Ik moet de Heiland met mij hebben

Beste lezers,

Deze keer vertellen wij u niet de achtergrond van een lied maar een lievelingslied van een jonge vrouw. Lied 226 uit de oude bundel ‘Geestelijke Liederen’ en 360 uit de nieuwe bundel ‘Lofzangen en Geestelijke Liederen’.

Ze was opgenomen in een ziekenhuis om geopereerd te worden. De operatie was gebeurd en nog onder narcose werd ze door de zusters teruggebracht naar de zaal.

Langzamerhand kwam de jonge vrouw bij en begon verward te spreken. Op de gestelde vragen gaf ze wat dwaze antwoorden, die de lachlust van de anderen opwekten. Iemand vroeg haar: “Kun je ook zingen?” Toen ze antwoordde van ja zei de vraagster: “Zing dan eens wat voor ons.” Wat toen volgde, maakte dat ineens de lachlust verdween. Er viel een diepe, verlegen stilte in de zaal. De half bewusteloze patiënte begon namelijk met heldere, vaste stem te zingen:

’k Moet de Heiland met mij hebben, want ik kan alleen niet gaan;
maar met Hem meer dan verwinnaar durf ik ied’re storm weerstaan.

Refrein:
O, dan vreest mijn ziel geen kwaad, waar mijn weg ook henen gaat.
Ik wil volgen zonder vragen waar mijn Meester gaat of staat.

(Lied 226:1 uit de oude bundel ‘Geestelijke Liederen’ en 360:1 uit de nieuwe bundel ‘Lofzangen en Geestelijke Liederen’)

Ongetwijfeld haar lievelingslied! Zeker waren haar laatste gedachten voor de narcose bij de Heere Jezus geweest. Ze wist dat Hij ook op de operatietafel bij haar was. Bij Hem voelde ze zich veilig, ook als haar weg door het doodsdal zou gaan. Nu wilde de Meester haar gebruiken zodat ze in haar machteloze toestand een getuige was voor Zijn Naam. Wat een Heiland!

’k Moet de Heiland met mij hebben, dan is ied’re last mij licht;
’k ken geen bange vrees of zorgen, ’k wandel voor zijn aangezicht.
Refrein

(Lied 226:2 uit de oude bundel ‘Geestelijke Liederen’ en 360:3 uit de nieuwe bundel ‘Lofzangen en Geestelijke Liederen’)