De eenheid van de Geest bewaren

door Rainer Brockhaus

Van dit artikel is eerder een uitgebreidere versie online geplaatst met in de uitbreidende toelichting enkele onzorgvuldigheden t.a.v. de vraag wat vergaderingsbesluiten zijn. We betreuren dat en herroepen om genoemde reden die versie.

Besluiten van gelovigen om gezamenlijke conferenties, lezingen, Bijbelstudies e.d. te houden, of besluiten van gelovigen om samen te werken in het werk van de Heer etc. zijn zeker mogelijkheden om de geestelijke eensgezindheid tot uiting te brengen en elkaar op te bouwen in het geloof. Het is een zegen als gelovigen en vergaderingen in onderlinge vrede en harmonie optrekken, zoals dat in het Boek Handelingen uitgebreid wordt getoond (Hand. 9:31 onderstreept dat zelfs op een bijzondere wijze).

Maar dit soort praktische besluiten zijn geen besluiten van de gemeente in de zin van Mattheüs 18:18-20, waaraan de Heer Zijn gezag verleent en die derhalve bindend zijn voor vergaderingen die, wereldwijd, de eenheid van de Geest willen bewaren in de band van de vrede.

Hieronder staat nu alleen het ongewijzigde artikel zoals in de jaren ’90 geschreven door br. Brockhaus.

Voor uitgebreid en evenwichtig Schriftuurlijk onderwijs verwijzen we graag naar het boek ‘Daar ben Ik in het midden van hen’ van Chr. Briem, en naar ‘De Gemeente van de levende God’ van R.K. Campbell.

Vraag

Wat betekent het als er wordt gezegd dat plaatselijke vergaderingen ‘de eenheid van het Lichaam van Christus’ moeten uitdrukken? En heeft dit iets te maken met de manier waarop we besluiten, mededelingen en handelingen van plaatselijke vergaderingen al of niet erkennen?

Antwoord

Als het gaat over de vraag welke consequenties het heeft als we ‘de eenheid van de Geest in de band van de vrede’ willen bewaren, geven we graag een artikel weer dat rond 1996 door broeder R. Brockhaus is geschreven en nog steeds actueel is:

“Graag willen we hier nog kort ingaan op de eenheid van het Lichaam van Christus en op de uitdrukking van deze eenheid:

1 Korinthe 12:27 zegt: ‘U bent [het] lichaam van Christus’. Volgens deze tekst is elke plaatselijke vergadering in haar wezen niets anders dan de hele Vergadering, dat wil zeggen de hele Gemeente van God1)Zoals een filiaal van een multinational in Amsterdam in de kern niets anders kan zijn dan de wereldwijde onderneming, als het gaat om doelstelling, bedrijfsvisie, de presentatie naar buiten toe, toekomstperspectief, enz.. De plaatselijke vergadering is niet ‘hét lichaam van Christus’ (want dat geldt alleen voor de wereldwijde Gemeente als geheel). Maar de plaatselijke vergadering is ‘lichaam van Christus’ (het woordje ‘het’ ontbreekt daarom ook in het Grieks). Dat betekent dat zij in een bepaalde plaats de vertegenwoordiging is van de wereldwijde Gemeente van God op aarde. Dat geldt voor elke plaatselijke vergadering.

Daarom is een plaatselijke vergadering dus niet bijvoorbeeld een op zichzelf staande, zelfstandige, onafhankelijke of autonome eenheid. Wanneer een (plaatselijke) vergadering – als vergadering , in afhankelijkheid van haar Hoofd – een besluit neemt of een handeling doorvoert, dan hoeft een andere plaatselijke vergadering in feite niets te erkennen of tegen te spreken. Waarom niet? Heel eenvoudig: die ene handeling is heel principieel geldig voor het geheel en dus voor alle plaatselijke vergaderingen, want die éne vergadering heeft als vertegenwoordiging van de Gemeente voor haar en voor alle andere plaatselijke vergaderingen gehandeld2)Die ene vergadering heeft bijvoorbeeld een gelovige toegelaten tot de Tafel van de Heer (zie 1 Kor. 10), d.w.z. tot die ene, wereldwijde gemeenschap van gelovigen volgens de principes van het Woord. Een andere vergadering kan zo’n gelovige niet opnieuw toelaten tot diezelfde Tafel. Dat is nl. al gebeurd. Zou een andere vergadering een bepaalde vorm van handeling opnieuw willen uitvoeren of terugdraaien (waarbij men vaak de handelende vergadering of vergaderingen negeert), dan ontkent zij daarmee de eenheid en verbondenheid die in de Schrift zo duidelijk onderwezen wordt..

