Een letter teveel?
‘Hallo, mijn beste vriend!’ Ernst begroette een goede vriend die hij al lang niet meer had gezien. ‘Hoe gaat het met je?’ vroeg hij. Zijn vriend beschreef zijn lijden uitgebreid. Hij moest nog twee jaar werken voor hij pensioen kreeg en het werk werd steeds moeilijker vanwege gezondheidsproblemen. ‘Het ouder worden valt me behoorlijk tegen’, eindigde hij somber.
Ernst dacht na over hoe hij wat troost kon geven. Toen herinnerde hij zich een belofte van God in het Boek Jesaja: ‘Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen; Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen, Ík zal dragen en redden’ (Jes. 46:4). Het is werkelijk genade dat wij in elke situatie op de Heere Jezus mogen steunen en dat Hij altijd voor ons zorgt op een manier die het beste voor ons is. Maar wat Ernst ook citeerde uit het Woord van God, niets kon zijn vriend bemoedigen, zo terneergeslagen was hij.
Uiteindelijk vroeg hij zijn vriend:
‘Laat me je Bijbel eens zien’.
‘Mijn Bijbel?’ vroeg zijn vriend verbaasd. ‘Ja’, antwoordde Ernst, ‘het lijkt mij dat er een spelfout in je exemplaar is geslopen’.
‘Een spelfout in mijn Bijbel, dat kan niet!’
‘Jawel, jawel, ik kan het niet anders verklaren’.
Zijn vriend schudde zijn hoofd en gaf Ernst zijn Bijbel. Die bladerde tot hij de plaats had gevonden die hij zocht. Hij tikte met zijn vinger op de tekst en vroeg zijn vriend om die hardop te lezen. ‘Niemand zal te schande worden, wie U verwacht’, las zijn vriend en hij keek Ernst vragend aan. ‘Maar het klopt toch wat hier staat, dat we leerden al toen we klein waren’.
‘En we hebben vaak ervaren dat de Heere ons droeg’, bevestigde Ernst. ‘Maar toen ik je zo hoorde praten, realiseerde ik me dat het vers niet goed is opgeschreven. Er staat een letter te veel. Die ‘N’ is overbodig. Het moet vast zijn: Iemand zal te schande worden, wie U verwacht. En die iemand ben jij, naar het lijkt, mijn beste vriend. Het spijt me voor je’, zei Ernst.
Deze woorden braken door het pantser van neerslachtigheid. Nu kon zijn vriend zichzelf weer van harte aan zijn Heere en Redder toevertrouwen en zijn weg getroost en hoopvol vervolgen.
‘Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd’. Psalm 25:3a
Uit: Bleibt in Mir