Het zevenvoudige getuigenis van de schuldeloosheid van de Heer Jezus
- ‘De overpriesters nu en de hele Raad zochten een vals getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem konden doden. En zij vonden er geen’ (Mattheüs 26:59-60; Markus 14:55).
- ‘Toen kreeg Judas, die Hem had overgeleverd, berouw, toen hij zag dat Hij was veroordeeld, … en zei: Ik heb gezondigd door onschuldig bloed over te leveren!’ (Mattheüs 27:3).
- ‘Pilatus nu riep de overpriesters, de oversten en het volk bijeen en zei tot hen: U hebt deze Mens bij mij gebracht…; en zie, ik heb Hem in uw bijzijn verhoord en heb in deze Mens geen schuld gevonden aan datgene waarvan u Hem beschuldigt. Ja, ook Herodes niet’ (Lukas 23:13-14).
- ‘En toen hij [Pilatus] op de rechterstoel zat, zond zijn vrouw tot hem en liet hem zeggen: Heb niets te doen met die Rechtvaardige’ (Mattheüs 27:19).
- ‘Toen Pilatus nu zag dat het niets hielp, … nam hij water en waste zijn handen ten aanschouwen van de menigte en zei: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze <Rechtvaardige>’ (Mattheüs 27:24; Johannes 18:38-19:6).
- Eén van de moordenaars zei: ‘Deze echter heeft niets onbehoorlijks gedaan’ (Lukas 23:41).
- De hoofdman zei: ‘Werkelijk, deze Mens was rechtvaardig’ (Lukas 23:47).
Hij was inderdaad het onbesmette, vlekkeloze, heilige Lam van God!