In dienst van de Meester
Dat ’k in Uw dienst mag treden,
dat is zo wonderbaar…
Als ik erover nadenk,
kom ik er niet mee klaar,
dat U, Heer, mij – zó schuldig,
zó zondig – hebt gered
en mij nu als getuige
tot heil van and’ren zet.
Heer Jezus, ja mijn ziele
springt op van vreugd in U.
Heel mijn bestaan, mijn alles
staat in de dienst van U,
Die recht hebt op mijn leven.
Hoe moeilijk ’t werk ook zij,
Uw Geest – de Trooster, Leidsman –
volbrengt dat werk in mij.
Zie, Heer, hoe vele noden
ik voor U nederleg;
de smart, het leed, de zorgen
van and’ren aan U zeg.
Wijs mij wat ’k van Uw volheid
aan ieder geven moet,
opdat Uw kracht mag blijken,
de waarde van Uw bloed.
Mijn Heiland, stil te knielen
bij ’t kruis van Golgotha
en zondaars daar te brengen
waar ’t licht van Gods genâ
met louterende stralen
de zondennacht verdrijft,
doet mij een loflied zingen
een lied dat eeuwig blijft.
N.C. Otgaar.