Digitaal samenkomen als gelovigen?
Stof tot nadenken bij een actueel thema
Digitalisering is niet een tendens die pas in corona-tijden is begonnen. Toch wordt het thema, maatschappelijk gezien, door de verbreiding van het virus extra aangewakkerd. Op veel gebieden van het dagelijkse leven – vooral in het beroepsleven – worden veel mensen er veelvuldig mee geconfronteerd. In steeds meer ondernemingen worden bij persoonlijke besprekingen online-meetings toegevoegd, of zelfs er volledig door vervangen. Skype, Zoom, GoToMeeting, Teams of andere programma’s maken het ons vrij makkelijk.
Ook onderwijs, opleidingen, congressen en conferenties vinden in toenemende mate plaats op digitale wijze. Virtuele bijeenkomsten maken locatieonafhankelijk werken, leren en communiceren probleemloos mogelijk. Hoe minder men zich van de ene plaats naar de andere hoeft te bewegen, des te beter schijnt het te zijn.
Zoals meestal het geval is, stoppen de maatschappelijke ontwikkelingen niet voor de deuren van de samenkomsten van de gelovigen. Daarom komen er vragen op. Met enkele daarvan willen we ons in dit artikel gaan bezighouden. Tegen de achtergrond van Covid-19 worden de vragen nog urgenter en belangrijker, vooral wanneer de tot nu vertrouwde vrijheid van samenkomen ingeperkt wordt. De beantwoording zal niet op een dogmatische manier plaatsvinden, maar in de vorm van enkele gedachten en overwegingen die – naar ik hoop – op Bijbelse grond gegeven worden en tot verder nadenken aansporen.
Daarbij moeten twee dingen duidelijk zijn:
a) De Bijbel is geen Boek met uitspraken die ons op elke vraag in ons leven een rechtstreeks antwoord geeft.
b) Het thema digitalisering speelde nog geen rol toen de Bijbel geschreven werd. We zullen daarom het woord zelf en andere gerelateerde trefwoorden niet vinden in de Bijbel.
Toch geeft Gods Woord ons principes en grondbeginselen die uitgaan boven maatschappelijke trends en die onafhankelijk van de tijd geldend zijn. We moeten deze alleen met wijsheid en met de geboden voorzichtigheid op onze huidige omstandigheden toepassen. Dat is precies wat we willen proberen door vier vragen te beantwoorden die duidelijk relevant zijn:
• Vraag 1: Kunnen en mogen wij als Christenen digitale media gebruiken om de Bijbelse waarheid te verkondigen?
• Vraag 2: Kunnen wij digitaal samenkomen in de Naam van de Heere of is fysieke aanwezigheid vereist?
• Vraag 3: Is het mogelijk (of zelfs zinvol) dat broeders en zusters vanuit huis online een samenkomst van de plaatselijke gemeente volgen?
• Vraag 4: Welke mogelijkheden hebben we in een tijd waarin de samenkomsten in de gebruikelijke vorm vanwege omstandigheden van buitenaf (bijv. een pandemie) tijdelijk niet mogelijk zijn?
Vraag 1: Kunnen en mogen wij als Christenen digitale media gebruiken om de Bijbelse waarheid te verkondigen?
Deze vraag wil ik bij voorbaat graag met ‘ja’ beantwoorden, waarbij het duidelijk moet zijn dat er altijd voor- en nadelen zijn. Ik ben me bewust van de ‘risico’s en bijwerkingen’ en we moeten daar beslist aandacht voor hebben.
Soms wordt een uitspraak uit 1 Korinthe 2 als argument tegen het gebruik van digitale media aangevoerd. Paulus schrijft: ‘Want wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God geschonken zijn. Hiervan spreken wij ook, niet met woorden, die menselijke wijsheid leert, maar die de Geest leert, geestelijke [dingen] door geestelijke [woorden] mededelende’ (vs. 12-13). Ook het vers uit Prediker 10:1 wordt in dit verband wel eens aangehaald: ‘Een dode vlieg doet de zalf van de zalfbereider stinkend gisten’.
