Brief aan een ongeneeslijk zieke, jonge zuster

Beste M…,

Ik had je graag nog eens willen zien voor je overlijden. Maar Hij Die alle dingen met volmaakte liefde leidt, heeft het anders bestuurd. Je gaat, denk ik, vóór mij naar de hemel. De dood is geen gebeurtenis die buiten de wil van God omgaat. De dood heeft geen macht meer over ons. De Opgestane heeft de sleutels ervan. Wat is het oneindig gezegend om te weten dat Hij de volledige overwinning heeft behaald over de dood en over alles wat tegen ons was. Hij heeft ons van alles volkomen bevrijd!

Wij zijn nu, behalve ons lichaam, bevrijd uit het gebied waar het kwaad heerst. En wij zijn daar gebracht waar het licht van Gods aangezicht voor altijd in liefde schijnt. Daar is enkel licht en liefde. Daar vult God alles, daar toont Hij de vreugde die Hij in de Heere Jezus vindt. Omdat Christus Hem heeft verheerlijkt in het werk van de volbrachte verlossing, een werk dat in alle opzichten alleen maar volkomenheid uitstraalt. De naam van God, de Vader, werd door Christus in liefde, in al zijn glans, getoond.

“U hebt mij verhoord van de hoornen van de eenhoornen”. Hij is opgewekt uit de dood door de heerlijkheid van de Vader. En Hij verklaart die Naam aan Zijn broeders. Christus prijst Hem in het midden van de Gemeente. Al Gods gunst voor Christus geldt ook jou. Alles wat God voor Christus als Mens geweest is, omdat Christus God geëerd heeft met het oog op de zonde die Hem onteerde, alles wat God gedaan heeft om Christus in Zijn tegenwoordigheid in de heerlijkheid te brengen – dat is Hij ook voor jou. Waarom? Omdat jij de vrucht bent van de arbeid van Zijn ziel. Denk daarover na. Bovendien is Christus ons oneindig kostbaar geworden door alles wat Hij voor ons heeft gedaan. Hij gaf Zichzelf, omdat Zijn liefde grenzeloos was. Er is niets in Christus dat niet van jou is, Hij kan niet meer geven dan Zichzelf. En wat is dat een gave!

Enige tijd geleden schreef ik je, dat we verblijd kunnen zijn als wij aan Hem Zelf denken. Jij bent geen blijde Christen. Ik begrijp dat en ik weet waarom. Christus heeft niet de plaats in jouw hart gehad die Hij had moeten hebben. Je merkt dat ik niets voor je verberg. Maar dat is nog niet alles. Je hebt ook niet genoeg vertrouwen in Zijn genade. Belijd toch alles wat er kan zijn tussen jouw ziel en Zijn liefde. Ik weet dat je dat doet. Maar je denkt nog niet genoeg aan de genade, de diepe volmaakte liefde van de Heere Jezus, de liefde die uitgaat boven al ónze fouten en die zichzelf gaf voor al onze zonden; de liefde die juist onze zwakheden gebruikt om haar eigen volmaaktheid te tonen. Die Goddelijke en persoonlijke liefde van de Heiland zal je hart vullen; de Heere Jezus zal Zelf je hart vullen. En jij zult dan niet alleen vrede kennen, maar ook blijdschap. Ik vind vrede belangrijker dan vreugde. Ik hoop dat jouw blijdschap diep mag zijn en niet uiterlijk en oppervlakkig. Als de Heere Jezus leeft in je hart, die Heiland die elk spoor van zonde in ons heeft uitgewist, in Wie wij leven voor God, dan zal jouw blijdschap diep zijn. Moge God geven dat jouw hart vervuld is met de Heere Jezus Zelf, met Zijn liefde en met het gevoel van Zijn genade. Hij heeft jou gered, Hij heeft jou rein gewassen, Hij is jouw leven geworden, zodat jij je in God kunt verheugen. Wat zou je meer kunnen bezitten dan Hem zelf? Je kunt Zijn goedheid zien in de vrede die Hij je geeft en in de dingen waarmee Hij je, met zoveel zorg en liefde, omgeeft.
Voor mij betekent de dood alleen, dat een familielid wat eerder gaat naar de plaats waar de hele familie spoedig zal wonen. Dan zal gelukkig elk spoor van de dingen die ons hier nog met deze wereld van ellende en zonde verbinden, volledig verdwenen zijn. Dan zijn we in dat licht waar alles volmaakt is! Vertrouw je daarom toe aan Zijn liefde. Ik zeg nog eens, Hij heeft in ons alles volledig weggedaan, wat er was tussen ons en dat licht. Wat is Hij goed! Wat een genade! En jij gaat nu naar Hem toe! Wat een geluk! Spoedig zullen wij allemaal daar zijn. Jij gaat ons voor en in de hemel zul je op ons wachten, terwijl wij hier wachten en onze taak op aarde moeten vervullen. Moge de tegenwoordigheid van die trouwe en goede Heere je ondersteunen en jouw hart verblijden.

Ik hoop dat deze lange brief je niet heeft vermoeid. Ik zou je nog heel wat meer dingen kunnen schrijven. Maar spoedig zul je die dingen beter kennen dan ik. Wat een reden voor blijdschap en wat een oneindige genade!

J.N. Darby (1874)