Blinkend, rein, fijn linnen

Van de Bruid van het Lam wordt gezegd: “En haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen” (Openbaring 19:8). De Heer Jezus werkt in ons leven om linnen te weven voor dat kleed: de goede werken die we mogen doen. Zodat de heerlijkheid van de Heer Jezus in ons leven een echo krijgt in goede werken in ons leven, door en voor Hem.

Vlas (vlasplant) op het veld

Laten we eens kijken naar het linnen. Linnen wordt in de Bijbel vaak genoemd. Het is afkomstig van de vlasplant (Linum usitatissimum): een dunne stengel van ongeveer een meter lang.
Nadat de bloem afvalt, komt er een zaadbol op, met daarin het lijnzaad. Als vlas ouder wordt (rijp is), is de stengel heel taai.

Hoe krijg je nu uit zo’n plantenstengel een draad om mee te weven?

Eerst wordt de plant gerooid, zodat die afsterft. Maar daarna moet er nog heel wat gebeuren met de stengels om de zaadbol weg te halen en de houtachtige bast los te maken en te verwijderen (roten, repelen, braken, zwingelen, hekelen). Daarna worden de lange vlasvezels die overblijven gekaard en gekamd om alle vezels in één richting te leggen en ze zo geschikt te maken voor het spinnen van heel fijne garens. Als de draden heel dun gesponnen zijn (‘fijn linnen’), worden ze soms getweernd (dat wil zeggen gedubbeld) om ze sterker te maken.

Weefgetouw met linnen op de schering

Als dit allemaal gebeurd is, zijn de draden klaar om geweven te worden. Alle draden die eindelijk gereed zijn, worden ineengevlochten tot een doek. Hierbij wordt de dwarse draad (de inslag) telkens om en om door de lengtedraden (schering) geweven.
Daardoor krijg je een heel stevig doek, omdat al die draden elkaar als het ware vasthouden. ‘Schering en inslag’ betekent dus dat iets regelmatig voorkomt, omdat die inslag er honderden of duizenden malen doorheen moet om een doek te krijgen. Ziet u nu hoeveel werkslagen er nodig zijn om het vlas geschikt te maken voor het einddoel?

Wat lijkt dat veel op ons leven. Eerst moet het vlas ontworteld worden: mijn eigen ik moet afgebroken worden, zodat Christus in mij gestalte krijgt. Maar de vezel zit erin: “Wij zijn geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid (dus de werken liggen al klaar) opdat wij daarin zouden wandelen” (Efeze 2:10). De onbruikbare restjes van de plant moeten moeizaam verwijderd worden, zodat alleen de bruikbare vezel overblijft. Daarbij denken we eraan dat de Heer Jezus Zijn Gemeente heiligt en reinigt.

Door het kaarden en kammen worden de vezels in één richting gelegd: ‘Zoekt de dingen die boven zijn’. Dan volgt het spinnen: het ineenvlechten en verbinden van individuele vezels. Als groepjes christenen mogen we ook samen goede werken doen: ‘ineengevlochten’ als gezinnen, als vrienden, en als plaatselijke gemeente.

Geweven fijn linnen (close-up)

Ten slotte volgt het weven. Alles wat voor de Heer gedaan is zal eens samen een prachtig kleed vormen. De Heer Jezus is steeds bezig om dat kleed in en aan ons als Gemeente te vormen.

Het kleed is blinkend, rein. Natuurlijk linnen is een beetje grauwwit. Het moet kunstmatig gebleekt worden om ‘wit’ te zijn. Alleen, het kleed van de Bruid is blinkend, rein. Dat kan alleen geestelijk begrepen worden: gewassen door het bloed van de Heer Jezus. Op deze wijze gevormd, gericht, geweven, gewassen, mogen we goede werken doen: ‘de gerechtigheden van de heiligen’.

De Heer Jezus verheugt Zich erover om de Bruid bij Zich te hebben, gekleed in dat prachtige kleed, dat Hij Zelf geweven heeft, in ons individueel, gemeenschappelijk in een plaats, en ook wereldwijd.

Nog eens de tekst uit Openbaring 19: “En haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen”.

Verheugt u zich al? De Heer Jezus wel! Laten we rijk zijn in goede werken. Des te mooier wordt het kleed waarmee we straks bij de Heer zullen zijn.

R. Hoste