeitsgemeinschaft Lebendige Gemeinde Bayern, Informationsbrief 3/2005.

Voetnoten   [ + ]

1. Volgens de opgaven van de Amerikaanse ‘Dakes Bible’ (D1) zijn er al 3.268 verzen van de Bijbelse profetie vervuld. Het totale aantal van de profetieën in de Bijbel stelde Dake vast op 6.408. Een hele rij van profetieën kon nog niet vervuld zijn tot nog toe, omdat ze slaan op de vóór ons liggende toekomst (bijv. de wederomst van de Heer Jezus, laatste gebeurtenissen van de wereld). Finis Jennings Dake (1902-1987) heeft in een onvoorstelbaar inspannende arbeid de hele Bijbel op profetieën, maar ook met betrekking tot andere opgaven doorzocht en in statistieken vervat. In elk Bijbels boek heeft hij, in het geval van een profetisch vers, in de beide commentaar kolommen er op gewezen dat dit bijv. de 15e profetie van het op een gegeven ogenblik beschouwde boek is. Hij beschrijft verder of deze profetie te zijner tijd en vanuit zijn gezichtspunt al vervuld was of nog niet. Elk Bijbels boek eindigt met een totaal statistiek.
2. Met Uzair wordt Ezra bedoeld, maar dat spreken de Joden op geen enkele plaats uit.
3. Polytheïsten (arabisch: muschrikun): In de Koran worden met Polytheisten al diegenen aangeduid, die in meerdere goden geloven. Maar in het bijzonder bedoelt men daarmee de Christenen, die volgens de Moslims in drie goden (God de Vader, de Zoon Jezus Christus en Maria) geloven. Protestanten, die niet tot Maria bidden, verwijt men dat ze in God de Vader, de Zoon Jezus Christus en in de Heilige Geest geloven.