De ark

Toen kwamen de mannen van Kirjath-Jearim en haalden de ark des Heeren op, en zij brachten ze in het huis van Abinadab, op de heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar, dat hij de ark des Heeren bewaakte” (1 Samuel 7:1).

Het huis van Abinadab is een waardevol voorbeeld voor ónze gezinnen. Het volk van God was in een slechte toestand, want door de ontrouw van de priesters Hofni en Pinehas, de krachteloosheid van hun vader Eli en de verkeerde beslissing van de oudsten van Israël viel de ark in de handen van de vijand.

Toen God in Zijn genade haar terugkeer bewerkte, vergaten de mensen van Beth-Sémes de heiligheid van de Heere en Zijn verbond. Zij verheugden zich weliswaar bij het zien van de ark, maar hadden geen inzicht, dat ze met de ark niet naar eigen goeddunken konden handelen. Hoe oppervlakkig hun blijdschap was zien we daaraan, dat zij, nadat God onder hen een oordeel had uitgeoefend, zich snel weer van de Ark ontdeden. Hoe anders was de instelling van de mannen van Kirjath-Jearim! Zij vonden in het huis van Abinadab een plaats voor de ark. Daar was een familie die voorbereid was om het teken van de tegenwoordigheid van God te herbergen.

Abinadab had een zoon die geheiligd kon worden om de ark te bewaren. Laten we er aan denken, dat het een tijd was waarin het volk Israël ontrouw was, terwijl falen aan de orde van de dag was. En toch had Abinadab temidden van het verval met zijn familie zó geleefd, dat zij tot zo'n dienst in staat waren.

Broeders en zusters, mogen onze gezinnen plaatsen zijn, waar de Heere Zich thuis kan voelen! Daarvoor is maatgevend, dat de ouders met beslistheid voor de Heere leven en hun kinderen voor Hem opvoeden, ja, dat ons hele huis Godsvrucht uitademt. Zou God in het huis van Abinadab hebben kunnen wonen als deze zich aan het lage zedelijke peil van zijn tijd zou hebben aangepast? Hoeveel te meer geldt dit principe voor het christelijke gezin!

Onbekend, uit het maandblad ‘Uit het Woord der Waarheid