De wederkomst van de Heer

Opname, komst in genade

  1. Christus komt op de wolken (1 Thess. 4:17).
  2. Christus komt voor Zijn verlosten (1 Thess. 4:16-17).
  3. De opname is een mysterie, een waarheid waarover in het Oude Testament niet wordt gesproken, omdat de profetieën in het O.T. niet over de Kerk gaan.
  4. De komst van Christus voor Zijn kinderen wordt niet voorafgegaan door voortekenen in de hemel. De opname zal in ‘een oogwenk’ (1 Kor. 15:52) gebeuren. De wereld zal daar geen getuige van zijn.
  5. Op de dag van Christus zullen de gelovigen naar de hemel gaan (Fil. 1:6,10; 2:16).
  6. De opname wordt aangekondigd als een tijd van zegen (1 Thess. 4:18).
  7. Alle levende gelovigen en zij die in Jezus ontslapen zijn (1 Thess. 4:13-18) zullen worden opgenomen.
  8. De opname wordt niet genoemd in de synoptische evangeliën (Mattheüs, Markus en Lukas), maar Johannes zinspeelt er wel vaak op.
  9. Degenen die worden opgenomen, worden gezegend, maar degenen die worden achtergelaten, wacht het oordeel.
  10. Er wordt geen specifieke tijdsperiode aangegeven voor de gebeurtenissen die voorafgaan aan de opname.
  11. De naam ‘Zoon des mensen’ wordt nooit gebruikt in de gedeeltes die gaan over de opname.
  12. Christus komt als een ‘blinkende Morgenster’ (Openb. 22:16).

Verschijning, komst in heerlijkheid

  1. Christus komt op de aarde (Zach. 14:4).
  2. Christus komt terug met Zijn kinderen (2 Thess. 1:10).
  3. Deze komst is geen mysterie, ze wordt aangekondigd door vele profetieën.
  4. De komst met Zijn kinderen wordt aangekondigd door voortekenen in de hemel (Mat. 24:30). Dit zal door de hele wereld worden gezien (Openb. 1:7).
  5. De dag van de Heer (2 Thess. 2:1-12) vindt plaats op de aarde en wordt voortgezet tot de dag van de grote witte troon (tijdens het duizendjarig rijk). Dan zal de dag van de Heer overgaan in de dag van God (2 Petr. 3:12).
  6. De verschijning van Jezus begint met het oordeel (1 Thess. 5:3).
  7. De verschijning van Jezus betreft eerst Israël, daarna de andere volken (Mat. 24:1-25:46).
  8. De verschijning van Jezus wordt vaak genoemd in de synoptische evangeliën, maar wordt zelden genoemd door Johannes.
  9. Degene die verzameld worden, zullen worden verzameld voor het oordeel. Degenen die niet bijeengeroepen worden, zullen worden gezegend (Mat. 24:37-41).
  10. Er wordt gesproken over specifieke periodes. Hiermee worden of jaren of een tijdsperiode bedoeld, of maanden of dagen 1)De Bijbel gebruikt uitdrukkingen die gelijk zijn aan tijd, maar die allemaal een bijzondere geestelijke betekenis hebben: ‘Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft’ (Dan. 12:7) – drie en een half jaar – ‘tweeënveertig maanden’ (Openb. 11:2; 13:5) – ‘twaalfhonderdzestig dagen’ (Openb. 11:3; 12:6)..
  11. De verschijning van Jezus wordt aangekondigd als de komst van de Zoon des mensen (Mat. 24:27).
  12. Christus komt als de ‘Zon der gerechtigheid’ en Hij zal onder Zijn vleugels genezing met zich meebrengen (Mal. 4:2).

De grote verdrukking

Deze uitdrukking wordt gebruikt door de Heer Jezus zelf (Mat. 24:21) en verwijst naar een periode met zeer grote beproevingen voor het volk Israël2)Deze beproevingen hebben invloed op de hele wereld, maar de Bijbel bedoelt met de term ‘de toorn van God’ (Jes. 2:12-21; 24:17-21; 66:14-16; Jer. 30:23-24; Eze. 30:2-3; Rom. 2:5) alle moeilijkheden die de niet-Joden zullen treffen., dat is ‘de benauwdheid voor Jakob’ (Jer. 30:7).

