Wat zegt een naam?

Zij zal een zoon baren en u zult Hem de Naam Jezus geven. Want Hij zal Zijn volk verlossen van hun zonden. (Mattheüs 1:21)

Welke betekenis ligt er in een naam? In onze tijd zitten er in het algemeen gesproken geen diepe gedachten achter de namen die aan kinderen worden gegeven. De gewoonte om kinderen te vernoemen naar familieleden of voorouders is in onze huidige samenleving lang niet zo sterk als in voorgaande generaties. Sommige namen van tegenwoordig klinken – ten minste voor oudere oren – alsof ze op het moment zelf zijn bedacht, of het product zijn van een overactieve fantasie. Beroemdheden uit de entertainmentwereld hebben de neiging om hun kinderen belachelijk vreemde namen te geven, waarvoor een kind zich alleen maar schaamt als het ouder wordt. Vaak worden namen eenvoudig gegeven omdat ze op dat moment populair zijn.

In de tijd van de Bijbel werden namen echter niet lichtvaardig gegeven, maar drukten ze gewoonlijk een echte betekenis en waarde uit. De naam gaf niet alleen aan wie de persoon was, maar ook wat de ouders hoopten dat hun kind uiteindelijk zou worden.

Rond de tijd van de geboorte van de Heer Jezus waren er veel jongetjes in Judea die Jezus heetten.1)In het Hebreeuws is de naam eigenlijk Yeshua (Joshua); Iesous is de Griekse vertaling van de Hebreeuwse naam (en Jezus is weer de vernederlandste vorm van Iesous). Het was een heel gebruikelijke naam in die tijd, maar geen van de ouders van deze jongens zullen de naam rechtstreeks van een engel gekregen hebben! De naam ‘Jezus’  is van enorm belang in het licht van de waarheid die we in deze overdenkingen gaan onderzoeken.

Jehova de Redder

In het Evangelie van Lukas, bij de aankondiging van de geboorte van de Heer Jezus, wordt Maria verteld over de grootheid van Degene in haar schoot: Hij zou de ‘Zoon van de Allerhoogste’ zijn (Luk. 1:32). En in datzelfde hoofdstuk (vs. 31) wordt haar gezegd dat ze Hem de Naam ‘Jezus’ moet geven. Maar in het Evangelie naar Mattheüs, het eerste Boek van het Nieuwe Testament, krijgen we een aanwijzing van de betekenis van de Naam. En we vinden eveneens in dit Evangelie, direct in eerste hoofdstuk, een ondubbelzinnige uitspraak van de Heilige Geest dat Degene Die geboren zou worden niemand anders was dan Jehova Zelf.

Deze Naam, Jezus, is (zoals uitgelegd in de voetnoot) het Griekse equivalent van de Hebreeuwse naam Joshua en betekent ‘Jehova is redding’ of ‘Jehova de Redder’. Maar hoe dan ook, Mattheüs voegt er de uitspraak aan toe dat Jehova Zelf gekomen is om ‘Zijn volk [te] verlossen van hun zonden’. In het openingsvers van Mattheüs lezen we in het geslachtsregister van Christus dat Hij de ‘Zoon van David’ was en de ‘Zoon van Abraham’. Als we uit dit vers leren dat Hij werkelijk een Mens is, dan leren we uit vers 21 dat Hij ook beslist ‘God’ is. Om dit te bevestigen haalt Mattheüs de profetie van Jesaja (7:14) aan: ‘Zie, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en men zal Hem de Naam Immanuel geven’, dat is vertaald: ‘God met ons’ (vs. 23). Zoals William Kelly met veel inzicht heeft geschreven:

‘Jehova’s volk was Zijn volk; en Hij zou hen redden, niet slechts van hun vijanden, maar van hun zonden. Wat een getuigenis over Hem en tegenover hen! Een zegen voor elke ziel die het hoort …Alleen hier in Mattheüs, als enige van de Evangeliën, horen we van Jezus als ‘Immanuël’. Dit is even leerzaam als prachtig, omdat de Jood geneigd was dit te vergeten. Als hij al uitzag naar een Goddelijke Messias …  Er waren in verhouding maar weinig Joden die zoiets verbazingwekkends verwachtten. Ze keken uit naar een machtige koning en overwinnaar, maar toch iemand die slechts een mens was. Maar hier zien we dat de Heilige Geest, bij de mond van hun eigen profeet Jesaja, behalve over Hem te spreken als een Mens, zorgvuldig aantoont dat Hij veel méér was dan een Mens – Hij is God. Alleen Mattheüs verkondigt dit duidelijke getuigenis van de grote Evangelische profeet – God met ons’. 2)William Kelly, Lectures on the Gospel of Matthew, p. 31.

