Bij Jozef is brood

‘Ga naar Jozef – ga dan tot Jezus heen!’

Wie kan U naar waarde loven, grote God van eeuwigheid!

Wat op aard is en daarboven, alles is door U bereid.

U, U bent de lofzang waard; zalig wie U looft op aard!

Wie kan Uw genâ doorgronden,

Uwe liefde en Uwe trouw,

Die Uw Zoon voor onze zonden in de kruisdood geven wou!

U sprak van de schuld ons vrij,

Vader, wie heeft lief als Gij?!

Het is heerlijk om God te loven, zoals het ook in dit lied wordt uitgesproken. Maar het is alleen mogelijk door de Heer Jezus. Dat betekent dat alleen zij die de geliefde Zoon van God kennen en in Hem geloven, God de Vader kunnen loven door Hem. Onder de hemel is – zo heeft Petrus, vervuld met de Heilige Geest, gepredikt voor de oversten van het volk en de oudsten van Israël geen andere naam onder de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden. De Heer Jezus is, naar het woord in Romeinen 9:5 ‘de Christus, Die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid!’ En wie Hem kent, kan pas echt loven en prijzen, van vreugde opspringen, en in vrede wandelen in een wereld van onrust. Alle zegen en alle geluk komt alleen tot stand door de Heer Jezus!

Lees eerst eens een stuk uit de geschiedenis van Jozef: Genesis 41:46-57. God heeft ons in het Oude Testament veel geschiedenissen gegeven. Het zijn mooie en treffende verhalen, met als doel ons te verklaren wie God is, en wat God ons gegeven heeft. Maar vooral ook, om ons te laten zien Wie de Heer Jezus is. Opdat we Hem zouden leren kennen, door Wie het eeuwige leven is.

Hoeveel heerlijks ligt er opgesloten in de geschiedenis die wij nu zullen overdenken. Geve God ons door Zijn Geest genade, die heerlijkheid te zien en te genieten!

‘En Jozef was dertig jaar oud, toen hij bij de farao, de koning van Egypte, in dienst trad’. Dit is een markant ogenblik geweest in zowel het leven van Jozef als van Farao. In Psalm 105 wordt van dit ogenblik ook melding gemaakt door de Heilige Geest. Daar wordt Farao ‘de heerser van de volken’ genoemd. Farao was in die tijd de machtigste vorst, de hoogste majesteit. Maar het ontbrak deze machtigste onder de mensen aan wijsheid. En allen die zijn heerlijke troon omringden, beschikten al net zo min over de wijsheid die nodig was om de echte betekenis van de dromen te kennen die Farao hadden ontsteld.

Nu denkt de schenker eindelijk terug aan wat hem twee jaren daarvoor was overkomen. Waarom had deze man in die twee jaar niet aan de Hebreeuwse slaaf gedacht, uit de mond van wie hij de uitleg gekregen had van de droom van de bakker en van zijn eigen droom? Ja, waarom? Geliefden, daarop geeft ook de Psalm die we al aanhaalden ons het juiste antwoord. Daar wordt het zo treffend gezegd: ‘Jozef werd verkocht tot een slaaf. Men drukte zijn voeten in de stok, zijn persoon kwam in de ijzers…. tot de tijd toe, dat zijn woord kwam, heeft hem de rede van de Heere doorlouterd’. Op Gods tijd, geen ogenblik te vroeg en geen ogenblik te laat, gingen de gevangenisdeuren open voor de onschuldige, en werd hij voor Farao gesteld. God had iets te zeggen aan Farao en aan de hele wereld, maar eerst had diezelfde God iets te leren aan Zijn dienstknecht die in de gevangenis zuchtte. Laten we er maar aan denken, elk voor zich, dat onze God alles in Zijn hand heeft, en alles regelt naar Zijn volmaakte wijsheid. Eens zullen alle ‘waaroms’ heerlijk worden opgelost.

Jozef zou volgens Gods plan de redder van de wereld worden, en God voert Zijn voornemen op een volmaakte manier uit. En daarom heeft Hij alles tot dat doel laten gebeuren. In dit licht gezien is het van grote betekenis dat de schenker Jozef twee jaar lang vergat, hoewel dit natuurlijk de verantwoordelijkheid van de schenker niet heeft opgeheven. Maar alle dingen werken mee ten goede voor hen die God liefhebben.

