Het belang van gebed voor evangelisatiewerk
Gebed en smeking is van het allergrootste belang in verbinding met de verkondiging van het evangelie aan een verloren wereld. In het verborgen gebeurt er veel meer dan Christenen vaak denken. De predikers die het meest door God gebruikt zijn, waren mannen van gebed.
Niet alleen dat ze zelf gebeden hebben, maar meestal waren anderen met hen verbonden in deze kostbare dienst, en vele van deze gebedsevangelisten zijn nooit openlijk bekend geworden. Zij hebben geen gaven die de aandacht van de massa trekken, maar ze zijn machtige gebedsmannen en -vrouwen die de overwinning op de onzichtbare vijand in de hemelse gewesten behalen, en die door hun voorbede kracht van de hemel doen komen en Gods zegen op de prediking van anderen doen neerdalen. Een Epafras, die altijd vurig streed in de gebeden, was even belangrijk in het evangelisatiewerk als een Paulus die de blijde boodschap uitdroeg naar verre streken.
Paulus zelf was een machtige gebedsman. Het is onmogelijk zijn Brieven te lezen zonder onder de indruk te komen van de buitengewone plaats die het gebed in zijn leven innam. Hij bad voor zichzelf en zijn werk. Hij bad voor zijn mededienstknechten en verheugde zich in hun overwinningen evenveel als in de zijne (een opmerkelijke tegenstelling met velen vandaag!).
Hij bad voor het volk van God, voor zijn bekeerlingen en voor hen die bekeerd waren door het werk van anderen, dat zij heilig en volmaakt zouden zijn naar de wil van God. Hij bad met ernstig, hartstochtelijk verlangen voor het volk Israël, zijn broeders naar het vlees, dat zij behouden mochten worden en de vreugde zouden kennen die hij ondervond als een gelovige in Christus. Hij bad voor de heidenen, voor koningen en machthebbers, en voor de mensen in het algemeen, in het besef dat het Gods wil is, dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen.
Hoewel Paulus een man van geweldig geloof en geestelijke energie was, voelde hij de behoefte aan de gebeden van zijn zwakkere broeders. Hij drong daar zeer ernstig op aan. De gelovigen in Rome vroeg hij met hem te strijden in hun gebeden tot God opdat hij mocht worden behoed voor de ongehoorzamen in Judéa, dat zijn dienst voor de arme gelovigen mocht worden opgenomen in de geest waarin hij die verleende en of hij zo mogelijk in blijdschap tot hen mocht komen om samen met hen verkwikt te worden (Romeinen 15:30-33).
Hij drukte zijn grote dankbaarheid uit aan de Korinthiërs omdat zij in een tijd van grote nood te hulp waren gekomen met hun voorbede voor hem, voor zijn mededienstknechten en voor het werk waarin ze bezig waren (2 Korinthe 1:11).
Hij schreef aan de Efeziërs hoe hij voor hen zijn knieën boog voor de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, en hij verzocht hen of zij van hun kant wilden bidden voor hem in de Geest, met alle gebed en smeking, opdat hem bij het openen van zijn mond het woord geschonken mocht worden om met vrijmoedigheid de verborgenheid van het evangelie bekend te maken (Efeze 6:18-19).
Vanuit zijn gevangeniscel schreef hij aan de Filippiërs over het vertrouwen dat hij had dat al zijn beproevingen tot behoudenis zouden dienen door hun gebed en de bijstand van de Geest van Jezus Christus (Filippi 1:19).
Hij vermaande de Kolossers te volharden in het gebed en daarbij waakzaam te zijn met dankzegging en te bidden ‘dat God ons een deur voor het Woord opent om over de verborgenheid van Christus te spreken, ter wille waarvan ik ook gevangen ben, opdat ik die zó openbaar, als ik behoor te spreken’ (Kolosse 4:2-4).
De Thessalonikers waren hoogstens een paar maanden bekeerd. Toch stelde de apostel vast dat er kracht was in hun kinderlijk smeken tot God en hij schreef: ‘Broeders, bidt <ook> voor ons’ (1 Thessalonika 5:25).
Hij wilde graag dat Filémon huisvesting voor hem gereed maakte, want hij hoopte dat hij door hun gebeden uit de gevangenis verlost en hun teruggegeven zou worden (Filemon 22).
Aan de gelovige Hebreeën schreef hij: ‘Bidt voor ons, want wij zijn ervan overtuigd dat wij een goed geweten hebben, daar wij in alles goed willen wandelen’. En hij voegde eraan toe: ‘En des te overvloediger vermaan ik u dit te doen, opdat ik u des te spoediger wordt teruggegeven’ (Hebreeën 13:18-19).
Wie kan deze vele ontroerende verzoeken ten behoeve van de grootste van alle predikers lezen zonder te zien hoe afhankelijk Gods dienstknechten zijn van de gebeden van de andere gelovigen?
Onze Heer Zelf gaf dit te kennen toen Hij Zijn discipelen leerde bidden: ‘Uw Koninkrijk kome’. Als we inzien dat onze God door Zijn eigen schepselen onteerd is en dat er alleen zegen op aarde kan komen als mensen zich aan Hem onderwerpen, zullen we met grote aandrang deze smeekbede op onze lippen nemen. We zullen om Gods zegen roepen over alle middelen die aangewend worden om het komende koninkrijk aan te kondigen.
