De grote waarde van een klein kind voor het hart van God

Dit artikel is de vertaling van een brief die broeder Samuel Prod’hom stuurde aan een medebroeder in wiens gezin een baby was geboren. De brief bestaat uit twee delen. In het eerste deel laat broeder Prod’hom zien hoe kostbaar een klein kind dat nog geen onderscheid weet tussen zijn linker – en zijn rechterhand, voor het hart van God en van de Heer Jezus is. Het tweede deel stelt hij ons voor dat het van het grootste belang is onze kinderen op te voeden voor de hemel. Broeder Samuel Prod’hom (uit Frans-Zwitserland) was een voorganger onder de broeders in de eerste helft van deze eeuw en schreef talrijke verklaringen over gedeelten van het Woord van God, vooral bekend in het Franse taalgebied.

Geliefde broeder,

Wanneer ik eraan denk wat een grote waarde uw geliefd kind, dat zojuist geboren is, voor het hart van God en van de Heer Jezus heeft, en ook denk aan het doel dat God heeft met het feit dat Hij dit kind aan u heeft toevertrouwd, dan worden de kleine kinderen in mijn ogen oneindig veel belangrijker dan het feit dat zij volgens de natuur leden van onze familie zijn. Wanneer ik dit zo overweeg, begrijp ik dat wat de Heer in Mattheüs 18:10 zegt: ”Ziet toe, dat gij niet één van deze kleinen veracht; want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is”. Want in dit vers gaat het over alle kleine kinderen, en niet zoals in vers 6 over ”één van deze kleinen, die in Mij geloven”.

De allerkleinste kinderen zijn de voorwerpen van de eeuwige gedachten van God. God had het voornemen de zondige en verloren mens te redden en hem eeuwige zegeningen te schenken. Hij wist hoe ontelbaar vele kinderen deze aarde zouden verlaten zonder de leeftijd bereikt te hebben van hun eigen verantwoordelijkheid, en dat zij desondanks verloren zouden zijn, omdat zij afstamden van een verloren, zondig mensengeslacht dat totaal ongeschikt was om in Gods heilige tegenwoordigheid binnen te gaan (zie Psalm 51:7). Maar God wilde hen behouden. Kennende de gedachten van Zijn Vader heeft de Heer Jezus gezegd, dat het niet de wil van Zijn Vader was, dat één van deze kleinen verloren zou gaan (Mattheüs 18:10,14). God wilde hen bij Zich hebben opdat zij Hem eeuwig de lof zouden toebrengen: ”Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest [of: hebt Gij U lof bereid]”(Psalm 8:3; Mattheüs 21:16).

Daarom is de Zoon des mensen gekomen, niet om hen als verantwoordelijke, bewuste zondaars te zoeken en te behouden of zalig te maken, zoals Hij dat zegt in Lukas 19:10, maar om te behouden, om zalig te maken, wat verloren was (Mattheüs 18:11).

Wat een waarde geeft dat aan ”één van deze geliefde kleinen”! Wanneer zij reeds voor de jaren van hun onderscheid en verantwoordelijkheidsbesef deze aarde verlaten, zijn zij behouden en voor eeuwig geborgen, en wel uitsluitend op grond van het werk van de Heer Jezus Christus, Die tot zonde gemaakt moest worden om ook hen te kunnen behouden. De Heer Jezus, de Zoon des Mensen, heeft op deze wijze de wil van de Vader volbracht met betrekking tot deze kleine kinderen. Hij werd door God verlaten aan het kruis, waar Hij door het Goddelijk oordeel werd getroffen zoals het in Adam verloren mensengeslacht dat verdiend had, om de eeuwige behoudenis te verwerven voor verloren schepselen, zoals onze kleine kinderen van nature zijn (zie Psalm 51:7). Verloren als zij zijn door de daad van ongehoorzaamheid van de eerste mens, Adam, zijn zij nu behouden door de daad van gehoorzaamheid van de tweede Mens, onze Heer Jezus Christus.

Onze kinderen die echter de leeftijd van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van God hebben bereikt, verkrijgen de verlossing slechts door bekering en geloof, evenals alle andere verantwoordelijke mensen. Zij worden behouden wanneer zij, overtuigd van hun schuldige en verloren toestand, hun zonden met oprecht en waarachtig berouw belijden en geloven in de algenoegzaamheid van het werk van de Heiland.