Daarbij moeten we bedenken dat het in 1 Korinthe 2 om het geïnspireerde Woord van God gaat en dat met ‘wij’ in de directe betekenis de apostelen bedoeld worden die Gods Woord onder de leiding van de Heilige Geest gesproken en opgeschreven hebben. Anders zou men met dit argument elke vorm van verspreiding van de waarheid – die uitstijgt boven de directe mondelinge verkondiging – belemmeren, want een ander middel was er in de tijd van de eerste Christenen ongetwijfeld niet (zoals bijv. een Christelijk tijdschrift).
De verspreiding van de Bijbelse waarheid via het internet is op zich geen ‘dode vlieg’ en geen ‘nieuwe wagen’ (2 Sam. 6:3). Het komt eropaan hoe de media gebruikt worden en of zij – die deze gebruiken – door de Heilige Geest geleid worden. Dat geldt zowel voor het Evangelie als voor het onderwijs aan de gelovigen.
Tot voor kort waren het digitaal nog voornamelijk de schriftelijke verkondiging (websites) of audio-opnames van lezingen en conferenties. Maar de laatste tijd zijn mogelijkheden als podcasts, video’s, livestreams en interviews in toegenomen mate in gebruik geraakt. Deze manieren bieden het voordeel dat men vaak een groter publiek bereiken kan – ook zij die men tot nu toe helemaal niet bereiken kon.
Daar komt nog bij dat veel (niet alleen jonge) mensen tegenwoordig niet graag lezen en dat sommige (voor ons onbekende) personen een Evangelisatiebijeenkomst of samenkomsten van gelovigen vermijden. Online worden hier eventueel bestaande drempels verlaagd.
Een ander argument is dat de digitale mogelijkheden het werk voor de zending in het buitenland duidelijk vergemakkelijken. Ook hier geldt dat men op deze manier mensen die men anders misschien nooit bereikt zou hebben met de boodschap van God, bereiken kan. Men kan geïsoleerd levende broeders en zusters, die van de buitenwereld afgesloten zijn, bereiken. Men kan conferenties organiseren die anders helemaal niet – of alleen met heel grote inspanningen – mogelijk waren.
Toch zijn er niet alleen kansen, maar ook risico’s. Deze hebben betrekking op de zender en de ontvanger van de boodschap:
a) De zender: In een livestream of videotoespraak optreden of een podcast verspreiden, brengt altijd het gevaar van overschatting van de eigen persoon en het zich ‘op de voorgrond stellen’ met zich mee. Daarbij komt dat de correctie door aanwezige broeders meestal ontbreekt en dwalingen zich zo veel sneller kunnen verspreiden.3
b) De ontvanger: Eén van de risico’s van de kant van de toehoorder is, dat het digitale aanbod de ‘behoefte’ aan de samenkomsten van de plaatselijke gemeente kan verminderen. Het gevaar bestaat dat de samenkomsten in (of: tot) de Naam van de Heere minder bezocht en minder op waarde geschat worden (Hebr. 10:25). Deze mogelijke ‘bijwerking’ moeten we niet onderschatten. Het kan in individuele gevallen zelfs zijn dat men de voorkeur geeft aan een livestream of videoboodschap boven de Woordverkondiging in de plaatselijke samenkomst, omdat de spreker op internet zogenaamd een betere boodschap heeft of boeiender kan spreken. Dat mag in geen geval zo zijn. Het profetische woord in de samenkomst als gemeente heeft een bijzonder hoge waarde (1 Kor. 14).
De eenvoudigste boodschap in een samenkomst als gemeente heeft altijd de voorkeur boven de beste online-preek.
Vraag 2: Kunnen we digitaal samenkomen in de Naam van de Heere?
Deze vraag wil ik meteen beslist met ‘nee’ beantwoorden. Dat mogen we niet! Daarbij is het te kort door de bocht om alleen erop te wijzen dat de Bijbel zo’n virtuele samenkomst niet kent. Het woord ‘samenkomen’ op zich zegt nog niet, of deze in het echt of virtueel plaatsvindt (denk alleen maar aan het Engelse woord ‘meeting’, waarvan we er vanzelfsprekend van uitgaan dat deze ‘werkelijk/live’ of ‘online’ kan zijn). Toch wil ik laten zien dat een samenkomst in de Naam van de Heere de feitelijke (lichamelijke) aanwezigheid van de deelnemers veronderstelt. De aangevoerde argumenten zijn daarbij zowel van principiële als van praktische aard.
a) Een heel essentieel argument is dat wij online onmogelijk voor het avondmaal van de Heere kunnen samenkomen. Paulus schrijft: ‘Want zo dikwijls u dit brood eet en de drinkbeker drinkt, verkondigt u de dood van de Heere, totdat Hij komt’ (1 Kor. 11:26).