En als we nu Jozef daar zien staan voor de heerser van de volken, dan is voor de dienstknecht van God het leed geleden; de gevangenis heeft hij voor altijd achter zich. Dit is echt een verkwikkende gedachte. Niet alleen als we denken aan hem die zo onschuldig leed in Dothans velden en in Potifars huis. Maar vooral als we verder mogen kijken over deze kuise jonge man heen naar onze Heiland. Voor Hem ging het lijden veel dieper dan voor Jozef! Hij ging en deze gedachte snijdt ons door de zielen – door dood en graf. O, hoeveel leed Hij in Gethsémané en vooral op Golgotha!

Wij zijn bedroefd, als Zijn lijden ons voor de aandacht komt. Want wij – u en ik – hebben Hem dit aangedaan! Maar dat nameloze lijden, die diepe vernedering behoren voor eeuwig tot het verleden. Het kruis komt in eeuwigheid niet meer voor Hem terug. Waar is Hij, Die éénmaal ten opzichte van de zonde is gestorven? Hij is in de hemel opgenomen. Ja, Hij is gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge (Hebreeën 1:3).

Daar is Hij in de tegenwoordigheid van de Oppermachtige, van de Allerhoogste! Worden we aan dit hemels toneel niet op een pakkende manier herinnerd door de woorden die ons over Jozef en Farao zijn meegedeeld? Jozef is daar de wijze man, hij alleen! En Egyptes wijzen stonden daar als dwazen. Jozef geeft de uitleg van de droom; Jozef geeft raad. En zo kennen we ook onze Heiland als Degene Die ons van Godswege wijsheid is geworden, en van Wie de naam is Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (zie 1 Korinthe 1:30 en Jesaja 9:5).

En let eens op wat er dan volgt. Hoor maar wat Farao spreekt in vers 38: ‘Zouden wij ooit een man vinden als deze man, in wie de Geest van God is? …. Aangezien God u dit alles heeft bekend gemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u. U zult zelf over mijn huis gaan en heel mijn volk zal uw bevel eerbiedigen; alleen wat de troon betreft, zal ik meer aanzien hebben dan u …. Zie, ik stel u hierbij aan over heel het land Egypt. Toen nam Farao zijn ring van zijn hand en deed hem aan Jozefs hand; hij liet hem kleren van fijn linnen aantrekken en hing een gouden keten om zijn hals. Hij liet hem rijden op de tweede wagen, die hij had, en zij riepen voor hem uit: Kniel! … Zo stelde hij hem aan over heel het land Egypte’.

Wat een treffend gezicht: Jozef in het fijne linnen, staand in luister en bekleed met macht! Twee keer eerder had hij een kleed verloren: de veelkleurige mantel die zijn vader hem liefdevol had gegeven en die de broeders van hem roofden; en de mantel van de huisknecht van Potifar, die de wellustige meesteres in haar hand hield toen de kuise jongeling moest vluchten. Maar nu wordt hij bekleed met het fijne linnen, dat niet alleen van Gods genade, maar ook van Gods eer spreekt.

Laat mij er ook op mogen wijzen en dan vooral de jonge mensen in ons midden op het hart leggen: wat zou er van al die heerlijkheid zijn geworden, van al Gods wegen en voornemens met en door Jozef, als deze jonge man aan de stem van der verzoeking gehoorzaam was geweest? Laten we van de zonde wegvluchten! Elke zonde! Maar vooral ook, jongelui: vlucht voor de zonde van de onkuisheid en de seksuele begeerten!

Het koninklijk-priesterlijke kleed bedekt nu Jozefs lichaam. En als hij voortaan door ‘heel Egypteland’ trekt op de koninklijke wagen en dan een heraut voor zijn aangezicht zal uitlopen en zal roepen ‘Kniel!’ – ja, dan moet ook de vrouw van Potifar haar knie buigen. Alle knie moet zich buigen! Voor Zafnath-Paanéah. Want met deze naam zal men over Jozef in Egypteland spreken. Allen zullen met Zafnath-Paanéah, met de uitlegger van verborgenheden en de behouder van de wereld, bezig zijn. Alle tong zal getuigen van hem! Hij zal hun meester, hun eigenaar, hun bezitter en ook hun weldoener zijn!

Maar wat is dit toneel, vergeleken met wat we in de toekomst nog zullen zien? Zegt Paulus niet, als hij gesproken heeft van de ontlediging, van de vernedering en van de volmaakte gehoorzaamheid van Christus een gehoorzaamheid tot de dood toe, ja tot in de dood van het kruis: ‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd, en Hem de Naam gegeven die boven alle naam is, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader!‘ (Filippi 2:5 vv.). Gaat dit niet de verhoging van Jozef ver te boven?

Zoals het Farao in de droom door God getoond was, en zoals het door Jozef namens de Heer was uitgelegd zó gebeurde alles. Egypte maakte een ongekende overvloed mee, maar na zeven jaar kwam de honger in Egypte en in alle landen daaromheen.