Er is niets duidelijker in de Schrift dan het feit dat in de Persoon van Jezus Christus God ‘geopenbaard is in het vlees’ (1 Tim. 3:16); en dat niet alleen, maar het wordt ons ook al onmiddellijk aan het begin van het Nieuwe Testament meegedeeld! En toch struikelen mensen hierover en ontkennen ze deze waarheid tot hun eigen eeuwigdurende schande en verderf. Te weten dat Jehova Zich vernederd heeft om naar deze wereld te komen en Zijn volk Israël te bezoeken en uiteindelijk het Licht te worden voor ons die heidenen zijn, is, zoals de lieddichter het uitdrukt, ‘love so amazing, so divine’!3)Isaac Watts, When I Survey the Wondrous Cross. (In de Nederlandse versie van het lied, Als ik het wond’re kruis aanschouw, is dit weergegeven met ‘wond’re liefde, godd’lijk groot.)

En zoals iemand anders het zo mooi onder woorden heeft gebracht:

‘Van Zijn Naam Jezus, of Joshua (‘Jehova de Redder’), wordt verklaard dat het niet slechts een naam is, of een aanduiding van een abstracte waarheid, of een principe dat ontwikkeld moet worden in verband met Zijn geschiedenis. Nee, Jehova’s volk is Zijn volk, en daarom is Hij Jehova en Redder, Hij is de volle werkelijkheid van Zijn Naam: ‘Hij zal Zijn volk verlossen van hun zonden’. De profetie had deze wonderbaarlijke waarheid met betrekking tot Zijn Persoon al verklaard …‘De maagd’ uit Jesaja, die zwanger zou worden en wier Zoon Immanuel genoemd zou worden … ‘God’ zou in Hem ‘met ons’ zijn, wat duidelijk maakt dat de woorden van de engel betekenen dat ‘Jehova’ zou komen om ons te bevrijden van wat de noodzakelijke verhindering voor omgang was, en in Zichzelf God en mens bij elkaar te brengen’.4)F.W. Grant, Matthew To John – Numerical Bible, p. 43.

Hoe heerlijk is het om Christus als Redder te kennen – dat Hij ‘voor onze zonden gestorven is’!5)1 Korinthe 15:3 En hoewel de nadruk in ‘Hij zal Zijn volk verlossen van hun zonden’ in de context primair verwijst naar het volk Israël, zou Jehova de Redder ook sterven voor ons, die ‘zondaars uit de volken’ zijn.6)Galaten 2:15; vgl. Efeze 2:2 en Handelingen 15:14 Ja, Hij kwam van de saffieren troon van heerlijkheid naar de stoffige wegen van het eerste-eeuwse Judea om te zoeken en ‘te redden wat verloren was’7)Mattheüs 18:11 (kjv) . Hij kwam eerst tot ‘de verloren schapen van het huis van Israël’8)Mattheüs 10:6 en Hij heeft ‘de Zijnen’ liefgehad tot het einde – zelfs toen dat het kruis betekende! Maar Christus Jezus stierf voor alle zondaars, of ze nu Jood of heiden zijn, en, gezegend zij Zijn Naam, Hij redt ook vandaag nog zondaars.

In januari 2007 wachtte een vijftigjarige bouwvakker, Wesley Autrey, samen met zijn twee dochtertjes in New York op de metro. Naast hem stond een twintigjarige student, Cameron Hollopeter. Voordat de metro arriveerde, kreeg meneer Hollopeter een attaque en viel van het perron op het spoor. Meneer Autrey sprong onmiddellijk op het spoor, en terwijl de lichten van de metro opdoemden, duwde hij de getroffen student en zichzelf in de twee voet diepe afvoergreppel tussen de spoorrails. De remmen van de 37 ton wegende trein knarsten, maar hij kon niet op tijd stoppen en vijf wagons reden een paar centimeter boven hun hoofden. De elektriciteit werd uitgeschakeld en uiteindelijk haalde men de twee mensen ongedeerd naar boven. Het vet van de onderkant van de metro had vlekken achtergelaten op de lichtblauwe pet die meneer Autrey op dat moment droeg. In zijn State of the Union (de jaarlijkse toespraak van de president tot de leden van het Amerikaanse Congres) roemde president Bush de heldenmoed van meneer Autrey.9)New York Times, jan. 03/07. Hij riskeerde zijn leven voor iemand die hij niet eens kende – gelukkig met een goede afloop.

