Christus of de wijsbegeerte (filosofie)
“Zoals u dan Christus Jezus, de Heer, ontvangen hebt, wandelt in Hem, terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging. Kijkt u uit, dat er niemand zal zijn die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen, volgens de elementen van de wereld, en niet volgens Christus” (Kolosse 2:6-8).
Inleiding
Er dreigden grote geestelijke gevaren voor de in Kolosse 1:2 genoemde heilige en trouwe broeders in Christus te Kolosse. Daarom vooral spoort de Heilige Geest hen in Kolosse 1:12 aan de Vader te danken, Die hen bekwaam gemaakt had om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht. De Vader had hen immers verlost uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde (vers 13). Van deze heerlijke Zoon van ’s Vaders liefde toont de Heilige Geest vanaf vers 14 wel veertien schitterende heerlijkheden die een eeuwigdurende aanbidding in het hart van de gelovige teweegbrengen. Een aanbidding die steeds dieper en veelomvattender wordt naarmate het hart meer leert zien van de kostbare grootheid van de Zoon van ’s Vaders liefde. Wat een diepe indruk moet dit gemaakt hebben op de harten van de gelovigen te Kolosse. Ja, de Heilige Geest zegt in Kolosse 2:3 over deze wonderbare Persoon van Christus, dat in Hem ‘al de schatten van de (hemelse) wijsheid en (Goddelijke) kennis verborgen zijn’.
Zinken niet alle schatten van aardse wijsheid en menselijke kennis hierbij in het niet?
‘Dit zeg ik, opdat niemand u met overredende taal (van menselijke wijsheid en kennis) misleidt’ (Kolosse 2:4).
Gods gedachten over filosofie
In Kolosse 2:8-23 waarschuwt Gods Geest ons door middel van de apostel Paulus nadrukkelijk voor vier gevaren: de wijsbegeerte of filosofie (verzen 8-10), het judaïsme (verzen 11-17), het bijgeloof en het occultisme (verzen 18-19) en de vleselijke ascese of systematische onthouding (verzen 20-23). Dit zijn ernstige bedreigingen voor de gelovige die ‘in Christus’ wil wandelen; dat wil zeggen voor de gelovige die op alle terreinen van zijn persoonlijke leven de Heer Jezus wil verheerlijken.
Deze ernstige bedreigingen komen tot ons door mensen die zich – bewust of onbewust – door de satan laten gebruiken. De satan wil namelijk niets liever dan de gelovigen van Christus aftrekken. Hij gebruikt daarvoor zeer intelligente mensen die heel scherp kunnen redeneren en die doorgaans buitengewoon innemend en hartelijk zijn; ze bezitten een liefdevol, vriendelijk en prettig karakter, waardoor ze gemakkelijk vele harten voor zich en hun valse redeneringen en ideeën kunnen winnen. Daarom gebruikt de Heilige Geest wel viermaal het woord niemand in Kolosse 2. Vier is het getal van deze aarde waarop wij nu leven, die na de zondeval gekenmerkt wordt door velerlei vormen van kwaad en boosheid, vooral ook op godsdienstig gebied.
- Vers 4: ‘Dit zeg ik, opdat niemand u met overredende taal misleidt’
- Vers 8: ‘Kijkt u uit, dat er niemand zal zijn die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen…’
- Vers 16: ‘Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten…’
- Vers 18: ‘Laat niemand u de prijs doen missen, doordat hij zijn eigen wil doet in nederigheid en engelenverering, indringend in wat hij niet gezien heeft, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk verstand…’
In het Grieks staat er één lidwoord voor ‘wijsbegeerte en ijdel bedrog’ (vers 8); beide uitdrukkingen worden dus in één adem genoemd, ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Waarom? Omdat het filosofisch denken per definitie de enige en waarachtige God buitensluit; of in andere gevallen God op een menselijke wijze ontluisterend wil verklaren (hierop gaan we later in dit artikel nog in). God noemt de wijsbegeerte daarom: ijdel bedrog!
