Denk aan de gevangenen!
Hebreeën 13:3
Toen de gevangen apostel Paulus per schip naar Rome werd gebracht, werd hij door twee van zijn trouwe mede-dienstknechten begeleid: Lukas, de geliefde arts (Kolosse 4:14) en Aristarchus, wiens naam ‘beste koning’ betekent. Hoe wonderbaar en liefdevol zorgde de Heer voor Zijn gevangen dienaar! In Zijn goddelijke zorg bemoedigde Hij hem met de woorden ‘Wees niet bang’ (Handelingen 27:24) en gaf Hij hem twee geschikte reisbegeleiders mee.
Aristarchus wordt in Efeze al als Paulus’ reisbegeleider genoemd. In die welbekende, polytheïstische stad vond een oproer plaats. Daarin werden Gajus en Aristarchus ‘meegesleept’ (Handelingen 19:28,29). Toch hield dit de dappere begeleider van de apostel er niet van af, de gevangen dienstknecht van God op zijn laatste en onbekende reis te begeleiden. De apostel noemt hem in Kolosse 4:10 en in de Brief aan Filemon (vers 24). In het eerste geval spreekt hij over hem als ‘mijn medegevangene’ en in de tweede plaats als ‘mijn medearbeider’.
Lukas verhaalt in het Boek Handelingen van een Romeinse hoofdman Julius, die de apostel Paulus welgezind was. Hij gaf zijn gevangene toestemming om zijn vrienden op te zoeken. Het was zeker Gods weg dat deze hoofdman over honderd meekreeg dat deze gevangene een geleerde was en in zeker opzicht zijn lijfarts en de beste koning bij zich had.
Uit deze Bijbelse berichten leren we het feit, dat niets God ontgaat. Hij neemt alles waar, wat voor Hem en voor de Zijnen gedaan wordt. Op dezelfde manier ziet Hij alle bemoeienissen van de gelovigen in de huidige tijd.
‘U dan, wees sterk en verlies de moed niet, want er is loon overeenkomstig uw werk’ (2 Kronieken 15:7). In de Hebreeënbrief kunnen we lezen dat alles wat in geloof gedaan wordt, niet zonder beloning zal blijven (hoofdstuk 10:35; 11:6,26). Spoort dit ons er niet toe aan, ons ter beschikking van de Heer te stellen en de Zijnen te dienen?
Joachim Schreier