‘Bloed en water’

Nadat de Heer Jezus was gestorven, het werk was voleindigd en de verzoening volbracht was, liet God het toe dat mensenhanden Zijn zijde met een speer doorboorden en daarmee een handeling van grote betekenis aan Zijn heilige lichaam voltrokken. Volgens de woorden van de Evangelist Johannes gebeurde dit om mensen ervan te verzekeren dat het werk voleindigd was: ‘Maar toen zij bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al dood was, braken zij Zijn benen niet. Maar een van de soldaten doorstak Zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit. En hij die het gezien heeft, getuigt het, en zijn getuigenis is waar, en hij weet dat hij de waarheid spreekt, opdat ook u geloven mag’ (Johannes 19:33-35).

Gezien dit uitzonderlijke gebeuren nemen we liever afstand van elke menselijke verklaring van feiten. Het volstaat om te zeggen dat we hier een van de weinige plaatsen in het Woord van God voor ons hebben, waar sprake is van het fysieke bloed van onze Heer, omdat de meeste vermeldingen symbolisch zijn. De Zoon van God was werkelijk Mens en is werkelijk gestorven. ‘Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood teniet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, en allen verlossen zou die door angst voor de dood hun hele leven door aan de slavernij onderworpen waren’ (Hebreeën 2:14-15). Het bloed en het water dat uit de zijde van de gestorven Heiland kwam, getuigde in de eerste plaats van Zijn dood.

Maar dat is niet alles. In Zijn Goddelijke liefde heeft Hij, Die het eeuwige leven in Persoon is, als Mens vrijwillig de dood, het loon van de zonde, op Zich genomen, om aan verloren mensen eeuwig leven te schenken (zie Johannes 1:4; 11:25; 14:6; Romeinen 6:23). Omdat dit alleen door de verzoening van de zonde en door de reiniging van de zondaren werkelijkheid kan worden, getuigde het bloed en water, dat uit de zij van de Heer Jezus tevoorschijn kwam, ook symbolisch dat Zijn dood het eeuwig geldige fundament van verzoening en reiniging is. Met het duidelijke doel: ‘opdat ook u gelooft’. Door het bloed van Christus is de zonde voor God verzoend, en door het water van het Woord van God worden wij door geloof voor altijd gereinigd, zoals wij in de loop van onze overdenking gezien hebben.

In zijn eerste Brief sluit Johannes bij dit Goddelijke getuigenis aan, als hij over de Heer Jezus, de Zoon van God, schrijft: ‘Deze is het Die gekomen is door water en bloed: Jezus Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is. Want drie zijn er die getuigen: de Geest en het water en het bloed, en deze drie zijn eenstemmig’ (1 Johannes 5:6-8).

In tegenstelling tot het Evangelie naar Johannes, waar wij het getuigenis van het volbrachte werk van de verlossing en van zijn zegenrijke uitwerking zien, wordt ons hier voor het eerst in de diepe beeldspraak van Gods Woord getoond langs welke weg Jezus Christus tot ons, de gelovigen, ‘gekomen is’: door water en bloed. Daarmee wordt niet Zijn menswording bedoeld en ook niet Zijn onvergelijkbare dienst tijdens Zijn leven, maar Zijn gericht-zijn op verloren mensen, op grond van Zijn verlossingswerk. Hij moest aan het kruis de heilige God als Rechter ontmoeten om Zich aan ons als Redder te kunnen openbaren (Titus 2:13-14). Hij is tot ons ‘gekomen door water en bloed’. 1)Bij de eerste keer staat in vers 6 voor ‘door’ het Griekse voorzetsel ‘dia’, dat het middel beschrijft waardoor Christus gekomen is: door water en bloed. In het volgende staat ‘door’ echter voor het Griekse ‘in’, wat wijst op de innerlijke kracht, die in het water en het bloed aanwezig is.

