In alle dingen de eerste plaats
Kolosse 1:18
Een heerlijkheid van Christus, Die de Eerstgeborene is van alles wat geschapen is, is dat Hij de Eerstgeborene uit de doden is. Hij is niet alleen het Hoofd van de eerste schepping, maar ook het Hoofd van de nieuwe schepping, zodat Hij in alle dingen de eerste plaats inneemt. Telkens mogen we nieuwe heerlijkheden van Zijn Persoon zien. En is het niet kostbaar wanneer Gods Woord de aandacht vraagt voor de heerlijkheid van de Heer Jezus in Zijn Godheid, maar ook in Zijn ware Mensheid? Moet Hij ook niet de eerste plaats innemen?
Er is geen kostelijker onderwerp dan de heerlijkheid van onze Heer. Onuitputtelijk, ondoorgrondelijk is het. Kostbaar voor het hart van de Vader, Die de Zoon liefheeft, verkwikkend voor het hart van de verlosten. Te denken aan Hem, Zijn majesteit te overdenken en Zijn schoonheid te doorzoeken houden geestelijke groei en geestelijke blijdschap in! Alleen door met de Heer Jezus bezig te zijn, onze blik op Hem te richten, worden we aan Hem gelijkvormig en kan de vrucht van het zien op de Onzienlijke in onze dagelijkse wandel worden waargenomen.
Mochten wij toch allen ons meer met de Heer Jezus bezighouden, om ons inniger aan Hem te verbinden! Kunnen wij zeggen dat de Heer ons dierbaarder voor het hart is dan toen wij Hem voor het eerst leerden kennen? Kunnen wij zeggen dat Hij in het afgelopen jaar kostbaarder voor ons is geworden? Zijn wij meer toegewijd aan Zijn heerlijke Persoon?
Kolosse 1 is een hoofdstuk met zeer belangrijke inhoud. Het beschrijft ons het werk van de Zoon van Gods liefde, maar ook de Persoon van Hem Die het Beeld is van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van de hele schepping. Als in korte zinnen de heerlijkheid van de Zoon van God is beschreven, zegt de apostel die mooie, veelbetekenende woorden: ‘Opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen’.
‘De eerste plaats’. Wie kan zeggen wat een gezegende plaats onze Heer en Heiland inneemt? Eens zullen wij Hem zien in al Zijn heerlijkheid. Hij Zelf zal ons invoeren daar waar Hij is, opdat wij bij Hem zijn en tot in alle eeuwigheid de heerlijkheid aanschouwen die de Vader Hem gegeven heeft (Johannes 17:24). Dan zullen wij begrijpen wat het is, dat Hij de eerste plaats inneemt en wij zullen erkennen dat Hij die waardig is. Maar al hier op aarde mogen wij erkennen en door het geloof verstaan dat Jezus Christus de eerste plaats in alle dingen inneemt.
In alle eeuwigheid was de Zoon van God het Voorwerp van de liefde en heerlijkheid van de Vader. Hij was de Uitstraling van Gods heerlijkheid en de Afdruk van Zijn wezen, dat is van Zijn persoonlijkheid, dus van God Zelf (Hebreeën 1:3). Als zodanig heeft Hij de werelden gemaakt, zodat Hij ook in de schepping de eerste plaats innam, zoals ons dit door Gods Woord bekend is gemaakt. Hoe zouden wij het anders weten? Maar nu God het ons gezegd heeft, nemen wij het aan in het geloof.
‘Door [het] geloof begrijpen wij dat de werelden door Gods Woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is’ (Hebreeën 11:3). ‘In [het] begin was het Woord; en het Woord was bij God; en het Woord was God. Dit was in [het] begin bij God. Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet één ding geworden dat geworden is’ (Johannes 1:1-3). ‘De wereld is door Hem geworden’ (Johannes 1:10). Alles wat in het aanzijn geroepen is, werd door Gods Zoon geschapen.
En niet alleen door Hem, maar ook voor Hem. ‘Want in Hem zijn alle dingen geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen’ (Kolosse 1:16). Wat een heerlijkheid! Door Hem, Die vóór alle dingen was, bestaan alle dingen. En ze zijn niet alleen door Hem gemaakt, maar ze zijn tot Hem geschapen, dat wil zeggen tot Zijn eer en verheerlijking, met het oog op Hem. Hij riep alles in het leven. En Hij zal alles onder Zijn heerschappij hebben. Wat een macht openbaarde Hij en behoort Hem, de gezegende Zoon van God, toe!
De eerste plaats had Hij in de schepping: engelen, mensen, alles werd door Hem geschapen. De eerste plaats heeft Hij in het dragen van de hele schepping door het woord van Zijn kracht; Hij is de Onderhouder van alle dingen (Hebreeën 1:1-3). De eerste plaats neemt Hij ook straks in de toekomst in alle dingen in.
De dag van Zijn innemen van de eerste plaats in alle dingen nadert, de dag van Zijn zichtbare heerlijkheid! Nu is Hij verworpen. Dán zit Hij op de troon. Zijn heerlijkheid zal de hemelen bedekken en Zijn kennis de aarde (Habakuk 3:3; Jesaja 11:9b). Koning der koningen en Heer der heren zal Hij zijn. Alle knie zal voor Hem moeten buigen. Elk schepsel dat in de hemel en op aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, zal dan zeggen: ‘Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid’ (Openbaring 5:13). Hemel en aarde zullen Hem grootmaken. Ja, in alle dingen zal Hij de eerste plaats innemen.