Maar denk eens aan onze gezegende Redder Die voor ons leed ‘opdat Hij ons tot God zou brengen’ (1 Petr. 3:18). Wie kan zich een voorstelling maken van wat Hij heeft doorstaan opdat wij gered zouden worden van het eeuwig oordeel! Hij onderging Gods toorn voor onze zonden en legde Zijn leven voor ons af. Wesley Autreys blauwe pet droeg de vetsporen als bewijs van zijn heldendaad, maar onze Redder zal voor eeuwig in de heerlijkheid de wonden in Zijn handen, voeten en zijde dragen, als bewijs van Zijn offer voor ‘de Zijnen’. En zoals meneer Autrey terecht de eer en goedkeuring ontving voor zijn heldenmoed, zal de gezegende Heer Jezus in alle eeuwigheid geprezen worden omdat Hij Zijn volk gered heeft van hun zonden.

God met ons

Het is goed en nuttig om even stil te staan bij deze bijzondere waarheid: ‘God met ons’. Christus is niet alleen Jehova de Redder, Degene Die Zijn volk redt van hun zonden, maar Hij is ook de God Die woont te midden van Zijn volk.

Het is bekend dat het Evangelie naar Mattheüs de Heer Jezus voorstelt als de Koning van Israël. Het wordt wel ‘het Evangelie van het Koninkrijk’ genoemd. Maar er is nog een treffend onderwerp in dit Evangelie dat niet zo vaak wordt opgemerkt: de aanwezigheid van God bij Zijn volk. Het is Gods eeuwige bedoeling om bij Zijn volk te wonen (Openb. 21:3) en daarom is het toepasselijk dat dit thema van begin tot eind in dit eerste Evangelie is verweven.

Wat een heerlijke werkelijkheid is ons geopenbaard in het Nieuwe Testament: Jehova heeft Zijn volk bezocht en zij konden werkelijk zeggen dat God met hen was! Maar ook wij kunnen zeggen dat God met ons is. We worden herinnerd aan de laatste woorden van de grote Engelse evangelist, John Wesley, die op zijn sterfbed zei: ‘Het allerbeste is: God is met ons’!10)Richard P. Heitzenrater, Wesley and the People Called Methodists, Abington Press, p. 308

In het openingshoofdstuk vinden we het doel van Zijn aanwezigheid bij ons: Hij kwam om Zijn volk te verlossen van hun zonden (Matth. 1:21). De Naam ‘Jezus’ betekent inderdaad, zoals we al gezien hebben, Jehova de Redder. God was in deze wereld om af te rekenen met de zonden van Zijn volk, niet door te oordelen, maar door het plaatsvervangend zoenoffer voor de zonden. Wat wonderbaarlijk dat Immanuel, ‘God met ons’, bereid was om te lijden en sterven voor Zijn volk!

In Mattheüs 18:20 lezen we over de belofte van Zijn aanwezigheid bij ons. De Heer bemoedigde ons met Zijn belofte om in het midden te zijn van twee of drie gelovigen die vergaderd zijn in Zijn Naam. De Heer heeft hier Zijn zegel gezet op een ‘microkerk’, terwijl mensen onder de indruk zijn van een ‘megakerk’11)Niet dat er enig Schriftuurlijk bezwaar is tegen grote gemeenschappen: de gemeente in Jeruzalem zal duizenden gelovigen geteld hebben. Maar de Heer erkent het laagst mogelijke aantal. De mens is geneigd onder de indruk te raken van wat groot is; de Heer belooft Zijn aanwezigheid ongeacht het kleine aantal van de aanwezigen.. (Ik erken het feit, en ben er dankbaar voor, dat er ook grote kerken zijn die een stevig, gezond Evangelie prediken en trouw blijven aan de Heer Jezus). Israël had een geografisch middelpunt voor de eredienst, eerst in Silo en later in Jeruzalem; Christenen zien echter niet op naar een stad of geografisch middelpunt op aarde, maar hebben een Goddelijke Persoon als hun Middelpunt.