Filosofie (wijsbegeerte) betekent letterlijk: liefde tot [de] wijsheid. Daarbij moeten we niet denken aan de wijsheid van Spreuken 8, de Goddelijke wijsheid die alleen in de Heer Jezus te vinden is. Meer nog: de Wijsheid is in dat hoofdstuk Zijn eigen Naam. Nee, deze zogeheten ‘liefde tot [de] wijsheid’ komt voort uit de mens; ze richt zich tot het verstand, en beredeneert de wereld en haar bewoners. De wijsbegeerte zoekt een verklaring voor de problemen van het universum (heelal), en wel in het bijzonder voor de levensvraagstukken van de mens – maar ze sluit het Goddelijke Antwoord uit: Christus, de Wijsheid Zelf. God staat buiten hun beschouwingen en overpeinzingen. Wijsbegeerte is een poging van de menselijke geest zichzelf en zijn capaciteiten buiten God om te bewijzen: om daarmee zichzelf, zijn eigen kunnen en zijn eigen kennis te verheerlijken.
De filosofie rust op de grondslagen van de menselijke logica. Men moet die grondslagen eerst heel goed kennen voordat men de filosofie kan bedrijven. Daarom is het grote gevaar van de filosofie de menselijke logica. Die logica spreekt namelijk direct ons menselijk verstand aan; en zo worden we afgetrokken in een totaal verkeerde richting, ver van God en Christus vandaan.
Een specifieke uiting van filosofie is de evolutietheorie, of beter: de evolutieredenering, die zonder enig vast fundament in de natuur en in volslagen tegenspraak met Gods Woord redeneert en argumenteert, om het koste wat het kost, te kunnen komen tot de conclusie dat God niet bestaat of in elk geval geen almachtige Schepper-God is (en dus ook geen Heiland-God kan zijn!).
De filosofie in al haar vormen (en ook de sterk verwante antroposofie, dat is letterlijk de wijsheid van de mens) is volgens Gods Woord ijdel, inhoudsloos, hol en leeg bedrog, omdat ze de mens tot basis, uitgangspunt en middelpunt, ja, tot norm maakt. Gods Woord zegt al in 1 Korinthe 1:18 dat het woord van het kruis voor hen die verloren gaan een dwaasheid is, want zij kúnnen het ook niet verstaan, omdat geestelijke dingen alleen kunnen worden begrepen met geestelijk inzicht dat God geeft, en niet met menselijke redeneringen, vooronderstellingen en argumentaties. “want de wapens van onze strijd zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God, tot afbreking van bolwerken; daar wij [de] overleggingen en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, afbreken en elke gedachte gevangennemen tot de gehoorzaamheid van Christus” (2 Korinthe 10:4-5).
Hoe kun je als kind van God bewaard blijven voor de grote gevaren die er van de filosofie uitgaan? Velen hebben immers schipbreuk geleden in hun geloof of zijn zelfs valse leraren geworden door zich met filosofie in te laten. De verleidingen van de wijsbegeerte in haar diverse vormen zijn niet te onderschatten, juist in studieboeken van het voortgezet en hoger onderwijs, in directe cursussen over filosofie, maar óók in literaire boeken en dergelijke! Wanneer je niet meer genoeg hebt aan de Heer Jezus Christus, de Zoon van ’s Vaders liefde, wanneer je je verstand wilt openstellen voor ‘nieuwe’ gedachten, voor menselijk redeneren, dan is het gevaar enorm groot dat je belangstelling krijgt voor de argumentaties en de ‘ijzeren logica’ van de menselijke geest. Dan word je meegetrokken door die wereldse manier van denken waarbij de mens centraal staat; een denken waarbij de mens in z’n grenzeloze hoogmoed probeert te redeneren over de zin van het leven, de zin van het lijden, het ontstaan van de aarde, enzovoort, maar waarbij de almachtige God wordt buitengesloten, Die toch in Zijn Woord antwoord op al die vragen heeft gegeven, voor zover Hem dat goed dacht.
