De laatste opdracht op aarde

In Markus 1 lezen we dat de discipelen ‘s morgens hun Meester misten, maar Hem later vonden in een eenzame plaats buiten de stad. De vorige avond had Hij alle zieken en met demonen bezetenen in die stad genezen. De discipelen brachten Hem nu het goede nieuws: ‘Allen zoeken U’. Maar Zijn antwoord moet hun vreemd in de oren geklonken hebben: ‘Laten wij elders heengaan, naar de naburige plaatsen, opdat Ik ook daar predik; want daartoe ben Ik uitgegaan’. Zij kwamen om Hem de wens van de mensen van Kapernaüm te vertellen, maar Hij had in deze uren van geheim gebed ‘diep in de nacht’ iets anders van de Vader geleerd. Zo werden hun gedachten tot stilstand gebracht en leerden ze één punt uit hun grote levensles: dat de blijde boodschap van de hemel verbreid moet worden!

Hun meester volgend, hoorden zij Hem al in de synagogen van Galiléa prediken. Later werden ze zelf twee aan twee uitgezonden met hetzelfde doel. Weer later zagen ze de uitzending van de zeventig (Luk. 10), die op dezelfde wijze twee aan twee werden uitgezonden, naar elke plaats waar de Heere Zelf komen zou.

Het land van Emmanuël was het gebied van Zijn dienst, de verloren schapen van Israël waren Zijn speciale zorg. Gedurende deze drieënhalf jaar van Zijn dienst zagen ze Hem met ononderbroken zorg Zijn zending vervullen, totdat – het droevigste en vreemdste van alles voor hen – het verschrikkelijke gebeuren op Golgotha plaatsvond.

Maar heel gauw leerden ze van Hemzelf na de opstanding het geheim van het kruis en werden ze uitgezonden in hun zendingsveld – onder al de volken (Luk. 24:47) – met Zijn laatste opdracht op aarde: ‘Ga heen in de hele wereld en predik het evangelie aan alle schepselen’ (Mark. 16:15).

Een korte tijd, toen de Gemeente nog in haar eerste liefde stond, probeerden de gelovigen de opdracht van de Heere ten uitvoer te brengen. Maar, zoals we goed weten, verkoelde de liefde al gauw; de waarheid werd langzamerhand verduisterd, daarna was ze niet meer bekend en heerste er nagenoeg algemeen de dwaling; duisternis regeerde!

Toen kwam de dag van de ‘Hervorming’ en God toonde dat Zijn waarheid nog steeds zijn machtige kracht over de harten van de mensen uitoefende. De Schriften werden door de uitvinding van de boekdrukkunst overal verspreid en zeer langzaam werd de lang verwaarloosde opdracht weer ter harte genomen.

Ongetwijfeld is er op het ogenblik heel wat gedaan voor de verspreiding van het evangelie. En hoewel het door de verdeelde staat van de ware Christenen te vaak nog een zaak van een niet zuiver doel en daardoor in zeker opzicht van concurrentie is, kunnen we onze God toch danken en ons verblijden dat Christus in veel landen gepredikt wordt.

En toch, hoe veel is nog nagelaten! Hoe kort is de tijd! Tweeduizend jaar zijn voorbijgegaan sinds de Heere de opdracht gaf. De tijd van het christendom is nagenoeg voorbij en de terugkomst van de Meester kan niet lang meer op zich laten wachten. Is het niet hoog tijd om meer naar Zijn woorden te luisteren, van Hem te leren, veel intenser te drinken van Zijn liefde en ernstig genade te zoeken om de tijd uit te kopen?

Uit ‘Flitsen’