In het laatste hoofdstuk bevestigt de Heer Jezus aan Zijn discipelen het blijvende karakter van Zijn aanwezigheid bij ons. Hij zou altijd met ons zijn (‘alle dagen’), zelfs ‘tot aan de voleinding van de eeuw’ (Matth. 28:20). Zolang de Gemeente bestaat en het Evangelie wordt verkondigd aan alle volken, zal Hij met ons zijn. Alle macht in hemel en op aarde is Hem gegeven, en Hij zal met ons zijn om ons in staat te stellen ‘de grote opdracht’ te vervullen totdat dat werk is voltooid.

Uit de profetie van Jesaja 7:14 (die door Mattheüs wordt aangehaald) blijkt duidelijk dat de Heilige Geest profetisch verklaarde dat de Messias die ‘met ons’ zou zijn, God en Mens in één Persoon zou zijn. Jesaja spreekt steeds weer over de heerlijkheid en grootheid van de Messias, de Hoop van Israël en de volken.

Jesaja zegt nog meer over de Goddelijke heerlijkheden van Christus

Mattheüs’ aanhaling uit Jesaja (7:14) laat er in ons denken geen twijfel over bestaan dat de Heer Jezus, Immanuël, een Goddelijke Persoon is. Maar Jesaja zegt nog meer over de grootheid van de Persoon van de Messias. Jesaja schrijft ook: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven … En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst’ (Jes. 9:5).

Het eerste deel van deze profetie maakt Zijn Mens-zijn duidelijk, en in het tweede deel van het vers wordt Zijn Godheid voorgesteld. Als Kind zou Hij in deze wereld geboren worden, maar als de Zoon werd Hij ‘gegeven’ – Hij was dat al van alle eeuwigheid. Volmaakte Godheid en volmaakte menselijkheid zijn hier verenigd in één gezegende Persoon. Nadat de profeet gesproken had over de duizendjarige regering van Christus (‘de heerschappij rust op Zijn schouder’), vervolgde hij met een lijst Namen die de Messias zouden kenmerken. Deze Namen van de Heer Jezus die door de profeet Jesaja worden aangekondigd, zullen pas volledig werkelijkheid worden in het duizendjarig rijk. Pas in dat komende glorieuze Koninkrijk van de Heer Jezus Christus zal de volheid van wat deze vijf namen uitdrukken, verklaard en gekend worden. Maar Christenen hoeven niet tot ‘die dag’ te wachten om te genieten van wat ze voorstellen, want wij kunnen ze nu al toepassen op ons leven! Dit is een heerlijk principe: alles wat ten volle werkelijkheid zal worden in het Koninkrijk, kan nu al door de gelovige genoten worden door de Heilige Geest (Rom. 14:17)! Hier volgt een korte bespreking van deze Namen.

Wonderlijk12)Sommige vertalingen verbinden ‘Wonderbaar’ met ‘Raadsman’ en lezen dus ‘Wonderbare Raadsman’ (zie esv). Volgens The Theological Wordbook of the Old Testament kan het vertaald worden als ‘een wonder van een Raadsman’. Als deze vertaling correct is, staan er in deze passage dus vier goddelijke namen in plaats van vijf. – Dit woord betekent ‘wonderbaar, verbazend’, datgene wat ontzag en verbazing wekt door de wonderbaarlijke werken van God in de schepping of Zijn ingrijpen in de geschiedenis ten behoeve van het volk van God. Dit woord werd ook gebruikt door de Engel van de heere toen Hij verscheen aan de vader van Simson (zie Richt. 13:18).

Raadsman – Dit woord werd vaak gebruikt als verwijzing naar iemand die raad gaf aan een koning, iemand die ‘wijze plannen’ kan maken. Op de Messias zou ‘de Geest van raad’ rusten (Jes. 11:2). In de ‘toekomende wereld’ zal er geen enkel probleem zijn dat Hij niet kan oplossen. En we zien er hier in de Evangeliën inderdaad veel glimpen van tijdens de dienst van de Heer op aarde. Bij veel gelegenheden werden er moeilijke en zelfs geraffineerde vragen gesteld aan de Heer Jezus. Maar hoe vaak stonden Zijn ondervragers niet sprakeloos en durfden ze Hem zelfs niets meer te vragen!13)Vgl. Mattheüs 22:15:46

Zo zal ook Christus’ komende Koninkrijk bestuurd worden overeenkomstig Zijn grote wijsheid en raad. Maar ook vandaag al kunnen wij, gezegend zij Zijn heilige Naam, naar Hem opzien voor leiding en hulp bij de vele ingewikkelde dingen in het leven. Hij is werkelijk ‘de Wijsheid van God’.14)1 Korinthe 1:24

Sterke God – Het Hebreeuwse woord voor deze Goddelijke naam is El-Gibbor. El is de oudste en meest wezenlijke van de Namen van God. Hij duidt op kracht, macht, verhevenheid, suprematie. Het tweede deel van de naam is Gibbor, wat betekent ‘machtig’ of ‘held’, of ‘een machtige’. De Heer Jezus is El gemanifesteerd in het vlees. Deze Machtige is niet alleen ‘in staat te redden’ maar ook ‘in staat te bewaren’.

