Mijn toekomst weet ik in Gods hand
Mijn toekomst weet ik in Gods hand.
Ik reis naar ’t hemels Vaderland,
want daar is mij een plaats bereid
in ongestoorde heerlijkheid.
Weldra kom ik behouden aan,
mag ik vol vreugde binnengaan,
waar ik mijn dierb’re Heer ontmoet,
Die mij verloste door Zijn bloed.
Als ’k Hem in heerlijkheid aanschouw,
prijs ik volmaakt Zijn liefd’ en trouw.
Daar zie ik Hem in hemels licht,
Zijn vriend’lijk, liefd’rijk aangezicht.
Hij heeft mij aan Zijn hand geleid,
in voorspoed en in moeite en strijd;
Hij, Die Zijn leven voor mij gaf
en droeg aan ’t kruis mijn zondestraf.