Strijden voor de Christelijke geloofswaarheid

‘Geliefden, terwijl ik alle bereidwilligheid had u te schrijven over onze gemeenschappelijke behoudenis, werd ik genoodzaakt u te schrijven met de vermaning om (tot het uiterste) te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd’ (Judas 3).

Het geloof waarover Judas spreekt, is niet het persoonlijk geloofsvertrouwen waarmee wij geloven, maar datgene wat geloofd moet worden: de geloofswaarheid. Wanneer dwaling de overhand krijgt en tegenstand de kop opsteekt, is het niet voldoende dat wij de waarheid moeten uiteenzetten: we moeten voor haar strijden. Dit brengt conflictsituaties met zich mee, maar als Christus wordt aangevallen en de waarheid op het spel staat, moeten we er – voor welk argument van Christelijke liefde dan ook – niet voor terugschrikken de goede strijd van het geloof te strijden.

Bovendien, het is het geloof waarvoor wij moeten strijden; dat wil zeggen: de waarheid in haar totaliteit. We moeten niet alleen voor een speciale waarheid strijden. Dit heeft inderdaad plaatsgevonden, met als resultaat dat de waarheid als geheel verloren is gegaan en er sekten zijn gevormd om een bepaalde speciale waarheid te handhaven zoals: heiligheid, de tegenwoordigheid van de Geest, de eenheid van de kerk of de komst van de Heer.

Verder, laten wij erop letten dat het geloof waarvoor wij moeten strijden, het geloof is ‘dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd’. Het woord ‘eenmaal’ heeft de betekenis van ‘eens voor altijd’. Het laat geen toevoeging, wijziging, aanpassing, verzwakking of ontwikkeling toe. Er bestaat geen nieuwe mededeling van waarheid aan de heiligen. De geloofswaarheid is eens voor altijd aan hen overgeleverd. Wij mogen nog veel te leren hebben met betrekking tot de waarheid. God kan nieuw licht geven over de al geopenbaarde waarheid, en we moeten groeien in ons begrip daarvan. Maar de waarheid als zodanig is eens voor altijd overgeleverd.

Wij worden niet geroepen om te strijden tegen de dwaling. Vele oprechte gelovigen hebben dat gedaan en vormden kruistochten tegen verschillende vormen van opvallend kwaad. Er zijn inderdaad gelegenheden waar het strijden voor de waarheid het noodzakelijk maakt dat het kwaad aan de kaak wordt gesteld. Maar het hele leven en de grote belangen en opdrachten van het volk van God zijn verbonden met de waarheid, niet met de dwaling.

Judas zegt niet: ‘Stel tot het uiterste de dwaling aan de kaak’, maar: ‘Strijd tot het uiterste voor het geloof’.

H. Smith.

Uit: ‘The Lord is near’