‘El’ is de God Die door de heidense en oorspronkelijke volken in hun onwetendheid gediend werd. Ze bevonden zich niet in een verbondsrelatie met Hem15)Israël was het enige volk dat een verbondsrelatie had met God. Jehova is de naam die geopenbaard is in Zijn verbondsrelatie met Zijn volk. en hadden geen Schriftuurlijke openbaring, maar ze erkenden Zijn ‘kracht en goddelijkheid’ en vereerden Hem zonder het te weten als de ‘Grote Geest’ of de ‘onbekende God’ (zie Rom. 1:20; Hand. 17:23).

Iemand heeft eens gezegd dat de samengestelde naam El-Gibbor ‘het mysterie van de God-Mens representeert’.16)Alfred Bouter

Eeuwige Vader – Christus is de Oorsprong en Onderhouder van alle eeuwen. Deze Naam beschrijft Zijn relatie met de tijd, niet Zijn relatie in de Godheid.17)Dit vers kan niet gebruikt worden om de dwaalleer van het ‘modalisme’ te ondersteunen. Het modalistisch gezichtspunt van de Godheid (zoals bijv. geleerd door de ‘Jesus Only’-pinkstergelovigen) ontkent de onderheidenheid van Personen. Hij is het Eeuwige Leven en de Oorsprong ervan voor hen die geloven. Alles heeft zijn oorsprong in Hem, of het nu gaat om tijd, ruimte, energie, materie of engelenmachten. Hij heeft geen begin, maar alle dingen zijn in Hem begonnen (zie Kol. 1:16; Joh. 1). In deze betekenis wordt Christus ‘Eeuwige Vader’ genoemd. Het is duidelijk dat niemand die alleen maar mens is zo genoemd kan worden.

Vredevorst – In een park dat gelegen is aan de oostkant van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York, staat een stenen monument dat in 1959 door de voormalige Sovjet-Unie geschonken is. In dit monument staan de woorden gekerfd: ‘Laten we zwaarden omsmeden tot ploegscharen’. Deze uitspraak is gebaseerd op de prachtige profetie van Jesaja 2:1-4.

Maar het zal niet de VN zijn, of een andere instelling, die vrede zal brengen in onze wereld. Volgens deze profetie zal dit ‘in het laatste der dagen geschieden’ (Jes. 2:2) en pas nadat door de heerlijkheid en majesteit van de Heere ‘de hoogmoedige ogen van de mensen’ neergeslagen zullen zijn op ‘de dag van de Heere’ (Jes. 2: 10-12). De Vredevorst zal bij Zijn komst in heerlijkheid eerst de volken oordelen, en daarna zal Hij Zijn glorieuze Koninkrijk vestigen waarmee er een einde komt aan alle oorlog. Gezinnen zullen nooit meer hoeven rouwen om het verlies van hun zonen en onschuldige burgers krijgen nooit meer te maken met de gruwelen en het lijden door de oorlog in hun land.

Dit is in overeenstemming met het Bijbels principe dat er eerst ‘recht’ moet zijn voordat er ‘vrede’ kan zijn. Ik verwijs de lezer naar Psalm 72, een Messiaanse psalm: eerst wordt er oordeel en gerechtigheid gevestigd en daarna volgt er vrede (vs. 2-3), met als vrucht een overvloed aan voedsel, zoals we zien aan het eind van de psalm. Zie ook Jesaja 32:17: ‘De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn’ – er moet eerst oordeel komen voordat er een andere bedeling aanbreekt en wanneer de gerechtigheid gevestigd is, zal er vrede uit voortvloeien. De ‘akker’ moet gereinigd worden van ‘alle aanleidingen tot vallen’ en van ‘hen die de wetteloosheid doen’ voordat het Koninkrijk van vrede gevestigd wordt (Matth. 13:41).