Christelijke wijsbegeerte?
Veel filosofische vraagstukken doen denken aan overwegingen van gelovigen over Christelijke geloofswaarheden. Zo discussieerde Sokrates in de nacht voordat hij de dodelijke gifbeker dronk, met een vriend over de zin van het leven. De bekende Griekse wijsgeer Plato besteedde eveneens aandacht aan deze vraag, Aristoteles zocht óók antwoorden op levensvragen. Inderdaad: ‘Grieken zoeken wijsheid’ (1 Korinthe 1:22). De wijze waarop filosofen hierover redeneren, doet soms denken aan onze geloofsovertuigingen – alleen wordt daarbij de Goddelijke openbaring in Christus volkomen buitengesloten.
Dit is door grote denkers uit de geschiedenis van de Christelijke Kerk helaas uit het oog verloren. Sommigen zagen zelfs Sokrates en Plato vanwege hun moreel voorbeeldige leven als een soort ‘Christenen vóór de tijd zonder dat ze het zelf wisten’. Augustinus stelde dat de filosofie de dienstknecht was van de theologie; Thomas van Aquino ging nog verder en beweerde dat de filosofie de theologie verandert van eenvoudig water in kostbare wijn. En ook nu nog zijn veel theologische opleidingen in sterke mate doortrokken van de leringen van deze en andere deels heidense filosofen. Laten we vasthouden wat de Bijbel zo nadrukkelijk onderstreept: het wezen van God is niet te vatten of uit te leggen met de menselijke geest, maar Hij heeft Zichzelf door genade willen openbaren in Christus. “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft [Hem] verklaard” (Johannes 1:18). ‘Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien’ (Johannes 14:9).
Christelijke filosofie is daarom wel de ergste vorm van wijsbegeerte die er bestaat, omdat het met een schijn van godsvrucht de kracht ervan verloochent (vergelijk 2 Timotheüs 3:5). Het kan zijn dat gelovigen ermee in zee zijn gegaan zonder de ernst ervan te beseffen, maar het verandert niets aan het feit dat ze meedoen aan de uiterst vermetele poging van het menselijk verstand zijn Schepper en wat Hij tot stand heeft gebracht te beredeneren en te begrijpen. Maar er is geen doorgronding mogelijk van Gods verstand (Jesaja 40:28). “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten (hoger) dan uw gedachten” (Jesaja 55:8-9, Elberfelder).
De afgrijselijke gevolgen van dergelijke wijsgerige stromingen zijn overal merkbaar. De dwaze mens redeneert in zijn hart omdat hij God en Zijn heilig Woord verwerpt:
- Het is niet mogelijk dat Jezus Christus God en Mens in één Persoon was, dat valt niet uit te leggen… (dat klopt, maar daarom is het nog wel wáár!);
- Of: drie Personen in één Godheid? Dat bestaat niet…
- Of: terugkomen uit de dood is niet logisch. De opstanding van Jezus was dus niet lichamelijk, maar geestelijk, symbolisch…
- Of: Paulus was ongetrouwd; geen wonder dat hij vond dat de man het hoofd van de vrouw is, en dat vrouwen in de gemeente moeten zwijgen…. (in contrast met de Goddelijke inspiratie van heel de Bijbel; zie ook bijvoorbeeld 1 Korinthe 14:34-37!).
- Of: in die tijd hadden de vrouwen geen stemrecht; logisch dat er destijds geen vrouwelijke oudsten en opzieners waren in de gemeenten; nú is die culturele context anders, en mag het dus wél…
- Of: destijds in het Midden-Oosten hadden de vrouwen lang haar en droegen ze een sluier; dat is nu niet meer het geval in Europa; dus mag een zuster de lessen van 1 Korinthe 11:2-16 gerust naast zich neerleggen, dat heeft nu geen betekenis meer…
- Of: de mensen dachten toen nu eenmaal dat de aarde in zes dagen is geschapen; dáárom staat het ook zó in de Bijbel.
