Is er een eeuwig oordeel voor hen die God verwerpen en het evangelie afwijzen?
Deze vraag komt telkens opnieuw op. Juist in onze moderne tijd is deze waarheid niet geliefd, en niet alleen allerlei sekten ontkennen de eeuwige straf, maar ook vooraanstaande theologen trekken het in twijfel. Het is goed als wij ons van de ernst hiervan bewust zijn. We geven dan ook graag een aantal teksten uit Gods Woord weer:
- Mattheüs 5:29: ‘het is nuttig voor u, dat een van uw leden vergaat en niet uw hele lichaam in [de] hel wordt geworpen’.
- Mattheüs 7:13: ‘Wijd <is de poort> en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor binnengaan’.
- Mattheüs 8:12: ‘De zonen van het koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
- Mattheüs 10:28: ‘En weest niet bang voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden, maar weest veeleer bang voor Hem Die zowel ziel als lichaam kan verderven in [de] hel’.
- Mattheüs 12:31-32: ‘de lastering van de Geest zal niet worden vergeven … Het zal hem niet worden vergeven, niet in deze eeuw en niet in de toekomstige’.
- Mattheüs 13:41-42: ‘De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn koninkrijk verzamelen alle aanleidingen tot vallen en hen die de wetteloosheid doen, en zij zullen hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
- Mattheüs 13:49-50: ‘De engelen zullen uitgaan en de bozen uit [het] midden van de rechtvaardigen afscheiden en hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
- Mattheüs 18:8-9: ‘het is beter voor u verminkt of kreupel het leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden … Het is beter voor u met één oog het leven in te gaan, dan met twee ogen in de hel van het vuur geworpen te worden’.
- Mattheüs 22:13: ‘Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
- Mattheüs 23:33: ‘Slangen, adderengebroed, hoe zult u ontkomen aan het oordeel van de hel?’
- Mattheüs 25:46: ‘Dezen zullen gaan in [de] eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in [het] eeuwige leven’.
- Markus 8:36: ‘Want wat baat het een mens de hele wereld te winnen en zijn ziel erbij in te boeten?’
- Markus 9:43-44: ‘het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt’. Zie ook verzen 45-48
- Markus 16:16: ‘Wie geloofd heeft en gedoopt is, zal behouden worden; wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden’.
- Lukas 12:4-5: ‘Weest niet bang voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Maar Ik zal u tonen voor Wie u bang moet zijn: weest bang voor Hem Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, weest bang voor Hem’.
- Lukas 16:19-31; Johannes 3:16; Johannes 3:36; Johannes 5:28-29; Johannes 8:24 (dit is een heel goed vers voor Jehova’s Getuigen; het woordje ‘het’ staat er in het Grieks niet bij, zodat het vers luidt: ‘Als u niet gelooft dat Ik ben…’. En de “Ik Ben” is de Jahweh van het Oude Testament). Lees ook Handelingen 1:25; Romeinen 1:18; Romeinen 2:5-16; Romeinen 9:22; 1 Korinthe 1:18; Filippi 1:28.
- 2 Thessalonika 1:7-10: ‘Bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven’.
- 2 Thessalonika 2:12: ‘Opdat allen geoordeeld worden, die de waarheid niet hebben geloofd’ (let ook op de verzen 7-11). Lees ook Hebreeën 10:26-31; 2 Petrus 2:9; 2 Petrus 2:17; 2 Petrus 3:7.
- 1 Johannes 5:12: ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet’. Dit betekent niet dat ze niet leven. Veel ‘levende’ mensen van vandaag de dag zijn in die toestand van dood.
- Judas 1:13; Openbaring 14:9-10; Openbaring 19:3; Openbaring 20:10-15. Let wel: hier staat dat zij gepijnigd zullen worden dag en nacht, tot in alle eeuwigheid!
- Openbaring 21:8: ‘Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood’.
- Openbaring 20:10 vertelt ons dat het is tot in alle eeuwigheid.
Ik denk dat deze Schriftplaatsen volkomen duidelijk maken dat de straf voor de ongelovigen eeuwig is: tot in alle eeuwigheid, en dat in de hel, of de poel van vuur. Sommigen proberen te twisten over de betekenis van ‘tot in alle eeuwigheid’. In Openbaring 4:9 wordt het gebruikt voor God Zelf. Als God dus de ‘eeuwige’ God is (Deuteronomium 33:27), dan is ook de straf eeuwig. Zou God het duidelijker hebben kunnen maken dan Hij heeft gedaan, dat de straf, de pijniging is tot in alle eeuwigheid?
M.S.