Het breken van het brood is in de Bijbelse leer gebonden aan de samenkomst van de plaatselijke gemeente. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk dat afzonderlijke deelnemers van een virtuele meeting voor zichzelf thuis (dus in verschillende huizen) het brood breken. Dat zou in strijd zijn met de uitspraak ‘… want wij allen nemen deel aan één brood’ in 1 Korinthe 10:17. Dat is online niet mogelijk!
We kunnen virtueel veel doen, maar eten en drinken en de dood van de Heere verkondigen, kunnen we op deze manier niet.
b) Nauw daarmee verbonden is de collecte van de gelovigen. Het lofoffer gaat gepaard met het offer van weldadigheid en mededeelzaamheid (Hebr. 13:15-16; zie ook 1 Kor. 16:2). Natuurlijk kunnen we tegenwoordig ook digitaal bijdragen, maar dat is niet de manier waarop de Christelijke collecte plaatsvindt.
c) In 1 Korinthe 14 behandelt Paulus de samenkomst voor de Woordverkondiging. In vers 29 staat er: ‘En dat twee of drie profeten spreken en dat de anderen oordelen’. Bij een digitale samenkomst is dat duidelijk moeilijker uitvoerbaar, bij een livestream bijna onmogelijk. Daarom kan een livestream geen samenkomst als gemeente voor de Woordverkondiging vervangen.
d) 1 Korinthe 14:24 veronderstelt de mogelijkheid dat een ongelovige of onkundige plotseling binnenkomt (en dan ervaart hoe de Heilige Geest werkt). De samenkomsten van gelovigen zijn geen ‘afgesloten ruimtes’, maar zijn geopend voor ieder die binnen wil komen. Digitaal is dat in elk geval niet zonder meer haalbaar.
e) In de samenkomsten van de gelovigen wordt er gezongen (1 Kor. 14:15). De gezamenlijke lofprijzing is een essentieel element. Digitaal is dat – zoals de praktijk laat zien – buitengewoon lastig.
f) Samenkomsten zijn een uiting van gemeenschap, die digitaal eveneens maar heel beperkt in praktijk te brengen is. Hoe moet men bijvoorbeeld elkaar online met ‘een heilige kus’ begroeten? Juist dit punt van de persoonlijke interactie is een groot nadeel van een virtuele ontmoeting op het internet (nog afgezien ervan dat een hartelijke begroeting in tijden van pandemie helaas maar heel beperkt gepraktiseerd kan worden).
Af en toe wordt de vraag gesteld of de ‘plaats’ waar wij vergaderen, niet een ‘geestelijke plaats’ is (Matth. 18:20), dat het dus geen rol speelt of de samenkomst ‘daadwerkelijk’ of ‘virtueel’ plaatsvindt. Inderdaad heeft het ‘waar’ in Mattheüs 18:20 met het Bijbelse principe van het samenkomen te maken en niet met de locatie of het gebouw. Anders dan in het Oude Testament komen de gelovigen in de genadetijd niet bijeen in Jeruzalem en niet in een Godshuis (een speciale tempel of een kerk). Het speelt geen rol welke locatie het is. Toch moet het een locatie zijn.
‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen’ (Matth. 18:20).
In de 1e Brief aan Korinthe wordt zeven keer over het samenkomen van de gelovigen gesproken (hfdst. 11:17,18,20,33,34; 14:23,26). Dat wordt enkele keren uitdrukkelijk met een plaats verbonden – en dat kan alleen een daadwerkelijke plaats zijn. Het is de moeite waard de tekstplaatsen afzonderlijk te lezen.
