Een nacht van lijden
In de Bijbel wordt ons over veel nachten verteld waarin opmerkelijke dingen zijn gebeurd. Eén van de belangrijkste is wel die waarin ons het verschrikkelijke lijden getekend wordt van onze Heiland.
Nooit zal ik vergeten wat een diepe indruk het op mij maakte, toen ik de Olijvenhof betrad, die op een van de glooiingen van de Olijfberg ligt. Daar, in Gethsémané, had eens de Zoon van God vertoefd. Daar had Hij tranen en smekingen geofferd aan Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. Daar was Zijn ziel bedroefd geweest tot de dood toe, was Hij op Zijn aangezicht gevallen en had Hij geroepen: ‘Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker Mij voorbijgaan; echter niet zoals Ik wil, maar zoals U [wilt]’ (Mattheüs 26:39). ‘Vader, als U het wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; moge evenwel niet Mijn wil maar de Uwe gebeuren’ (Lukas 22:42). ‘Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar niet wat Ik wil, maar wat U [wilt]’ (Markus 14:36). Daar had Hij des te ernstiger gebeden naarmate de strijd zwaarder werd en werd Zijn zweet als grote bloeddruppels die op de grond vielen.
Was Hij niet de Levensvorst? Moest niet alles wat in Hem was, ertegen opkomen om in de dood en het oordeel in te gaan? Maar anderzijds: was Hij niet gekomen om in dit uur de Vader te verheerlijken? Was Hij niet gekomen om de wil van God te doen en was dit niet Zijn lust? Daarom, al werd Hem in Gethsémané door satan het verlaten worden van God op Golgotha in al zijn verschrikkingen voorgehouden, Hij bad in deze nacht van lijden het gebed van het geloof, het gebed naar Gods wil!
‘En het was nacht’ (Johannes 13:30), lezen we als Judas de bovenzaal uitging om de Zoon des mensen te verraden. Maar zie, juist dan roept de Heer Jezus uit: ‘Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt’. Diezelfde nacht hadden de discipelen nog getwist wie de grootste zou zijn; in diezelfde nacht zou naar het woord van de Heiland Zelf Simon Petrus, die zo vaak zijn warme liefde voor Hem had laten zien, Hem verloochenen; in diezelfde nacht zouden al de Zijnen Hem verlaten.
Ons hart breekt, als wij de Heer Jezus in zo’n lijdensnacht zulke bange uren zien doormaken in Gethsémané. Maar ons hart jubelt, als wij eraan denken dat niets Hem kon tegenhouden van het doen van de wil van God. Zucht na zucht was hier opgestegen. In het donker had hier de Zoon van God, zeer beangst, de knieën gebogen. En voor wie? Was het niet voor verloren zondaren, voor vijanden van God? Was het niet ook voor mij, dat door Hem op Golgotha, toen het nacht werd terwijl het nog dag was, de lijdensbeker is gedronken?
Als u in gedachten Gethsémané bezoekt, moet u er niet alléén heengaan maar moet u er verblijven met de Heer Zelf. Dan beseft u iets van de liefdemacht van Christus; dan bedekt u uw gezicht voor de blik van de Man van smarten! Wordt dan niet met onweerstaanbare kracht uw wederliefde opgewekt?
Er is op aarde geen nacht van lijden geweest die aan deze nacht gelijk is! Al het lijden van mensen valt erbij in het niet! De Heer Jezus kon niet van de dood worden verlost, maar wel uit de dood. Het gebed, beschreven in Hebreeën 5:7, is verhoord: op de nacht van lijden is na slechts enkele dagen de opstanding gevolgd!
J.N. Voorhoeve