De hugenote Marie Durand

Wanneer iemand bereid is al op de leeftijd van vijftien jaar omwille van de Heere de gevangenis in te gaan en het daar 38 jaar uithoudt, moet diegene het wel heel serieus nemen met de toewijding aan Christus. Marie Durand heeft haar leven in de waagschaal gelegd voor Christus.

Historische achtergrond

Met de machtsovername van Lodewijk XIV in 1661 werden de hugenoten (Franse protestanten) in Frankrijk opnieuw onderdrukt. Men probeerde hen met wrede middelen te dwingen om terug te keren tot de katholieke kerk. Toen in 1685 de koning het Edict van Nantes herriep1)Hendrik de IV (1553-1610) regelde dat er aan de hugenoten gewetensvrijheid, uitoefening van hun erediensten, gelijke burgerrechten en een aantal vaste steden als pand voor hun veiligheid werden toegekend., was daarmee het protestantisme in Frankrijk elk bestaansrecht ontnomen. Er ontstond een massale vlucht van de hugenoten. Honderdduizenden verlieten het land. Voor degenen die achterbleven, brak er een buitengewoon harde tijd aan. Velen verloren hun bezittingen, hun vrijheid en zelfs hun leven.

De Durands

Ook de gelovige Etienne Durand en zijn vrouw Claudine Gamonet  uit Le Bouchet-de-Pranles (Zuid-Frankrijk) waren hugenoten. Ze hadden twee kinderen, Pierre Durand (*1700) en Marie Durand (*1715).
Omdat er in hun huis verboden bijeenkomsten plaatsvonden, werden ze in 1729 opgesloten. Pierre, die zegenrijk in het geheim als prediker werkte, werd drie jaar later gevangengenomen en geëxecuteerd.

Marie werd op 14 april 1730 vanwege haar geloof gearresteerd. Ze was toen 15 jaar en sinds drie weken getrouwd. Haar man slaagde erin de vesting van Brescou binnen te komen, maar kreeg pas 20 jaar later zijn vrijheid terug, onder voorwaarde dat hij het land zou verlaten. Marie zag haar man na de gevangenneming nooit meer terug. Zij werd zelf naar Aigues-Mortes gedeporteerd en daar in de ‘Toren van Constance’ ondergebracht. Deze toren werd haar gevangenis en tegelijk haar plaats van bewaring.

De toren van Constance

De toren van Constance

Tot op vandaag wordt de ‘Tour de Constance’ beschouwd als kenmerkend voor Aigues-Mortes, een stad die in een zout moerasgebied  aan de Middellandse Zeekust ligt. Van veraf is het machtige bouwwerk, dat uit het vlakke landschap oprijst, al zichtbaar. De toren bevat twee cirkelvormige, boven elkaar gelegen gewelven, die een hoogte en een diameter van elf meter hebben. Midden in het plafond van deze ronde ruimte is een soort lucht- en lichtgat. Deze beide kokers liggen precies boven elkaar en zijn met een stenen rand vastgezet en afgedekt met een rooster. Eeuwenlang werden hier gevangenen ondergebracht, vanaf 1686 ook hugenoten. In 1724 kreeg het de functie van vrouwengevangenis.

De ellende achter de zes meter dikke muren was groot. Bedompte lucht, wrede eentonigheid, schaars licht, slechte voeding en hoge vochtigheid maakten het leven tot een kwelling. ’s Winters waren de gevangenen er nog ellendiger aan toe dan in de zomer. De schotten, die nauwelijks beschermden tegen wind en kou, hielden het felbegeerde licht nog meer tegen. De bijtende rook van het open vuur kon nauwelijks meer wegtrekken en zorgde voor prikkelende hoest en branderige ogen.  ‘Levend begraven’ – dat was het wrede lot van de gevangenen.

