De slang

De slang
‘Pas op Jesse! Pas op achter je; een slang!’ Joshe greep een stok en rende zo snel als hij kon naar zijn vriendje en probeerde hem te beschermen. Hij had van zijn vader geleerd hoe hij een slang moest doodmaken, dus hij zou die slang …, maar opeens viel Jesse op de grond.
‘Jesse, Jesse’, riep Joshe, ‘wat is er gebeurd?’ Hij rende naar de plek waar Jesse lag. ‘Help me’, kreunde Jesse, ‘ik struikelde over een tak, viel en de slang beet me. Maar Joshe, kijk uit, ik weet niet waar de slang gebleven is’.

Joshe schrok, want overal in het tentenkamp zag hij mensen huilen en schreeuwen en toen hij goed rondkeek, zag hij niet één slang maar duizenden slangen. Ontelbaar, zoveel. Ze sisten en kropen overal rond. Joshe werd bang want als hij gebeten werd, ging hij ook dood.
Hoe kon het toch dat al die slangen er waren? Was het de straf van God, omdat ze zo erg hadden gemopperd tegen Hem en tegen Mozes, de baas van het volk?

‘Jesse, er zijn ontzettend veel slangen en er liggen al heel veel mensen op de grond, ik ga kijken wat ik voor je kan doen’. Joshe rende naar een grote groep mensen. Daar stond Mozes ook bij. Hij hoorde Mozes bidden en eerbiedig aan God vragen of Hij de slangen weg wilde nemen. Na het bidden zei God tegen Mozes: ‘Maak een slang van koper en zet deze op een stok. En iedereen die door een slang gebeten is, moet daar naar kijken, dan zal hij blijven leven’. Joshe hoorde het en dacht aan Jesse. Zou hij nog leven? Dan was dit heel goed nieuws. Joshe rende snel terug. Onderweg zei hij tegen iedereen die op de grond lag: ‘Kijk naar de koperen slang, die Mozes gemaakt heeft, dan blijf je leven!’
Toen Joshe bij Jesse kwam, zag hij dat hij nog leefde. Heel zacht vroeg Jesse: ‘En wat moet ik doen’? ‘Mozes heeft een opdracht van God gekregen om een koperen slang te maken. Hij staat op een stok en je hoeft er alleen maar naar te kijken om beter te worden’. ‘Hoef ik alleen maar naar de koperen slang te kijken?’ vroeg Jesse. ‘Ja, echt waar, dat heeft God tegen Mozes gezegd’.
‘Joshe, je moet me helpen’ zei Jesse, ‘ik kan mijn hoofd bijna niet meer optillen en ik moet ook nog op de zij draaien’. Als Jesse goed ligt, tilt hij langzaam het hoofd op en zoekt met zijn ogen naar de slang op de stok. ‘Daar, kijk dáár!’ wijst Joshe. En ja, daar ziet Jesse de koperen slang. Hij kijkt en dan… Hij voelt zich niet meer slap en moe. Hij is beter geworden. Hij leeft nog!
God wil graag mensen bij Zich in de hemel hebben. Maar dat kan niet want de mensen mopperen vaak en doen verkeerde dingen.
Wat moeten wij dan doen om in de hemel te komen? Is er voor ons ook een slang op een stok waarnaar we kunnen kijken? Nee, de koperen slang is er niet meer, maar er is wel Iemand anders waar we naartoe kunnen gaan en dat is de Heere Jezus. Hij is op aarde gekomen en aan het kruis gestorven: voor de verkeerde dingen (zonden) die jij gedaan hebt. En als jij gelooft dat de Heere Jezus aan het kruis in jóuw plaats gestraft werd voor jóuw zonden (verkeerde dingen) en je vertelt dat tegen Hem, dan wil de Heere Jezus ook jouw Vriend worden en mag je later als je sterven moet bij God in de hemel wonen.
Is dat niet geweldig, zoveel houdt God van jou!
Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. – Johannes 3:14-15
Dit verhaal is ook als flyer voor kinderen te koop bij:
© EVANGELIE LECTUUR /
ST. UIT HET WOORD DER WAARHEID
Postbus 260, 7120 AG Aalten, Nederland
Tel.: 0543 – 471746
Fax: 0543 – 478533
E-mail: info@uhwdw.nl (voor informatie en correspondentie)
bestel@uhwdw.nl (voor bestellingen)