Van eeuwigheid tot eeuwigheid

Van eeuwigheid tot eeuwigheid
De bedeling in onschuld
(Eden, Gen. 1-3)
De bedeling van het
geweten.
Gen. 4-9
De bedeling onder de
regering van mensen.
Gen. 10-11
De bedeling van de
belofte (de patriarchen
Abraham, Izak en Jakob).
Gen. 12-50
Het Woord
Joh. 1:1-3
El Shaddai
( = God almachtig)
Gen. 17:1
Eeuwigheid
Schepping
Profeet
De bediening van Jezus
Christus:
De drieënige God
‘God was in Christus, de wereld met Zichzelf
verzoenend’ 2 Kor. 5:19.
‘Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft
Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij
zouden worden gerechtigheid van God in Hem’,
2 Kor. 5:21.
Jahweh
( = Ik ben Die Ik ben)
Geopenbaard in Ex. 6:3 in het O.T.
A
Alpha Op 22:13
“Die is…”
Op 1:4
“…Die was…”
“Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid’, Heb. 13:8.”
Zijn glorie voordat de tijd begon, in de tijd en in alle eeuwigheid. Johannes 17:1,5
De schep-
ping van
de wereld
en de mens.
Gen. 1
De zonde-
val. Gen. 3
Uitzetting
uit de
tuin van
Eden.
Wereldwijde
zondvloed,
de ark van
Noach.
Gen. 6-9
De toren van
Babel. Gen. 11
Israël in
Egypte.
Ex. 1-11
Vertrek uit
Egypte.
Ex. 12-13
God geeft de Wet
(o.a. Tien Geboden)
aan Mozes, Ex. 20
Trekkend door
de woestijn
De geschie-
denis van de
koningen
van Israël
en de
profeten
Jezus Christus
Priester
De bedeling van de wet
Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium,
Jozua, Richteren, Ruth, Samuël, Koningen,
Kronieken, de Profeten tot en met Maleachi.
Het Nieuwe Testament:
de Evangeliën van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes
De Bijbel zegt:
Door het geloof zien wij in
dat de wereld tot stand ge-
bracht is door het Woord
van God, en wel zo dat de
dingen die men ziet, niet
ontstaan zijn uit wat zicht-
baar is’, Heb. 11:3.
“En de HEERE zag dat de
slechtheid van de mens op
de aarde groot was, en
dat al de gedachtespinsels
van zijn hart elke dag
alleen maar slecht waren”,
Genesis 6:5.
“Want wie de hele wet in
acht neemt, maar op één
punt struikelt, die is schul-
dig geworden aan alle ge-
boden”, Jakobus 2:10
“Die Zelf onze zonden in Zijn
lichaam gedragen heeft op
het hout, opdat wij, voor de
zonden dood, voor de ge-
rechtigheid zouden leven.
Door Zijn striemen bent u ge-
nezen”, 1 Petrus 2:24
“De volgende dag zag
Johannes Jezus naar zich
toekomen en hij zei: Zie
het Lam van God, dat de
zonde van de wereld weg-
neemt!”, Johannes 1:29
Golgotha
De geboorte van Jezus Christus.
Luk. 2, Mat. 2
Hemelvaart – Hand. 1;
Marcus 16; Mattheüs 28
Wederkomst van Jezus!
De geboorte van Jezus Christus
Christus wordt Mens
De Zoon vanaf alle eeuwigheid
Het graf
Van eeuwigheid tot eeuwigheid
Eeuwigheid
“God zal alles in allen zijn’,
1 Kor. 15:28
De grote verdruk-
king van Israël
Openbaring
Omega
“…Die komt” Op 1:4
Koning
De bedeling van het duizendjarige
vrederijk van Christus
Jesaja 11; Micha 4; Openbaring 20
Heere Jezus Christus
Koning der koningen
en Heere der heren
Nu! Het
moment
van de
beslissing!
Jezus Christus, de weg naar Gods genade en
de vergeving van zonden voor iedereen die gelooft!
De weg
van het leven
© M. Paul; Nederlandse editie: Stg. Uit het Woord der Waarheid, www.uhwdw.nl
De periode van de
antichrist: 2 Thess.
2; Dan. 7:7; Op.
13:1; Op 17:3
Het oordeel van
God, Openbaring
4-19
De verlosten in de glorie van de Heer
Wederkomst van Jezus!
Christus
keert terug
met kracht
en in glorie
Zach. 14:4
Mat. 24
1 Thess. 4:13-18
De Olijfberg
Jezus Christus
regeert als Koning
De grote
witte troon,
oordeel,
Openbaring
20:11-15; 2
Petrus 3:7
Nieuwe hemel en
een nieuwe aarde.
2 Petrus 3:13;
Openbaring 21:1
Eeuwige dood,
de vuurpoel.
Openbaring
20:10-15
Pinksteren, de uitstorting
van de Heilige Geest, Hand. 2
“En zij zeiden: Geloof in de
Heere Jezus Christus en u
zult behouden worden, u en
uw huisgenoten”,
Handelingen 16:31
“Als wij onze zonden be-
lijden: Hij is getrouw en
rechtvaardig om ons de
zonden te vergeven en ons
te reinigen van alle onge-
rechtigheid”, 1 Johannes 1:9
“… Daarna zullen wij, de leven-
den die overgebleven zijn,
samen met hen opgenomen
worden in de wolken, naar
een ontmoeting met de Heere
in de lucht. En zo zullen wij
altijd bij de Heere zijn”,
1 Thessalonika 4:17
“Zo weet u hoe wij elk van u afzonderlijk opwekten en
aanmoedigden, net als een vader zijn kinderen. Wij riepen
u ertoe op waardig te wandelen voor God, Die u roept
tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid”, 1 Thessalonika 2:11-12
“En als iemand niet bleek
ingeschreven te zijn in het
boek van het leven, werd hij
in de poel van vuur geworpen”,
Openbaring 20:15.
de opname van
de gelovigen
De bedeling van de genade (of: van de Gemeente)
Handelingen, de Brieven van het Nieuwe Testament
Hier kun je het vinden:
Ω