De Heere op de berg om te bidden

En toen Hij afscheid van hen had genomen, ging Hij naar de berg om te bidden’ (Mark. 6:46).

Eerder hadden de discipelen Hem gevraagd om de menigte weg te sturen (vs. 36). Maar de Heere, Die met ontferming over hen bewogen werd (vs. 34), had andere plannen voor hen. Ze hadden herderlijke zorg nodig; Hij wilde hen voeden. De menigte was zo onder de indruk van dit wonder van de vijf broden en de twee vissen dat zij Hem meteen Koning wilden maken (Joh. 6:15). Onze gezegende Heere kende het hart van de mensen. Daarin was niet de werkelijke erkenning dat Hij de Gezondene was. Hij wist dat de menigte in Jeruzalem Hem op een dag zou inhalen als Koning (Mark. 11:9-10) terwijl ze een week later hun ware houding zouden tonen door te roepen: ‘Kruisig Hem!’ (Mark. 15:14). De Heere kende hun hart, net zoals Hij dat van ons kent. Hij stuurde hen weg, niet om Zich van hen te ontdoen, maar om ten behoeve van hen te spreken met Zijn Vader. Hij was gekomen om Zijn wil te doen en het is Zijn wil ‘dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen’ (1 Tim. 2:4). 

Hier op de berghelling bad en sprak Hij tot Zijn Vader, omdat Hij voelde wat er werkelijk leefde in het hart van de menigte. Jesaja geeft zo mooi de gevoelens van de Heere weer, uitgedrukt toen Hij sprak met Degene Die Hem had gezonden: ‘Ik, Ik zei: Voor niets heb Ik Mij vermoeid, nutteloos en tevergeefs heb Ik Mijn kracht verbruikt. Voorwaar, Mijn recht is bij de HEERE, en Mijn arbeidsloon is bij Mijn God’ (Jes. 49:4). De volmaakte Dienstknecht gaf in volmaakte onderwerping Zijn situatie over aan de Heere. Eens zou Hij in volmaakte onderwerping Zijn leven afleggen, niet alleen om Zijn oude volk te herstellen, maar ook opdat het tot een licht van de heidenvolken zou zijn, ‘om Mijn heil te zijn tot aan het einde van de aarde’ (Jes. 49:6b).

Klaas Rot