Gevangen in de toren

Marie Durand werd op een warme dag in april deze wereld binnengeduwd. Zo kwam ze terecht in de eindeloos lijkende stroom van troosteloosheid, waarin zich op dat moment nog 28 andere mensen bevonden; twee daarvan waren kinderen die in de toren geboren waren. Dag na dag, maand na maand, jaar in, jaar uit bracht ze nu haar leven door in het vochtige schemerdonker. Hoe gemakkelijk had ze daaruit bevrijd kunnen worden! Ze zou ‘slechts’ tot het katholicisme hoeven terug te keren, dan zou ze weer in de zonnige vrijheid zijn geweest. Maar dat wilde ze niet – nee, voor geen prijs wilde ze de ontdekte waarheid verloochenen. Daarom bemoedigde ze ook de andere vrouwen, van wie zij de aanvoerster geworden was.

Zo hielden de vrouwen dapper vol. Slechts een paar konden de druk niet weerstaan. Daar hoorde ook de in 1743 opgepakte Isabeau Guibal bij. Ze vroeg toestemming om naar de mis in de kerk te gaan (wat de gevangenen natuurlijk graag toegestaan werd) en nam zo afstand van de andere gevangenen. De inspanningen van Marie Durand voor haar bleven zonder succes. ‘Dat zijn de zwaarste beproevingen die ons kunnen overkomen’, zuchtte Marie Durand, ‘veel zwaarder dan ziekte of dood. Daarom, geliefde zusters, weersta en bid, dat niet ook wij komen te vallen voor de verleiding’. Toen kraste ze met de punt van een schaar in de stenen rand van het muurtje om de lucht- en lichtkoker het vermanende woord: RECISTER (‘weerstaan’). Zelfs vandaag nog grijpt dit inschrift de gelovige bezoeker van de toren aan en doet een beroep op hem om de duivel te weerstaan (vgl. Ef. 6:13; Jak. 4:7; 1 Petr. 5:9).

RECISTER! Steeds weer moest Marie Durand zichzelf en de andere vrouwen dit toeroepen; steeds weer vielen hun blikken in het schemerdonker op dit woord. En ze weerstond! Ze gaf niet toe aan de verzoeking om haar Heere te verloochenen, zelfs niet toen de hoop op een pardon werd weggeslagen, de ijzige wind door de luchtgaten blies zodat de reumatische klachten haar pijnigden en het water bij de muren naar beneden liep, hevige koorts haar deed rillen, een zware verkoudheid niet wilde overgaan en zelfs toen één van haar lotgenoten van ellende stierf.

Op 11 april 1768 kwam er tegen de avond een man in de toren die Marie Durand een stuk opgerold papier overhandigde: ze verkreeg gratie! Marie Durand was na 38 jaar gevangenschap een vrije vrouw. Getekend door jaren van lijden en ontbering keerde de nu 53-jarige naar haar geboortestreek terug en daar woonde ze nog een aantal jaren teruggetrokken en bescheiden. Acht jaar later stierf zij in juli 1776. Haar laatste woorden zouden zijn geweest: ‘De kroon van het leven’. Ja, deze kroon zal zij ontvangen, want ze hield stand in de beproeving en was ook bereid om voor Hem te sterven (vgl. Jak. 1:12; Openb. 2:10).

Zijn wij niet beschaamd wanneer wij deze toewijding zien? Brengt deze vrouw ons niet in beweging, deze vrouw die (met meerderen) het ‘stenen graf’ van haar gevangenistoren tot een gedenkteken van geloofstrouw heeft gemaakt? Het zou een aansporing moeten zijn om de Heere met meer trouw te volgen, voor Hem af te zien van aangename dingen en niet bij moeilijkheden door de knieën te gaan en om afwijzing te verduren.

Gerrid Setzer

Voetnoten   [ + ]

1. Hendrik de IV (1553-1610) regelde dat er aan de hugenoten gewetensvrijheid, uitoefening van hun erediensten, gelijke burgerrechten en een aantal vaste steden als pand voor hun veiligheid werden toegekend.