Terzijde genomen
Terzijde genomen door mijn Heer,
voel ik zacht de druk van Zijn hand,
en rust hier op aard’ in de schaduw
van de Rots, in ’t vreemd’lingenland.
Terzijde genomen door mijn Heer,
hoewel zorgen bezwaren ’t hart,
weet ’k Hem in mijn dichte nabijheid,
weet ’k Hem mij een Trooster in smart.
Terzijde genomen door mijn Heer,
heb ’k duid’lijk Zijn stem nu gehoord;
zo liefd’rijk als nimmer tevoren,
zo teder van toon was Zijn Woord:
‘Ik ben het, Ik neem u terzijde’,
‘Ik ben het, Ik weet van uw pijn’,
‘Ik ben het, Ik ken al uw moeiten’,
‘Ik ben het, en gij, gij zijt Mijn!’
Terzijde genomen door mijn Heer,
leer ’k zingen in duistere nacht,
leer ’k danken voor wat, door genade,
Zijn kracht in mijn zwakheid volbracht.
Terzijde genomen door mijn Heer,
wacht ik tot de schaduw verdwijnt;
bij ’t licht van de komende morgen,
zie ’k weldra mijn weg weer omlijnd.
Terzijde genomen door mijn Heer,
terwijl Zijn liefde mij beschijnt,
wijst Hij mijn plaats hier zo duidelijk,
tot ’k spoedig mijn reis blij voleind!