Wat eraan voorafgaat

  • De massale terugkeer van de Joden naar het land Israël 3)Het gaat hier om de nakomelingen van de stammen van Juda en Benjamin, die alleen verantwoordelijk zijn voor de afwijzing en de dood van de Messias. De nakomelingen van de andere tien stammen worden geoordeeld door God in het land waar ze zich bevinden. Alleen de ‘overlevenden’ die zich hebben bekeerd, zullen zich bij de ‘overlevenden’ van de stammen Juda en Benjamin voegen om samen de Messias te verwelkomen, die hen zal bevrijden van de Antichrist en al hun vijanden. Deze terugkeer is in onze ogen al jaren geleden begonnen, vooral sinds de stichting van de staat Israël in 1948., waarvan de meesten nog ongelovig zijn.
  • De komst van Christus om Zijn kerk op te nemen in de hemel en de gelovigen vanaf Adam tot Johannes de Doper (1 Thess. 4:14-17).
  • De wederopbouw van het Romeinse Rijk (Openb. 17:8b), met aan het hoofd een politieke leider, het ‘beest’ (Openb. 13:1-10; 17:8-14).
  • De verschijning van de Antichrist in Israël, een religieuze, maar ook een politieke leider.
  • Het einde van een verbond van zeven jaar tussen de afvallige Joden onder leiding van de Antichrist en het hoofd van het Romeinse Rijk. Dit valt samen met de laatste week van de jaren waarover in Daniël wordt gesproken (Dan. 9:27) 4)Zie ook Mattheüs 24:15-31; Daniël 9:20-27; Zacharia 12:1-9..

De tijdsduur

Verschillende gedeeltes in de Bijbel bevestigen op verschillende manieren dat God deze periode heeft beperkt tot drie en een half jaar (Dan. 7:25; 9:27; 12:7; Openb. 11:3; 12:6,14). De Heer verduidelijkt dat ‘als die dagen niet ingekort werden, (dan) zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden’ (Mat. 24:22).

Startpunt

Het einde van het verbond van zeven jaar komt of in het midden van deze periode of aan het eind van de drie en een half jaar (Dan. 9:27); dan zal het beeld van het beest in de herbouwde tempel van Jeruzalem worden geplaatst.

De kenmerken

De Joden zullen buitengewoon veel lijden. Dit is al aangekondigd door de profeten en bevestigd door de Heer: ‘Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft’ (Zach. 13:9) en ‘de stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken’ (Zach. 14: 1-2). Degenen die het beeld van het beest niet aanbidden, zullen gedood worden (Openb. 13:15b).

Het doel

God zal Zijn volk beproeven met verschrikkelijke beproevingen om het tot een oordeel over zichzelf te brengen, zoals de profeet Zacharia op een sprekende manier beschrijft: ‘Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn … Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk … Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid’ (Zach. 12:10-12; 13:1). Allen die zo berouw zullen tonen, zullen ‘de rest’ of het overblijfsel (een derde van het volk) vormen bij de glorieuze verschijning van de Messias.

Vertaald uit Sondez les Ecritures

 

Voetnoten   [ + ]

1.De Bijbel gebruikt uitdrukkingen die gelijk zijn aan tijd, maar die allemaal een bijzondere geestelijke betekenis hebben: ‘Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft’ (Dan. 12:7) – drie en een half jaar – ‘tweeënveertig maanden’ (Openb. 11:2; 13:5) – ‘twaalfhonderdzestig dagen’ (Openb. 11:3; 12:6).
2.Deze beproevingen hebben invloed op de hele wereld, maar de Bijbel bedoelt met de term ‘de toorn van God’ (Jes. 2:12-21; 24:17-21; 66:14-16; Jer. 30:23-24; Eze. 30:2-3; Rom. 2:5) alle moeilijkheden die de niet-Joden zullen treffen.
3.Het gaat hier om de nakomelingen van de stammen van Juda en Benjamin, die alleen verantwoordelijk zijn voor de afwijzing en de dood van de Messias. De nakomelingen van de andere tien stammen worden geoordeeld door God in het land waar ze zich bevinden. Alleen de ‘overlevenden’ die zich hebben bekeerd, zullen zich bij de ‘overlevenden’ van de stammen Juda en Benjamin voegen om samen de Messias te verwelkomen, die hen zal bevrijden van de Antichrist en al hun vijanden. Deze terugkeer is in onze ogen al jaren geleden begonnen, vooral sinds de stichting van de staat Israël in 1948.
4.Zie ook Mattheüs 24:15-31; Daniël 9:20-27; Zacharia 12:1-9.