Maar er is koren! Jozef heeft alles van tevoren geregeld. De volle schuren bieden brood tot verzadiging. Het volk gaat naar Farao. Maar daar zijn ze niet aan het juiste adres. Net als bij Naäman, de melaatse, toen hij naar koning Joram ging. Farao zegt dus: ‘Ga naar Jozef!’ (vs. 55). Jozef is de behouder van allen. Jozef heeft koren. En hij geeft het aan wie het wil hebben. Aan de Egyptenaren voor geld, voor vee, voor land. Maar dan tenslotte zelfs helemaal voor niets (zie Genesis 47:14, 16, 19, 23). En aan zijn broers voor niets. Want zij keerden met het geld in hun zakken naar Kanaän terug.

Wat een heerlijk beeld van de Heer Jezus, Die alles voor niets en uit genade geeft! ‘O, alle dorstigen, kom tot de wateren! en u, die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld en zonder prijs wijn en melk!‘ (Jesaja 55:1). Ook vanuit de hemel horen we nog één keer aan het eind van het Boek Openbaring de stem van de verheerlijkte Heer Jezus: ‘Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende Morgenster. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome; wie wil, neme het water des levens om niet’.

Ja, de genade is altijd bereid om te geven! De mens heeft niets anders verdiend dan straf en oordeel. Maar de genade stelt Hem voor Die het oordeel heeft ondergaan, de straf heeft gedragen, en nu Zijn zegeningen voor niets aanbiedt. Wat een rijke Heiland! Wat een volheid van genade! En uit die volheid ontvangen wij ook genade voor genade! En zoals Farao naar Jozef verwees, zo wijst de Almachtige ons op de Heer Jezus, en nu luidt het getuigenis van de Heilige Geest: ‘Ga naar de Heer Jezus!’

Want de honger was in alle landen sterk‘ (Genesis 41:57). ‘Toen Jakob zag dat er koren in Egypte was, zei Jakob tegen zijn zonen: Waarom kijken jullie elkaar aan?‘ (Genesis 42:1). Waarom kijken jullie elkaar aan? Dit woord willen we nog tenslotte overdenken. Als er zijn die honger hebben, die de oprechte begeerte hebben om de Heer Jezus te leren kennen, waarom zou u uw tijd verliezen? En jongeman, waarom zou je nog wachten dralen? Met het zien op anderen, op je ouders, broers en zussen of vrienden, met het zien op elkaar gaat de kostbare genadetijd voorbij

Wat u ook drukt, de last van uw zonden wil de Heer Jezus van uw schouders nemen. Hij wil u zo graag de rust geven! Alles wat u ontbreekt, kunt u bij Hem vinden. Maar ook voor u geldt het woord: ‘Ga tot Jezus!’

Hebben de broeders gekocht? Nee! Zij hebben ontvangen! En toen Jozef zijn broers bij zich zag komen met het doel koren van hem te kopen, en hij ze onmiddellijk herkende (hoewel zij hem niet herkenden), dacht Jozef toen aan wraak? Absoluut niet! Genade wilde hij hun bewijzen. Goedertierenheid gebruiken, om ze tot bekering te brengen. Zoals ook van God geschreven staat. ‘Weet u niet, dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt?’ (Romeinen 2:4). Door genade heeft hij ze klein gemaakt; door liefde hun hart verbroken! Hij heeft de broers door wijsheid en genade tot schuldbelijdenis gebracht op de knieën, om ze daarna ook te verhogen en te zegenen.

Zo wil God ook nu met de zondaar doen. De duivel, de leugenaar vanaf het begin, fluistert u misschien in dat u te veel en te zwaar hebt gezondigd. Maar God wil u in Zijn rijke genade vergeven! Als Hij voor het eerst (in Exodus 34) Zijn heerlijke Naam uitroept, dan horen wij het uit Zijn mond: ‘Heere, Heere, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht’ (vs. 6-7).

Zie je wel: ‘Die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft‘! En Hij gaat in Christus en om Zijn wil nog veel verder, want Hij belooft het eeuwige leven aan iedereen die in Zijn Zoon gelooft!

Moge God geven dat wij allemaal eens bijeen mogen zijn in de heerlijke hemel, waar de verhoogde en verheerlijkte Heer Jezus Zijn volle voorraadschuren tot in eeuwigheid voor ons zal openstellen!

Eens buigt zich ook alles voor Jezus in ‘t stof, en engelen zingen voortdurend Zijn lof.

Wij zullen om Jezus verheerlijkt eens staan en heffen dan juichend de jubeltoon aan:

Jezus, Jezus, Uw Naam zij d’ eer!