Het oude kruis of het nieuwe kruis ?
Het oude kruis of het nieuwe kruis?

‘Ik ben met Christus gekruisigd‘ (Galaten 2:19)
Zonder plichtplegingen en bijna ongemerkt is in onze moderne tijd onder de Christenen een nieuw kruis ingeburgerd. Dat kruis lijkt op het oude – maar het is tóch totaal anders. De overeenkomsten zijn alleen maar van oppervlakkige aard, maar de verschillen zijn van een heel diepgaande, fundamentele betekenis.
Uit dit moderne kruis is een nieuwe filosofie voor het Christelijke leven voortgekomen, en daaruit zijn weer een nieuwe evangelisatiemethode, een nieuwe vorm van samenkomen en een nieuwe spreektrant ontstaan. Dit moderne evangelie gebruikt dezelfde woorden als het oude, maar de inhoud is niet hetzelfde; het accent is totaal verschoven.
Het oude kruis kende geen onderhandelingen met de wereld. Het betekende het definitieve einde van het hoogmoedige vlees van Adam. Het was het feitelijk voltrekken van het doodvonnis van de wet, dat op de berg Sinaï was uitgesproken. Het nieuwe kruis daarentegen doet geen aanval op het menselijke geslacht; integendeel, het lijkt meer op een vriendelijke kameraad, en is – op een bepaalde manier gehanteerd – de sleutel tot een overvloed van goede vrolijkheid en van op zichzelf onschuldige genoegens. Het laat ‘het leven van Adam’ onaangetast. De beweegredenen van dit leven blijven gelijk; nog steeds gaat het om de bevrediging van de eigen genoegens. Alléén gaat men nu op in het zingen van godsdienstige, Christelijk getinte liederen. En men gaat op in religieuze plechtigheden in plaats van onzedelijke liedjes en alcohol. Het accent blijft vallen op genot, hoewel het genoegen op een hoger niveau staat, als we het tenminste bekijken volgens de menselijke moraal en wellicht zelfs uit intellectueel oogpunt.
Het moderne kruis staat een nieuwe en heel andere benaderingsmethode bij evangelisatie voor. De evangelist verlangt geen berouw meer over de zonden, geen veroordeling van de zondige toestand, en ook geen verloochening van het oude leven, vóórdat het nieuwe leven ontvangen kan worden. Hij predikt geen tegenstellingen, maar overeenkomsten. Hij zoekt de sleutel om de belangstelling van zijn toehoorders te wekken hierin, dat hij aantoont dat het Christendom zeker geen onaangename eisen stelt, maar dezelfde aanbiedingen doet als de wereld, alleen – naar de mens gesproken – op een hoogstaander niveau. Het maakt niet uit naar welke dingen de zondige wereld verlangt – steeds is dat wat ze begeert, precies datgene wat het Evangelie aanbiedt; alleen het religieuze product is – menselijk gezien – van hogere waarde.
Het nieuwe kruis voert de zondaar niet tot de dood, maar geeft hem een nieuwe levensmogelijkheid. Men schakelt om naar mooiere, betere levensgewoonten, waarbij het zelfrespect blijft bestaan. Tot de ‘elleboogmensen’ zegt het: “Handhaaf je voor Christus!”. Tegen iemand die graag over zichzelf en z’n activiteiten praat: ‘Vooruit, je kunt toch in de Heer roemen!’. Tegen hen die graag over anderen kletsen en roddelen: “Wat is het toch fijn om een opbouwend geestelijk gesprek te kunnen voeren, ook over je medebroeders en zusters!”. Tot de mensen die van nature nieuwsgierig of bemoeizuchtig zijn, graag zo veel mogelijk op visite gaan en allerlei dingen willen meemaken: “Kijk eens, hoe heerlijk de Christelijke gemeenschap is!” Zo wordt de Christelijke boodschap omgebogen in de windrichting van de huidige openbare mening, om het Christendom prettig en aanlokkelijk te maken. Het filosofische motief van het een en ander mag dan wel oprecht zijn, maar de oprechtheid kan deze dwaling niet goedmaken. En dit handelen is zo verkeerd, omdat het totaal blind en onbijbels is. Het gaat geheel en al voorbij aan de betekenis van het kruis als het absolute oordeel over elk mens zoals hij van nature is, en als het definitieve einde van elk mens zoals hij van nature is.