Maar er is meer. Hij Die zo hoog verheven was, is en zijn zal, is het Hoofd van het lichaam, van de Gemeente. Hij is zo innig met de Zijnen verbonden als de leden van het lichaam met het hoofd. Vloeien onze harten niet over van lof en aanbidding als wij eraan denken dat het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van de schepping, de Schepper en Onderhouder van het hele heelal, ons Hoofd is aan Wie wij zo nauw verbonden zijn?
Maar, om dit te kunnen zijn, moest Hij sterven. Hij is Mens geworden, is in het lijden en de dood ingegaan om ons. In Zijn lichaam moest Hij het werk van de verzoening en verlossing volbrengen. Slechts door Zijn dood zouden wij met Hem verenigd kunnen worden. Hoe mooi echter! Hij Die Zijn Goddelijke macht openbaarde in de schepping, deed dit ook in het gebied van de dood. De ‘Eerstgeborene van de hele schepping’ is ook de ‘Eerstgeborene uit de doden’ (Kolosse 1:15,18).
De eerste heerlijkheid was Hem eigen, de tweede verkreeg Hij door Zijn overwinning over de dood. De macht van de schepping is heerlijk, maar heerlijker nog is de kracht van de opstanding. Als Schepper is Hij het Hoofd van de schepping. Als gestorven en opgestane Mens is Hij het Hoofd van de nieuwe schepping, het Hoofd van de Gemeente. In alle dingen moest Hij de eerste plaats innemen. De verheerlijkte Mens is de Erfgenaam van God. ‘Een weinig minder dan [de] engelen gemaakt’, is Hij ‘zoveel meer geworden dan de engelen’ en heeft Hij uitnemender naam geërfd dan zij (Hebreeën 2:9; 1:4). Hoger dan alle engelen van God, hoger dan de aartsengelen, is Jezus Christus, de Zoon des mensen, de Heer der heerlijkheid!
Zouden wij Hem dan niet de eerste plaats geven in alle dingen? Ook in de Bijbel neemt Hij die eerste plaats in. Natuur en openbaring tonen ons Zijn heerlijkheid. De schepping en Gods Woord spreken ons beide van de heerlijkheid van de Zoon van God. Vooral de Bijbel doet dit! Het is een levend Boek. Elk Bijbelboek heeft een bepaalde plaats, een bepaald doel, maar samen tonen zij het Beeld van de Zoon van God. Zonder Hem is er geen openbaring van God. Hij openbaart ons God. De hele Bijbel door, in elk deel, neemt Gods Zoon de eerste plaats in.
Verzoening zou een eeuwige onmogelijkheid zijn zonder Hem. De Weg, de Waarheid en het Leven zouden ons niet bekend en niet ons eigendom kunnen zijn zonder Hem. ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:6). Eeuwig leven kan alléén ons deel worden door Hem. Het kindschap van God is slechts te verkrijgen door Hem. De Heer Jezus, onze Heiland, is de Ziel van elke bladzijde van de Bijbel.
Hij is als Hoofd van Zijn Gemeente, voor wie Hij Zich overgaf, altijd bezig om voor haar te zorgen, haar te heiligen, te reinigen. Als Hoofd over alles is Hij haar gegeven. En zij deelt straks de heerlijkheid met Hem, Wiens volheid zij is, met Hem Die alles in allen vervult, met Hem aan Wiens voeten alle dingen, in deze eeuw en in de toekomende, onderworpen zijn (Efeze 1:21-23). In het grote en heerlijke verlossingswerk neemt Hij de eerste plaats in.
Daarom vragen wij nogmaals: zouden wij Hem dan niet ook in onze dingen de eerste plaats geven? O, laten we deze gedachten overwegen in ons hart. Hij is het waard dat Hij in ons hart de eerste plaats heeft, want wij hadden en hebben in Zijn hart de eerste plaats. Hij stierf voor ons. Onze zonden droeg Hij in Zijn lichaam op het hout. Hij heeft ons lief en toont ons dagelijks Zijn liefde, die de kennis te boven gaat. Hij is de eerste plaats waard in alle dingen van ons dagelijks leven, in de stoffelijke en de geestelijke! Ja, elk ogenblik van ons bestaan. Hij is het waard dat wij in alles wat wij zijn en hebben, Hem de lof, dank en aanbidding toebrengen.
Wat een genade van God, dat Hij ons in gemeenschap heeft gebracht met Hem Die in alle dingen de eerste plaats moest innemen! De Vader gaf Hem de eerste plaats. Hij verblijdt Zich in Hem en in de heerlijkheid die Hem wordt toegebracht. Daarom is het een vreugde voor het hart van de Vader als wij ons verlustigen in de Zoon en in gemeenschap met Hem wandelen. Wij moeten eren Die de Vader eert. En als wij de Heer Jezus dienen en Hem de eerste plaats in alle dingen geven, zal de Vader ons eren (Johannes 12:26). Nooit kunnen onze harten te vol zijn van die vrede en die rust van het geloof, die te vinden zijn in het geven van de eerste plaats aan de Heer.
Als het anders met ons is, eren wij Hem niet zoals Hij het waard is. Niet ik, maar Christus – dat moet het voortdurende gebed van onze harten zijn. Niet ik, maar Christus (Galaten 2:20). In mijn zaken, in mijn huisgezin, in al mijn dagelijkse dingen, in mijn overwegingen en besluiten. Niet ik, maar Christus, in mijn gehele dienst voor Hem. Hoe vaak is het bij ons: niet Christus, maar ik! En hoeveel ellende ontstaat daardoor op aards en geestelijk gebied.
Laten wij toch als wij onze voorrechten kennen, ze ook op prijs stellen! Niet lang meer, dan zullen we dat heerlijke voorrecht missen om op aarde, in ons leven hier beneden, Hem de eerste plaats te geven.
Schrijver onbekend