De kracht in het lijden
(1 Petrus 1:6-9; 2:21-23, Hebreeën 2:18)
Heb dank voor de beproeving,
die mij een zegen bracht.
Ik dank U voor Uw liefde
die met haar wond’re kracht
mijn oog en hart wil richten
op ’t leed dat U verdroeg,
terwijl U, o, Heer Jezus,
Gods wil te doen steeds vroeg.
Mij wacht een eeuw’ge vreugde;
vrij van het aardse leed
zal ik U zien, mijn Heiland,
Die al mijn schuld voldeed.
Verlost is dan ons lichaam;
geen zucht wordt meer geslaakt,
want ook de schepping zelve
wordt weldra vrijgemaakt.
Heer, leer mij toch volharden
in ’t wachten op de tijd
dat U ons op zult nemen
en wij – volmaakt, bevrijd –
met U de zegen delen van
’t werk op Golgotha,
aanschouwend en aanbiddend
Gods liefd’ en Gods genâ!
N.C. Otgaar