Het is dus duidelijk dat een samenkomen als gemeente (d.w.z. in het karakter van gemeente) alleen dan plaatsvindt, wanneer men daadwerkelijk bijeenkomt.
De plaatselijke gemeente wordt zichtbaar wanneer de gelovigen daadwerkelijk (feitelijk) samenkomen en niet, wanneer ze elkaar anoniem ergens digitaal in het wereldwijde netwerk ontmoeten. Een ‘online-meeting’ kan geen passende vervanging voor het samenkomen in de Naam van de Heere zijn.
De gemeente moet een kandelaar zijn (Openb. 1:20) en Goddelijk licht verspreiden. We kunnen dat op een heel praktische manier bekijken. Een internetadres vindt iemand in de regel alleen wanneer hij er doelgericht naar zoekt. Een bordje in de straat of de Christenen op weg naar de samenkomst vallen toch heel anders op en zijn alleen al daardoor een getuigenis dat de wereld kan opmerken.
Bovendien brengt een voortdurend volgen van alleen online-diensten via internet een aantal gevaren met zich mee: het leidt tot isolement (persoonlijke contacten worden niet onderhouden), het draagt bij aan gemakzucht (men gaat niet meer op weg om de Heere in het midden van de Zijnen te ervaren) en de kans om afgeleid te worden is erg groot (eventjes tussendoor je WhatsApp checken, een email lezen of een kopje koffie zetten enz.).
‘Multitasking’ is weliswaar soms niet verkeerd, maar op geestelijk gebied niet heel erg zinvol en soms zelfs schadelijk. Eén van de voordelen van het bijwonen van de samenkomsten is, dat men over het algemeen minder snel wordt afgeleid, om zich op het essentiële – het aanwezig zijn van de Heere – te concentreren. Online zijn de storende factoren dikwijls aanzienlijker.
Vraag 3: Is het mogelijk (of zelfs zinvol) dat broeders en zusters vanuit huis online een samenkomst van de plaatselijke gemeente volgen?
Het antwoord op deze vraag luidt: Het is mogelijk, maar beslist niet wenselijk. Zoals we gezien hebben, moet de gemeente daadwerkelijk samenkomen, en alleen zij die aanwezig zijn, zijn in de Naam van de Heere vergaderd. Als er iemand – vanwege bepaalde redenen zoals bijvoorbeeld ziekte of ouderdom – niet persoonlijk de samenkomst kan bijwonen, maar deze online volgt, zal hij zeker gezegend worden. Maar hij is niet in de Naam van de Heere met de overige mensen vergaderd – en daarmee ontbreekt iets heel cruciaals.
Om deze reden kunnen we beter niet zeggen dat iemand online de samenkomst bijwoont of eraan deelneemt. Hij volgt beter gezegd het samenkomen van de plaatselijke gemeente van buitenaf.
Zo nu en dan wordt ingebracht dat het beter is zo’n online-aanbod (uitzending van samenkomsten) maar helemaal niet aan te bieden. Toegegeven, het brengt aan de ene kant het gevaar met zich mee dat men lichtvaardig in de samenkomst gaat ontbreken, en daarvoor kunnen we alleen maar waarschuwen. Bovendien moeten we eraan herinneren dat de factor ‘afleiding’ thuis aan het beeldscherm duidelijk groter is dan in een werkelijke samenkomst.
Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat er soms oude en zieke broeders en zusters zijn die – misschien al jaren lang – niet aan de samenkomsten kunnen deelnemen. Willen we hen deze mogelijkheid en het genoegen de samenkomsten online te volgen, ontnemen?
Het tegenargument dat men de onlinediensten ook naderhand bezoeken kan, heeft weinig waarde, omdat dat ten eerste – helaas – nauwelijks wordt gedaan en ten tweede heeft dat in de praktijk alleen betrekking op de samenkomst van de Woordverkondiging of de gezamenlijke Bijbelbespreking. We denken hier ook aan ouders die thuis bij de kinderen moeten blijven en zo de mogelijkheid hebben toch iets mee te krijgen. Afwezig moeten zijn vanwege het werk zou op deze plaats eveneens genoemd kunnen worden. We moeten hier voorzichtig zijn met oordelen en ‘gerust verdergaan’ (Jes. 38:15).
