Wie is Hem gelijk?

“Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige” (Jesaja 40:25).

Ja, wie is Hem gelijk, Hem wiens naam is Woord van God? Hij die eeuwig God is, die voor de grondlegging van de wereld bij God was. Door Wie God de werelden geschapen heeft. Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht. Die het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn. Die “schoolkind” bij de Vader was. Hij was altijd de vreugde van de Vader, te allen tijde voor Gods aangezicht spelend in de wereld van Zijn aardrijk (Spreuken 8). Alle engelen van God aanbidden Hem.

Hij wordt genoemd Heere van de legermachten en Koning der koningen. Hij is eeuwig, almachtig, alomtegenwoordig en onveranderlijk. Hij is gekroond met Goddelijke heerlijkheden en de heiligheid is Zijn sieraad. De Vorst van het leven, die Heere en Gebieder van de hele schepping is. Hij is de Zoon van God, de eeuwige Zoon, geprezen tot in eeuwigheid.

Wie is Hem gelijk?

Zijn bron van blijdschap vond Hij bij de mensenkinderen. Hij verliet de hemel en de heerlijkheid en omsluierde vrijwillig Zijn Goddelijke heerlijkheid. Hij maakte Zichzelf tot niets en bond Zich in de gestalte van een knecht aan plaats en tijd. Hij is de mensen gelijk geworden, werd te Bethlehem geboren uit de maagd Maria.

Hij werd als kind, klein en teder, in doeken gewikkeld en in een kribbe gelegd. Ja, in de nacht van Zijn geboorte mochten de hemelse legerscharen de hemel verlaten om in het veld van Efrata jubelend uit te roepen: “Heerlijkheid zij God in [de] hoogste [hemelen], en vrede op aarde, in mensen van [Zijn] welbehagen”.

Wie is Hem gelijk?

Hij was de Knecht van God op aarde, die in alles volkomen gehoorzaam was. Ook aan Zijn ouders hier beneden, maar voor alles aan Zijn hemelse Vader. Hij is de lange en moeitevolle weg van diepe vernedering gegaan tot verheerlijking van God en tot heil van verloren mensen. “Wie is er blind als Mijn Knecht en doof gelijk Mijn Bode die Ik zend? Wie is blind gelijk de Volmaakte en blind, gelijk de Knecht des HEEREN” (Jesaja 42:19)?

Hij openbaarde Gods heerlijkheid, want wie is een profeet als Hij? Hij die de Vader heeft geopenbaard door woord en daad. Wie is een leraar als Hij, van Wie zelfs zijn vijanden betuigen moesten: “Nooit heeft een mens zo gesproken <als deze Mens <spreekt>>” (Johannes 7:46). Welke werken zijn met Zijn werken te vergelijken? Wie heeft wonderen gedaan als Jezus van Nazareth? Blinden werden ziende, doven hoorden, lammen konden lopen, melaatsen werden gereinigd, demonen werden uitgedreven, duizenden werden gespijzigd, zelfs doden werden opgewekt en kregen hun leven terug van Hem die, ook in de gestalte van een knecht, de Vorst van het leven bleef.

Welke arbeider op Gods akker werkte zo als de Heere Jezus dat heeft gedaan? Zelfs bij nacht mocht Nicodemus bij Hem komen. Hij heeft naar hem geluisterd. Ja, gedurende de gehele nacht kon Hij in het gebed gemeenschap hebben met Zijn God en Vader, om de volgende dag weer bezig te zijn met de grote volksmenigte. Hij zette Zich hongerig en dorstig, vermoeid van de reis, op de rand van de bron neer om Zich met een vrouw bezig te houden die verlangde naar hulp. Wie is er met Hem, Jezus van Nazareth, te vergelijken in Zijn rijkdom van liefde en Goddelijk erbarmen?

Wie is Hem gelijk?

Hij die Zijn kruis droeg en uitging naar de Schedelplaats, Golgotha, om daar door Zijn vijanden gehoond, gesmaad en bespot te worden. Hij droeg dat alles zwijgend, zonder te klagen, zonder te schelden, zonder te dreigen, met een eindeloos geduld. In Goddelijke liefde en met de vaste wil om het werk van de verlossing, dat de Vader Hem had opgedragen, te volbrengen. Daarom heeft Hij op het vloekhout van Golgotha onze zonden in Zijn lichaam gedragen en de straf die ons vrede brengt op Zich genomen in de drie uren van duisternis, toen de heilige God om onzentwil met Hem in het gericht ging, zodat Hij uitriep: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” Daar was Hij gehoorzaam tot de dood, ja, tot de kruisdood.

Wie is Hem gelijk?

Hij is de Eerstgeborene uit de doden, de opgestane Christus. Hij blijft ondanks alles in Zijn liefde dezelfde. Zo is Hij aan Petrus verschenen, hoewel die Hem verloochend had. Hij wees hem terecht en troostte hem. Zo richtte Hij liefdevol de diepbedroefde Maria Magdalena op. Zo onderwees Hij de Emmaüsgangers en kwam in het midden van Zijn zwakke, angstige apostelen in Jeruzalem om hen vrede te geven. Zo sprak Hij tot Thomas, acht dagen later, de woorden: “Breng je vinger hier en zie Mijn handen, en breng je hand en steek die in Mijn zijde, en wees niet ongelovig maar gelovig” (Johannes 20:27). Zo heeft Hij, voordat Hij naar de Vader terugkeerde, de Zijnen nogmaals gezegend en het troostrijke woord gesproken: “En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw”.

Wie is Hem gelijk?

Hij is de verheerlijkte Zoon des mensen, die nu Zijn plaats op de troon in de heerlijkheid van God inneemt en toch alomtegenwoordig is. Ja, die ook nu nog als de Goddelijke vreemdeling vanuit de hemel op aarde komt, om aan de deur van het hart van verloren zondaars te kloppen. Wie wil Hem, de Heiland, niet opendoen? Ook komt Hij, zichtbaar voor het geloofsoog en voelbaar in harten die in liefde voor Hem kloppen, in het midden van de Zijnen, wanneer zij tot Zijn Naam vergaderd zijn. Realiseren wij ons dat wel, als wij ’s zondags tot Zijn eer samenkomen om Hem te aanbidden of om te luisteren naar Gods woord? Realiseren wij ons dat op onze bidstonden en in de bijbelbesprekingen? Begeren wij Hem vasthoudend, als het Hoofd van Zijn Gemeente? Zien wij Hem als de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis? Zien wij op Hem als de overste Leidsman en Voleinder van ons geloof? Wij weten dat Hij de grote Herder van de schapen is en de Opziener van onze zielen. Wij weten dat Hij de Goddelijke Voorspraak bij de Vader is. Hij leeft daar steeds om voor ons tussenbeide te treden. Ja, Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. En Hij komt spoedig weer, om al Zijn geliefden weg te rukken en tot Zich te nemen in Zijn heerlijkheid, opdat zij eeuwig bij Hem zijn en zich in Zijn heerlijke Persoon mogen verheugen. Ja, wie is een God als Hij!

Wie is Hem gelijk
zo mild en zo rijk
aan liefde, gena en erbarmen.

Geen wens blijft ons meer
dan daar bij de Heer
te leven bij stromen van zegen.

(Lied 42:4,6 uit ‘Geestelijke Liederen / Lofzangen en Geestelijke Liederen’)

W.E.E. Wichgers