En hij leidde hem tot Jezus…
‘Hij leidde hem tot Jezus’ (Johannes 1:43). Dat wordt ons verteld van Andréas, de broer van Simon Petrus. Andréas was een van de twee die Johannes de Doper vol blijdschap hadden horen uitroepen: ‘Zie, het Lam van God’ en die de Heer Jezus gevolgd waren. Vol vreugde over zijn kennismaking met de Heer Jezus zei hij tot zijn broer Simon toen hij deze ontmoette: ‘Wij hebben de Messias gevonden’. Overtuigd dat de Heer Jezus op Simon dezelfde indruk zou maken die Hij op hem gemaakt had en verlangend om zijn broer in de vreugde te laten delen die hij zelf genoot, leidde hij hem tot de Heer.
Dat is het ware. De Heer Jezus alleen kan gelukkig maken. Hij is de enige Naam onder de hemel gegeven door Welke zondaren behouden kunnen worden. Hij is het Lam van God. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij maakt vrij. In Zijn Naam wordt ons vergeving van zonden gepredikt. Wie in Hem gelooft, heeft het eeuwige leven.
Hij leidde hem tot de Heer Jezus. Dát moeten ook wij doen. Maar om dat te kunnen doen, moeten wij eerst zelf de Heer Jezus als onze Heiland kennen en aangenomen hebben. Zonder dit kan men wel over Hem spreken, van Zijn voortreffelijkheid getuigen, Zijn leer hoog achten, maar iemand tot de Heer Jezus leiden kan men dan niet. Het hart en niet het hoofd moet van de Heer vervuld zijn. De eigen ziel moet Zijn genade ondervonden hebben, in Zijn liefde rusten, door Zijn heerlijkheid aangetrokken worden, om zó over Hem te kunnen spreken en Hem te kunnen aanbevelen dat een ander getroffen en gedrongen wordt om eveneens de toevlucht tot Hem te nemen.
Wij voelen al heel snel aan of iemand die over de Heer Jezus spreekt, uit de volheid van zijn hart, uit eigen ervaring, door de liefde van Christus gedreven spreekt, of dat hij alleen maar praat over een Persoon Die hij zelf niet liefheeft en over een zaak waar hij zelf geen deel aan heeft. Leerstellingen, hoe belangrijk ook, kunnen ons niet behouden. Historisch geloof kan ons niet van onze zonden bevrijden. De kerk kan ons niet redden. De Heer Jezus alleen is de Verlosser, de Heiland. Van Filippus lezen wij dat hij de kamerling, die in het Bijbelboek Jesaja zat te lezen en niet begreep wat hij las, de Heer Jezus verkondigde. ‘En te beginnen van die Schrift verkondigde hij hem Jezus’ (Handelingen 8:35).
Heb je de Heer Jezus leren kennen als je Heiland en Heer, houd dan je geluk niet voor jezelf, maar breng anderen tot Hem. Denk niet in de eerste plaats aan de volken ver weg, aan Joden en moslims; ook niet in de eerste plaats aan de vele grote zondaren in onze steden en dorpen. Maar begin in je huis, op je kantoor, op je werkplek, in de kring van je vrienden. Doe zoals Andréas deed. Hij begon met zijn broer Simon. Velen vergeten door drukke werkzaamheden in verenigingen en zending hun eigen huisgenoten en vrienden; dan ben je gelijk aan iemand die geld en goederen stuurt naar de armen in het buitenland terwijl hij de zijnen van honger laat omkomen.
Je zult er nooit spijt van krijgen wanneer je iemand tot de Heer Jezus leidt. Andréas leidde Simon, Filippus Nathanaël en de apostel Paulus de gevangenbewaarder tot de Heer, en alle drie hadden zij het onuitsprekelijk grote voorrecht een mens te redden van de dood, door hen in aanraking te brengen met de Bron van het leven, de Heer Jezus. Niet altijd zal het resultaat even schitterend zijn. Mogelijk moet u jaren wachten voordat uw gebed verhoord wordt. Maar denk eraan dat Gods Woord niet leeg tot Hem terugkeert (Jesaja 55:11) en dat het zaad lange tijd verscholen kan blijven voordat het opschiet en vrucht draagt. In de heerlijke dag van het openbaar worden van alle verborgen dingen zal menigeen met verbazing en dankzegging de gelovigen ontmoeten die door hem of haar tot de Heer Jezus werden geleid.
H.C. Voorhoeve