Een opvoeding voor de hemel is van het grootste belang

Het is heerlijk om de kostbare gedachten van de Vader en de Zoon te overdenken en het volbrachte werk van Christus op het kruis van Golgotha te zien ten gunste van één zo’n klein kind! Maar hoe bedroevend is het tegelijkertijd, te zien hoe de mensen in het algemeen, en helaas ook vele Christenen vandaag de dag denken over de geboorte van een kind. Is het niet diep bedroevend en wekt het zelfs geen verontwaardiging om op te merken hoe men over kleine kinderen denkt als over een zware last die men zoveel mogelijk dient te beperken? Juist al deze kleine kinderen die nog niet de jaren des onderscheids hebben bereikt, wil God in Zijn nabijheid in de hemel hebben, maar zij kunnen daar niet komen dan door eerst hier op deze aarde geboren te worden en hier te verblijven.

Daarom mag elke geboorte van een kind in een Christelijk gezin waar de gedachten van God naar waarde worden geschat, worden beschouwd als een oneindig groot voorrecht, als een grote eer die aan de ouders wordt betoond! Een kind mag door hen worden ontvangen als een geschenk van God, Die het graag in Zijn nabijheid wil hebben, als een toekomstige bewoner van de hemel. De ouders mogen zulk een baby zien als een voorwerp van de eeuwige gedachten van liefde van de Vader en de Zoon. Het feit dat zij een kind hebben gekregen, mogen zij beschouwen als het meest eervolle werk dat zij nu op aarde te doen hebben.

Vergeet dat dus niet! Hoe heerlijk is het instrumenten van God te zijn om een kind ter wereld te mogen brengen en het als een kostbaar geschenk uit Zijn hand te mogen ontvangen. Vergeet niet het heerlijke doel voor Hém zulke kinderen, zulke jonge mensen op te mogen voeden, die zó’n grote waarde hebben voor het hart van God! Vergeet niet deze kinderen te beschouwen als het eigendom van de Heer, Die een recht op hen heeft en hen juist met het oog op de hemel aan ons heeft toevertrouwd – of het nu is voor slechts één dag op aarde of voor vele jaren! Is dat niet het meest eervolle werk dat we kunnen verrichten?

Wij kennen de gedachten van God met betrekking tot kinderen, en kunnen derhalve deze dienst voor Hem vervullen in afhankelijkheid van Hem, met de wijsheid, het begrip en de liefde die Hij ons geeft. Als we ons daarvan bewust zijn, zullen we onze kinderen opvoeden voor de Heer, zolang Hij ze ons toevertrouwt, en niet voor ons zelf, noch voor onze eigen voldoening of om er vooraanstaande personen in deze wereld van te maken. God heeft ze ons immers gegeven met het oog op de hemel, opdat Zijn huis vol worde (vergelijk Lukas 14:23b). Aangezien God alle rechten op hen heeft, evenals op ons, moeten wij ons voortdurend afvragen wat Hem verheugt in alles wat wij doen met betrekking tot onze kinderen.

Telkens wanneer wij het Woord van God onderzoeken, is het beschamend en verootmoedigend voor ons om op te merken hoezeer en hoe vaak wij ons in alle opzichten aanpassen aan ”de tegenwoordige (boze) eeuw” (Galaten 1:4; Titus 2:12; 2 Timotheus 4:10) en wel heel in het bijzonder als het gaat om de geboorte van een kind. De mens acht deze kleine kinderen gering, aangezien hij zijn eigen materieel welzijn zoekt; en zeker wanneer men meerdere kinderen heeft, wordt dit beschouwd als iets hinderlijks en als een lastige taak, die ons niet gelegen komt.

De Christenen daarentegen zouden hun kinderen moeten zien zoals God hen ziet, en zich erin moeten verblijden om Zijn dienstknechten te mogen zijn voor zó’n heerlijk doel met zulke kostbare en eeuwige gevolgen! Het is waar dat het opvoeden van een groot gezin moeiten met zich meebrengt, en meer dan eens leed; dat het tijd en geld kost. Maar God schenkt ons geen kinderen op onze kosten. Heeft Hij ooit een dienst van ons gevraagd zonder ons alles te geven wat nodig is om deze dienst te vervullen? Als wij in ons gezin tien kinderen hebben, zijn de hulpmiddelen van onze God en Vader evenmin uitgeput als wanneer wij slechts één kind hebben.

Het is waar dat een groot gezin een oefening is voor het geloof, maar ons geloof wordt juist sterker door deze oefening. Onze moeiten en inspanningen maken bovenal deel uit van ‘alle dingen die meewerken ten goede voor hen die God liefhebben‘ (Romeinen 8:28). Wanneer wij God dit middel om ons geloof te oefenen en te versterken ontnemen, zal Hij ongetwijfeld andere middelen moeten gebruiken die wel heel wat pijnlijker zijn dan het eerstgenoemde middel. Hij doet dit echter zeker om ons uiteindelijk te zegenen, maar dat neemt niet weg dat wij vaak bitter beschaamd zullen zijn over de oneer die wij Hem hebben aangedaan.

Uw toegenegen broeder in Christus,

Samuel Prod’hom