Het water is een beeld van de reinigende kracht van het Woord van God. God spreekt door Zijn Woord tot ons geweten en laat ons onze schuld zien, maar het Woord wijst ons ook de weg naar de reiniging door het geloof in de gestorven Heer. Het water in verband met de Heilige Geest bewerkt de nieuwe geboorte. Het water reinigt ons moreel, terwijl de Geest ons het nieuwe, Goddelijke leven schenkt (Johannes 3:3-8; vergelijk Johannes 13:10; 15:3; Titus 3:5). Dit zou echter onmogelijk zijn zonder het volbrachte werk van de verzoening.

Daarom moest Christus ‘door het bloed’ naar ons toekomen. Dat spreekt van de Goddelijke verzoening van onze zonden. Het heeft alle heilige voorschriften die God aan de mensen stelde, volkomen tevreden gesteld. Toegepast op ons bewerkt Zijn kostbaar bloed een volkomen reiniging in overeenstemming met Gods oordeel over het kwaad. Water en bloed … ze horen bij elkaar. Daarom zegt Johannes verder: ‘Niet door het water alleen, maar door het water en door het bloed’.

Als Goddelijke getuige daarvan wordt de Heilige Geest genoemd, de Geest van de waarheid. Hij is niet alleen gekomen om intrek in ons te nemen en onze Gids en Pleitbezorger te zijn. Maar een wezenlijk kenmerk van Zijn dienst is het getuigen van de hele waarheid van God (zie Johannes 15:26; Romeinen 8:16; Hebreeën 10:15).

Aan het op zich al volmaakte getuigenis van de Heilige Geest voegt God nog twee dingen toe, die al eerder als middel tot redding genoemd werden: het water en het bloed. De Heilige Geest legt als Goddelijke Persoon getuigenis af, maar ook het water en het bloed worden in overdrachtelijke zin als getuigen genoemd. Het getuigenis van alle drie is eenstemmig.

En waarin bestaat dit Goddelijk volmaakte getuigenis? ‘Dat God ons eeuwig leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet’ (1 Johannes 5:11-12). Een geweldig resultaat van het verzoeningswerk van Christus! Door Zijn dood, die in het Woord van God beschreven wordt, waarvan het bloed en het water getuigen die uit Zijn zij gevloeid zijn … door Zijn dood heeft Hij voor mensen die onder het rechtvaardige oordeel van God vallen, de weg naar Zichzelf en daardoor naar het eeuwige leven gebaand.

Wij worden daarbij opnieuw herinnerd aan de wijding van de zonen van Aäron tot het priesterschap. Eerst moesten ze bij ingang van de tent van samenkomst met water gewassen worden. Nadat ze gekleed waren, werd het bloed van de ram voor de inwijding op hun rechter oorlel, hun rechterduim en de rechter grote teen gedaan én rondom het altaar gesprenkeld. Tenslotte werden ze met bloed van het altaar en met de olie van de heilige zalving besprenkeld (Exodus 29:5, 20 en 21; Leviticus 8:6, 24, 30).

Hoe nauwkeurig komt het oudtestamentische voorbeeld overeen met de nieuwtestamentische waarheid van de wassing, de verzoening en de verzegeling met de Heilige Geest, waardoor ook wij tot een heilig priesterschap gemaakt zijn en bekwaam gemaakt zijn om geestelijke offergaven te brengen die God aangenaam zijn door Jezus Christus (1 Petrus 2:5)!

A. Remmers

Dit artikel komt uit het boekje ‘Het kostbare bloed van Jezus Christus‘ en is verkrijgbaar bij de Stichting Uit het Woord der Waarheid.

Voetnoten   [ + ]

1. Bij de eerste keer staat in vers 6 voor ‘door’ het Griekse voorzetsel ‘dia’, dat het middel beschrijft waardoor Christus gekomen is: door water en bloed. In het volgende staat ‘door’ echter voor het Griekse ‘in’, wat wijst op de innerlijke kracht, die in het water en het bloed aanwezig is.