Het aanwezig zijn in de samenkomst is in elk geval het nastreven waard. Maar als het helemaal niet anders kan, dan moeten we een ruim hart hebben en met elkaar voor de Heere overwegen hoe van geval tot geval moet worden beslist. Belangrijk is dat de vrede in de gemeente bewaard wordt.
Vraag 4: Welke mogelijkheden hebben wij in een tijd waarin de samenkomsten in de gebruikelijke vorm vanwege omstandigheden van buitenaf (bijv. een pandemie) tijdelijk niet mogelijk zijn?
We zijn de Heere dankbaar dat deze situatie tot dusverre in Duitsland (en ook in Nederland) nauwelijks is voorgekomen. En toch, vooral aan het begin van de Covid-19 pandemie, hebben we meegemaakt dat op sommige plaatsen korte tijd geen samenkomsten waren.
Wanneer het geval zich daadwerkelijk zal voordoen (wat heel nauwkeurig onderzocht zou moeten worden), en er echt geen andere mogelijkheden voor het samenkomen als gemeente meer zijn, dan is er in principe niets tegen om als broeders en zusters elkaar voor een korte periode online te ontmoeten.
Niettemin – en dat moet intussen duidelijk geworden zijn – zijn zulke online-meetings geen samenkomen als gemeente volgens Mattheüs 18:20 (en juist daarom moeten we heel zorgvuldig nagaan of het werkelijk onmogelijk is om als gemeente vergaderd te zijn!). We kunnen dan wel online samen bidden, het Woord lezen en onze Heere loven. Dat alles is een grote zegen. En toch is het nooit een echte vervanging voor het samenkomen als plaatselijke gemeente. Daar moeten we ons goed van bewust zijn.
Het verloop van een online-meeting kan ongeveer net zo zijn als de gebruikelijke samenkomst van de gemeente (afgezien van het breken van het brood). De broeders die het woord voeren (bidden, een Woord of een liedtekst lezen, uitleg geven) zouden dat beslist onder de leiding van de Heilige Geest moeten doen. De aanwezigen moeten moeite doen om zich niet te laten afleiden. En toch blijft het een feit dat het geen geschikte vervanging is. Deelnemers aan zo’n online-meeting zullen het verschil al snel merken.
Afsluitend denk ik aan de vrouw uit Sunem die in een moeilijke tijd voor het volk van God, toch vol vertrouwen zei: ‘Ik woon te midden van mijn volk’ (2 Kon. 4:13). Dat zal op de lange duur virtueel en digitaal niet goed mogelijk zijn. Met David zeggen we graag: ‘Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen: Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan!’ (voor ons: naar de samenkomsten; Ps. 122:1).
We kunnen wat leren van Mordechai, over wie we aan het eind van het Boek Esther lezen: ‘De Jood Mordechai … zocht het beste voor zijn volk en sprak tot welzijn van heel zijn nageslacht’ (Est. 10:3). Juist in moeilijke tijden met moeilijke vragen zouden we ernaar moeten streven om vredestichters te zijn.
Samenvatting
De samenkomsten als gemeente hebben een hoge prioriteit, waar we zeker aandacht aan moeten besteden. Digitale alternatieven om de Bijbelse boodschap te verspreiden, kunnen zonder meer gebruikt worden. Toch vervangen ze nooit de eigenlijke samenkomsten van de gelovigen. Maar wanneer individuele broeders en zusters de samenkomsten niet kunnen bezoeken, zijn digitale oplossingen zeker het overwegen waard.
Zelfs in absoluut uitzonderlijke gevallen kunnen we niet digitaal samenkomen in de Naam van de Heere. Maar niettemin kunnen online-meetings een zekere mate van troost, opbouw en gemeenschap geven – hoewel ze in geen geval een vervanging voor een fysiek samenkomen zijn. De belofte van onze Heere: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen’, is van toepassing wanneer de plaatselijke gemeente daadwerkelijk samenkomt.
‘Thomas nu, één van de twaalf, Didymus geheten,
was niet bij hen toen Jezus kwam.
De andere discipelen dan zeiden tot hem:
Wij hebben de Heere gezien!’
(Joh. 20:24-25)
Ernst-August Bremicker