Het oude kruis is het symbool van de dood. Het spreekt van het radicale en onverbiddelijke einde van de mens als geboren uit Adam. Wie in de Romeinse tijd zijn kruis opnam om daarmee te ‘wandelen’, die had definitief afscheid genomen van zijn vrienden. Hij kwam niet meer terug. Hij had niet het plan om zijn leven te laten ‘ombuigen’ in iets moois; want zijn eigen leven naderde voorgoed zijn einde. Het kruis ging op geen enkel compromis in, het veranderde niets; het vernietigde de mens totaal en voor altijd. Of probeerde het misschien op vriendelijke voet te komen met zijn slachtoffer opdat deze zijn leven kon redden? Zeker niet! Het optreden van het kruis was snel en hard; en als het z’n werk gedaan had, bestond die mens niet meer.
De nakomelingen van Adam staan onder het absolute doodsoordeel van God. Er is totaal geen verzachting en ook geen uitweg voor de oude mens. God kan in geen enkele vrucht van de zonde of van de oude mens ook maar enig welgevallen vinden, hoe onschuldig en mooi die vrucht ook in de ogen van mensen mag zijn. God redt een mens, doordat Hij aan zijn ‘oude’ leven, dus aan zijn oude zondaarsbestaan, een onherroepelijk einde maakt, om hem vervolgens met Christus op te wekken tot een wandel in nieuwheid van leven.
Een evangelie dat de Goddelijke en de menselijke weg vriendschappelijk parallel wil laten lopen, is niet naar de Bijbel en zelfs wreed ten opzichte van de zielen van de toehoorders. Het geloof in Christus gaat niet dezelfde weg als de wereld; nee, het doorkruist die weg. Als we tot Christus komen, verheffen we ons oude leven niet tot een hoger niveau. Nee, we laten het achter aan het kruis als iets dat totaal geoordeeld en gestorven is.
Laten wij, als we de blijde boodschap van het Evangelie doorgeven, er voor oppassen dat we ons zouden gaan beschouwen als ambassadeurs die vriendschappelijke relaties moeten aanknopen tussen Christus en de wereld. We mogen ons niet verbeelden gezanten te zijn die de opdracht hebben om Christus aan te prijzen aan het zakenleven, de pers, de sportwereld of de moderne opvoeding.
Wij zijn geen diplomaten, maar profeten; onze boodschap is geen compromis, maar een ultimatum!
God biedt inderdaad leven aan, maar geen verbeterd oud leven. Wat Hij aanbiedt is leven uit de dood. Dat leven bevindt zich aan de andere kant van het kruis. Wie het bezitten wil, moet onder de galg door. Hij moet zichzelf als zondaar verwerpen en ‘ja!’ zeggen tegen Gods rechtvaardige oordeel over hem. Wat betekent dit voor de veroordeelde mens persoonlijk, die graag leven wil vinden in de Heere Jezus Christus? Hoe kan deze waarheid in het praktische leven verwerkelijkt worden? Heel eenvoudig op deze manier: hij moet zich bekeren tot God en geloven in de Heere Jezus Christus, nadat hij zijn eigen faillissement heeft verklaard en heeft erkend dat hij zelf bankroet is. Niets mag verborgen gehouden, niets verdedigd, niets verontschuldigd worden.
Met God kun je niet onderhandelen; het gaat er alleen maar om dat we onze nek buigen voor de slag van de Goddelijke veroordeling. Wie dat gedaan heeft, mag vol vertrouwen omhoog kijken naar de opgestane Verlosser. En van Hem ontvangt zo iemand leven en wedergeboorte, reiniging en kracht. Het kruis, dat aan het aardse leven van de Heere Jezus een einde maakte, betekent ook de dood voor de zondaar; de kracht die Christus uit de doden deed opstaan, verheft hem tot een nieuw leven met Christus.
Tegen ieder die dit tegenspreekt, of het alleen maar als een bekrompen privé-gedachte over de Waarheid beschouwt, moet gezegd worden dat God het stempel van echtheid en van Zijn welbehagen op deze Boodschap gedrukt heeft vanaf de dagen van de apostel Paulus tot nu toe.
Of het nu precies in bovenstaande woorden is uitgedrukt of niet, het was de inhoud van déze prediking van het Woord van het kruis, die door de eeuwen heen leven en kracht te voorschijn bracht in de wereld. De predikers in de middeleeuwen, de hervormers, de dienstknechten van God vanaf de tijd van de hervorming tot op vandaag – allemaal legden ze er de volle nadruk op, en de machtige werking van de Heilige Geest in de krachtdadige bekering van zondaren getuigde van Gods goedkeuring.
‘Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij’ (Galaten 2:20).
Van mij zij het verre te roemen, dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie voor mij de wereld gekruisigd is, en ik voor de wereld’ (Galaten 6:14).
Vrij naar A.W. Tozer.
Engels origineel: The Old Cross and the New (A.W. Tozer) — zie ook Goodreads.
Eerder verschenen in het maandblad ‘Uit het Woord der Waarheid‘.
Schrijver onbekend