Dit principe geldt ook voor onze persoonlijke redding: er moet eerst afgerekend worden met de zonde voordat er vrede kan zijn (onze zonde is rechtvaardig geoordeeld aan het kruis, Rom. 5:1). Het ontbreken van vrede in de wereld is te wijten aan de hebzucht van de mens, waardoor er onrecht, onderdrukking en oneerlijkheid overheerst in het grootste deel van de wereld – dit is de oorzaak van de ‘oorlogen’ en ‘twisten’, zoals de Brief van Jakobus (4:1) verklaart. Niet alleen zal de oorlog verdwijnen, maar het oorlogstuig zal veranderd worden tot werktuigen om voedsel voort te brengen. De Koning, Jezus van Nazareth, zal het hele ‘militair-industrieel complex’ volkomen vernietigen (zie Ps. 46:10).

De profetie van Jesaja verklaart over de volken: ‘Oorlog voeren zullen zij niet meer leren’ (Jes. 2:4). Hoeveel tijd, energie, geld en wetenschap van de mens wordt er niet besteed aan wapenontwikkeling en -productie, om nog maar niet te spreken over het onderhouden van legers en voeren van oorlogen! De wereld besteedt per jaar ongeveer 1,6 biljoen dollar aan  militaire doeleinden.. Dit geld is meer dan voldoende om de armen van de wereld te voeden! In het Duizendjarig Rijk zal de focus van de oorlog afgewend worden naar de agricultuur. Het ‘economisch systeem’ van de Heer zal in de volgende bedeling niet ‘kapitalistisch’ zijn, maar agrarisch. De psalmist voorzegt dat  de vrucht van een handvol koren op de bergen zal ruisen als de Libanon. (Ps. 72:16). Hij zal dan inderdaad de ‘Vredevorst’ zijn, maar wij mogen nu al zeggen dat Hij ‘onze vrede’ is; Hij heeft ‘vrede gemaakt’ voor ons en wij hebben ‘vrede in het geloven’ (Ef. 2:14; Kol. 1:20; Rom. 15:13).

Brian Reynolds

Dit artikel komt uit het boekje ‘Jezus is Jehova‘ en is verkrijgbaar bij de Stichting Uit het Woord der Waarheid.

Voetnoten   [ + ]

1.In het Hebreeuws is de naam eigenlijk Yeshua (Joshua); Iesous is de Griekse vertaling van de Hebreeuwse naam (en Jezus is weer de vernederlandste vorm van Iesous).
2.William Kelly, Lectures on the Gospel of Matthew, p. 31.
3.Isaac Watts, When I Survey the Wondrous Cross. (In de Nederlandse versie van het lied, Als ik het wond’re kruis aanschouw, is dit weergegeven met ‘wond’re liefde, godd’lijk groot.)
4.F.W. Grant, Matthew To John – Numerical Bible, p. 43.
5.1 Korinthe 15:3
6.Galaten 2:15; vgl. Efeze 2:2 en Handelingen 15:14
7.Mattheüs 18:11 (kjv)
8.Mattheüs 10:6
9.New York Times, jan. 03/07.
10.Richard P. Heitzenrater, Wesley and the People Called Methodists, Abington Press, p. 308
11.Niet dat er enig Schriftuurlijk bezwaar is tegen grote gemeenschappen: de gemeente in Jeruzalem zal duizenden gelovigen geteld hebben. Maar de Heer erkent het laagst mogelijke aantal. De mens is geneigd onder de indruk te raken van wat groot is; de Heer belooft Zijn aanwezigheid ongeacht het kleine aantal van de aanwezigen.
12.Sommige vertalingen verbinden ‘Wonderbaar’ met ‘Raadsman’ en lezen dus ‘Wonderbare Raadsman’ (zie esv). Volgens The Theological Wordbook of the Old Testament kan het vertaald worden als ‘een wonder van een Raadsman’. Als deze vertaling correct is, staan er in deze passage dus vier goddelijke namen in plaats van vijf.
13.Vgl. Mattheüs 22:15:46
14.1 Korinthe 1:24
15.Israël was het enige volk dat een verbondsrelatie had met God. Jehova is de naam die geopenbaard is in Zijn verbondsrelatie met Zijn volk.
16.Alfred Bouter
17.Dit vers kan niet gebruikt worden om de dwaalleer van het ‘modalisme’ te ondersteunen. Het modalistisch gezichtspunt van de Godheid (zoals bijv. geleerd door de ‘Jesus Only’-pinkstergelovigen) ontkent de onderheidenheid van Personen.