Met andere woorden: in de Bijbel zou staan wat ménsen dachten en hoe ze dachten. En zo wordt Gods Woord, dat door Zijn Geest geïnspireerd is, óók door Christelijke filosofieën in dienst van de duivel (de aartsleugenaar, Johannes 8:44) op een weerzinwekkende en walgelijke manier verlaagd tot een boek dat in het verleden door mensen is geproduceerd, en dus hún culturele ideeën verwoordt in plaats van het levend en eeuwigblijvend Woord van God te zijn.
Moge onze God en Vader ons allemaal als Zijn geliefde kinderen bewaren voor al deze bovengenoemde God-onterende filosofische leugens van satan. Moge God geven dat wij allen ons met grote afschuw van deze leugens afwenden.
De Bijbel is door dit soort redeneringen terechtgekomen in de beklaagdenbank, al sinds lange jaren, en het woord van mensen is helaas norm geworden. Hieraan is de zogenaamd Christelijke filosofie in belangrijke mate medeschuldig.
Wat moet je doen als je daarmee in aanraking komt? Als je voor je studie of werk aan dergelijke cursussen moet meedoen? Het gaat volgens Kolosse 2 om de filosofie, die per definitie een ijdel, inhoudsloos bedrog en fabeltjes van mensen is.
Dit woord bedrog vinden we ook in 2 Thessalonika 2:10: ‘Allerlei bedrog (verleiding) van de ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen’. Nogmaals: wat moet je in zo’n geval doen? Gods Woord geeft het antwoord: ‘Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend je ook van dezen af…. Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden. Maar jij, wees nuchter in alles…’ (2 Timotheüs 3:5 en 4:3-5).
De enige oplossing om voor al die dwalingen bewaard te blijven is:
‘Zoals u dan Christus Jezus, de Heer, ontvangen hebt, wandelt in Hem, terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging… Want in Hem woont de hele Volheid van de Godheid lichamelijk’ (Kolosse 2:6-10).
In Christus woont de hele Volheid van de Godheid lichamelijk. Dat betekent onder andere: de drie-enige God (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) woont in de Heer Jezus Christus sinds Hij in vernedering als Mens op deze aarde geboren werd (Kolosse 1:19), en zal in alle eeuwigheid wonen in Hem, de verheerlijkte Mens in de hemel (Kolosse 2:9). Dat is een waarheid die ons verstand en begrip zéér ver te boven gaat. We zien hier de alles overtreffende grootheid van Christus.
We kunnen niet hoog genoeg denken van Hem! God is in Zijn gehele Volheid in Christus als Mens tot ons gebracht. Het wonen van de gehele Volheid van de Godheid in Christus als Mens betekent niet alleen dat zij in Christus aanwezig was en is, maar dat zij volmaakt en volledig in Christus als Mens geopenbaard is en wordt. Zo heeft God alles, het hoogste wat er is, in Christus aan ons gegeven. Deze heerlijke Persoon van Christus overtreft daarom alles wat wij ooit kunnen bedenken. En, o wonder van hemelse genade: wij zijn voleindigd of tot volheid gebracht, we zijn volledig gemaakt in Hem (vers 10). Wij zijn in deze Mens Christus tot God gebracht, in een volmaakte positie. Zo maakt deze wonderbare Persoon van Christus de gelovige volmaakt gelukkig. Eén gemaakt te zijn met Hem als Mens, Die Zelf één is met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. O, onuitsprekelijk geluk! Laten we daarom niet redeneren en ons niet laten meeslepen door vreemde leringen, maar ons vol aanbidding en eerbiedige verwondering neerbuigen voor de grote heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus! Alleen het voortdurend en uitsluitend zien op Hem en een innige gemeenschap met Hem kunnen ons voor afwijkingen in ons denken bewaren.
(Naar aanleiding van de conferentie Hückeswagen maart 2009).