Nu kan het echter helaas voorkomen dat een besluit (dus een bepaalde handeling van een vergadering) twijfelachtig is. In dit verband stellen sommige broeders, die een ruimere koers voorstaan, voor dat de andere vergaderingen zo’n besluit ‘in eerste instantie’ moeten erkennen, omdat men er ook ‘in eerste instantie’ van uitgaat dat dit besluit na ernstig en nauwgezet onderzoek en in oprechtheid genomen werd.

Dit klinkt op zichzelf nog wel goed; maar het is beslist niet de Bijbelse reden. De Schriftuurlijke reden is dit: dat de betreffende plaatselijke vergadering vergaderd is tot de Naam van de Heer (Matth. 18:20). Immers: juist omdat dit zo is, zijn de andere vergaderingen met deze éne vergadering ‘in praktische gemeenschap’! Daarom gaan ze er niet alleen maar ‘in eerste instantie’, maar heel principieel van uit dat het besluit ‘in de Naam van de Heer’ genomen werd (1 Kor. 5:4). Daarom is er dus ook voor hen gehandeld en hebben ze als het ware mee-besloten. Ze horen immers bij hetzelfde éne Lichaam.

Wanneer nu na ernstig onderzoek blijkt dat een besluit in het licht van Gods Woord verkeerd was en niet ‘in de Naam van de Heer’ genomen werd, en de vergadering die verkeerd gehandeld heeft niet bereid is haar besluit te herroepen, dan stellen deze ruimdenkende gelovigen voor dit besluit eenvoudigweg niet te erkennen en er niet naar te handelen, maar verder wel met die vergadering in gemeenschap te blijven.

Dit beginsel is echter duidelijk in strijd met de vermaning de eenheid van de Geest te bewaren, zoals 1 Korinthe 12 en Efeze 4:3 ons leren. Het is een negeren van deze eenheid. Je ontkent en ontkracht de eenheid wanneer je wat betreft de broodbreking in gemeenschap bent of blijft met een vergadering waarvan je het besluit naast je neerlegt en negeert. Op die manier brengen twee vergaderingen tegenstrijdige ‘besluiten’ of ‘handelingen’ in praktijk.

En ook wanneer andere vergaderingen met deze beide vergaderingen gelijktijdig in gemeenschap blijven, handelen zij in strijd met de eenheid van het Lichaam. Zo’n ‘dubbele gemeenschap’ vanuit een ‘neutraal’ standpunt is volstrekt onschriftuurlijk.

In tegenstelling daarmee is de juiste, Bijbelse weg dat men de besluiten van een vergadering die vergaderd is tot de Naam van de Heer Jezus principieel erkent. Dat is immers de allereerste voorwaarde op grond waarvan men gemeenschap in de broodbreking beoefent met een bepaalde vergadering. Op het moment waarop we er na ernstig onderzoek (en niet op grond van bijvoorbeeld emotionele argumenten, waardering voor dienstknechten en vriendschapsbanden) niet meer van kunnen uitgaan dat een vergadering vergaderd is tot de Naam van de Heer, omdat zij een aantoonbaar onbijbels besluit eigenwillig in stand houdt, kunnen we met die vergadering geen gemeenschap meer beoefenen in de breking van het brood. Dan handelt die vergadering ook niet meer ‘als Gemeente’ (maar als een eigen, menselijke groepering) en ook niet ‘voor de Gemeente’ (d.w.z. met het oog op de hele Gemeente). In dat geval heeft zij zichzelf wat betreft de basis van haar samenkomen en haar getuigenis naar buiten toe buiten de waarheid van het éne Lichaam geplaatst”.

Voetnoten   [ + ]

1.Zoals een filiaal van een multinational in Amsterdam in de kern niets anders kan zijn dan de wereldwijde onderneming, als het gaat om doelstelling, bedrijfsvisie, de presentatie naar buiten toe, toekomstperspectief, enz.
2.Die ene vergadering heeft bijvoorbeeld een gelovige toegelaten tot de Tafel van de Heer (zie 1 Kor. 10), d.w.z. tot die ene, wereldwijde gemeenschap van gelovigen volgens de principes van het Woord. Een andere vergadering kan zo’n gelovige niet opnieuw toelaten tot diezelfde Tafel. Dat is nl. al gebeurd. Zou een andere vergadering een bepaalde vorm van handeling opnieuw willen uitvoeren of terugdraaien (waarbij men vaak de handelende vergadering of vergaderingen negeert), dan ontkent zij daarmee de eenheid en verbondenheid die in de Schrift zo duidelijk onderwezen wordt.