Als we zielenwinners willen worden, moeten we weten hoe we moeten bidden. Als we mensen in het openbaar willen overreden, moeten we God in het verborgen weten te bewegen. Als we een dieper besef hadden van deze waarheid zouden er niet zo veel saaie, op sterven na dode bidstonden zijn. Als het waar is (en wie zal daaraan twijfelen?) dat de bidstond de hartslag van de plaatselijke gemeente is, dan kunnen we vrijmoedig vaststellen dat het er op de meeste plaatsen droevig voor staat.
Velen zijn bereid te komen om naar een begaafde man te luisteren, maar in feite zijn er maar weinigen die samenkomen tot gebed. En áls ze zo bijeen zijn wordt de tijd nog vaak verspild met bidden voor vage algemeenheden zonder een echte geest van voorbede; vaak komt er in de bidstonden totaal geen kracht van de Heilige Geest openbaar. Als we meer bidstonden ‘in de Heilige Geest’ hadden, zouden we zeker meer prediking ‘in de Heilige Geest’ hebben!
Als de gelovigen eens zouden beginnen met gebedsoverwinningen te behalen, zowel in het verborgen als in gemeenschap met andere gelovigen in de samenkomsten, zou er een grote opwekking kunnen komen ten aanzien van de prediking van het evangelie.
Het is goed systematisch te werk te gaan in deze dienst van gebed voor anderen. Veel gelovigen die geen sterk geheugen hebben, hebben grote hulp ondervonden van het regelmatig bijhouden van een gebedslijst. U kunt daarop van tijd tot tijd de namen invullen van Gods dienstknechten in binnen- en buitenland op wie uw aandacht gevestigd is. Door hen voortdurend voor de Heer te brengen wordt er werkelijke voorbede gedaan. De werkers voor wie u bidt zullen de kracht ervan merken! Telkens opnieuw wordt dit op een geweldige manier bewezen.
Nog maar kort geleden voelden enkelen van ons een zware gebedslast ten aanzien van een zendeling in China. Hij was bij verschillenden bekend, en ze voelden de innerlijke overtuiging samen te komen om speciaal voor hém te bidden. Toen we baden leek de last weggenomen te worden en we waren er zeker van dat God voor hem en door hem werkte.
Een paar weken later kwam er een brief over de oceaan van deze broeder. Hij was geschreven een dag of twee na onze kleine gebedssamenkomst in Amerika. De zendeling schreef: ‘Ik heb kortgeleden enkele zware beproevingen doorgemaakt en voelde me zeer ontmoedigd, maar de laatste paar dagen heb ik zo’n geestelijke opwekking gekregen en zo’n bewustzijn van de hulp van de Heer, als ik in lange tijd niet gekend heb. Ik weet heel zeker dat er iemand voor mij bidt’.
Ik zou talloze van zulke voorbeelden kunnen opnoemen. We handelen niet goed ten aanzien van onze broeders en zusters in binnen- en buitenland die hun leven hebben gewijd aan de verspreiding van het evangelie, als we verzuimen heel concreet voor hen te bidden.
Samuël zei tot Israël: ‘En wat mij betreft, er is bij mij geen sprake van dat ik tegen de HEERE zou zondigen door op te houden voor u te bidden’ (1 Samuel 12:23).
We zondigen beslist tegen de Heer als we verzuimen heel concreet en met name te bidden voor hen die Hij in de voorste linies van de strijd heeft geplaatst. Helaas, hoe vaak moeten we zeggen dat wij, verre van hen te helpen door onze gebeden, hen veel meer hinderen door ons cynisme en onze koude, vleselijke kritiek.
Broeders en zusters, laten we onze ogen wijd open houden voor de voorrechten en verantwoordelijkheden van deze bijzondere dienst in gemeenschap met Hem Die altijd leeft om voor ons te bidden!
Als u tot nu toe geen gebruik hebt gemaakt van deze bijzondere mogelijkheid om het werk van de Heer te bevorderen in de stilte van uw eigen binnenkamer, ga dan in tegenwoordigheid van God op uw knieën en belijd Hem de grote zonde dat u zo’n plicht hebt verzaakt.
Hoeveel zegen voor anderen had uw gebed tot gevolg kunnen hebben! Begin dan in de komende dagen met een vast voornemen aan deze gebedsdienst. Het is een belangrijk deel van het werk van de Heer! Als ten slotte de boeken zullen worden geopend voor de rechterstoel van Christus, zult u met vreugde en blijde verrassing zien hoe groot uw aandeel is geweest in het winnen van zielen voor Christus door vurig mee te strijden in de gebeden.
God zegent ons als we voor onszelf bidden; er is rust voor ons hart als we al onze noden en verlangens uitstorten voor het medelijdende oor van onze genadige God en Vader. Maar wie zich in de gebeden alleen concentreert op zichzelf en zijn zegeningen, is hooguit op de drempel gekomen van het gebedsheiligdom.
Als de liefde van ons hart uitgaat naar anderen, als we bidden voor de belangen van onze Heer in deze arme wereld, als we Zijn dienstknechten bij Hem opdragen in het gebed, hen die zich inzetten om de uitnemende rijkdom van Zijn genade bekend te maken aan mannen en vrouwen die in zonden dreigen te sterven, of tot opbouw van Zijn Gemeente arbeiden – alleen dan zullen we écht gemeenschap ervaren met Hem Die Zijn discipelen leerde bidden: ‘Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde’.
H.A. Ironside
Lees eens zijn prachtige boekje ‘Het gebed’!